Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht in deze voorlopige voorzieningenprocedure en zal Nederlands recht toepassen.
Toevertrouwing
Beide partijen hebben de rechtbank verzocht om de kinderen aan hen toe te vertrouwen.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat tussen partijen een hoop is gebeurd, de emoties nog hoog oplopen en de kinderen ertussenin zitten. Verder is gebleken dat de vrouw vrij expliciete naaktfoto’s van zichzelf heeft gemaakt en de kinderen deze foto’s hebben gezien. Uit het gesprek met de kinderen is gebleken dat dit voor de kinderen erg heftig is geweest.
De kinderen hebben de afgelopen tweeënhalve maand bij de man gewoond en hebben af en toe contact met de vrouw gehad. In het licht van alles wat er momenteel speelt, acht de rechtbank het niet in het belang van de kinderen om hun situatie nu ingrijpend te wijzigen. Daarom zal de rechtbank de kinderen aan de man toevertrouwen. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de man om de kinderen aan hem toe te vertrouwen zal toewijzen, onder afwijzing van het verzoek van de vrouw.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
Beide partijen hebben de rechtbank verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hen toe te kennen. Daarom zal de rechtbank een belangenafweging maken.
De rechtbank overweegt als volgt. Zoals hiervoor overwogen worden de kinderen aan de man toevertrouwd. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij in de echtelijke woning kunnen blijven wonen, zodat zij in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven. De rechtbank betrekt bij haar oordeel ook dat de vrouw heeft aangegeven bij haar broer in Den Haag te verblijven. Hoewel de rechtbank begrijpt dat deze situatie niet ideaal is, heeft de vrouw een tijdelijke woonruimte waar zij kan verblijven.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de man om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hem toe te kennen toewijzen, onder afwijzing van het verzoek van de vrouw.
Het verzoek van de man om daarbij te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij immers ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen.
Voorlopige zorgregeling
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank gebleken dat de communicatie tussen partijen ernstig is verstoord en zij elkaar op negatieve wijze benaderen. Beide partijen betrekken de kinderen hier ook bij. De rechtbank acht dit schadelijk voor de kinderen. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de emoties bij beide partijen hoog oplopen, drukt zij hen op het hart de kinderen buiten de strijd te houden en hen niet te betrekken bij zaken die tussen partijen spelen. Op de zitting is met partijen gesproken over mediation, om het gesprek weer aan te gaan en om afspraken te maken over de verdere gang van zaken. Partijen hebben vervolgens aangegeven dat zij zich hiervoor willen inzetten en hebben besloten om zich tot een mediator te wenden. Het mediationbureau van de rechtbank zal partijen dan ook verwijzen naar de voor hen bekende mediator.
Gebleken is dat de kinderen klem zitten en door beide partijen negatief beïnvloed worden. Op dit moment hebben de kinderen weinig tot geen contact met hun moeder. De rechtbank is van oordeel dat voor het opstarten van een meer uitgebreide zorgregeling met de vrouw een herstelgesprek tussen de kinderen en de vrouw nodig is. Gelet op de omstandigheden acht de rechtbank het noodzakelijk dat bij dit herstelgesprek professionele begeleiding aanwezig is. Op de zitting is daarom met partijen gesproken over de mogelijkheid om hiervoor een bijzondere curator voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te benoemen. De rechtbank heeft L.F. Niemantsverdriet-Wensink bereid gevonden om als bijzondere curator voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op te treden. De bijzondere curator is onafhankelijk en zij moet [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vertegenwoordigen en hun belangen behartigen. Van de bijzondere curator wordt in dit verband verwacht dat zij een herstelgesprek tussen de kinderen en de vrouw gaat faciliteren. Daarnaast wordt van de bijzondere curator verwacht dat zij een opbouw in de omgang probeert te realiseren.
Het staat de bijzondere curator vrij om tussen partijen en de kinderen te bemiddelen en te proberen om tot een door hen allen gedragen oplossing te komen. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen hun volledige medewerking zullen verlenen en de bijzondere curator op haar eerste verzoek de gevraagde informatie zullen verstrekken en zullen reageren op uitnodigingen om met haar in gesprek te gaan.
De rechtbank verzoekt partijen hun telefoonnummer en e-mailadres zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval uiterlijk vóór 13 februari 2026, naar de bijzondere curator te sturen (naar het in het dictum van deze beschikking opgenomen e-mailadres).
De rechtbank verzoekt de bijzondere curator om uiterlijk op 15 mei 2026 schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen aan de rechtbank en de ouders in de nog op te starten bodemprocedure. De ouders kunnen als zij dat willen binnen twee weken reageren op het verslag.
Vooruitlopend op het herstelgesprek acht de rechtbank het in het belang van de kinderen dat er regelmatig contact is tussen hen en de vrouw. De rechtbank zal daarom bepalen dat er voorlopig op zaterdag van 12.00 uur tot 15.00 uur contact is tussen de kinderen en de vrouw. Als dit tijdstip vanwege sportverplichtingen van de kinderen niet haalbaar is, moeten partijen in onderling overleg een ander moment in het weekend bepalen waarop de kinderen gedurende drie uur bij de moeder kunnen zijn.
Eventuele uitbreiding van de voorlopige zorgregeling zal pas plaatsvinden na het herstelgesprek tussen de kinderen en de vrouw. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen met de mediator dan wel de bijzondere curator nadere afspraken hierover zullen maken.
Het meer of anders verzochte over de voorlopige zorgregeling zal de rechtbank afwijzen.
Voorlopige kinderalimentatie
De vrouw verzoekt een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 320,- per kind per maand vast te stellen. De man voert verweer en verzoekt zelfstandig een door de vrouw aan de man te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 217,- per kind per maand vast te stellen.
Nu de rechtbank de kinderen aan de man zal toevertrouwen, zal het verzoek van de vrouw worden afgewezen.
Ingangsdatum
De rechtbank acht het in het kader van deze voorlopige voorzieningenprocedure redelijk om de datum van de beschikking, 9 februari 2026, als ingangsdatum te hanteren.
Behoefte
Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] € 1.700,- per maand bedraagt in 2025.
Draagkracht vrouw
Partijen zijn het niet eens over draagkracht van de vrouw voor de voorlopige kinderalimentatie. Daarom zal de rechtbank de draagkracht van de vrouw berekenen.
De rechtbank zal rekenen met de tarieven van periode 2026-I.
De rechtbank zal de salarisspecificaties van de vrouw van september tot en met november 2025 als uitgangspunt nemen en rekening houden met:
Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen, berekent de rechtbank haar NBI in 2026 op € 3.396,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
De rechtbank zal voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.365,-)] gebruiken. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan: 70% x [3396 – (0,3 x 3396+ 1365)] = € 708,- per maand.
Draagkracht man
Partijen zijn het niet eens over draagkracht van de man voor de voorlopige kinderalimentatie. Daarom zal de rechtbank de draagkracht van de man berekenen.
De rechtbank zal rekenen met de tarieven van periode 2026-I.
De rechtbank zal de salarisspecificaties van de man van augustus tot en met oktober 2025 als uitgangspunt nemen en rekening houden met:
Het kindgebonden budget moet volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de desbetreffende ouder die het ontvangt, worden opgeteld. De rechtbank berekent het kindgebonden budget aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens.
Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank zijn NBI in 2026 op € 4.603,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
De rechtbank zal voor de berekening van zijn draagkracht dezelfde formule gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan: 70% x [4603 – (0,3 x 4603 + 1365)] = € 1.300,- per maand.
Zorgkorting
Tussen partijen is het te hanteren zorgkortingspercentage in geschil. De rechtbank gaat ervan uit dat er na het herstelgesprek tussen de kinderen en de vrouw een uitgebreidere zorgregeling dan nu is vastgesteld zal komen. Daarom acht de rechtbank het redelijk om een zorgkorting van 15% te hanteren.
De zorgkorting bedraagt dan € 255,- per maand (15% van € 1.700,-).
Draagkrachtvergelijking
De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 2.008,- per maand (€ 708,- + € 1.300,-). Dit is voldoende om in de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken waarbij de behoefte naar rato van ieders draagkracht zal worden verdeeld. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte.
Het eigen aandeel van de vrouw bedraagt: 708 / 2008 x 1700 = € 599,-
Het eigen aandeel van de man bedraagt: 1300 / 2008 x 1700 = € 1.101,-
samen € 1.700,-
Van de totale behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] komt een gedeelte van € 1.101,- per maand, wat neerkomt op € 550,50 per maand per kind voor rekening van de man. Een gedeelte van
€ 599,- per maand, wat neerkomt op € 299,50 per maand per kind komt voor rekening van de vrouw.
Rekening houdend met de zorgkorting van € 255,- per maand moet de vrouw aan de man een voorlopige kinderalimentatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] betalen van (599 – 255 =) € 344,- per maand, wat neerkomt op € 172,- per kind per maand.
Conclusie
De rechtbank zal bepalen dat de vrouw aan de man, met ingang van 9 februari 2026, een voorlopige kinderalimentatie moet betalen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 344,- per maand. De rechtbank zal het meer of anders verzochte over de voorlopige kinderalimentatie afwijzen.
Aanhechten berekeningen
De rechtbank heeft een berekening gemaakt van de draagkracht van partijen. Deze berekening is aan de beschikking gehecht en maakt daarvan onderdeel uit.
Proceskosten
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarigen:
aan de man zullen worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de man bij uitsluiting van de vrouw gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning in [adres 1] ;
*
verwijst partijen naar een door hen in samenspraak met het mediationbureau van de rechtbank aan te wijzen mediator om te trachten hun geschil door middel van mediation tot een oplossing te brengen;
*
benoemt – met inachtneming van wat in het lichaam van deze beschikking is overwogen – over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot bijzondere curator:
mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink
[adres 2]
[e-mailadres]
[telefoonnummer] ;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator zal toesturen;
bepaalt dat partijen zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval vóór 13 februari 2026, hun contactgegevens aan de bijzondere curator moeten doorgeven via de e-mail;
bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk op 15 mei 2026 schriftelijk verslag moet hebben uitgebracht aan de rechtbank in de nog te starten bodemprocedure, met gelijktijdige kopie aan (de advocaten van) partijen;
bepaalt dat de advocaten van partijen binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie moet aan de rechtbank, aan de bijzondere curator en aan de andere ouder worden toegezonden;
*
bepaalt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig bij de vrouw zullen zijn elke zaterdag van 12.00 uur tot 15.00 uur;
*
bepaalt dat de vrouw aan de man, met ingang van 6 februari 2026, voorlopig een kinderalimentatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moet betalen van € 344,- per maand, wat neerkomt op € 172,- per kind per maand;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 9 februari 2026.