Rechtbank Noord-Holland 25-02-2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:9200

Essentie (gemaakt door AI)

Vordering van passagiers (moeder en minderjarige) tot compensatie wegens annulering vlucht AMS–BSL wordt toegewezen. Op grond van het toepasselijke Zwitserse recht art. 304 ZGB kunnen ouders zonder voorafgaande machtiging namens hun minderjarige procederen; moeder is ontvankelijk. Beroep van de vervoerder op nachtsluiting Schiphol faalt, omdat uitvoering van de heenvlucht naar Bazel mogelijk blijft en bedrijfseconomische keuzes voor risico van de vervoerder komen. Buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Zwitsers recht: moeder mag zonder rechterlijke machtiging namens kind procederen
Moeder vordert namens kind compensatie wegens vluchtannulering. Via art. 17 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 geldt Zwitsers recht: geen voorafgaande rechterlijke machtiging nodig. Moeder ontvankelijk.

Datum publicatie15-10-2026
Zaaknummer11330530
ProcedureBodemzaak
ZittingsplaatsHaarlem
RechtsgebiedenCiviel recht; Verbintenissenrecht
TrefwoordenIPR familierecht
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Op grond van het toepasselijke Zwitserse recht kunnen ouders zonder voorafgaande rechterlijke machtiging namens hun minderjarige kinderen procederen. De nachtsluiting van Schiphol is niet relevant voor de litigieuze vlucht.

Volledige uitspraak


RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11330530 \ CV EXPL 24-6916

Uitspraakdatum: 25 februari 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1. [eisers], pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor haar minderjarige kind 2. [minderjarige],
wonende te [plaats] (Zwitserland)

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: Yource B.V.

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Airline Company Limited

gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas

1Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;
- de akte eisers.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2Feiten

2.1.

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 30 juni 2023 vervoeren van Amsterdam naar Bazel (Zwitserland) met vlucht U27861 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 500,00, te vermeerderen met wettelijke rente;
- € 90,74 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

Ontvankelijkheid minderjarige passagier

4.2.

Ten aanzien van het primaire verweer van de vervoerder dat de passagier sub 1 niet vorderingsgerechtigd is betrekking de vordering van de (minderjarige) passagier sub 2, overweegt de kantonrechter als volgt. De passagier sub 1 heeft met de overlegging van de geboorteakte van de passagier sub 2 voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de moeder is van de passagier sub 2. De passagiers wonen in Zwitserland. Hierdoor is op grond van artikel 17 van het Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996 het Zwitserse recht van toepassing. Ingevolge artikel 304 van het Zwitsers Burgerlijk Wetboek (ZGB) kunnen ouders zonder voorafgaande rechterlijke machtiging namens hun minderjarige kinderen procederen. De kantonrechter zal de keuze van de Zwitserse wetgever eerbiedigen. Dit betekent dat de passagier sub 1 (ook) in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de passagier sub 2 ontvankelijk is.

Nachtsluiting Schiphol niet relevant voor de vlucht in kwestie

4.3.

De vervoerder heeft aangevoerd dat de vlucht in kwestie (Amsterdam naar Bazel) vanwege de doorwerking van buitengewone omstandigheden ten aanzien van eerdere vluchten met hetzelfde toestel, dusdanig was vertraagd, dat het niet langer mogelijk was om de rotatie AMS-BSL-AMS (vertraagd) uit te voeren zonder daarbij met de retourvlucht de nachtsluiting van de luchthaven Schiphol te schenden. Echter, ook als dat het geval zou zijn (wat door de passagiers gemotiveerd is betwist), is niet gebleken dat het onmogelijk was om de vlucht náár Bazel (vertraagd) uit te voeren. Wellicht heeft de vervoerder keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van de onderneming het gunstigst waren, maar dit ontslaat de vervoerder niet van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Passagiers mogen niet de dupe worden van de bedrijfseconomische keuzes die de vervoerder maakt. Het verweer van de vervoerder dat bij het desondanks uitvoeren van de vlucht het risico zou bestaan dat de bemanning op een buitenstation zou stranden, treft dan ook geen doel. De conclusie is dat het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden faalt. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen.

Nevenvorderingen

4.4.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

4.5.

De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagiers worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

135,97

- griffierecht

€

218,00

- salaris gemachtigde

€

174,00

(2 punten × € 87,00)

- nakosten

€

43,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

571,47

5. De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2023 tot de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 571,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733