Link gekopieerd naar het klembord. Ga nu naar Word en plak daar de link.
Tijdelijk woonrecht kan toch levensafhankelijk zijn - waarderingsregels art. 6 UBSW van toepassing
Na overlijden vader mag zoon woning nog één jaar gebruiken. Hij stelt dat art. 6 Uitvoeringsbesluit Successiewet niet geldt, omdat zijn gebruiksrecht niet levenslang is. Rb: ‘levensafhankelijk’ ex art. 6 UBSW is niet hetzelfde als ‘levenslang’.
Keuze box 3-verdeling pakt ongunstig uit door terugvordering toeslagen - niet meer te wijzigen
|
|
Echtpaar rekent box 3-vermogen volledig toe aan man. Na terugvordering toeslagen willen zij verdeling wijzigen. Bezwaar te laat: na onherroepelijk worden aanslagen kan verdeling niet meer worden gewijzigd; ook geen ambtshalve vermindering.
|
Dochter wil hogere aanslag erfbelasting – maar dat kan niet
Dochter bepleit hogere waarde aandelen (€ 800.000 i.p.v. € 500.000), omdat broer haar op basis daarvan moet uitkeren. Rb: verbod op reformatio in peius staat aan verhoging eigen aanslag in de weg. Civielrechtelijk belang maakt dit niet anders.
Langstlevende ouder overlijdt: hoe worden overbedelingsvorderingen gewaardeerd?
|
|
Bij het tweede overlijden moet voor de overbedelingsschuld worden uitgegaan van de werkelijke woningwaarde bij het eerste overlijden; ook als destijds voor de erfbelasting een lagere woningwaarde (WOZ) is toegepast.
|
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-08-2026
(pub. 31-08-2026), ECLI:NL:GHARL:2026:5191
Erfbelasting. Twee schuldigerkenningen (€100.000 in 2019 en 2020) met 6% rente. Toets aan art. 10 SW en Besluit 18-10-2016: rente moet jaarlijks daadwerkelijk en tijdig zijn betaald; inhaal mogelijk voor lopende termijn. Toerekening volgens art. 6:43 lid 2 BW aan oudste verbintenis. Rente 2019 en 2020 (kalenderjaar) voor schuldigerkenning 2019 tijdig (incl. inhaal) voldaan; voor 2021 na overlijden rechtsgeldig ingehaald. Voor schuldigerkenning 2020 blijft rente 2020 deels en 2021 €32,92 onbetaald; daarom fictieve verkrijging deels...
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-08-2026
(pub. 31-08-2026), ECLI:NL:GHARL:2026:5190
Erfbelasting. Twee schuldigerkenningen (€100.000 elk) met 6% rente. Twist of art. 10 SW leidt tot fictieve verkrijging wegens niet tijdig/volledig betaalde rente. Hof oordeelt dat toerekening van ongespecificeerde rentebetalingen plaatsvindt aan oudste verbintenis (art. 6:43 lid 2 BW). Voor 2019 is rente tijdig (incl. inhaal) voldaan; voor 2020 ontbreken tijdige volledige betalingen (tekort 2020-einde en €32,92 in 2021). Gedeeltelijke toepassing art. 10 SW; uitspraak rechtbank wordt bevestigd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-08-2026
(pub. 31-08-2026), ECLI:NL:GHARL:2026:5189
Erfbelasting. Twee schuldigerkenningen van €100.000 met 6% rente. Kernvraag is toepassing van art. 10 SW bij niet tijdig/volledig betaalde rente. Hof oordeelt dat toerekening van ongespecificeerde rentebetalingen plaatsvindt naar de oudste verbintenis (art. 6:43 lid 2 BW). Rente 2019 en 2020 voor de eerste schuld is tijdig (incl. inhaal volgens beleidsbesluit) voldaan; geen fictieve verkrijging. Voor de tweede schuld blijft rente 2020 en €32,92 over 2021 onbetaald; wel fictieve verkrijging. Uitspraak rechtbank blijft in stand. Ver...
Rechtbank Den Haag 02-06-2026
(pub. 20-08-2026), ECLI:NL:RBDHA:2026:15458
Box 3, prejudiciële vragen, gegrond. Na de collectieve uitspraak massaal bezwaar tegen box 3 vragen eiser en partner wijziging van de verdeling van de grondslag sparen en beleggen (art. 2.17 lid 4 Wet IB 2001). Onder verwijzing naar de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad (art. 25e AWR) oordeelt de rechtbank dat de verdeling binnen zes weken na vermindering kan worden gewijzigd. Verweerder volgt het aangepaste verzoek. Beroep is gegrond; aanslag 2017 wordt verminderd naar een aandeel van € 49.330 voor eiser.
Rechtbank Noord-Holland 18-06-2026
(pub. 19-08-2026), ECLI:NL:RBNHO:2026:7687
Erfbelasting. In geschil is de waardering van een legaat tot gebruik en bewoning van de woning voor één jaar. De rechtbank oordeelt dat het zinsdeel “van het leven van een persoon afhankelijk” in het UBSW niet “levenslang” betekent, maar dat het vruchtgebruik eindigt bij eerder overlijden. Waardering volgt de WOZ en 6%-regel, met factor 0,75 gelet op leeftijd belanghebbende. Rekening wordt gehouden met € 2.310 eigenaarslasten. Het beroep is gegrond; de aanslag wordt verminderd naar een belaste verkrijging van € 142.713.
Podcastgesprek: Dga en scheiding
Mr. Frank van den Barselaar en Drs. Jacqueline van der Vorm, 10-09-2024
De echtscheiding van een dga is vaak bijzonder complex. Fiscalisten Frank van den Barselaar en Jacqueline van der Vorm bespreken met elkaar verschillende financiële en fiscale aspecten hiervan.
Nieuwe forfaitaire rekenmethodiek partneralimentatie per 2023
Webinar | kosten € 150,00 | 2 punten NOvA / MfN
Per 1 januari 2023 is een nieuwe, forfaitaire methodiek voor het berekenen van partneralimentatie ingevoerd. Aan de hand van vele voorbeelden licht docent Rob van Coolwijk alle ins en outs van deze methodiek toe.
Scheiden en de vermogensverdeling
E-learning | kosten € 225,00 | 3 punten NOvA / MfN
De vermogensafwikkeling bij scheiding is vaak een zeer complexe materie. Docent Jasper Horsthuis wijst je de weg: aan de hand van een gestructureerd stappenplan leer je vermogens zorgvuldig af te wikkelen.