Essentie (gemaakt door AI)
Intieme terreur onverenigbaar met handhaven gezamenlijk gezag? De rechtbank betrekt bij de beoordeling van het gezamenlijk gezag verklaringen van moeder en een ex-partner over liegen, kleineren, manipuleren en intimiderend gedrag. In samenhang met ernstige, niet opgehelderde veiligheidssignalen rond het kind acht de rechtbank overleg niet vrij en gelijkwaardig. Moeder oefent voortaan alleen het gezag uit. Op grond van zwaarwegende belangen en art. 1:377a lid 3, onder a en d, BW wordt vader omgang ontzegd.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 06-10-2026 |
| Zaaknummer | C/18/259081 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Groningen |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Kinderen; Gezag |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Intieme terreur onverenigbaar met handhaven gezamenlijk gezag? De rechtbank betrekt bij de beoordeling van het gezamenlijk gezag de verklaringen van de moeder en een voormalige partner van de vader over liegen, kleineren, het verdraaien van gebeurtenissen en intimiderend gedrag. Als het beschreven patroon zich heeft voorgedaan, wijzen deze verklaringen niet slechts op moeizame communicatie tussen de ouders, maar mogelijk op intieme terreur. Dat kan eraan in de weg staan dat de moeder vrij en gelijkwaardig met de vader over het kind overlegt. De rechtbank betrekt dit aspect van intieme terreur in de beoordeling van alle feiten en omstandigheden van het geval en beslist dat de moeder voortaan alleen het gezag over het kind uitoefent.Volledige uitspraak
Afdeling Privaatrecht
Locatie Groningen
zaak-/rekestnummer: C/18/259081 / FA RK 26-4700
beschikking van 6 oktober 2026
in de zaak van
[naam moeder] ,
die woont in [plaatsnaam] ,
en die hierna "de moeder" wordt genoemd,
advocaat: mr. S.M. Wolfert, die kantoor houdt in Leek,
en
[naam vader] ,
die woont in [plaatsnaam] ,
en die hierna "de vader" wordt genoemd,
In zijn adviserende taak is in deze procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
die is gevestigd in de regio Noord-Nederland, locatie Groningen,
en die hierna "de Raad" wordt genoemd.
1Het procesverloop
De procedure is ingeleid met een verzoekschrift van de moeder, dat de rechtbank heeft ontvangen op 10 juli 2026.
Op 2 oktober 2026 heeft de rechtbank de zaak mondeling behandeld. De rechtbank heeft toen gesproken met de moeder, haar advocaat en [naam vertegenwoordiger] , die de Raad vertegenwoordigt. De vader is, ondanks dat hij op de juiste wijze is opgeroepen, niet verschenen.
Ten slotte is bepaald dat vandaag deze beschikking wordt gegeven.
2De feiten
De rechtbank kan bij de beoordeling van de verzoeken uitgaan van de volgende feiten.
Partijen zijn de ouders van [naam kind] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [plaatsnaam] . De ouders zijn samen met het gezag over [naam kind] belast.
In een op 6 november 2023 ondertekend ouderschapsplan (welk ouderschapsplan aan de ontbindingsbeschikking van 28 november 2023 is gehecht) hebben de ouders onder meer afgesproken dat [naam kind] haar hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft en dat er een zorgregeling geldt waarin [naam kind] op zondag en maandag bij de vader verblijft. Over de zorgregeling is verder opgenomen, voor zover hier van belang:
"4.4. De ouders wensen het volgende toe te voegen:
Vader werkt vijf avonden per week in de horeca. De twee avonden wanneer hij vrij is zal [naam kind] bij hem verblijven.
In de huidige situatie is vader op zoek naar psychische hulp en op zoek naar geschikte woonruimte. Wanneer hij geschikte woonruimte heeft gevonden en de hulp loopt, en vader hierdoor de mogelijkheid heeft om voor [naam kind] te zorgen, gaat bovenstaande regeling in. Tot die tijd verblijft [naam kind] bij moeder en spreken vader en moeder wekelijks momenten af waarop vader [naam kind] kan ophalen om haar te zien. De verwachting is dat dit in ieder geval tot februari 2024 zal zijn."
Tot en met juli 2025 heeft [naam kind] regelmatig bij de vader verbleven. Vervolgens is er op 24 augustus 2025 een contactmoment geweest tussen de vader en [naam kind] bij de kinderboerderij. Sinds september 2025 heeft de moeder de vader niet meer kunnen bereiken. Er is ook geen contact meer geweest tussen [naam kind] en de vader.
In augustus 2025 heeft een ex-partner van de vader, met wie hij in de eerste helft van 2025 een relatie had, een melding gedaan bij Veilig Thuis vanwege zorgen over gebrekkige verzorging en over een vermoeden van seksueel misbruik van [naam kind] door de vader. Daarop heeft Veilig Thuis Groningen (hierna: VTG) onderzoek gedaan. De conclusie luidt dat de gemelde zorgen weerlegd noch bevestigd zijn. VTG heeft het dossier overgedragen aan het WIJ-team. Het WIJ-team heeft geen aanleiding gezien om hulpverlening in te zetten, omdat er geen contact is met de vader en [naam kind] daarom “veilig” is.
3De verzoeken
De moeder verzoekt de rechtbank om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet dat toelaat:
I. Het gezamenlijk gezag van partijen over de minderjarige [naam kind], geboren op [geboortedatum] 2021 te [plaatsnaam], te beëindigen en de vrouw voortaan te belasten met het eenhoofdig gezag;
II. Te bepalen dat de eerder tussen partijen overeengekomen zorg- en contactregeling wordt gewijzigd, in die zin dat er geen contactregeling tussen de man en [naam kind] wordt vastgesteld;
III. Althans te bepalen als uw rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.
4De beoordeling
De rechtbank maakt zich grote zorgen over de fysieke en emotionele veiligheid van [naam kind] bij de vader. Die zorgen berusten niet op één afzonderlijk voorval, maar op de samenhang tussen de melding van de voormalige partner van de vader, de door de moeder beschreven uitlatingen en gedragingen van [naam kind] en de verklaringen over de verhouding tussen de ouders. De rechtbank stelt daarbij niet vast dat seksueel misbruik heeft plaatsgevonden. De vader ontkent dit in het onderzoek dat door VTG is uitgevoerd, evenals verschillende andere onderdelen van de melding. Dat de vader de zorgen zoals die zijn gemeld betwist, neemt echter niet de noodzaak weg om de beschreven signalen in hun onderlinge samenhang te beoordelen.
Een voormalige partner van de vader heeft verklaard over een voorval waarbij [naam kind] volgens de vader in zijn bed condooms en glijmiddel had gevonden en daarmee had gespeeld. Zij heeft ook verklaard dat [naam kind] geregeld onder de douche stond wanneer zij thuiskwam. De moeder heeft beschreven dat [naam kind] uitlatingen deed over onder meer het aanraken van haar vulva en kusjes op haar blote billen, en dat [naam kind] na contact met de vader soms sterk ontregeld was en vaker ongelukjes had. De rechtbank overweegt dat deze uitlatingen en gedragingen op zichzelf niet bewijzen dat de vader [naam kind] heeft misbruikt. In combinatie met het beschreven voorval rond de condooms en het glijmiddel vormen zij naar het oordeel van de rechtbank echter wel ernstige signalen die niet kunnen worden gepasseerd zolang niet duidelijk is wat er is gebeurd.
Ook buiten het vermoeden van misbruik ziet de rechtbank reden tot zorg. De voormalige partner van de vader heeft ook verklaard dat zij voor eten, drinken en een schone woning zorgde als [naam kind] bij de vader was, dat [naam kind] langdurig televisie keek en dat de vader een knuffel van [naam kind] afdwong wanneer zij die niet wilde geven. De vader heeft in het onderzoek door VTG deze beschrijving op wezenlijke punten weersproken. Hij heeft wel erkend dat het [naam kind] soms te lang televisie keek. De rechtbank betrekt daarnaast dat de moeder terugkerende ontregeling van [naam kind] na contact met de vader beschrijft. Ook daarvoor staat de oorzaak niet vast, maar het beschreven patroon draagt bij aan de zorgen over hoe [naam kind] het contact met de vader ervaart.
Voor de beoordeling van de mogelijkheid om het gezamenlijk gezag te handhaven acht de rechtbank voorts van belang dat de moeder een patroon heeft beschreven van liegen, kleineren, het verdraaien van gebeurtenissen en intimiderend gedrag tijdens de relatie. De voormalige partner heeft eveneens verklaard dat de vader volgens haar veel loog en anderen kon manipuleren. Zulke verklaringen vragen om een zorgvuldige beoordeling. Indien dit patroon zich heeft voorgedaan zoals beschreven, gaat het niet slechts om moeizame communicatie tussen gescheiden ouders, maar zijn er signalen van intieme terreur: gedrag waardoor de moeder niet vrij en gelijkwaardig met de vader kan overleggen. In die omstandigheden kan niet zonder meer van haar worden gevergd dat zij samen met hem beslissingen over [naam kind] blijft nemen.
Juist nu er ernstige zorgen bestaan die onderzoek en mogelijk hulp voor [naam kind] vergen, moet over die onderwerpen tijdig en zonder druk kunnen worden beslist. Als de moeder daarbij voor wezenlijke beslissingen afhankelijk blijft van overleg met de vader terwijl de door haar beschreven dynamiek voortduurt, bestaat het risico dat zij haar zorgen niet vrij naar voren kan brengen, noodzakelijke stappen worden vertraagd en [naam kind] tussen de ouders in komt te staan. Gelet op de ernst van de veiligheidssignalen en de aard van de beschreven verhouding tussen de ouders, acht de rechtbank dat risico onaanvaardbaar en verwacht zij niet dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal optreden.
De rechtbank acht eenhoofdig gezag van de moeder ook anderszins noodzakelijk in het belang van [naam kind] . De vermoedens van seksueel misbruik zijn niet vastgesteld en mogen niet als bewezen aan de beslissing ten grondslag worden gelegd. Echter, de signalen zijn voldoende ernstig om te verlangen dat beslissingen over onderzoek, hulpverlening en bescherming zonder onzekerheid of vertraging kunnen worden genomen. Daarbij weegt mee dat [naam kind] volgens de verklaringen sinds het uiteengaan van de ouders volledig bij de moeder woont en zij alleen de verzorgende en opvoedende taken op zich neemt. In de gegeven omstandigheden is het daarom in het belang van [naam kind] dat de moeder alleen met het gezag wordt belast.
De rechtbank neemt verder in aanmerking dat de vader, nadat de melding was gedaan en VTG onderzoek had verricht, geen initiatief meer heeft genomen om het contact met [naam kind] voort te zetten. Hoewel hij voordien een rol speelde in haar dagelijks leven, is hij daaruit sindsdien verdwenen. De vader is bovendien niet ter mondelinge behandeling verschenen en heeft daardoor geen toelichting gegeven op zijn huidige betrokkenheid bij [naam kind] of op de wijze waarop hij haar belangen bij belangrijke beslissingen wil behartigen. Tegen deze achtergrond heeft de rechtbank op dit moment onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat de vader in staat is in het belang van [naam kind] mee te denken, te handelen en beslissingen te nemen.
De zorgregeling en het recht van de vader op omgang
Doordat de moeder voortaan alleen met het gezag over [naam kind] wordt belast, kan de bestaande verdeling van de zorg- en opvoedingstaken niet als zodanig in stand blijven. Die regeling berustte op de gezamenlijke uitoefening van het gezag. Het contact tussen de vader en [naam kind] moet voortaan worden beoordeeld als omgang in de zin van artikel 1:377a BW. [naam kind] en haar vader hebben, in beginsel, recht op omgang met de vader en de vader heeft, als niet met het gezag belaste ouder, in beginsel recht op en de verplichting tot omgang met [naam kind] . De beëindiging van het gezamenlijk gezag brengt dus niet op zichzelf mee dat ook omgang is uitgesloten; daarover moet de rechtbank afzonderlijk beslissen.
De rechtbank is van oordeel dat in dit geval grond bestaat om de vader het recht op omgang te ontzeggen. Zoals hiervoor is overwogen, bestaan ernstige en nog niet opgehelderde zorgen over de fysieke en emotionele veiligheid van [naam kind] bij de vader. De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder acht geslagen op de beschreven gebeurtenissen en uitlatingen van [naam kind] , haar ontregeling na contactmomenten en de overige signalen over haar verzorging en het respecteren van haar grenzen. De rechtbank stelt daarmee niet vast dat de vader [naam kind] heeft misbruikt. Ook zonder die vaststelling acht zij echter, gelet op de ernst en samenhang van de signalen, het risico voor [naam kind] bij hervatting van de omgang op dit moment te groot.
Daar komt bij dat de vader, nadat de melding was gedaan en VTG onderzoek had verricht, het contact met [naam kind] niet heeft voortgezet. Hij is evenmin ter mondelinge behandeling verschenen. Daardoor heeft de rechtbank geen toelichting van hem gekregen op de wijze waarop omgang thans veilig zou kunnen plaatsvinden.
Het zijn tezamen genomen feiten en omstandigheden die voor de rechtbank, net als de Raad tijdens de mondelinge behandeling, tot de conclusie leiden dat de eerdere regeling niet zonder meer worden hervat. De rechtbank acht omgang op dit moment in strijd met de zwaarwegende belangen van [naam kind] en is van oordeel dat deze ernstig nadeel voor haar geestelijke of lichamelijke ontwikkeling zou kunnen opleveren. Daarmee doen zich de ontzeggingsgronden van artikel 1:377a lid 3, onder a en d, BW voor. De rechtbank zal het recht van de vader op omgang met [naam kind] daarom ontzeggen.
5De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de moeder voortaan alleen het gezag over [naam kind] uitoefent;
gelast dat de griffier deze wijziging in het gezag inschrijft in het gezagsregister;
ontzegt de vader het recht op omgang met [naam kind] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat meer of anders is verzocht.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. B.R. Tromp, (kinder)rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026. |
||
|
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: - door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. |
fn: MGV
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
