Essentie (gemaakt door AI)
Vrijwaringszaak waarin de bank haar zorgplicht schendt door zonder raadpleging van het Centraal curatele- en bewindregister een rekening te openen voor een onder curatele staande man. Via die rekening is TVL-geld gestort en direct weggesluisd. Het hof oordeelt dat de kenbaarheid van curatele meebrengt dat de bank het register had moeten raadplegen; het openen van de rekening is onrechtmatig, schade en causaliteit staan vast. KNAB moet aan Bewindvoering Holland vergoeden wat aan RVO is verschuldigd. KNAB wordt in de proceskosten veroordeeld.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 07-10-2026 |
| Zaaknummer | 200.340.766/01 |
| Procedure | Hoger beroep |
| Zittingsplaats | Den Haag |
| Rechtsgebieden | Civiel recht |
| Trefwoorden | Tuchtrecht / aansprakelijkheid; Meerderjarigenbescherming; Curatele |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Zorgplicht bank. Bank opent bankrekening voor handelingsonbekwame man die onder curatele staat. De bank heeft deze bankrekening geopend zonder het Centrale curatele- en bewindregister te raadplegen. Het hof is van oordeel dat de bank, door na te laten het register te raadplegen, haar zorgplicht heeft geschonden en aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het openen van de rekening.Volledige uitspraak
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.340.766/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : 10527573 RL EXPL 23-8688
Arrest van 6 oktober 2026
in de zaak van
Bewindvoering Holland B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder, voorheen curator, van de heer [naam 1],
gevestigd in Den Haag,
appellante,
advocaat: mr. D.J.B. Bosscher, kantoorhoudend in Halfweg,
tegen
BAWAG P.S.K. Bank für Arbeit und Wirtschaft und Österreichische Postsparkasse
A.G., voorheen Aegon Bank N.V, handelend onder de naam ("KNAB"),
gevestigd in Wenen, Oostenrijk,
geïntimeerde,
advocaat: mr. W.M. van Agt, kantoorhoudend in Bussum.
Het hof noemt partijen hierna Bewindvoering Holland en KNAB.
1De zaak in het kort
Deze zaak betreft het hoger beroep in een vrijwaringszaak waarin Bewindvoering Holland KNAB aanspreekt op het schenden van haar zorgplicht door een bankrekening te openen voor de op dat moment onder curatele staande heer [naam 1] (hierna: [naam 1]). Op de rekening was geld gestort van een frauduleuze TVL-aanvraag (zijnde een aanvraag voor de zogenoemde ‘tegemoetkoming vaste lasten’ tijdens de coronaperiode) en dit geld is daarna doorgesluisd. De Staat, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: de RVO), heeft in de hoofdprocedure € 25.000,- teruggevorderd van Bewindvoering Holland. De kantonrechter veroordeelde Bewindvoering Holland om dit bedrag aan de Staat te betalen. In de hoofdprocedure is geen hoger beroep ingesteld van dat vonnis. In de vrijwaringsprocedure oordeelde de kantonrechter dat KNAB haar zorgplicht niet heeft geschonden en niet aansprakelijk is voor de schade. Het hof komt in hoger beroep tot een ander oordeel.
2Het procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
-
de dagvaarding van 14 februari 2024, waarmee Bewindvoering Holland in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 15 november 2023;
-
het herstelexploot van 26 maart 2024;
-
het arrest van dit hof van 11 juni 2024, waarin een mondelinge behandeling na aanbrengen is gelast;
-
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 24 september 2024;
-
de memorie van grieven van Bewindvoering Holland, met bijlage, van 7 januari 2025;
-
de memorie van antwoord van KNAB, met bijlagen, van 18 maart 2025;
-
het H16-formulier van KNAB, met bijlage, van 17 juni 2026;
-
de akte houdende overlegging productie, tevens houdende mededeling gewijzigde hoedanigheid en bewijsaanbod van Bewindvoering Holland, met bijlage, van 2 juli 2026;
Op 2 juli 2026 heeft een mondelinge behandeling voor de meervoudige kamer plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen die zij hebben overgelegd.
Bewindvoering Holland heeft in haar akte gemeld dat haar hoedanigheid als curator van [naam 1] bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 29 april 2026 per 1 mei 2026 is gewijzigd in de hoedanigheid van bewindvoerder. KNAB heeft op haar beurt met haar H16-formulier melding gemaakt van bedrijfsovername ten aanzien van de naamloze vennootschap Aegon Bank N.V waartegen dit hoger beroep initieel is ingesteld.
Ter gelegenheid van de zitting hebben partijen over en weer verklaard geen bezwaar te hebben tegen de wijziging van hoedanigheid respectievelijk de wijziging van rechtspersoon, zodat het hof uitgaat van deze hier genoemde wijzigingen.
3De feitelijke achtergrond
Deze zaak betreft een hoger beroep in een vrijwaringzaak. Het hof verwijst naar het bestreden vonnis voor de feiten die de rechtbank, ook in de vrijwaringszaak, heeft vastgesteld. Deze feiten zijn niet bestreden, zodat ze ook in hoger beroep het uitgangspunt vormen. Aangevuld met vaststaande feiten die in hoger beroep eveneens van belang zijn, gaat het in deze zaak om het volgende.
[naam 1] is analfabeet en is per 21 april 2011 onder curatele gesteld. Per 1 mei 2026 is de curatele omgezet in beschermingsbewind.
Naar aanleiding van de uitbraak van het Corona-virus heeft het kabinet een aantal noodmaatregelen genomen om de gevolgen daarvan te beperken. In het vervolg daarop is een tijdelijke subsidieregeling in het leven geroepen om getroffen MKB-ondernemingen in staat te stellen hun vaste lasten te betalen ondanks omzetverlies in verband met de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COV1D-19, hierna te noemen "de TVL”. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) voert de TVL uit en is belast met de behandeling van aanvragen en de uitbetaling van de TVL-subsidies.
Omstreeks 10 december 2020 heeft de RVO een TVL-aanvraag ontvangen op naam van de vennootschap [naam 2] B.V. Daarbij is het KvK-nummer 64923355 opgegeven en is het bankrekeningnummer [nummer] opgegeven voor ontvangst van de subsidie. Dit betreft een bankrekening bij KNAB die op naam staat van [naam 1].
De RVO heeft op 10 december 2020 positief beslist op de voormelde aanvraag, waarna 80% van het voorlopige subsidiebedrag op 12 december 2020 is uitbetaald op voormeld bankrekeningnummer van [naam 1]. Het betreft een bedrag van € 44.435,96.
Nadien is (ook) aan Bewindvoering Holland respectievelijk KNAB gebleken dat de TVL-aanvraag niet was gedaan door [naam 1], maar door [naam 2] B.V. Van [naam 2] B.V. was destijds de heer [naam 2] (hierna: '[naam 2]') enig bestuurder. [naam 2] B.V. is (altijd) in Nederland gevestigd geweest.
Bewindvoering Holland heeft KNAB achteraf geïnformeerd over de curatele van [naam 1] en het feit dat zij vermoedt dat de onderhavige rekening frauduleus is geopend en gebruikt.
KNAB heeft daarna geprobeerd de gelden terug te halen, maar het bedrag bleek kort na de storting op de rekening van [naam 1] te zijn overgeboekt naar een Hongaarse bankrekening (van een derde) en vrijwel direct daarna ook daarvandaan te zijn overgeboekt en niet meer terug te halen.
De RVO heeft in de hoofdzaak Bewindvoering Holland, als curator van [naam 1], in rechte betrokken voor terugbetaling van een bedrag van € 25.000,-.
Bewindvoering Holland heeft daarop KNAB in vrijwaring opgeroepen.
De kantonrechter heeft de vordering in de hoofdprocedure van de RVO tegen Bewindvoering Holland toegewezen. Tegen die uitspraak is geen hoger beroep ingesteld.
4De procedure bij de kantonrechter in de rechtbank
Bewindvoering Holland heeft KNAB gedagvaard en opgeroepen in vrijwaring en gevorderd dat de kantonrechter KNAB, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot betaling van hetgeen [naam 1] aan de RVO moet betalen in de hoofdprocedure, alsmede tot betaling van de eigen bijdrage van € 159,00 in de vrijwaringsprocedure.
Bewindvoering Holland stelt zich primair op het standpunt dat de bankrekening van [naam 1], waarop de door de RVO gestelde betaling van € 44.435,96 is verricht, door een kunstgreep is geopend en dat KNAB gelet op het feit dat [naam 1] onder curatele was gesteld, ten onrechte heeft nagelaten te controleren of [naam 1] de rekening wel mocht openen.
KNAB heeft verweer gevoerd en daartoe het volgende aangevoerd. [naam 1] heeft zelf de bankrekening geopend, waarbij een tweeledige verificatie heeft plaatsgevonden, namelijk aan de hand van een getoonde ID-kaart en een betaling van 1 eurocent van een ten name van [naam 1] staande andere bankrekening (aangehouden bij Bunq bank). Daarmee heeft KNAB voldaan aan haar zorgplicht. Er bestaat geen andere wettelijke zorgplicht voor KNAB in deze, aldus KNAB.
De kantonrechter heeft de vordering in vrijwaring afgewezen en Bewindvoering Holland in de proceskosten veroordeeld.
5De vordering in hoger beroep
Bewindvoering Holland concludeert in hoger beroep tot vernietiging van het in eerste aanleg tussen partijen gewezen vonnis. Zij vordert veroordeling van KNAB tot betaling aan Bewindvoering Holland van het bedrag dat [naam 1] aan de RVO moet betalen in de hoofdprocedure, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad, alsmede veroordeling tot betaling van de proceskosten.
KNAB heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis en afwijzing van de vorderingen van Bewindvoering Holland, met veroordeling van Bewindvoering Holland in de proceskosten.
6De beoordeling in hoger beroep
Schending van de zorgplichtBewindvoering Holland voert met haar eerste grief aan dat de kantonrechter heeft nagelaten vast te stellen dat KNAB het Centraal curatele- en bewindregister had moeten raadplegen bij het openen van de bankrekening, en dat KNAB dan had moeten vaststellen dat zij geen rekening had mogen openen voor [naam 1]. Volgens Bewindvoering Holland was het eenvoudig voor KNAB om te onderzoeken of [naam 1] handelingsonbekwaam was, omdat zij beschikte over de persoonsgegevens van [naam 1] en de check in het register tijd noch moeite kost. Het feit dat de curatele van [naam 1] in het register was opgenomen, maakte daarnaast dat de handelingsonbekwaamheid voor KNAB kenbaar was. Hoewel er geen wettelijke plicht als zodanig is, die KNAB gebiedt om de handelingsbekwaamheid in het register te checken, vloeit deze verplichting wel voort uit Boek 1 BW, en beoogt het register juist kwetsbare personen zoals [naam 1] te beschermen. KNAB heeft niet met de vereiste zorgvuldigheid gehandeld bij het openen van de rekening en daarmee haar maatschappelijke zorgplicht geschonden, aldus Bewindvoering Holland.
KNAB stelt zich op het standpunt dat zij zich met de door haar uitgevoerde tweetrapsverificatie aan alle geldende voorschriften heeft gehouden en daarom de rekening mocht openen voor [naam 1]. Er was geen verplichting op grond van de wet en ook geen zorgplicht om het register te raadplegen. Ook betwist KNAB dat er sprake is van schade en een causaal verband. Verder is er volgens KNAB sprake van eigen schuld van [naam 1], omdat hij zelf een actieve rol heeft gespeeld in het openen van de rekening, dan wel het openen van de rekening heeft gefaciliteerd. Ook doet KNAB een beroep op de schadebeperkingsplicht van [naam 1].
Het hof overweegt als volgt. Een persoon die onder curatele is gesteld, is onbekwaam om rechtshandelingen te verrichten, voor zover de wet niet anders bepaalt. De ratio van de ondercuratelestelling is dat kwetsbare volwassenen die niet goed in staat zijn voor zichzelf op te komen en hun vermogensrechtelijke belangen te behartigen, kunnen worden beschermd door de benoeming van een wettelijke vertegenwoordiger die hun belangen behartigt.
1 Tussen partijen staat vast dat [naam 1] ten tijde van het openen van de rekening onder curatele stond, en dat Bewindvoering Holland pas na het openen van de rekening bekend werd met het openen van de rekening en dat zij geen toestemming heeft verleend voor het openen van de rekening. Hoewel in deze zaak de toedracht van het openen en gebruikmaken van de rekening onduidelijk blijft, is er gelet op de cognitieve capaciteiten van [naam 1] – ter zitting is (onbetwist) mede naar voren gebracht dat [naam 1] leren klokkijken als leerdoel heeft – voor het hof geen aanwijzing of aanleiding om aan te nemen dat [naam 1] een rol van betekenis heeft gespeeld bij het openen van de rekening dan wel het ontvangen of doen van betalingen via die rekening. De indruk die het hof van [naam 1] heeft gekregen tijdens het verhandelde ter zitting wijst (ook) niet in die richting.
Vast staat dat de curatele ten tijde van het openen van de bankrekening was vermeld in het Centraal curatele- en bewindregister. Opname in dit register beoogt enerzijds de in de vorige alinea bedoelde kwetsbare personen te beschermen tegen het maken van nieuwe schulden. Anderzijds beoogt de kenbaarheid in het register potentiële schuldeisers in staat te stellen om zich te informeren over de handelingsbekwaamheid van potentiële schuldenaren.
2 Het hof is van oordeel dat door de algemene kenbaarheid van de curatele van [naam 1] in het Centraal curatele- en bewindregister en het feit dat KNAB beschikte over de persoonsgegevens van [naam 1], KNAB als bancaire instelling bij het openen van de rekening had behoren te controleren of [naam 1] handelingsonbekwaam was. KNAB voert weliswaar aan dat van haar niet meer mocht worden verwacht dan het doorlopen van de tweetrapsverificatie en zij daarom de rekening mocht openen, maar naar het oordeel van het hof vloeit uit de algemene kenbaarheid en het beschermingskarakter van de ondercuratestelling voort dat van KNAB als bancaire instelling in het kader van haar zorgplicht mocht worden verwacht dat zij dit register raadpleegde voordat zij de rekening van [naam 1] opende. Hiermee had zij op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde belangen van [naam 1] als ondercuratelegestelde (mede) in acht kunnen nemen, en had zij zich in verbinding kunnen stellen met de curator van [naam 1], alvorens de rekening voor [naam 1] te openen.
KNAB heeft nog aangevoerd dat de check in het Centraal curatele- en bewindregister tegenwoordig automatisch plaatsvindt, maar dat de controle destijds nog bezwaarlijk zou zijn geweest, omdat de check slechts handmatig kon plaatsvinden en er op één dag een groot aantal rekeningen pleegt te worden geopend. Dit betoog kan mede gezien het met het checken van de handelingsbekwaamheid gemoeide beschermingsbelang van de ondercuratelegestelde niet afdoen aan het voorgaande. KNAB heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat de check in het register eenvoudigweg online kon plaatsvinden en onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd voor de gevolgtrekking dat een (handmatige) check dusdanig bezwaarlijk voor haar zou zijn geweest, dat zij verificatie van handelingsbekwaamheid ondanks de daarbij betrokken belangen, achterwege mocht laten.
Causaal verband en Schade
Het voorgaande brengt mee dat KNAB als bank haar zorgplicht heeft geschonden en door het openen van de rekening onrechtmatig heeft gehandeld. KNAB betwist dat [naam 1] hierdoor schade heeft geleden en dat er causaal verband bestaat tussen het openen van de rekening en de gepretendeerde schade. Naar het oordeel van het hof heeft [naam 1] schade geleden en is sprake van causaal verband. Het geld van de TVL-aanvraag is immers op de rekening van [naam 1] overgemaakt en kort daarna vanaf die rekening overgeboekt naar een rekening van een derde in het buitenland, waarna het geld niet meer was te traceren. Het vermogensnadeel bestaat alleen al doordat Bewindvoering Holland vervolgens in de hoofdprocedure werd geconfronteerd met een vordering tot terugbetaling van (een deel van) het bedrag en is veroordeeld om het bedrag aan de RVO te betalen, terwijl Bewindvoering Holland (c.q. [naam 1]) toen al niet meer de beschikking had over dat bedrag (dat immers in verband met de fraude niet meer te traceren viel).
KNAB voert aan dat de stelling van Bewindvoering Holland dat causaal verband bestaat tussen de schade en het handelen van KNAB tardief is. Dit betoog gaat niet op omdat de stelling van Bewindvoering Holland (in eerste aanleg) dat [naam 1] door het onzorgvuldig handelen van KNAB schade heeft geleden voldoende is voor het (tijdig) stellen van causaal verband. Naar het oordeel van het hof is sprake van causaal verband tussen het openen van de rekening zonder raadpleging van het register en het optreden van de schade. Weliswaar heeft KNAB geen rol gehad in de TVL-aanvraag en het geld niet zelf overgemaakt op of vanaf de rekening, maar als KNAB geen rekening voor [naam 1] had geopend, zou Bewindvoering Holland de schade (te weten het vermogensnadeel als hiervoor bedeeld in r.o. 6.6), die onlosmakelijk is verbonden met het gebruik van deze specifieke bankrekening bij de door derden gepleegde fraude, niet hebben geleden. Gelet op de aard van de door KNAB - als bank - geschonden zorgplicht, kan het optreden van deze schade als gevolg van het openen van de rekening in redelijkheid aan KNAB worden toegerekend.
Het beroep van KNAB op eigen schuld van Bewindvoering Holland en het niet voldoen aan de schadebeperkingsplicht slaagt niet. Het hof overwoog hiervoor in r.o. 6.3 al dat het geen aanleiding ziet om aan te nemen dat [naam 1] enige rol van betekenis heeft gespeeld in het openen of gebruikmaken van de rekening. KNAB heeft voorts geen of onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit het hof kan opmaken dat Bewindvoering Holland en/of [naam 1] feitelijk de mogelijkheid had om het optreden van deze schade te voorkomen en/of de gevolgen van de door derden gepleegde fraude te redresseren of beperken. De stelling van KNAB dat Bewindvoering Holland ondeugdelijk verweer heeft gevoerd in de hoofdprocedure tegen de RVO, kan evenmin slagen. Bewindvoering Holland heeft verweer gevoerd tegen de vordering van de RVO, maar dit is door de kantonrechter gepasseerd. Ongewis blijft of en in hoeverre verder verweer van de zijde van Bewindvoering Holland in (het kader van een appel in) de hoofdprocedure enig effect zou hebben gehad op de uitkomst van die zaak. KNAB heeft bovendien onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat van Bewindvoering Holland redelijkerwijs gevergd kon worden appel in te stellen ter bescherming van belangen van KNAB. KNAB had de mogelijkheid zelf invloed uit te oefenen op de uitkomst van de zaak, door middel van het interveniëren in de hoofdprocedure op de voet van art. 217 Rv. Dat zij van die mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt en dus geen argumenten heeft aangevoerd om invloed uit te oefenen op de uitkomst van die zaak, blijft voor haar rekening en risico. Mede gelet op al het voorgaande, bestaat evenmin voldoende grond om de schade te matigen in het voordeel van KNAB.
Conclusie en proceskosten
De conclusie is dat grief 1 slaagt. De grieven 2 en 3 behoeven geen behandeling. Het hoger beroep van Bewindvoering Holland slaagt. Daarom zal het hof het vonnis vernietigen. Het hof zal KNAB als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep en de proceskosten van de eerste aanleg.
Het hof begroot de proceskosten in eerste aanleg op:
explootkosten € 129,14
griffierecht € 86,-
salaris gemachtigde € 1.058,-
Totaal € 1.273,14
De proceskosten in hoger beroep worden aan de zijde van Bewindvoering Holland begroot op:
explootkosten € 135,97
griffierecht € 349,-
salaris advocaat € 5.010,- (3 punten × appeltarief III)
nasalaris € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 5.683,97
Het hof zal de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals vermeld in de beslissing.
7De beslissing
Het hof:
-
vernietigt het tussen partijen in vrijwaring gewezen vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 15 november 2023, en opnieuw rechtdoende in vrijwaring;
-
veroordeelt KNAB tot betaling aan Bewindvoering Holland van het bedrag dat Bewindvoering Holland aan de RVO moet betalen in de hoofdprocedure;
-
veroordeelt KNAB in de kosten van de procedure in eerste aanleg, aan de zijde van Bewindvoering Holland begroot op € 1.273,14, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als KNAB deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
-
veroordeelt KNAB in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Bewindvoering Holland begroot op € 5.683,97 vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als KNAB deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
-
bepaalt dat als KNAB niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, KNAB de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nasalaris van € 98,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag als KNAB dat bedrag niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
-
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mr. P.M. Verbeek, mr. J.E.H.M. Pinckaers en mr. C.J. Loggen - ten Hoopen, en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026 in aanwezigheid van de griffier.
Kamerstukken II 2011/12, 33054, nr. 3 (MvT).
Kamerstukken II 2011/12, 33054, nr. 3 (MvT); Kamerstukken II 2011/12, 33054, nr. 6 (NV II).
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
