Essentie (gemaakt door AI)
Zaak over bewind en inzage BEM-rekening van minderjarige waarin, gelet op gezamenlijk gezag art. 1:253i BW, is toegewezen dat moeder als mede wettelijk vertegenwoordiger bij de bank wordt geregistreerd en volledige inzage in de BEM-rekening krijgt. Verzoek moeder tot bevestiging van beheer volgens wet wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. Verzoek vader om verlenging BEM-clausule tot 20 jaar wordt toegewezen wegens belangen kind, eerdere onrechtmatige opname door moeder, signalen schooluitval en omvang vermogen. Meer of anders afgewezen.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 20-10-2026 |
| Zaaknummer | 11989225 \ VZ VERZ 25-7045 |
| Procedure | Beschikking |
| Zittingsplaats | Rotterdam |
| Rechtsgebieden | Civiel recht |
| Trefwoorden | |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Verzoek moeder om registratie als mede wettelijk vertegenwoordiger bij de bank en om inzage te krijgen in de BEM-rekening toegewezen. Verzoek vader om BEM-clausule te verlengen tot 20 jaar ook toegewezen.Volledige uitspraak
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11989225 \ VZ VERZ 25-7045
registernummer: [registernummer]
datum uitspraak: 13 oktober 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker] ,
te [woonplaats] ,
verzoeker,
die zelf procedeert.
1De procedure
Het verdere verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:
de tussenbeschikking van 13 maart 2026;
de schriftelijke reactie van verzoeker (hierna: de vader), ontvangen op 23 maart 2026;
de mondelinge behandeling van 6 juli 2026;
de schriftelijke reactie van [de moeder] (hierna: de moeder), ontvangen op 16 juli 2026.
Een zitting is niet nodig. De kantonrechter beslist op basis van de stukken.
2De beoordeling
De kantonrechter verwijst naar wat in de tussenbeschikking van 13 maart 2026 is overwogen en beslist. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting overweegt de kantonrechter als volgt.
De vader heeft schriftelijk gereageerd op de verzoeken van de moeder. Hij is niet akkoord met deze verzoeken. Hij wijst erop dat hun zoon [de zoon] eerder een bedrag van ruim € 5.000,- uit een levensverzekering heeft ontvangen. Dit bedrag is door de moeder ten onrechte naar haar eigen rekening overgeboekt en door haar uitgegeven. Na navraag heeft de vader met de moeder afgesproken dat zij maandelijks een bedrag zal terugbetalen. Dat ging heel moeizaam, de betalingen zijn uiteindelijk via een incassobureau geïncasseerd. De vader vraagt de kantonrechter dan ook de verzoeken van de moeder af te wijzen.
Op 6 juli 2026 heeft een zitting plaatsgevonden. De vader was aanwezig. De moeder, hoewel behoorlijk opgeroepen, is zonder bericht niet verschenen.
Tijdens de zitting heeft de vader verzocht de BEM-clausule op de bankrekening van [de zoon] te verlengen tot zijn twintigste verjaardag en deze rekening door vader te laten beheren. Volgens de vader heeft hij van de afdeling Leerplicht van de gemeente gehoord dat [de zoon] nog steeds niet naar school gaat.
De kantonrechter heeft tijdens de zitting naar aanleiding van de verzoeken van de moeder met de vader besproken dat sprake is van gezamenlijk ouderlijk gezag over [de zoon] . Daarom heeft de moeder evenveel recht op inzage in de BEM-rekening als de vader.
Omdat de schriftelijke reactie van de vader nog niet aan de moeder was doorgestuurd en dit ook niet op de zitting met haar kon worden besproken, omdat zij niet verschenen was, heeft de griffier deze reactie na de zitting alsnog aan de moeder toegezonden en haar gevraagd om een reactie.
De moeder heeft schriftelijk gereageerd op de reactie van de vader. Zij schrijft dat zij geen aanleiding ziet om de BEM-clausule op de rekening van [de zoon] te verlengen. De oudste zoon heeft vanaf zijn achttiende verjaardag over zijn vermogen kunnen beschikken en doet dit op een verantwoorde manier. Volgens de moeder valt niet in te zien waarom [de zoon] hierin anders zou moeten worden behandeld. De vader heeft volgens haar geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat verlenging van de BEM-clausule noodzakelijk is. De moeder stelt dat zij structureel wordt buitengesloten met betrekking tot het vermogen van [de zoon] . Zo ontvangt zij geen actueel saldo van de BEM-rekening, geen overzicht van de verrichte transacties en geen inzicht in de wijze waarop het vermogen door de vader wordt beheerd.
Gezamenlijk ouderlijk gezag
2.8. De moeder en vader hebben samen het ouderlijk gezag. In artikel 1:253i BW staat dat bij gezamenlijk gezag de ouders gezamenlijk het bewind over het vermogen van hun kind voeren. De vader moet er dan ook voor zorgdragen dat de moeder inzage krijgt in de BEM-rekening en in de wijze waarop het daarop aanwezige vermogen wordt beheerd. De verzoeken van moeder om te bepalen dat de vader haar volledige inzage moet geven in de Groei Groter rekening met nummer [nummer] en haar te registreren als mede wettelijk vertegenwoordiger bij de bank zullen worden toegewezen.
Het verzoek om te bevestigen dat het beheer van het vermogen van [de zoon] zal plaatsvinden overeenkomstig het gezamenlijk gezag en uitsluitend in zijn belang, zal worden afgewezen bij gebrek aan belang. Deze verplichting vloeit namelijk al voort uit de wet. Bovendien kunnen opnames van de BEM-rekening alleen worden gedaan met toestemming van de kantonrechter tot [de zoon] 20 jaar oud is, dus bij discussie over een uitgaven tussen de ouders en/of [de zoon] zal de kantonrechter hierover een beslissing nemen.
Machtiging voor de geldopname van € 3.500,- aan rijlessen
2.10. Met betrekking tot de verleende machtiging voor bovengenoemde geldopname overweegt de kantonrechter als volgt. De moeder stelt dat de machtiging voor de uitgave van € 3.500,- aan rijlessen weliswaar is verleend, maar dat dit bedrag niet aan [de zoon] ter beschikking is gesteld. Op dit moment verlopen de opnames van de BEM-rekening via de vader. [de zoon] heeft echter geruime tijd geen contact met zijn vader, waardoor hij voor iedere betaling afhankelijk is van zijn vader, met wie communicatie feitelijk niet mogelijk is. Hierdoor verlopen de rijlessen moeizaam en ondervindt [de zoon] vertraging in zijn ontwikkeling naar zelfstandigheid. De vader heeft ter zitting verklaard dat hij het bedrag voor de rijlessen na het verkrijgen van de machtiging op zijn spaarrekening heeft gestort. Voorts heeft hij verklaard dat hij enkele weken geleden contact heeft opgenomen met de rijschool en dat [de zoon] inmiddels zijn eerste rijles heeft gehad. Hieruit leidt de kantonrechter af dat uitvoering wordt gegeven aan de verleende machtiging en dat de rijlessen inmiddels zijn begonnen. Hierover hoeft dan ook geen beslissing meer te worden genomen.
Verlenging van de BEM-clausule tot twintig jaar
2.11. Over het verzoek van de vader om de BEM-clausule op de bankrekening van [de zoon] te verlengen tot zijn twintigste jaar, overweegt de kantonrechter als volgt. De kantonrechter vindt dat er voldoende aanleiding is dit verzoek toe te wijzen. Het is niet in het belang van [de zoon] dat hij op de relatief jonge leeftijd van 18 jaar al kan beschikken over het volledige saldo van de BEM-rekening. De kantonrechter vindt in dit verband mede van belang dat [de zoon] bij moeder woont en de moeder eerder een bedrag van ruim € 5.000,-, dat bestemd was voor [de zoon] , ten onrechte aan zichzelf heeft toegeëigend. De kantonrechter heeft bij beschikking van 10 december 2021 al aan moeder de verplichting opgelegd om dit bedrag terug te betalen. Daarover heeft de kantonrechter nogmaals een beslissing moeten nemen op 11 mei 2023, omdat de moeder niet aan deze verplichting had voldaan. (ECLI:NL:RBROT:2023:7829). Het heeft uiteindelijk tot februari 2026 geduurd voordat dit bedrag volledig is terugbetaald (zie ook hiervoor onder 2.2). Voorts zijn er signalen dat [de zoon] niet naar school gaat. Verder is het bedrag dat op de BEM-rekening staat afkomstig van een familielid van de vader en het gaat om een aanzienlijk bedrag. Ook daarom is het wenselijk dat [de zoon] daarover niet al op de leeftijd van 18 kan beschikken. Deze omstandigheden geven de kantonrechter voldoende aanleiding om de BEM-clausule te verlengen tot het moment waarop [de zoon] de leeftijd van twintig jaar bereikt.
Tot slot doet de kantonrechter een dringend beroep op de vader en op de moeder om – in het belang van [de zoon] – hun best te doen om voor de toekomst hun onderlinge communicatie te verbeteren. Eenzelfde beroep geldt voor de communicatie tussen de vader en [de zoon] .
3De beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot verlenging van de BEM-clausule Groei Groter rekening met nummer [nummer] toe, in die zin dat de BEM-clausule wordt verlengd tot het moment dat [de zoon] de leeftijd van twintig jaar bereikt;
bepaalt dat de vader ervoor moet zorgen dat de moeder bij de bank als mede wettelijk vertegenwoordiger wordt geregistreerd en volledige inzage krijgt in de BEM-rekening en het saldo dat daarop staat;
- wijst het meer of anders gevraagde af.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.
60730
Tegen deze beschikking kan in hoger beroep worden gegaan bij het gerechtshof Den Haag. Dit kan alleen worden ingesteld door een advocaat. Verzoeker en degenen aan wie een kopie van de beschikking is verstrekt moeten hoger beroep instellen binnen drie maanden na de datum van de beschikking. Voor andere belanghebbenden moet dit binnen drie maanden nadat zij van de beschikking op de hoogte zijn geraakt.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
