Essentie (gemaakt door AI)
Voorlopige voorzieningen waarin de man verzoekt om toevertrouwing van de kinderen, een zorgregeling ten gunste van de vrouw en exclusief gebruik van de echtelijke huurwoning. Vlak voor de zitting bericht de man intrekking, maar zonder advocaat kan hij zijn verzoeken niet intrekken. De rechtbank wijst de verzoeken af wegens gebrek aan belang. De vrouw heeft geen zelfstandige verzoeken. Raad en GI uiten zorgen; verzoek tot (voortzetting) ondertoezichtstelling zal separaat worden behandeld.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 30-10-2026 |
| Zaaknummer | C/16/613724 / FL RK 26-762 |
| Procedure | Beschikking |
| Zittingsplaats | Almere |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Familieprocesrecht |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Voorlopige voorzieningen. De man kan zijn verzoeken niet intrekken zonder advocaat. De verzoeken worden daarom afgewezen wegens een gebrek aan belang daarbij.Volledige uitspraak
Familierecht
locatie Almere
zaaknummer: C/16/613724 / FL RK 26-762
Voorlopige voorzieningen
Beschikking van 1 oktober 2026
in de zaak van:
[de man] ,
wonend in [plaats] ,
hierna te noemen: de man,
tegen
[de vrouw] ,
wonend in [plaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. J.M.M. Pater.
1De procedure
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
- het verzoekschrift van de man, ingediend door zijn voormalig advocaat
mr. S. Flantua en binnengekomen op 25 juni 2026;
-
het verweerschrift (met bijlage) van de vrouw, binnengekomen op 3 september 2026;
-
een email van de man, binnengekomen op 17 september 2026.
De advocaat van de man heeft zich op 25 augustus 2026 onttrokken. Er heeft zich geen nieuwe advocaat gesteld.
De verzoeken zijn behandeld tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van
17 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de advocaat van de vrouw;
-
[A.] en [B.] namens de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland (hierna te noemen de GI);
-
[C.] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen de Raad).
De rechtbank heeft aan de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , de hierna vermelde kinderen van partijen, niet gevraagd wat zij van de verzoeken vinden. De rechtbank doet dat alleen bij kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.
2Waar deze procedure over gaat
Partijen zijn met elkaar getrouwd.
Partijen hebben samen twee kinderen:
-
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1] ;
-
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats 2] .
De man vraagt de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen. Dat zijn tijdelijke maatregelen die gelden voor de duur van de echtscheidingsprocedure.
De man verzoekt de rechtbank om:
-
te bepalen dat de kinderen aan de man worden toevertrouwd;
-
te bepalen dat de kinderen wekelijks op maandag, woensdag en zaterdag bij de vrouw verblijven van 14:30 uur (uit school/opvang en tijdens vakanties of school/opvang vrije dagen vanuit de voormalige echtelijke huurwoning tot 17:30 uur, waarbij de vrouw, die beschikt over een auto, voor het halen en brengen van de kinderen zal zorgdragen;
-
te bepalen dat de man met uitsluiting van de vrouw gerechtigd is tot het gebruik van de voormalige echtelijke huurwoningwoning aan het adres [adres] ( [postcode] ) te [plaats] .
De vrouw is het niet eens met de verzoeken van de man en verzoekt de rechtbank om deze af te wijzen.
3De beoordeling
De man heeft de rechtbank vlak voor de zitting bericht dat hij zijn verzoeken intrekt. De omstandigheden zijn sinds de indiening van het verzoekschrift namelijk zodanig gewijzigd dat de verzochte voorlopige voorzieningen niet meer aan de orde zijn. Ook tijdens de zitting heeft de rechtbank geconstateerd dat de situatie van partijen inmiddels veranderd is. De huurovereenkomst van de voormalig echtelijke woning liep af waardoor de man niet meer over een woning beschikt. De vrouw heeft wel een andere woning gekregen en verblijft daar nu met de kinderen. De man heeft bij de vrouw thuis omgang met de kinderen.
De man kan echter formeel zijn verzoeken niet intrekken, omdat hij geen advocaat meer heeft. De rechtbank zal de verzoeken van de man daarom afwijzen wegens gebrek aan belang daarbij. De vrouw heeft geen zelfstandige verzoeken gedaan zodat de rechtbank daar niet over hoeft te beslissen.
De rechtbank merkt verder nog op dat de Raad en de GI zorgen hebben over de kinderen en weinig zicht krijgen op het gezin. De voorlopige ondertoezichtstelling loopt bijna af, maar de Raad heeft een verzoek ingediend om de kinderen onder toezicht te stellen. Dat verzoek zal op korte termijn behandeld worden.
4De beslissing
voor de duur van de echtscheidingsprocedure
De rechtbank wijst de verzoeken van de man af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. D. van Bloemendaal, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. L. de Kroon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
