Essentie (gemaakt door AI)
Herroeping van echtscheidingsbeschikking wegens bedrog art. 382 Rv en tijdige indiening art. 383 Rv. Man verzweeg dat hij de vrouw via e‑mail en via [naam] kon bereiken en mogelijkheden had om haar adres te achterhalen (procesreglement 4.8). Deze verzwegen feiten hadden tot een voor de vrouw gunstiger afloop kunnen leiden. Verzoek van de vrouw tot herroeping wordt toegewezen; procedure wordt heropend art. 388-389 Rv en vrouw mag eerst verweer voeren. Uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen art. 388 lid 2 Rv.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 02-10-2026 |
| Zaaknummer | C/16/611519 / FL RK 26-602 |
| Procedure | Beschikking |
| Zittingsplaats | Almere |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Familieprocesrecht; Herstel/aanvulling/herroeping uitspraak |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Herroeping van de echtscheiding. Bedrog artikel 382 RV. De door de man verzwegen fieten hadden tot een voor de vrouw meer gunstig verloop ven afloop van de procedure kunnen leiden. De procedure wordt heropend.Volledige uitspraak
Familierecht
Locatie: Almere
zaaknummer: C/16/611519 / FL RK 26-602
Herroeping
Beschikking van 8 september 2026
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende in Colombia,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. J.A.M. Schoenmakers,
tegen
[de man] ,
wonende in [plaats 1] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. A.C. Mens.
1De procedure
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
-
het verzoekschrift (met bijlagen) van de vrouw, binnengekomen op 8 mei 2026;
-
het bericht (met bijlage) van de vrouw van 31 juli 2026;
-
het verweerschrift (met bijlagen) van de man, binnengekomen op 5 augustus 2026;
-
het bericht (met bijlagen) van de vrouw van 10 augustus 2026.
Het verzoek van de vrouw is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 11 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de vrouw (digitaal) met haar advocaat en bijgestaan door een tolk;
-
de man met zijn advocaat.
Partijen hebben tijdens de zitting toestemming gegeven om de stukken uit de echtscheidingsprocedure (zaaknummer: C/16/584293 / FL RK 24-1156) te betrekken in deze procedure.
De rechtbank heeft tijdens de zitting toestemming gegeven aan de advocaat van de vrouw om na afloop van de zitting nog een document zonder verdere toelichting in te dienen. De rechtbank heeft dit document op 11 augustus 2026 ontvangen.
Op 18 augustus 2026 heeft de rechtbank een bericht (met bijlage) van de man ontvangen. In het bericht reageert de man op het bericht van de vrouw van 11 augustus 2026. De rechtbank zal het bericht van de man niet meenemen in deze procedure, omdat op de zitting alleen aan de vrouw toestemming is gegeven om nog een specifiek document in te dienen en de rechter expliciet heeft medegedeeld dat partijen geen gelegenheid krijgen om daarna nog verder op elkaars stukken te reageren.
2Waar de procedure over gaat
Partijen zijn op [datum huwelijk] 2002 met elkaar getrouwd in [plaats 2] , [regio] (Colombia).
Uit een eerdere relatie van de vrouw is op [geboortedatum] 1998 geboren: [naam] . Partijen stellen dat door hun huwelijk [naam] door de man is geadopteerd. Zij heeft de achternaam van de man verkregen.
i. Hoe de echtscheidingsprocedure is verlopen
Op 18 november 2024 heeft de man een verzoekschrift ingediend bij deze rechtbank en verzocht om:
-
de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
-
te verklaren voor recht dat op het huwelijksvermogensregime van partijen Colombiaans recht van toepassing is en de woning van de man aan de [adres] in [plaats 1] niet in een gemeenschap van goederen valt en de man gerechtigd is deze woning zonder toestemming van de vrouw te verkopen;
-
subsidiair, ingeval de rechtbank van mening is dat de woning wel in een gemeenschap van goederen valt, aan de man vervangende toestemming te verlenen om de woning zonder toestemming van de vrouw te verkopen en aan een derde notarieel te leveren, dan wel een zodanige beslissing te nemen die de rechtbank juist acht.
In het verzoekschrift van 18 november 2024 heeft de man aangegeven niet bekend te zijn met de woonplaats van de vrouw. Volgens de man was de relatie van partijen al zeven jaar verbroken en hadden partijen geen contact meer met elkaar. Het verzoekschrift is daarom openbaar betekend door een publicatie in de Staatscourant. De vrouw heeft vervolgens geen verweer gevoerd binnen de daarvoor gestelde termijn. De echtscheidingsprocedure is daarom schriftelijk afgedaan bij beschikking van 14 juli 2025.
In voornoemde beschikking heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Ook is voor recht verklaard dat de woning van de man aan de [adres] in [plaats 1] niet in enige gemeenschap van goederen valt en dat de man gerechtigd is deze woning zonder toestemming van de vrouw te verkopen.
De echtscheiding van partijen is op [datum echtscheiding] 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
ii. De vrouw verzoekt herroeping van de echtscheidingsprocedure
In deze procedure verzoekt de vrouw de rechtbank om de beschikking van 14 juli 2025 te herroepen, zowel voor wat betreft de uitgesproken echtscheiding als de verklaring voor recht. Volgens de vrouw heeft de man de beschikking door bedrog verkregen. Daarnaast verzoekt de vrouw de rechtbank om de man te veroordelen in de kosten van deze procedure.
De man is het niet eens met de verzoeken van de vrouw en vraagt de rechtbank om haar verzoeken af te wijzen en de vrouw te veroordelen in de kosten van de procedure.
3De beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat er grond is voor de herroeping van de beschikking van 14 juli 2025, voor wat betreft de echtscheiding en de verklaring voor recht, en legt hierna uit waarom zij tot dit oordeel komt.
Het wettelijk kader
In de wet staat dat een beschikking op verzoek van de oorspronkelijke verzoeker of op verzoek van een belanghebbende kan worden herroepen als:
-
de beschikking berust op bedrog dat door de wederpartij in het geding is gepleegd,
-
de beschikking berust op stukken, waarvan de valsheid na de beschikking is erkend of bij gewijsde is vastgesteld, of
-
de partij na de beschikking stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden.
1
Het rechtsmiddel van herroeping is een uitzondering op de regel dat procedures een einde moeten hebben en dat een eenmaal afgedane zaak niet opnieuw aan een rechter kan worden voorgelegd. Het rechtsmiddel moet worden ingesteld binnen drie maanden nadat de grond voor de herroeping is ontstaan en de verzoeker daarmee bekend is geworden.
2
De ontvankelijkheid van de vrouw
De rechtbank moet allereerst beoordelen of de vrouw kan worden ontvangen in haar verzoek. Bij deze beoordeling zijn twee vragen van belang:
-
is de vrouw belanghebbende?
-
heeft de vrouw haar verzoek tot herroeping op tijd ingediend?
De rechtbank is van oordeel dat de vrouw belanghebbende is. De verzoeken in de echtscheidingsprocedure gingen immers over het huwelijk van de vrouw en de man.
Ook is de rechtbank van oordeel dat de vrouw haar verzoek tot herroeping tijdig heeft ingediend. De man heeft de vrouw op 11 februari 2026 via een e-mailbericht op de hoogte gebracht van de echtscheiding en de inschrijving daarvan. [naam] heeft daarna namens de vrouw de echtscheidingsbeschikking opgevraagd bij de rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank heeft het afschrift van de echtscheidingsbeschikking op 11 maart 2026 aan [naam] verstrekt. Dit betekent dat de vrouw pas vanaf 11 maart 2026 op de hoogte was van de inhoud van de echtscheidingsbeschikking. Omdat zij haar verzoek tot herroeping op 8 mei 2026 heeft ingediend, is dit verzoek binnen de termijn van drie maanden gedaan.
Gelet op het voorgaande kan de vrouw worden ontvangen in haar verzoek. De rechtbank zal hierna eerst ingaan op de standpunten van partijen en daarna het verzoek inhoudelijk beoordelen.
De standpunten van partijen
i. het standpunt van de vrouw
De vrouw stelt dat de beschikking van 14 juli 2025 door bedrog van de man in het geding tot stand is gekomen.
3 Daartoe voert zij – samengevat – het volgende aan.
De man heeft de rechtbank doelbewust onjuist geïnformeerd over haar woonplaats, waardoor de vrouw in de echtscheidingsprocedure niet is opgeroepen en zich niet heeft kunnen verweren. De vrouw meent dat de man wel degelijk op de hoogte was van haar woonadres, maar ten onrechte in de echtscheidingsprocedure heeft gesteld dat hij niet zou weten waar zij woont. De vrouw stelt dat de man meerdere keren bij haar op bezoek is geweest in Colombia. De laatste keer was tijdens het televisieprogramma [programma] in 2017.
Naast dat de man op de hoogte was van haar woonadres, beschikte hij volgens de vrouw ook over haar e-mailadres en telefoonnummer. De afgelopen jaren hebben partijen meerdere keren via e-mail met elkaar gecommuniceerd. Zo is er in 2014 uitvoerig gecorrespondeerd over een krediethypotheek op de echtelijke woning in Nederland. Voor deze hypotheek moest de vrouw een aantal formulieren invullen. Dat heeft zij gedaan en deze formulieren zijn via een koeriersdienst naar de man verzonden. Op deze formulieren stond het huidige woonadres van de vrouw vermeld.
Naast de e-mailcorrespondentie in 2014 hebben partijen ook in 2019 contact gehad via de mail. De man heeft toen per e-mail de relatie met de vrouw beëindigd. Vier jaar later (in 2023) heeft hij per e-mail aangekondigd te willen scheiden. Volgens de vrouw is haar e-mailadres door de jaren heen niet gewijzigd en was de man hiervan dus al die tijd op de hoogte. Hij had de vrouw dan ook via deze weg tijdig kunnen informeren over de echtscheidingsprocedure en haar kunnen vragen naar haar exacte woonadres, voor het geval hij die niet meer wist.
Verder heeft de man de afgelopen jaren veelvuldig contact onderhouden met [naam] en andere familieleden van de vrouw. Zowel [naam] als de familieleden van de vrouw beschikken over haar woonadres. Het was voor de man volgens de vrouw een kleine moeite geweest om het woonadres bij [naam] (of andere familieleden) op te vragen. De vrouw is dan ook van mening dat de man de rechtbank doelbewust onjuist heeft geïnformeerd door haar woonadres te verzwijgen, waardoor de echtscheidingsbeschikking volgens haar berust op bedrog dat door de man in het geding is gepleegd.
ii. het standpunt van de man
De man betwist dat hij op de hoogte was van het woonadres van de vrouw. De man stelt dat de vrouw de afgelopen jaren meerdere keren is verhuisd en dat hij ten tijde van de echtscheidingsprocedure niet wist waar zij verbleef. De man erkent dat hij in 2017 met het televisieprogramma [programma] naar Colombia is geweest. Echter volgens de man verbleven partijen toen niet in de woning van de vrouw, maar in een door [programma] geregelde woning. Voor zover de man zich kan herinneren, hebben partijen toen wel een uitstapje gemaakt naar de woning en de werkplek van de vrouw. Dit is alleen ruim negen jaar geleden. De man weet niet meer precies waar de woning van de vrouw zich bevindt en heeft haar adres destijds ook niet genoteerd.
De man stelt zich op het standpunt dat het contact tussen partijen sinds het laatste bezoek in 2017 is verwaterd. De man kan zich in ieder geval niet herinneren dat partijen nadien, in 2019 en 2023, nog contact met elkaar hebben gehad. Net als haar woonadres wijzigde de vrouw volgens de man ook continu haar contactgegevens. Hierdoor beschikte de man niet meer over het juiste e-mailadres en telefoonnummer en is het contact tussen partijen gestaakt.
Doordat partijen geen contact meer met elkaar hadden, liep de man steeds vaker vast op praktische zaken binnen het huwelijk. Voor elke financiële beslissing was immers gezamenlijke toestemming nodig. Dit is voor de man aanleiding geweest om de echtscheidingsprocedure te beginnen. Tijdens de zitting heeft de man verteld dat hij [naam] over zijn voornemen om te gaan scheiden heeft geïnformeerd. [naam] zou toen hebben gezegd dat zij daar niet bij betrokken wilde zijn. De man heeft deze wens gerespecteerd en [naam] daarom niet gevraagd naar het woon- en e-mailadres van de vrouw. De man handhaaft
zijn standpunt dat hij ten tijde van de echtscheidingsprocedure niet over het actuele woon- en e-mailadres van de vrouw beschikte. Hij is de procedure daarom gestart met de mededeling dat de woon- en verblijfplaats van de vrouw onbekend was.
De rechtbank wijst het verzoek tot herroeping toe
De rechtbank stelt voorop dat uit vaste jurisprudentie blijkt dat het begrip bedrog, zoals bedoeld in artikel 382 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, ruim moet worden uitgelegd. Het begrip is daarbij niet onderworpen aan de beperkingen die in het vermogensrecht (artikel 3:44 van het Burgerlijk Wetboek) voor de uitleg van dat begrip als wilsgebrek gelden. Onder het begrip bedrog kan bijvoorbeeld vallen het verzwijgen van feiten die tot een voor de wederpartij gunstige afloop van de procedure zouden hebben kunnen leiden.
4 De rechtbank is van oordeel dat hiervan in de echtscheidingsprocedure sprake is geweest en zal hierna uitleggen waarom.
De rechtbank vindt dat voldoende is komen vast te staan dat de man ten tijde van de echtscheidingsprocedure over reële mogelijkheden beschikte om met de vrouw in contact te komen of haar woon- of verblijfplaats te achterhalen, maar dat hij die mogelijkheden niet aan de rechtbank heeft gemeld en daarvan onvoldoende gebruik heeft gemaakt. De rechtbank betrekt daarbij het volgende:
- de man en de vrouw hebben in het verleden contact met elkaar gehad via e-mail. Dit blijkt onder meer uit de producties 5, 7 en 10 van het verzoekschrift. Op basis van deze stukken constateert de rechtbank dat de man beschikte over het e-mailadres van de vrouw. Uit deze stukken blijkt namelijk dat de vrouw zowel in 2013 als in 2026 gebruik maakte van hetzelfde e-mailadres ([e-mailadres]). Op 11 februari 2026 heeft de man via dit e-mailadres aan de vrouw laten weten dat de echtscheiding was afgerond. Dit echtscheiding was toen al op 14 juli 2025 uitgesproken en op [datum echtscheiding] 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Tegen deze achtergrond vindt de rechtbank het niet voldoende dat de man in zijn verzoekschrift tot echtscheiding heeft volstaan met de mededeling dat hij niet op de hoogte was van het woonadres van de vrouw en al jaren geen contact meer met haar had. De man beschikte immers over een e-mailadres waarop hij de vrouw kon proberen te bereiken. Hij had haar via dat e-mailadres in ieder geval kunnen informeren over de echtscheidingsprocedure en kunnen vragen naar haar woonadres of het e-mailadres in zijn verzoekschrift kunnen vermelden. Op grond van punt 4.8 van het Procesreglement Echtscheiding lag het bovendien op de weg van de man om zich in te spannen om de verblijfplaats van de vrouw te achterhalen en in zijn verzoekschrift te vermelden welke pogingen hij daartoe had gedaan
5;
- uit de verklaring van [naam] (productie 9 van het verzoekschrift) blijkt dat de man regelmatig contact met haar had en haar ook meerdere keren heeft ontmoet. De man heeft dit tijdens de zitting erkend. Het enkele feit dat [naam] tegen de man zou hebben gezegd niet betrokken te willen worden bij de echtscheidingsprocedure, betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat de man haar niet om de adresgegevens van de vrouw had kunnen vragen;
- de man beschikte in ieder geval in 2014 over het woonadres van de vrouw. Het woonadres stond namelijk vermeld op de documenten voor de krediethypotheek. Deze documenten heeft de man destijds verstrekt aan de gemeente [plaats 1] . Hoewel niet duidelijk is of de gemeente [plaats 1] nog over deze documenten beschikt, had van de man mogen worden verwacht dat hij ook deze mogelijkheid had onderzocht om het adres van de vrouw te achterhalen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de man in de echtscheidingsprocedure relevante feiten heeft verzwegen. Hij heeft in zijn verzoekschrift alleen vermeld dat hij al jaren geen contact meer had met de vrouw en dat haar woon-en verblijfplaats onbekend was. Hij heeft niet vermeld dat hij beschikte over een e-mailadres van de vrouw, dat hij contact had met hun dochter [naam] en dat er nog andere mogelijkheden waren om de verblijfplaats van de vrouw te proberen achterhalen. Ook heeft hij niet vermeld welke pogingen hij had gedaan om de vrouw te bereiken of haar verblijfplaats te achterhalen. Daarmee heeft de man bij de rechtbank ten onrechte het beeld gewekt dat er geen reële mogelijkheid bestond om de vrouw te bereiken of haar verblijfplaats te achterhalen.
De door de man verzwegen feiten hadden tot een voor de vrouw meer gunstig verloop en afloop van de procedure kunnen leiden. Als de man deze feiten wel had vermeld en de beschikbare mogelijkheden waren benut, had de vrouw mogelijk kunnen worden bereikt en in de procedure kunnen worden betrokken. Zij had dan verweer kunnen voeren tegen de verzoeken van de man. Die verzoeken gingen niet alleen over de echtscheiding, maar ook over het toepasselijke huwelijksvermogensrecht en haar mogelijke aanspraken op de woning en ander vermogen. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van bedrog in de zin van artikel 382 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De man heeft aangevoerd dat de uitkomst van de procedure ook na verweer van de vrouw niet anders zou zijn geweest. Dat kan de rechtbank op voorhand niet vaststellen. De vrouw neemt een ander standpunt in over het toepasselijke huwelijksvermogensrecht en haar mogelijke aanspraken op de woning en ander vermogen. Dat debat moet alsnog worden gevoerd. Pas daarna kan worden beoordeeld of het verweer van de vrouw tot een andere uitkomst leidt. Daarmee is niet uitgesloten dat de verzwegen feiten tot een voor de vrouw meer gunstige afloop van de procedure hadden kunnen leiden. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot herroeping daarom toewijzen.
De procedure wordt heropend
In de wet staat dat de rechter die de voor herroeping aangevoerde grond of gronden juist vindt, de procedure geheel of gedeeltelijk heropent. De heropening schorst van rechtswege de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking, voor zover het geding wordt heropend.
6 Partijen zullen opnieuw in de gelegenheid worden gesteld om stellingen in te nemen en bestaande stellingen aan te vullen dan wel te wijzigen.
7 De vrouw zal eerst een termijn krijgen om alsnog verweer te voeren tegen de verzoeken van de man. Daarna zal ook de man in de gelegenheid worden gesteld om op het verweer van de vrouw te reageren en zijn stellingen zo nodig aan te vullen of te wijzigen. Vervolgens zal de rechtbank bepalen hoe de procedure verder wordt voortgezet.
Uitvoerbaar bij voorraad
De rechtbank zal deze beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Naar het oordeel van de rechtbank verzet de aard van de beslissing zich daartegen. De rechtbank beslist in deze beschikking alleen dat de procedure wordt heropend. Dit is geen veroordeling of andere beslissing die ten uitvoer kan worden gelegd. Overigens staat tegen de beslissing tot herroeping ook geen hoger beroep open.
8 Cassatieberoep is echter niet uitgesloten.
9
De proceskosten
De rechtbank zal beslissen dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt, omdat zij geen reden ziet om één van partijen in de proceskosten te veroordelen.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.
4 De beslissing
De rechtbank:
heropent de procedure met zaaknummer C/16/584293 / FL RK 24-1156 die heeft geleid tot de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 14 juli 2025;
bepaalt dat als eerst de vrouw in de heropende procedure in de gelegenheid zal worden gesteld om alsnog een verweerschrift in te dienen tegen de verzoeken van de man;
bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten betalen;
wijst het meer of anders verzochte in deze herroepingsprocedure af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.G. de Jong, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. J.A. Beverwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.
Zie onder meer HR 4 oktober 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2162, NJ 1998/45, en HR 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AN7890
In 4.8. van het Procesreglement Echtscheiding staat: ‘verzoeker dient in zijn verzoekschrift te vermelden dat en waarom het adres van de belanghebbende onbekend is, alsmede welke pogingen zijn gedaan om de verblijfplaats van belanghebbende te achterhalen’. Deze bepaling stond ook (al) in het Procesreglement Echtscheiding dat gold op het moment dat de man zijn verzoekschrift tot echtscheiding indiende.
HR 21 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW4896
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
