Essentie (gemaakt door AI)
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag. Het hof oordeelt dat ouders niet in staat zijn tot gezamenlijke gezagsuitoefening en dat klemcriterium en noodzaakwijziging aanwezig zijn; gezag blijft exclusief bij moeder. Vader’s voorstel voor zakelijke e‑mailafstemming is onvoldoende. Informatieregeling blijft uitgangspunt voor betrokkenheid vader. Ouders bereiken in hoger beroep overeenstemming over omgang; hof vernietigt omgangsbeslissing en legt een tweewekelijkse omgang met de jongsten vast, buiten vaders thuissituatie.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 26-10-2026 |
| Zaaknummer | 200.369.042 |
| Procedure | Hoger beroep |
| Zittingsplaats | Arnhem |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Kinderen; Gezag |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag. Overeenstemming omgangsregelingVolledige uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.369.042
(zaaknummer rechtbank Gelderland 457292)
beschikking van 8 oktober 2026
in de zaak van
[vader] (de vader)
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. K. van der Bijl
en
[moeder]
(de moeder)
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. I. Lieberwerth
en
de raad voor de kinderbescherming (de raad)
als adviseur van het gerechtshof
1Samenvatting
De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft het gezamenlijk gezag van de ouders over de vier kinderen beëindigd en bepaald dat het gezag over de kinderen voortaan wordt uitgeoefend door de moeder. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom. Daarnaast hebben de ouders overeenstemming bereikt over de omgangsregeling tussen de vader en de kinderen. Het hof legt die overeenstemming op verzoek van de ouders vast in deze beschikking.
2De feiten
De vader en de moeder zijn de ouders van:
- [minderjarige1] , geboren [in] 2009
- [minderjarige2] , geboren [in] 2012
- [minderjarige3] , geboren [in] 2013 en
- [minderjarige4] , geboren [in] 2016.
Het huwelijk van de ouders is op 27 maart 2019 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 18 december 2018 in de registers van de burgerlijke stand.
De ouders waren tot aan de bestreden beschikking gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.
De ouders hebben met elkaar afspraken gemaakt over de verzorging en opvoeding van de kinderen. Deze afspraken zijn neergelegd in een ouderschapsplan, dat door de ouders is ondertekend op 18 september 2018 en dat is gehecht aan en onderdeel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking. De ouders zijn in het ouderschapsplan - onder meer - overeengekomen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben. Ook zijn zij de volgende regeling ter verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) overeengekomen:
"Met ingang van de datum dat de vader een eigen woning heeft waarin hij de kinderen kan ontvangen zullen de kinderen naast het omgangsweekend in de andere week vanaf donderdagmiddag 17.00 uur tot en met vrijdagmiddag 17.00 uur bij de vader zijn. De dinsdagavond vervalt dan."
De ouders hebben ook afspraken gemaakt en vastgelegd over de verdeling van de vakanties en feestdagen.
3De procedure bij de rechtbank
De moeder heeft de rechtbank verzocht het gezag over de kinderen te beëindigen en te bepalen dat het gezag voortaan alleen aan haar toekomt.
De vader heeft de rechtbank verzocht de zorgregeling te wijzigen en een zorgregeling vast te stellen zoals door hem verzocht.
De rechtbank heeft het gezamenlijk gezag van de ouders beëindigd en bepaald dat het gezag over de kinderen voortaan wordt uitgeoefend door de moeder. Daarnaast heeft de rechtbank een gewijzigde omgangsregeling vastgesteld.
Die beslissingen zijn vastgelegd in een beschikking van 26 februari 2026.
4De procedure bij het hof
De vader is het niet eens met de beslissingen van de rechtbank. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank over de beëindiging van zijn gezag ongedaan maakt en het verzoek van de moeder tot beëindiging van het gezamenlijk gezag alsnog afwijst.
De moeder is het wel eens met de beslissing van de rechtbank over het gezag. Zij wil dat het hof die beslissing van de rechtbank in stand laat.
Tijdens de zitting bij het hof hebben de ouders overeenstemming bereikt over het contact tussen de vader en de kinderen. De ouders hebben het hof verzocht die overeenstemming in een beschikking vast te leggen.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
-
het beroepschrift ontvangen op 15 mei 2026
-
het verweerschrift
-
de stukken van de vader ingediend op 3 september 2026
-
de stukken van de moeder ingediend op 4 september 2026
-
de spreekaantekeningen van de advocaat van de moeder
De kinderen hebben ieder een brief geschreven. Zij hebben verteld wat zij vinden over het gezag en het contact met de vader.
De zitting bij het hof was op 15 september 2026. Aanwezig waren:
-
de vader met zijn advocaat
-
de moeder met haar advocaat
-
een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming
Een stagiaire van de advocaat van de vader heeft de zitting met bijzondere toestemming als toehoorder bijgewoond.
5Het oordeel van het hof
Het (gezamenlijk) gezag
Wat staat in de wet?
De rechter kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing op grond waarvan het gezamenlijk gezag is ontstaan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
1
Hoe oordeelt het hof?
Het hof is net als de rechtbank van oordeel dat het gezamenlijk gezag van de ouders moet worden beëindigd en dat de moeder alleen belast moet worden met het ouderlijk gezag. Die beslissing van de rechtbank zal dan ook in stand blijven (worden bekrachtigd).
In de bestreden beschikking heeft de rechtbank – kort samengevat – het volgende overwogen over het gezag.
De rechtbank stelt voorop dat voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen die van belang zijn voor hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, of tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de kinderen kunnen voordoen. De ouders zijn hier niet toe in staat. Het lukt de ouders niet om (zonder strijd en vertraging) in het belang van de kinderen afspraken over de kinderen te maken. In het verleden is bij bepaalde beslissingen tussenkomst van de rechtbank en hulpverlening nodig geweest om te komen tot een gezagsbeslissing en op het moment van het voeren van de procedure bij de rechtbank deed zich opnieuw een soortgelijke situatie voor waarbij partijen niet in staat bleken om gezamenlijk gezag uit te oefenen. De moeder heeft onbetwist gesteld dat [minderjarige1] , [minderjarige3] en [minderjarige4] kampen met kind-eigen problematiek, waardoor er over hen meer dan gemiddeld gezagsbeslissingen moeten worden genomen. Gelet op het voorgaande is sprake van een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders nu het nemen van gezamenlijke beslissingen zo moeizaam verloopt. De rechtbank overweegt verder dat de ouders al meermaals hulpverlening zijn aangegaan ter verbetering van hun onderlinge verstandhouding en communicatie, maar dit niet hebben afgerond. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er niet binnen afzienbare tijd verbetering in de situatie te verwachten valt. Daar komt bij dat een wijziging van het gezag ook om andere redenen in het belang van de kinderen noodzakelijk is. In dat kader overweegt de rechtbank dat er sinds december 2023 slechts sporadisch en uitsluitend op initiatief van de kinderen (fysiek) contact plaatsvindt tussen de vader en de kinderen. De vader vervult sindsdien geen actieve rol meer in de verzorging en opvoeding van de kinderen en de vader verzuimt inhoud te geven aan zijn rol als gezaghebbende ouder door niet aanwezig te zijn bij gesprekken met betrokken hulpverleners en/of de school van de kinderen. Als gevolg hiervan heeft de vader onvoldoende zicht op de ontwikkeling van de kinderen en wat zij nodig hebben, zodat de vader niet (meer) in staat is om in hun belang beslissingen over de kinderen te nemen.
Het hof kan zich vinden in deze door de rechtsbank gegeven motivering. Het hof neemt die motivering na eigen onderzoek over en voegt daar het volgende aan toe.
Zoals de rechtbank heeft overwogen waren de ouders in het verleden niet in staat om zonder strijd en vertraging samen beslissingen te nemen, waardoor er een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders. Uit de stukken en wat tijdens de zitting is besproken blijkt dat die situatie sinds de bestreden beschikking niet is veranderd. De ouders hebben zich in de afgelopen periode niet ingezet om de onderlinge communicatie te verbeteren. Er is nog steeds sprake van moeizame communicatie tussen de ouders. Zo blijkt uit de overgelegde communicatie over de omgang en het opvragen van de doopbewijzen van de kinderen dat de communicatie tussen de ouders te wensen overlaat en voor ruis zorgt. Daar komt bij dat de ouders tijdens de mondelinge behandeling hebben laten weten dat de communicatie tussen hen minimaal is. Zoals de raad tijdens de zitting heeft benadrukt is de inzet van de ouders niet (geweest) om te werken aan de onderlinge communicatie, zodat het ook niet te verwachten is dat er binnen afzienbare tijd voldoende verbetering in de situatie zal komen.
Het voorstel van de vader om – kort weergegeven – de communicatie over gezagsbeslissingen in de toekomst uitsluitend zakelijk en op hoofdlijnen via mail te laten plaatsvinden, waarbij de vader de te nemen beslissingen niet blokkeert als deze worden gedragen door school, arts of andere professionals én aansluiten bij de behoefte van het kind, maakt het voorgaande niet anders. Dit voorstel is naar het oordeel van het hof onvoldoende om daadwerkelijk invulling te geven aan het gezamenlijk gezag, waarbij het juist van belang is dat ouders met elkaar in gesprek kunnen gaan over welke beslissing in het belang van het kind is of om daar afspraken over te maken, ook zonder dat tussenkomst of advies van een professional daarbij (telkens) nodig is.
Het hof is het daarnaast met de rechtbank eens dat het ook anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat de moeder alleen belast is met het gezag. Hoewel het positief is dat er sinds de bestreden beschikking contact is geweest tussen de vader en met name de twee jongste kinderen, is dat op dit moment onvoldoende om hem in staat te stellen om beslissingen in het belang van de kinderen te nemen.
De vader heeft nog benadrukt dat hij het belangrijk vindt om betrokken te blijven in het leven van de kinderen. In dat kader merkt het hof op dat de moeder de plicht heeft om de vader over de kinderen te informeren, ook nu zij alleen het gezag heeft. In dat kader heeft de rechtbank in de bestreden beschikking ook een informatieregeling vastgesteld. Op die manier blijft de vader betrokken bij het leven van de kinderen.
De omgangsregeling
Tijdens de zitting hebben de ouders overeenstemming bereikt over de omgangsregeling en het hof verzocht die overeenstemming in een beschikking vast te leggen.
De ouders hebben afgesproken dat de vader de jongste twee kinderen eenmaal per vier weken op de zaterdag gedurende de hele dag en daarnaast eenmaal per vier weken op een donderdag- of vrijdagavond van einde middag tot einde avond ziet, zodat er (om en nabij) om de twee weken contact is tussen de vader en [minderjarige3] en [minderjarige4] . Daarbij geldt dat de oudste twee kinderen altijd welkom zijn om aan te sluiten bij die regeling. Daarnaast is afgesproken dat het contact met de kinderen niet bij de vader in de thuissituatie zal plaatsvinden en dat op het moment dat de kinderen er in de toekomst klaar voor zijn, dat er contact is bij de vader thuis en de moeder daar dan welwillend tegenover staat. De vader zal de omgang met de kinderen afstemmen (de tijden, waar de omgang zal plaatsvinden en (grofweg) wat tijdens de omgang zal worden gedaan). Over de afstemming met [minderjarige4] hebben de ouders afgesproken dat die plaatsvindt door het sturen van een aan [minderjarige4] gericht bericht naar de telefoon of het mailadres van de moeder. Uitgangspunt is dat deze omgangsregeling de eerste zaterdag van oktober begint, rekening houdende met de wensen van de kinderen. Ten slotte is besproken dat er bij bijzondere momenten ook naast deze twee maandelijkse momenten contact kan zijn tussen de vader en de kinderen.
Het hof leidt uit het voorgaande af dat de ouders hun verzoeken in hoger beroep dienovereenkomstig hebben gewijzigd. Gelet hierop zal het hof de bestreden beschikking vernietigen voor wat betreft de daarin vastgestelde omgangsregeling en beslissen als volgt.
De proceskosten
Het hof ziet geen aanleiding om de vader in de proceskosten van het hoger beroep te veroordelen, zoals door de moeder is verzocht.
Gelet op de familierechtelijke aard van de procedure zal het hof de proceskosten in hoger beroep compenseren. Dat betekent dat iedere ouder de eigen kosten draagt.
6De beslissing
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 26 februari 2026 ten aanzien van de beslissing over het ouderlijk gezag;
vernietigt de beschikking van rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 26 februari 2026 ten aanzien van de beslissing over de omgangsregeling en beslist:
wijzigt het op 18 september 2018 door de ouders ondertekende ouderschapsplan, dat is gehecht aan en onderdeel uitmaakt van de beschikking van de rechtbank Gelderland van 18 december 2018 en stelt de volgende omgangsregeling vast:
[minderjarige3] en [minderjarige4] zullen eenmaal per vier weken op de zaterdag gedurende de hele dag en daarnaast eenmaal per vier weken op een donderdag of vrijdagavond van einde middag tot einde avond omgang hebben met de vader, waarbij geldt dat [minderjarige1] en [minderjarige2] altijd welkom zijn om daarbij aan te sluiten en het contact niet bij de vader in de thuissituatie zal plaatsvinden. De vader zal de omgang met de kinderen afstemmen, met inachtneming van hetgeen in rechtsoverweging 5.10. is opgenomen;
verklaart deze beschikking voor wat betreft de beslissingen onder 6.2. en 6.3. uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, J.U.M. van der Werff en A.T. Bol, bijgestaan door mr. M.A. Mertens als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2026.
Artikel 1:253n BW
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
