Link gekopieerd naar het klembord. Ga nu naar Word en plak daar de link.
Vervangende toestemming verhuizing in kort geding? "Slechts in uitzonderlijke omstandigheden"
Moeder is ondanks verhuisverbod verhuisd. Uitgangspunt is dat voorzieningenrechter terughoudend moet zijn met verlenen vervangende toestemming. Bodemprocedure is aangewezen weg. (Huur)woningprobleem geeft doorslag gelet op kindbelang.
Toevertrouwing kind betekent geen (impliciete) toestemming voor verhuizing met kind
Voorlopige voorzieningen waarin kind aan moeder wordt toevertrouwd. Haar verzoek om vervangende toestemming voor (tijdelijke) verhuizing ex art. 1:253a BW wordt afgewezen, omdat dit in een VoVo ex art. 822 Rv niet kan (limitatieve lijst).
Geldt de wettelijke inlevertermijn ook in verhuiszaken en mag procespartij zelf producties inbrengen?
A-G: in verhuiszaak miskent Hof de tweeconclusieregel en de tiendagentermijn. In dit soort zaken moet acht worden geslagen op later ingenomen standpunten en (laat) overgelegde stukken, ook als deze door procespartij zelf zijn ingebracht.
Clausule "te zijnen bate of schade" aanvaarden, staat niet in de weg aan beroep op dwaling
|
|
Vrouw stelt gedwaald te hebben in de zin van art. 3:196 BW. Man wordt niet gevolgd in zijn verweer dat "te zijnen bate of schade" is aanvaard: clausule is door mediator niet uitgelegd aan pp. Evenmin is sprake van een vaststelling.
|
Gerechtshof Den Haag 29-10-2024
(pub. 27-01-2026), ECLI:NL:GHDHA:2024:2913
Appel in kort geding over verhuizing met minderjarigen. Ondanks uitgangspunt dat vervangende toestemming verhuizing in bodemprocedure hoort en in kort geding terughoudendheid past, acht hof een uitzondering gerechtvaardigd, gezien de ontstane precaire woon- en leefsituatie van alle betrokkenen. Volgt vernietiging vonnis waarin verhuisverbod en toevertrouwing aan vader is gegeven en vervangende toestemming aan moeder voor verhuizing naar X en inschrijving kinderen op school aldaar. Met zorgregeling voor vader.
Rechtbank Den Haag 19-12-2025
(pub. 27-01-2026), ECLI:NL:RBDHA:2025:26738
Verzoeker vraagt vaststelling van staatloosheid op grond van de Wvs. Staat adviseert afwijzing wegens onvoldoende onderbouwing. Rechtbank schetst bewijskader: gedeelde last; verzoeker moet alle redelijk beschikbare informatie en stukken overleggen; bij gebrek aan documenten weegt geloofwaardigheid zwaarder. Verzoek bevat slechts Brp‑uittreksel en ambassadebrief Burundi zonder onderliggende stukken; geen relaas levensloop of asieldossier. Geen grondenomschrijving abi art. 278 lid 1 Rv. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Rechtbank Den Haag 18-12-2025
(pub. 26-01-2026), ECLI:NL:RBDHA:2025:26693
Voorlopige voorzieningen waarin de minderjarige aan moeder wordt toevertrouwd. Verzoek van moeder om vervangende toestemming voor (tijdelijke) verhuizing naar [plaats] op grond van art. 1:253a BW afgewezen, omdat dit in een VV-procedure niet kan; art. 822 Rv bevat een limitatieve lijst en vereist een aparte bodemprocedure. Verzoeken moeder tot verhoging kinderalimentatie en vaststelling partneralimentatie afgewezen wegens ongewijzigde woon- en lastensituatie. Met zorgregeling kerst voor vader.
Rechtbank Den Haag 17-12-2025
(pub. 23-01-2026), ECLI:NL:RBDHA:2025:26619
Beschikking waarin voorlopige voorzieningen ex art. 223 Rv worden afgewezen wegens gelijktijdige bodembehandeling. In de bodemzaak houdt de rechtbank beslissingen over gezag, terugverhuizing, zorg-/omgang en informatie/consultatie aan en verzoekt de Raad om MASIC-onderzoek naar (ex-)partnergeweld en gevolgen voor [minderjarige]. Voorlopig hoofdverblijf bij moeder; voorlopig slechts begeleid contact via Jeugd- en Gezinshulp. Vervangende toestemming voor inschrijving school en psychologische behandeling.
Rechtbank Den Haag 16-12-2025
(pub. 23-01-2026), ECLI:NL:RBDHA:2025:26550
Zaak waarin echtscheiding wordt uitgesproken op verzoek van beide partijen wegens duurzame ontwrichting. Rechtsmacht op basis gewone verblijfplaats in Nederland; toepasselijk recht is Nederlands recht op grond van art. 10:56 BW. Verzochte nevenvoorziening van man, waartegen vrouw geen verweer voert, wordt toegewezen: verklaring dat het Nederlands huwelijksvermogensregime geldt voor omvang en waardering van de huwelijksgemeenschap met als peildatum de datum van de huwelijksvoltrekking.
Kun je in kort geding een voorschot op de verdeling vragen?
Mr. Nicole Cremers, 04-06-2024
Wat als het gezamenlijk spaargeld van partijen na een echtscheiding slechts voor één partij ter beschikking staat? In dit artikel wordt ingegaan op de vraag of je in kort geding een voorschot op de verdeling kunt vragen.
Nieuwe forfaitaire rekenmethodiek partneralimentatie per 2023
Webinar | kosten € 150,00 | 2 punten NOvA / MfN
Per 1 januari 2023 is een nieuwe, forfaitaire methodiek voor het berekenen van partneralimentatie ingevoerd. Aan de hand van vele voorbeelden licht docent Rob van Coolwijk alle ins en outs van deze methodiek toe.
Scheiden en de vermogensverdeling
E-learning | kosten € 225,00 | 3 punten NOvA / MfN
De vermogensafwikkeling bij scheiding is vaak een zeer complexe materie. Docent Jasper Horsthuis wijst je de weg: aan de hand van een gestructureerd stappenplan leer je vermogens zorgvuldig af te wikkelen.