Essentie (gemaakt door AI)
Incident ex artikel 225 Rv. Verzoek tot schorsing na overlijden van [eiser ] is afgewezen waarin is geoordeeld dat alleen de rechtsopvolgers bevoegd zijn en dat de aanzegging tot schorsing de personalia van de erfgenamen, de schorsingsgrond, het erfgenaamschap en de expliciete aanzegging moet bevatten. De akte vermeldt onvoldoende gegevens (onder meer ontbreekt de identificatie van de dochter en bewijs van erfgenaamschap), zodat geen geldige schorsing tot stand komt. Zaak wordt verwezen voor planning mondelinge behandeling.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 07-10-2026 |
| Zaaknummer | C/10/717602 / HA ZA 26-307 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Rotterdam |
| Rechtsgebieden | Civiel recht |
| Trefwoorden | Erfrecht; Familieprocesrecht |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Incident ex artikel 225 Rv. Vordering afgewezen omdat aanzegging tot schorsing niet juist was.Volledige uitspraak
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/717602 / HA ZA 26-307
Vonnis in incident van 30 september 2026
in de zaak van
1 [verweerder 1],
wonende te [woonplaats 1],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats 2] (Verenigde Staten),
eisers in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat: mr. G. Ruardij,
tegen
1 [eiser ],
wonende te [woonplaats 3],
2. [eiseres],
wonende te [woonplaats 4],
gedaagden in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat: mr. R.W.L. Russell.
Eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident, worden hierna samen aangeduid als “[verweerders]”. Gedaagden in de hoofdzaak, eisers in het incident, worden hierna samen aangeduid als “[eisers]” en afzonderlijk als “[eiser ]” en “[eiseres]”.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 april 2026, met producties 1 tot en met 17;
- de akte tot schorsing op grond van artikel 225 Rv van 1 juli 2026 van mr. Russell;
- de akte reactie schorsing van 1 juli 2026 van mr. Russell, als aanvulling op de eerste akte;
- de rolbeslissing van 1 juli 2026 waarbij de zaak naar de rol van 29 juli 2026 is verwezen voor antwoord alsmede voor akte schorsing door de erfgenamen;
- de akte schorsing van de erfgenamen van [eiser ] van 29 juli 2026 van mr. Russel;
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van [eiseres] van 29 juli 2026, met producties 1 tot en met 4;
- de akte reactie schorsing van 2 september 2026 van mr. Ruardij;
Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.
2De beoordeling in het incident
[eiser ] is op 5 mei 2026 overleden. Namens de erfgenamen, waaronder [eiseres], is bij akte van 29 juli 2026 een verzoek tot schorsing gedaan. [verweerders] hebben gemotiveerd verweer gevoerd tegen het verzoek tot schorsing. De rechtbank wijst het schorsingsverzoek af en licht dat toe.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank het volgende voorop. Na het overlijden van een partij kan de procedure op grond van het bepaalde in artikel 225 Rv worden geschorst. Bevoegd tot schorsing is uitsluitend (de opvolger van) de partij aan wier zijde de schorsingsoorzaak zich voordoet. Dit betekent dat voor een geldige schorsing in geval van overlijden van een procespartij vereist is dat de aanzegging tot schorsing de personalia vermeldt van de belanghebbenden die tot schorsing overgaan (in dit geval de erfgenamen van [eiser ]), de schorsingsgrond, het rechtsfeit dat hen tot belanghebbenden maakt (erfgenaamschap) en de aanzegging dat men schorst.
De rechtbank constateert dat deze gegevens niet in de akte van mr. Russell zijn opgenomen. De akte maakt niet duidelijk wie de erfgenamen zijn. Er wordt slechts gesteld dat [eiser ] zijn vrouw ([eiseres]) en een dochter achterlaat en dat zij erfgenamen zijn. Dat is onvoldoende. De personalia van de dochter ontbreken evenals gegevens waaruit blijkt dat de dochter en [eiseres] erfgenamen zijn. [verweerders] wijzen hier ook op. Dat betekent dat de schorsing niet geldig is gedaan en dat het geding niet is geschorst wegens het overlijden van [eiser ] (vgl. ook ECLI:NL:GHSHE:2023:1481, rov. 6.3).
De procedure tegen [eiseres] is evenmin geschorst. Zij heeft op de rol van 29 juli 2026 voor antwoord geconcludeerd in de hoofdzaak. De procedure zal nu naar de rol worden verwezen voor het bepalen van een datum voor een mondelinge behandeling.
De beslissing over de proceskosten zal worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
3De beslissing
De rechtbank
in het incident
wijst de incidentele vordering tot schorsing af,
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak,
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 14 oktober 2026 voor opgave verhinderdata door partijen voor de komende zeven (7) maanden.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.
[4051/3455]
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
