Terug naar de uitspraak

Rechtbank Den Haag 09-02-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:5013

Datum publicatie20-03-2026
ZaaknummerC/09/695691 / FA RK 25-9205
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen. Alimentatie
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorzieningen

Volledige uitspraak


Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-9205

Zaaknummer: C/09/695691

Datum beschikking: 9 februari 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 5 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. I. van Troost in Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M. Jonkman in Capelle aan den IJssel.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift, met bijlagen;

  • het verweerschrift, met zelfstandig verzoek en bijlagen, ingekomen op 19 januari 2026;

  • het bericht van 20 januari 2026 van de vrouw, met bijlagen.

Op 23 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;

  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in een gesprek met de rechter laten weten wat zij van het verzoek vinden.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt voor de duur van het geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens, te bepalen dat:

  • primair de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de woning met alle bijhorende inboedel in [adres 1] met bevel aan man deze woning te verlaten, en een verbod deze nog langer te betreden, met machtiging van de vrouw om de door de rechtbank in deze te geven beschikking desnoods ten uitvoer te doen leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

  • de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd;

  • een zorgverdeling geldt waarbij de kinderen als volgt bij de man en de vrouw verblijven: de kinderen verblijven op de doordeweekse dagen bij de vrouw alsmede om de week het weekend (even weken) van vrijdag uit school tot maandagochtend. De kinderen verblijven - afhankelijk van het werkrooster van de man – om het weekend (in de oneven weken) bij man indien hij niet moet werken alsmede aanvullend, op een doordeweekse dag indien de man geen avond- en/of nachtdienst heeft;

  • de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen dient te voldoen aan de vrouw ad. € 320,- per kind per maand, bij vooruitbetaling met ingang van de datum indiening verzoekschrift, althans een andere bijdrage en andere ingangsdatum zoals de rechtbank in goede justitie zal bepalen.

De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens:

  • te bepalen dat de kinderen gedurende de echtscheidingsprocedure aan de man worden toevertrouwd;

  • te bepalen dat de vrouw een bijdrage dient te voldoen in de kosten van opvoeding en verzorging van de kinderen van € 217,- per kind en per maand met ingang van datum indiening verzoekschrift.

  • te bepalen dat de man gedurende de echtscheidingsprocedure bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de daarbij behorende inboedel, gelegen te [adres 1] .

De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht in deze voorlopige voorzieningenprocedure en zal Nederlands recht toepassen.

Toevertrouwing

Beide partijen hebben de rechtbank verzocht om de kinderen aan hen toe te vertrouwen.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat tussen partijen een hoop is gebeurd, de emoties nog hoog oplopen en de kinderen ertussenin zitten. Verder is gebleken dat de vrouw vrij expliciete naaktfoto’s van zichzelf heeft gemaakt en de kinderen deze foto’s hebben gezien. Uit het gesprek met de kinderen is gebleken dat dit voor de kinderen erg heftig is geweest.

De kinderen hebben de afgelopen tweeënhalve maand bij de man gewoond en hebben af en toe contact met de vrouw gehad. In het licht van alles wat er momenteel speelt, acht de rechtbank het niet in het belang van de kinderen om hun situatie nu ingrijpend te wijzigen. Daarom zal de rechtbank de kinderen aan de man toevertrouwen. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de man om de kinderen aan hem toe te vertrouwen zal toewijzen, onder afwijzing van het verzoek van de vrouw.

Uitsluitend gebruik echtelijke woning

Beide partijen hebben de rechtbank verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hen toe te kennen. Daarom zal de rechtbank een belangenafweging maken.

De rechtbank overweegt als volgt. Zoals hiervoor overwogen worden de kinderen aan de man toevertrouwd. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij in de echtelijke woning kunnen blijven wonen, zodat zij in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven. De rechtbank betrekt bij haar oordeel ook dat de vrouw heeft aangegeven bij haar broer in Den Haag te verblijven. Hoewel de rechtbank begrijpt dat deze situatie niet ideaal is, heeft de vrouw een tijdelijke woonruimte waar zij kan verblijven.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de man om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hem toe te kennen toewijzen, onder afwijzing van het verzoek van de vrouw.

Het verzoek van de man om daarbij te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij immers ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen.

Voorlopige zorgregeling

Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank gebleken dat de communicatie tussen partijen ernstig is verstoord en zij elkaar op negatieve wijze benaderen. Beide partijen betrekken de kinderen hier ook bij. De rechtbank acht dit schadelijk voor de kinderen. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de emoties bij beide partijen hoog oplopen, drukt zij hen op het hart de kinderen buiten de strijd te houden en hen niet te betrekken bij zaken die tussen partijen spelen. Op de zitting is met partijen gesproken over mediation, om het gesprek weer aan te gaan en om afspraken te maken over de verdere gang van zaken. Partijen hebben vervolgens aangegeven dat zij zich hiervoor willen inzetten en hebben besloten om zich tot een mediator te wenden. Het mediationbureau van de rechtbank zal partijen dan ook verwijzen naar de voor hen bekende mediator.

Gebleken is dat de kinderen klem zitten en door beide partijen negatief beïnvloed worden. Op dit moment hebben de kinderen weinig tot geen contact met hun moeder. De rechtbank is van oordeel dat voor het opstarten van een meer uitgebreide zorgregeling met de vrouw een herstelgesprek tussen de kinderen en de vrouw nodig is. Gelet op de omstandigheden acht de rechtbank het noodzakelijk dat bij dit herstelgesprek professionele begeleiding aanwezig is. Op de zitting is daarom met partijen gesproken over de mogelijkheid om hiervoor een bijzondere curator voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te benoemen. De rechtbank heeft L.F. Niemantsverdriet-Wensink bereid gevonden om als bijzondere curator voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op te treden. De bijzondere curator is onafhankelijk en zij moet [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vertegenwoordigen en hun belangen behartigen. Van de bijzondere curator wordt in dit verband verwacht dat zij een herstelgesprek tussen de kinderen en de vrouw gaat faciliteren. Daarnaast wordt van de bijzondere curator verwacht dat zij een opbouw in de omgang probeert te realiseren.

Het staat de bijzondere curator vrij om tussen partijen en de kinderen te bemiddelen en te proberen om tot een door hen allen gedragen oplossing te komen. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen hun volledige medewerking zullen verlenen en de bijzondere curator op haar eerste verzoek de gevraagde informatie zullen verstrekken en zullen reageren op uitnodigingen om met haar in gesprek te gaan.

De rechtbank verzoekt partijen hun telefoonnummer en e-mailadres zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval uiterlijk vóór 13 februari 2026, naar de bijzondere curator te sturen (naar het in het dictum van deze beschikking opgenomen e-mailadres).

De rechtbank verzoekt de bijzondere curator om uiterlijk op 15 mei 2026 schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen aan de rechtbank en de ouders in de nog op te starten bodemprocedure. De ouders kunnen als zij dat willen binnen twee weken reageren op het verslag.

Vooruitlopend op het herstelgesprek acht de rechtbank het in het belang van de kinderen dat er regelmatig contact is tussen hen en de vrouw. De rechtbank zal daarom bepalen dat er voorlopig op zaterdag van 12.00 uur tot 15.00 uur contact is tussen de kinderen en de vrouw. Als dit tijdstip vanwege sportverplichtingen van de kinderen niet haalbaar is, moeten partijen in onderling overleg een ander moment in het weekend bepalen waarop de kinderen gedurende drie uur bij de moeder kunnen zijn.

Eventuele uitbreiding van de voorlopige zorgregeling zal pas plaatsvinden na het herstelgesprek tussen de kinderen en de vrouw. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen met de mediator dan wel de bijzondere curator nadere afspraken hierover zullen maken.

Het meer of anders verzochte over de voorlopige zorgregeling zal de rechtbank afwijzen.

Voorlopige kinderalimentatie

De vrouw verzoekt een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 320,- per kind per maand vast te stellen. De man voert verweer en verzoekt zelfstandig een door de vrouw aan de man te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 217,- per kind per maand vast te stellen.

Nu de rechtbank de kinderen aan de man zal toevertrouwen, zal het verzoek van de vrouw worden afgewezen.

Ingangsdatum

De rechtbank acht het in het kader van deze voorlopige voorzieningenprocedure redelijk om de datum van de beschikking, 9 februari 2026, als ingangsdatum te hanteren.

Behoefte

Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] € 1.700,- per maand bedraagt in 2025.

Draagkracht vrouw

Partijen zijn het niet eens over draagkracht van de vrouw voor de voorlopige kinderalimentatie. Daarom zal de rechtbank de draagkracht van de vrouw berekenen.

De rechtbank zal rekenen met de tarieven van periode 2026-I.

De rechtbank zal de salarisspecificaties van de vrouw van september tot en met november 2025 als uitgangspunt nemen en rekening houden met:

  • salaris: € 4.279,11 bruto per maand;

  • vakantietoeslag;

  • eindejaarsuitkering: € 356,45 per maand;

  • premie pensioen: €483,01 per maand;

  • premie Arbeidsongeschiktheidspensioen: € 6,53 per maand;

  • inhouding Whk WGA-totaal: € 25,24 per maand.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:

  • de algemene heffingskorting;

  • de arbeidskorting.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen, berekent de rechtbank haar NBI in 2026 op € 3.396,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.

De rechtbank zal voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.365,-)] gebruiken. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan: 70% x [3396 – (0,3 x 3396+ 1365)] = € 708,- per maand.

Draagkracht man

Partijen zijn het niet eens over draagkracht van de man voor de voorlopige kinderalimentatie. Daarom zal de rechtbank de draagkracht van de man berekenen.

De rechtbank zal rekenen met de tarieven van periode 2026-I.

De rechtbank zal de salarisspecificaties van de man van augustus tot en met oktober 2025 als uitgangspunt nemen en rekening houden met:

  • salaris: € 3.584,80 bruto per maand;

  • inkomsten uit overwerk: € 1.275,- per maand;

  • belaste onkostenvergoeding: € 107,48 per maand;

  • vakantietoeslag;

  • eindejaarsuitkering: € 1.695,12 per jaar;

  • premie pensioen: € 279,92 per maand;

  • premie WGA-hiaat: € 10,32 per maand;

  • bijdrage PAWW: € 4,97 per maand;

  • bijdrage in de ziektekosten: € 32,39 per maand.

Het kindgebonden budget moet volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de desbetreffende ouder die het ontvangt, worden opgeteld. De rechtbank berekent het kindgebonden budget aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:

  • de algemene heffingskorting;

  • de arbeidskorting;

  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank zijn NBI in 2026 op € 4.603,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.

De rechtbank zal voor de berekening van zijn draagkracht dezelfde formule gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan: 70% x [4603 – (0,3 x 4603 + 1365)] = € 1.300,- per maand.


Zorgkorting

Tussen partijen is het te hanteren zorgkortingspercentage in geschil. De rechtbank gaat ervan uit dat er na het herstelgesprek tussen de kinderen en de vrouw een uitgebreidere zorgregeling dan nu is vastgesteld zal komen. Daarom acht de rechtbank het redelijk om een zorgkorting van 15% te hanteren.

De zorgkorting bedraagt dan € 255,- per maand (15% van € 1.700,-).

Draagkrachtvergelijking

De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 2.008,- per maand (€ 708,- + € 1.300,-). Dit is voldoende om in de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken waarbij de behoefte naar rato van ieders draagkracht zal worden verdeeld. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte.

Het eigen aandeel van de vrouw bedraagt: 708 / 2008 x 1700 = € 599,-

Het eigen aandeel van de man bedraagt: 1300 / 2008 x 1700 = € 1.101,-

samen € 1.700,-

Van de totale behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] komt een gedeelte van € 1.101,- per maand, wat neerkomt op € 550,50 per maand per kind voor rekening van de man. Een gedeelte van

€ 599,- per maand, wat neerkomt op € 299,50 per maand per kind komt voor rekening van de vrouw.

Rekening houdend met de zorgkorting van € 255,- per maand moet de vrouw aan de man een voorlopige kinderalimentatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] betalen van (599 – 255 =) € 344,- per maand, wat neerkomt op € 172,- per kind per maand.

Conclusie

De rechtbank zal bepalen dat de vrouw aan de man, met ingang van 9 februari 2026, een voorlopige kinderalimentatie moet betalen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 344,- per maand. De rechtbank zal het meer of anders verzochte over de voorlopige kinderalimentatie afwijzen.

Aanhechten berekeningen

De rechtbank heeft een berekening gemaakt van de draagkracht van partijen. Deze berekening is aan de beschikking gehecht en maakt daarvan onderdeel uit.

Proceskosten

Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarigen:

  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] ;

  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] ,

aan de man zullen worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat de man bij uitsluiting van de vrouw gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning in [adres 1] ;

*

verwijst partijen naar een door hen in samenspraak met het mediationbureau van de rechtbank aan te wijzen mediator om te trachten hun geschil door middel van mediation tot een oplossing te brengen;

*

benoemt – met inachtneming van wat in het lichaam van deze beschikking is overwogen – over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot bijzondere curator:

mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink

[adres 2]

[e-mailadres]

[telefoonnummer] ;

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator zal toesturen;

bepaalt dat partijen zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval vóór 13 februari 2026, hun contactgegevens aan de bijzondere curator moeten doorgeven via de e-mail;

bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk op 15 mei 2026 schriftelijk verslag moet hebben uitgebracht aan de rechtbank in de nog te starten bodemprocedure, met gelijktijdige kopie aan (de advocaten van) partijen;

bepaalt dat de advocaten van partijen binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie moet aan de rechtbank, aan de bijzondere curator en aan de andere ouder worden toegezonden;

*

bepaalt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig bij de vrouw zullen zijn elke zaterdag van 12.00 uur tot 15.00 uur;

*

bepaalt dat de vrouw aan de man, met ingang van 6 februari 2026, voorlopig een kinderalimentatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moet betalen van € 344,- per maand, wat neerkomt op € 172,- per kind per maand;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 9 februari 2026.

Rechtspraak.nl
×
Ga nu naar Overzicht wetten - Ga naar wetsartikel:

Wetten, regelgeving en verdragen

Geen wetnummer opgegeven.

Wetten en regelgeving

Verdragen en uitvoeringswetten

Beschikbare Officiële bekendmakingen in de kennisbank:

Informatie

Wanneer er op een icoon is geklikt in een Artikel, dan kan hier extra informatie komen te staan.
Lexicon
BRONNEN


© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733