Rechtbank Den Haag 28-09-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:28530

Essentie (gemaakt door AI)

Verzoek tot onderbewindstelling en mentorschap voor meerderjarige met autismespectrumstoornis en Nederlandse nationaliteit, woonachtig in Sri Lanka, vooruitlopend op verhuizing naar Nederland voor WLZ-zorg. Rechtsmacht aangenomen op grond van art. 3 sub c Rv (voldoende verbondenheid). Anticiperende toepassing HVV voor rechtsmacht afgewezen (Sri Lanka geen verdragsstaat); conflictregels (art. 18 HVV) wel anticiperend toegepast, zodat Nederlands recht van toepassing is. Bewind en mentorschap ingesteld; moeder benoemd tot bewindvoerder en mentor.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Betrokkene bevindt zich in Sri Lanka: heeft NL-rechter rechtsmacht?
Verzoek bewind/mentorschap voor Nederlander in Sri Lanka die naar Nederland wil verhuizen. Ktr: rechtsmacht wegens voldoende verbondenheid met NL; NL-recht via anticiperende toepassing conflictregels HVV. Toewijzing.

Datum publicatie06-10-2026
ZaaknummerNL:TZ:2615545:IVBM
ProcedureBeschikking
ZittingsplaatsDen Haag
RechtsgebiedenCiviel recht
TrefwoordenIPR familierecht; IPR meerderjarigenbescherming
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Verzoek onderbewindstelling en instelling mentorschap van een betrokkene met Nederlandse nationaliteit die momenteel nog in Sri Lanka verblijft maar waarvan verhuizing naar Nederland geanticipeerd wordt.

Volledige uitspraak


RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Den Haag Pr. Clauslaan

zaaknummer

:

NL:TZ:2615545:IVBM

datum

:

28 september 2026

beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling en instelling mentorschap

op verzoek van:

[verzoekster] ,

thans wonende te [woonplaats] , Sri Lanka,

hierna te noemen: verzoekster,

met betrekking tot:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,

thans wonende te [woonplaats] , Sri Lanka,

hierna te noemen: betrokkene.

1De procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het verzoek met bijlagen, ontvangen op 16 juni 2026;

  • de bereidverklaring van verzoekster om tot bewindvoerder te worden benoemd;

  • de aanvullende stukken die door verzoekster voorafgaande aan de mondelinge behandeling aan de kantonrechter zijn toegezonden, in reactie op de zittingsagenda die de kantonrechter met verzoekster had gedeeld;

  • de aanvullende stukken die door verzoekster na de mondelinge behandeling aan de kantonrechter zijn toegezonden.

1.2.

Het verzoek is mondeling behandeld tijdens een digitale zitting op 3 september 2026. Daarbij is verzoekster verschenen.

1.3.

Uitspraak is bepaald op (uiterlijk) 1 oktober 2026.

2De feiten

2.1.

Betrokkene is op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] geboren. Hij bezit de Nederlandse nationaliteit.

2.2.

Betrokkene heeft een autismespectrumstoornis niveau 3 en is minimaal verbaal. Het ontwikkelingsniveau van betrokkene ligt rond dat van een kind van circa 4 jaar. Betrokkene heeft 24 uur per dag toezicht en begeleiding nodig. Hij is volledig afhankelijk van anderen bij de dagelijkse persoonlijke verzorging, waaronder eten, drinken, hygiëne en het uitvoeren van eenvoudige dagelijkse handelingen en activiteiten.

2.3.

Verzoekster is de moeder van betrokkene. Zij bezit de Nederlandse nationaliteit.

2.4.

De heer [naam] is de vader van betrokkene. Hij bezit de Srilankaanse nationaliteit.

2.5.

Betrokkene is op zevenjarige leeftijd met zijn ouders verhuisd naar Sri Lanka. Betrokkene heeft op dit moment zijn vaste woonplaats in [woonplaats] , Sri Lanka. Betrokkene is nu meerderjarig.

3Het verzoek en de achtergronden

3.1.

Verzoekster vraagt om het instellen van een bewind en publicatie daarvan in het Centraal curatele- en bewindregister ten behoeve van betrokkene. Verzoekster vraagt daarnaast om het instellen van mentorschap ten behoeve van betrokkene.

3.2.

Verzoekster is voornemens om met betrokkene te verhuizen naar Nederland en zich hier met hem duurzaam te vestigen. De vader ondersteunt dit voornemen.

3.3.

Verzoekster doet de onderhavige verzoeken nu reeds, vanuit Sri Lanka, omdat terugkeer naar Nederland alleen mogelijk is als er voordien voor betrokkene een passende woonplek is gevonden met het benodigde 24-uurs zorgniveau. Voor het vinden van een dergelijke woonplek is een indicatie en uitkering op grond van de Wet Langdurige Zorg nodig, en die kan verzoekster alleen voor betrokkene regelen als zij hem kan vertegenwoordigen. Daarvoor is mentorschap en beschermingsbewind nodig, aldus verzoekster.

3.4.

De vader heeft schriftelijk ingestemd met het verzoek tot uitspreken van bewind en mentorschap voor betrokkene en benoeming van verzoekster tot bewindvoerder en mentor.

4De beoordeling

Rechtsmacht Nederlandse rechter, relatieve bevoegdheid en toepasselijk recht

4.1.

Er is sprake van een internationale situatie. Dat betekent dat de kantonrechter moet vaststellen of hij rechtsmacht heeft en zo ja, of hij relatief bevoegd is en welk recht hij moet toepassen.

4.2.

Uit het arrest van de Hoge Raad van 2 februari 2018 (ECLI:NL:HR:2018:147) volgt dat, bij gebreke van een voor Nederland geldende internationale regeling, de meerderjarigenbescherming beheerst door het commune internationaal privaatrecht, zowel wat betreft de rechtsmacht en het toepasselijke recht, als wat betreft de erkenning en tenuitvoerlegging van beschermingsmaatregelen. Nederland heeft het Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen van 13 januari 2000 (Trb. 2000, 10 en Trb. 2008, 139), ook wel genoemd het Haags Volwassenenbeschermingsverdrag 2000 (HVV) ondertekend maar nog niet geratificeerd. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat in voorkomend geval ruimte bestaat voor anticiperende toepassing van bepalingen uit het HVV. Sri Lanka is evenwel geen ondertekenaar van het HVV, zodat anticiperende toepassing van het HVV in dit geval naar het oordeel van de kantonrechter niet in de rede ligt.

4.3.

Op grond van artikel 3 aanhef en onder c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht in zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingeleid, indien de zaak anderszins voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is.

4.4.

Dat is naar het oordeel van de kantonrechter hier het geval. Zoals uit de feiten blijkt, bezitten zowel betrokkene als verzoekster (enkel) de Nederlandse nationaliteit. Betrokkene begrijpt de Nederlandse taal. Verzoekster heeft verder ter zitting haar concrete voornemen toegelicht om, samen met betrokkene, terug te keren naar Nederland. In Sri Lanka zijn geen goede woonvoorzieningen voor betrokkene en evenmin goede, gespecialiseerde zorg voor jongvolwassenen met een autismespectrumstoornis zoals betrokkene heeft. In Nederland bestaan die voorzieningen met die zorg wel, en daarom wil verzoekster terugkeren naar Nederland. Verzoekster wil een aanvraag doen onder de Wet Langdurige Zorg (WLZ), om daarna zorginstellingen in Nederland te gaan bekijken en een geschikte plek voor betrokkene uit te zoeken. De aanvraag onder de WLZ kan zij enkel voor betrokkene doen als zijn mentor en bewindvoerder. Uit het voorgaande volgt ook dat de beschermingsmaatregelen ten behoeve van betrokkene in dit geval ook enkel verzocht worden voor uitwerking in de Nederlandse rechtssfeer, niet in de Sri Lankaanse.

4.5.

Het is de kantonrechter voorts genoegzaam gebleken dat de lichamelijke en geestelijke toestand van betrokkene maken dat hij onmiddellijk in zorg genomen moet worden wanneer hij in Nederland zal arriveren. De deugdelijke bescherming van de belangen van betrokkene maakt dat niet kan worden gevergd dat verzoekster hem eerst naar Nederland brengt, dan - met zekere rechtsmacht voor de Nederlandse rechter - pas bewind en mentorschap aanvraagt, een WLZ-verzoek doet en bij honorering daarvan huisvesting en zorg voor betrokkene kan zoeken. Om dezelfde reden kan ook niet van verzoekster worden gevergd dat zij in Sri Lanka een beschermingsmaatregel voor betrokkene vraagt en bij aankomst in Nederland eerst op grond van artikel 431 Rv erkenning en tenuitvoerlegging van die maatregel moet verzoeken aan de Nederlandse rechter. De bescherming van betrokkene is, kortom, het meest gebaat bij instellen van een maatregel voordat hij in Nederland aankomt.

4.6.

Het voorgaande maakt dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 aanhef en onder c Rv bevoegd is om van de verzoeken van verzoekster kennis te nemen. Op grond van artikel 269 Rv is de rechtbank in Den Haag relatief bevoegd.

4.7.

Op grond van artikel 18 HVV hebben de conflictregels uit het HVV universele werking, zodat de kantonrechter deze bepalingen wel in het onderhavige geval anticiperend kan toepassen. Artikel 13 HVV bepaalt dat de bevoegde rechter zijn eigen recht toepast. Dat is in het onderhavige geval het Nederlandse recht.

Instellen bewind en mentorschap

4.8.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat betrokkene vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Daarom zal de kantonrechter bewind instellen. De kantonrechter zal de voorgestelde bewindvoerder benoemen, nu daartegen geen bezwaar is.

4.9.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt voorts dat betrokkene vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand onvoldoende in staat is zijn niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Daarom zal de kantonrechter ook mentorschap instellen. De kantonrechter zal de voorgestelde mentor benoemen, nu daartegen geen bezwaar is.

4.10.

De kantonrechter zal bepalen dat deze beschikking wordt ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek.

4.11.

Betrokkene is (op dit moment) niet in staat om de rekening en verantwoording te beoordelen. Betrokkene is (op dit moment) niet in staat om toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 van het Burgerlijk Wetboek.

beslissing

De kantonrechter:

- stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking een bewind in over de goederen die [betrokkene], voornoemd, (zullen) toebehoren vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand;

- benoemt tot bewindvoerder: [verzoekster] , voornoemd;

- bepaalt dat het bewind wordt ingeschreven in het openbaar Centraal Curatele- en bewindregister.

- stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking een mentorschap in ten behoeve van [betrokkene], voornoemd,

- benoemt tot mentor: [verzoekster] , voornoemd.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Nederhoed, kantonrechter, in samenwerking met W. Aaltink, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2026.

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag:

  1. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733