Essentie (gemaakt door AI)
(Wijziging) voorlopige voorzieningen, waarin aan vrouw het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning is toegewezen en man de woning uiterlijk op 14 september 2026 moet verlaten. Verzoek om ook de inboedel te omvatten is afgewezen bij gebrek aan belang. Verzoek tot vaststelling voorlopige partneralimentatie is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van (aanvullende) behoefte. Vrouw is niet-ontvankelijk in overige verzoeken (huur, huishoudgeld, reisgeld), omdat die niet vallen onder de limitatieve opsomming van art. 822 Rv.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 13-10-2026 |
| Zaaknummer | C/09/710222 / FA RK 26-7904 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Den Haag |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Alimentatie; Familieprocesrecht; Vovo art. 822 Rv |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
(Wijziging) voorlopige voorzieningen. Toewijzing uitsluitend gebruik aan vrouw. Afwijzing verzoek voor vaststelling voorlopige partneralimentatie. Vrouw is niet-ontvankelijk voor overige verzoeken, omdat die niet vallen onder de limitatieve opsomming van artikel 822 Rv.Volledige uitspraak
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-7904
Zaaknummer: C/09/710222
Datum beschikking: 7 september 2026
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 30 juli 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.A. Kronenburg in 's-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.C.J.L. Huurman-Ip Vai Ching in Rotterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
-
het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vrouw;
-
het bericht van 22 augustus 2026, met bijlagen, namens de vrouw;
-
de brief van 26 augustus 2026, met bijlagen, namens de man;
-
het bericht van 28 augustus 2026, met bijlagen, namens de vrouw.
Op 31 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en de man met mr. N. Schuerman als waarnemend advocaat. Van de zijde van de vrouw zijn pleitnotities overgelegd.
Feiten
-
De vrouw en de man zijn gehuwd op [datum] 2024 in [plaats] .
-
Bij beschikking van 16 juni 2026 van deze rechtbank zijn de verzoeken van beide partijen om aan hen het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te kennen afgewezen.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat de rechtbank bepaalt dat:
- ( (naar de rechtbank begrijpt) de beschikking van 16 juni 2026 van deze rechtbank wordt gewijzigd en de vrouw bij uitsluiting van de man gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan [adres] en de zich daarin
bevindende inboedel en dat de man wordt bevolen die woning verder niet meer te betreden, behoudens met voorafgaande instemming van de vrouw;
-
de man de huur van de woning blijft voldoen, tot de woning definitief aan hetzij de man, hetzij de vrouw toegewezen zal worden;
-
de man het gebruikelijke huishoudgeld aan de vrouw blijft doorbetalen van € 300,- per maand;
-
de man het gebruikelijke reisgeld aan de vrouw blijft doorbetalen van EURO .. per maand;
-
primair: de vrouw recht en belang heeft op een voorlopige alimentatie, nu het inkomen van de vrouw ver beneden de behoefte van de vrouw ligt, en zij door ziekte niet in staat is voldoende eigen inkomen te verwerven;
subsidiair: op feitelijk inkomen van de vrouw over gemiddeld 24 maanden van € 1.091,- per maand, onder schatting van het inkomen van de man op € 5.500,- (nu hij geen opgave deed na herhaalde verzoeken), met dan via de hofnorm een alimentatiebehoefte van de vrouw van € 3.061,- per maand de voorlopige alimentatie te bepalen,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Wijziging uitsluitend gebruik echtelijke woning
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 824 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking over voorlopige voorzieningen worden gewijzigd of ingetrokken als de omstandigheden na het geven van de beschikking in zodanige mate zijn gewijzigd of als bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorlopige voorziening niet in stand kan blijven.
De rechtbank is van oordeel dat is sprake is van een wijziging van omstandigheden, omdat gebleken is dat de situatie waarin beide partijen in de echtelijke woning verblijven onhoudbaar is. De rechtbank zal daarom de vrouw ontvangen in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Op de vorige zitting heeft de rechtbank een appel gedaan aan partijen om zich in de echtelijke woning rustig en gescheiden van elkaar te houden. Het is de rechtbank gebleken dat dit niet is gelukt. De rechtbank laat in het midden wat daarvoor de reden is. De vrouw verzoekt aan haar het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te wijzen. Op de zitting heeft de man aangegeven dat hij ook graag het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning wil hebben.
De rechtbank stelt voorop dat beide partijen er belang bij hebben om met uitsluiting van de ander gebruik te kunnen maken van de echtelijke woning. Dat betekent dat de rechtbank in deze procedure een belangenafweging moet maken. De rechtbank stelt vast dat de vrouw op dit moment een WIA-uitkering ontvangt ter hoogte van € 1.085,- per maand en dat de man ondernemer is (timmerman) met – naar eigen zeggen – een winst uit onderneming van
€ 60.000,- per jaar . De rechtbank is van oordeel dat de man, gelet op zijn inkomen, meer mogelijkheden heeft dan de vrouw om een andere woonruimte te vinden. De man heeft gesteld dat de vrouw naast haar uitkering ook inkomen uit Persoonsgebonden budget (PGB) ontvangt vanwege de verzorging die zij verleent aan haar moeder. Hoewel voor de rechtbank niet valt uit te sluiten dat dit het geval is, is het naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk dat de vrouw daarmee een inkomen heeft of kan verkrijgen dat vergelijkbaar is met het inkomen van de man.
De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw toewijzen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat de man uiterlijk op 14 september 2026 de echtelijke woning moet verlaten. Het verzoek om te bepalen dat het uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen.
Voorlopige partneralimentatie
Om proceseconomische redenen ziet de rechtbank aanleiding om eerst de behoefte en de aanvullende behoefte van de vrouw te beoordelen.
De vrouw heeft haar (aanvullende) behoefte onderbouwd door middel van uitkeringsspecificaties en door te verwijzen naar de hofnorm. De man betwist dat de vrouw aanvullende behoefte heeft. Hij heeft erop gewezen dat de vrouw naast haar uitkering inkomsten heeft uit PGB vanwege de verzorging van haar moeder. Op de zitting heeft de vrouw aangegeven dat zij in het verleden dergelijke inkomsten had, maar dat zij die inkomsten nu niet meer heeft omdat zij niet meer in staat is om aan haar moeder zorg te verlenen. Gelet op de betwisting door de man had het op de weg van de vrouw gelegen om aan te tonen dat haar inkomsten uit PGB zijn weggevallen. De vrouw heeft dat niet gedaan. De rechtbank is van oordeel dat de vrouw haar aanvullende behoefte onvoldoende heeft onderbouwd. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de vrouw voor een voorlopige partneralimentatie afwijzen.
Overige verzoeken
De overige door de vrouw gedane verzoeken (ten aanzien van de betaling van de huur, huishoudgeld en reisgeld) zijn verzoeken die niet vallen onder de limitatieve opsomming van artikel 822 Rv. De rechtbank zal de vrouw daarom niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van deze verzoeken.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning uiterlijk op 14 september 2026 dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoeken ten aanzien van het betalen van de huur, huishoudgeld en reisgeld;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 7 september 2026. |
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
