Essentie (gemaakt door AI)
Erfrecht. Verzoek van moeder om machtiging om namens minderjarige de nalatenschap van de overledene te verwerpen (artikel 4:193 lid 1 BW). Minderjarige woont in Polen. Bevoegdheid ontleend aan art. 16 lid 3 Brussel II-ter omdat het een in Nederland opengevallen nalatenschap betreft en voor verwerping een machtiging nodig is. Nederlands recht van toepassing via HKV 1996. Machtiging wordt verleend; nalatenschap is negatief. Verplichting tot inschrijving verwerping binnen twee maanden; daarna vervalt de machtiging.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 02-11-2026 |
| Zaaknummer | 12395404 VZ VERZ 26-170 |
| Procedure | Beschikking |
| Zittingsplaats | Dordrecht |
| Rechtsgebieden | Civiel recht |
| Trefwoorden | Erfrecht; IPR familierecht |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Erfrecht. Verzoek om een machtiging om een nalatenschap namens een minderjarige te mogen verwerpen (artikel 4:193 lid 1 BW) . Minderjarige woont in Polen. De kantonrechter ontleent de bevoegdheid om van het verzoek kennis te nemen aan artikel 16 lid 3 van de Brussel II ter verordening.Volledige uitspraak
Locatie Dordrecht
zaaknummer: 12395404 VZ VERZ 26-170
datum uitspraak: 29 oktober 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster] ,
woonplaats: [woonplaats 1] (Polen),
verzoekster,
die zelf procedeert.
1De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- het verzoekschrift, ontvangen op 28 augustus 2026, met bijlagen.
2De beoordeling
Verzoekster is de moeder en wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1] .
De minderjarige is erfgenaam in de nalatenschap van [de overledene] , geboren op [geboortedatum 2] 1981 te [geboorteplaats 2] (Polen), overleden op [datum] 2026 te [plaats] (hierna: de overledene). De laatste woonplaats van de overledene was [woonplaats 2] . Verzoekster vraagt toestemming (machtiging) aan de kantonrechter om namens de minderjarige de nalatenschap van de overledene te mogen verwerpen (artikel 4:193 lid 1 BW) .
De minderjarige heeft zijn gewone verblijfplaats niet in Nederland, maar in Polen. De zaak heeft daarmee een internationaal karakter. Daarom moet de kantonrechter eerst beoordelen of hij bevoegd is over dit verzoek te beslissen.
Het verzoek tot een machtiging voor het verwerpen van een nalatenschap namens een minderjarige is een kwestie van ouderlijke verantwoordelijkheid. Omdat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft in een land dat behoort tot de Europese Unie, is de Brussel II ter verordening
1 van toepassing.
De kantonrechter is op grond van artikel 16 lid 3 van de Brussel II ter verordening bevoegd kennis te nemen van het verzoek. Het gaat namelijk om een in Nederland opengevallen nalatenschap en in Nederland is voor de verwerping van een nalatenschap namens een minderjarige een machtiging van de kantonrechter nodig (artikel 4:193 lid 1 BW) .
De kantonrechter in Den Haag is relatief bevoegd kennis te nemen van het verzoek. De kantonrechter leidt uit het feit dat verzoekster het verzoek heeft ingediend bij de kantonrechter in Rotterdam, locatie Dordrecht, af dat zij geen verwijzing wenst naar de relatief bevoegde kantonrechter (artikel 270 lid 1 Rv) . De kantonrechter zal het verzoek daarom inhoudelijk beoordelen.
De vraag welk recht in dit geval moet worden toegepast moet worden beantwoord aan de hand van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Op grond van artikel 15 lid 1 van dit verdrag geldt dat Nederlands recht van toepassing is als de Nederlandse rechter bevoegd is. De kantonrechter zal daarom het Nederlandse recht toepassen.
De kantonrechter zal de gevraagde toestemming verlenen, omdat verzoekster voldoende heeft aangetoond dat de nalatenschap van de overledene negatief is. Het is daarom in het belang van de minderjarige om de gevraagde toestemming te verlenen.
De kantonrechter wijst verzoekster nog op het volgende.
Met het verlenen van de gevraagde toestemming heeft de minderjarige de nalatenschap nog niet verworpen. Verzoekster moet zelf de verklaring tot verwerping
2 laten inschrijven in het boedelregister van de bevoegde rechtbank. Het gaat in dit geval om de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, omdat de overledene binnen het werkgebied van die rechtbank het laatst woonde. Daarbij moet verzoekster (een kopie van) deze beschikking overleggen. De kantonrechter geeft verzoekster een termijn van twee maanden na de datum van deze beschikking om de verwerping te laten inschrijven. Als verzoekster de verklaring tot verwerping niet binnen twee maanden na de datum van deze beschikking laat inschrijven in het boedelregister, dan geldt deze machtiging niet meer. Verzoekster zal de nalatenschap dan niet meer namens de minderjarige kunnen verwerpen. De nalatenschap geldt dan als beneficiair aanvaard door de minderjarige. De minderjarige is in dat geval wel erfgenaam, maar niet met zijn eigen vermogen aansprakelijk voor eventuele schulden van de nalatenschap.
3De beslissing
De kantonrechter:
machtigt verzoekster om namens de minderjarige [minderjarige] de nalatenschap van de overledene te verwerpen;
draagt verzoekster op om binnen twee maanden na de datum van deze beschikking een verklaring tot verwerping (schriftelijk) in te dienen dan wel (mondeling) af te leggen bij de griffier van de rechtbank van de laatste woonplaats van de overledene, zijnde de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht;
bepaalt dat deze machtiging nadat deze twee maanden zijn verstreken niet meer geldt.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken.
31688
Verordening (EU) 2019/1111 van de Raad van Europa van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering.
Te vinden op www.rechtspraak.nl.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
