Essentie (gemaakt door AI)
Beschikking van de meervoudige kamer waarin het gezag van vader wordt beëindigd op grond van een ernstig bedreigde ontwikkeling en misbruik van gezag in een context van jarenlange intieme terreur jegens moeder, waarin minderjarige structurele onveiligheid en chronische angst ervaart. Moeder krijgt eenhoofdig gezag. Verder wordt minderjarige onder toezicht gesteld voor een jaar en wordt een machtiging tot uithuisplaatsing in pleegzorg voor zes maanden verleend, gelet op noodzaak van rust, veiligheid en onderzoek naar opvoedvaardigheden van moeder.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 02-10-2026 |
| Zaaknummer | C/15/380972 / FA RK 26-4368 |
| Procedure | Eerste aanleg - meervoudig |
| Zittingsplaats | Haarlem |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Jeugdbescherming / Jeugdwet; Gezagsbeëindigende maatregel 1:266 BW/schorsing gezag |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Beschikking van de meervoudige kamer over een gezagsbeëindiging van de vader, ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing. De minderjarige is opgegroeid in een situatie van jarenlange intieme terreur van de vader jegens de moeder, waarbij de minderjarige is blootgesteld aan structurele onveiligheid en chronische angst.Volledige uitspraak
NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
zaaknummers: C/15/380972 / FA RK 26-4368 (gezagsbeëindiging)
C/15/380970 / JU RK 26-1259 (OTS en MUHP)
Datum uitspraak: 8 september 2026
Beschikking van de meervoudige kamer over een gezagsbeëindiging, ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. S.O. Zengin uit Den Haag,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. M.J. Bouwman uit Zaandam,
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam.
Het verloop van de procedures
1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de verzoekschriften van de Raad, van 5 augustus 2026;
-
het rapport van de Raad, met bijlagen, van 14 augustus 2026;
-
het schriftelijk standpunt van de moeder ten aanzien van de gezagsbeëindigende maatregel, van 28 augustus 2026.
1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de vader met zijn advocaat;
-
de moeder met haar persoonlijk begeleider (digitaal) en advocaat;
- de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] en [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3. De ouders zijn gescheiden gehoord, beiden in het bijzijn van de advocaat van de wederpartij, de Raad en de GI.
2De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft sinds 9 juni 2026 in een crisispleeggezin.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] bij beschikking van 9 juni 2026 voorlopig onder toezicht gesteld tot 9 september 2026. Daarnaast is een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing verleend in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 9 juni 2026 tot 7 juli 2026. Bij beschikking van 19 juni 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 9 september 2026.
3De verzoeken en het standpunt van de Raad
De Raad verzoekt:
1. primair: het ouderlijk gezag van de vader over [de minderjarige] te beëindigen en in het geval de rechtbank niet ter zitting uitspraak zal doen, vast te stellen dan wel voor recht te verklaren dat het gezag van de vader over [de minderjarige] is geschorst; dan wel
subsidiair: vast te stellen dan wel voor recht te verklaren dat het gezag van de vader over [de minderjarige] is geschorst;
2. [de minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van één jaar;
3. een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van zes maanden;
4. de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Ter onderbouwing van deze verzoeken heeft de Raad het volgende in de verzoekschriften en ter zitting naar voren gebracht.
gezagsbeëindiging/schorsen gezag vader
De Raad stelt dat sprake is van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft in de thuissituatie veel onveiligheid meegemaakt. Er is sprake van een patroon dat past onder dwingende controle/intiem terreur, waarbij de vader de moeder fysiek, psychisch, verbaal en seksueel heeft mishandeld, haar heeft onderdrukt, gecontroleerd en geïsoleerd. [de minderjarige] heeft hierdoor in chronische angst geleefd, waardoor zij geen gevoel van veiligheid heeft kunnen ontwikkelen. De zorg is dat [de minderjarige] als gevolg van het opgroeien in dit systeem niet heeft geleerd wie zij is en wat zij voelt, maar dat zij gericht is geweest op wat de vader van haar verwachtte uit angst voor geweld vanuit hem. Ook zijn er signalen dat [de minderjarige] zelf fysiek geweld vanuit de vader heeft ervaren. De vader is niet in staat om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] binnen een voor [de minderjarige] aanvaardbare termijn te dragen. Gelet op de ernst van de situatie en de gedragingen van de vader heeft de Raad namelijk niet de verwachting dat de vader bereid en in staat is tot verandering. Hoewel de vader in goed contact is met de GI en de Raad, ontkent de vader de zorgen, lacht hij deze weg en/of bagatelliseert hij ze. De vader maakt daarnaast misbruik van zijn gezag over [de minderjarige] . In zijn zoektocht naar de moeder laat de vader zich niet begrenzen door hulpverlenende instanties en zoekt hij de moeder bij diverse vrouwenopvanglocaties. Gedurende het raadsonderzoek heeft de vader in contact met professionals van onder meer Veilig Thuis, de logopedist van [de minderjarige] , de GI, de politie, een vrouwenopvanglocatie en de Raad (al dan niet onder valse voorwendselen) geprobeerd te achterhalen waar de moeder verblijft. Als gevolg van de onveiligheid die de vader hiermee creëert, verblijven [de minderjarige] en de moeder op geheime locaties. Ook kan door het gezamenlijk gezag geen hulpverlening voor [de minderjarige] worden ingezet en kan zij niet worden ingeschreven bij een basisschool of huisarts zonder dat dit onmiddellijk en ernstig gevaar oplevert. Dit komt mede doordat de vader vanuit zijn gezagspositie recht heeft op informatie over [de minderjarige] . Het is dan ook van belang dat het gezag van de vader wordt beëindigd, dan wel dat het gezag van de vader wordt geschorst.
ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
[de minderjarige] wordt gelet op het voorgaande ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Ook als de moeder alleen met het gezag over [de minderjarige] wordt belast, blijft sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De zorgen over de ontwikkeling als gevolg van de opvoedsituatie waarin [de minderjarige] jarenlang heeft verbleven, blijven dan immers bestaan. De moeder is bovendien jarenlang onthouden van het vervullen van een ouderrol en heeft (net als [de minderjarige] ) in een constante angst geleefd. Onduidelijk is vooralsnog in hoeverre de moeder (opvoed)vaardigheden heeft ontwikkeld om de zorg voor [de minderjarige] te dragen.
De moeder van [de minderjarige] is op dit moment voldoende bereid maar onvoldoende in staat onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen en hulpverlening te accepteren. De moeder is recent gevlucht uit de situatie met de vader en verblijft op een geheime plek bij een vrouwenopvang. Zij staat momenteel onder enorme druk omdat de vader haar blijft zoeken. De moeder heeft ondersteuning, sturing en begeleiding nodig voor het stabiliseren van haar eigen leven en dat van [de minderjarige] . Van de moeder kan en mag op dit moment niet gevergd worden dat zij de verantwoordelijkheid daarvoor zelfstandig draagt.
Het is daarom in het belang van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] noodzakelijk dat zij uit huis geplaatst blijft. De vader kan [de minderjarige] geen veilige opvoedsituatie bieden en de moeder is op dit moment niet bij machte een opvoedsituatie te creëren waarin voldoende rust en stabiliteit heerst om tegemoet te kunnen komen aan de ontwikkeling van [de minderjarige] . De moeder heeft in de thuissituatie met de vader maar weinig opvoedtaken op zich kunnen nemen en verkeerde in een onmogelijke situatie om zichzelf hierin opvoedvaardigheden eigen te maken. Er dient eerst hulpverlening te worden ingezet voor [de minderjarige] , de moeder en hen samen voordat kan worden toegewerkt naar thuisplaatsing bij de moeder.
4De standpunten
de moeder
De moeder staat achter het verzoek van de Raad om het gezag van de vader te beëindigen, zodat de moeder met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] wordt belast. De moeder staat ook achter het verzoek van de Raad om [de minderjarige] onder toezicht te stellen.
Ten aanzien van de machtiging uithuisplaatsing, verzoekt de moeder primair het verzoek van de Raad af te wijzen en [de minderjarige] bij haar te plaatsen. Subsidiair verzoekt de moeder de machtiging met één maand te verlengen, waarna [de minderjarige] bij haar wordt geplaatst. De situatie van de moeder is inmiddels gewijzigd. Zij verblijft op een geheime en kindvriendelijke locatie, waar zowel de moeder als [de minderjarige] veilig kunnen verblijven. Ook kan daar de benodigde begeleiding en hulpverlening worden ingezet. Het enkele feit dat nog onvoldoende zicht bestaat op de opvoedvaardigheden van de moeder vormt geen zelfstandige grond om de uithuisplaatsing te laten voortduren. Het Verdrag van Istanbul benadrukt ook dat slachtoffers beschermd moeten worden tegen secundaire victimisatie. De moeder moet dan ook de kans krijgen om met behulp van hulpverlening voor [de minderjarige] te zorgen. Eventueel kan als overbruggingsperiode de uithuisplaatsing met één maand worden verlengd.
de vader
De vader verzoekt het verzoek van de Raad tot beëindiging dan wel schorsing van zijn gezag af te wijzen. Er wordt niet voldaan aan de juridische vereisten tot beëindiging van het gezag. Er zijn op dit moment geen gezagsconflicten en de doelen kunnen ook worden bereikt met een minder ingrijpende maatregel, namelijk via de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing. De vader herkent zich daarnaast niet in de door de Raad genoemde feiten en heeft het gevoel dat niet naar hem wordt geluisterd. Hij heeft de moeder en [de minderjarige] nooit mishandeld en altijd goed voor hen gezorgd. Dat de vader contact probeert te krijgen met de moeder, komt voort uit onmacht en wanhoop. De vader wil inmiddels niks meer met de moeder te maken hebben en heeft inmiddels een nieuwe vriendin.
De vader is het eens met de verzochte ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing, zodat voor het verdere onderzoek naar zijn kant van het verhaal kan worden geluisterd. In die periode is de beste oplossing dat [de minderjarige] in het pleeggezin blijft wonen. De vader wil niet dat [de minderjarige] bij de moeder opgroeit, omdat de moeder niet voor [de minderjarige] kan zorgen.
de GI
De GI heeft ter zitting aangegeven achter het verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing te staan. Er is op dit moment onvoldoende zicht op de mogelijkheden van de ouders en hun opvoedvaardigheden. Verder ziet de GI niet in hoe de ouders met elkaar gaan samenwerken bij gezamenlijk gezag. Voor de komende periode is het van belang dat [de minderjarige] tot rust komt, naar school gaat, dat hulpverlening wordt ingezet en dat wordt onderzocht of, en zo ja welke, omgangsregeling in het belang van [de minderjarige] is.
5De beoordeling
gezagsbeëindiging
Op grond van artikel 1:266, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechtbank het gezag van een ouder beëindigen, indien:
a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn; of
b. de ouder het gezag misbruikt.
Het doel van een kinderbeschermingsmaatregel, zoals beëindiging van het gezag, is de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige weg te nemen als de ouder daartoe niet in staat is. Het gevolg van het beëindigen van het gezag moet in een redelijke verhouding staan tot dat doel. Als de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige kan worden weggenomen met een lichtere maatregel dan gezagsbeëindiging, dan beëindigt de rechtbank het gezag niet. Omdat beëindiging van het gezag ingrijpt in het privé- en gezinsleven van de ouder en de minderjarige beoordeelt de rechtbank ook of de maatregel niet onnodig ingrijpend is. De belangen van de minderjarige staan voor de rechtbank bij haar beslissing voorop. De rechtbank weegt deze belangen zorgvuldig af tegen de belangen van de ouder.
1
conclusie
Naar het oordeel van de rechtbank is [de minderjarige] opgegroeid in een situatie van jarenlange intieme terreur van de vader jegens de moeder, waarbij [de minderjarige] is blootgesteld aan structurele onveiligheid en chronische angst. Dat betekent dat de ontwikkeling van [de minderjarige] ernstig wordt bedreigd en dat de vader de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] niet binnen een aanvaardbare termijn kan dragen. De rechtbank zal daarom het gezag van de vader beëindigen. Dit brengt mee dat de moeder voortaan alleen met het gezag over [de minderjarige] is belast. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
intieme terreur / dwingende controle
Intieme terreur (ook wel dwingende controle genoemd) wordt gekenmerkt door een patroon van controle en dwang. Dit kan zich uiten in het isoleren, vernederen en intimideren van de partner tot ernstig fysiek en seksueel geweld. Het kan ook controle over financiën en bedreigingen (tegen het slachtoffer, kinderen of huisdieren) inhouden. Het is een proces waarbij afhankelijkheid wordt vergroot en veerkracht wordt ondermijnd. Bij intieme terreur is er sprake van een machtsverschil tussen de partners. Eén partner, meestal de man, oefent dwang en controle uit op zijn partner. Door haar vrijheid te beperken, haar te isoleren en door het gebruik van, vaak ernstig, geweld, ook seksueel. Intieme terreur kan zich uiten in: activiteiten volgen en digitale terreur, autonomie beperken/ontzeggen en afhankelijkheid vergroten, psychologische manipulatie (gaslighting), uitschelden, vernederen en bekritiseren, kinderen tegen de partner opzetten (parental alienation), jaloezie en chantage, seksuele dwang, dreiging met suïcide of kinderen of huisdieren bedreigen, derden gebruiken of opzetten tegen de partner en misleiding. Het slachtoffer en de eventuele kinderen voelen zich continu bedreigd en onveilig. Als het slachtoffer de relatie verbreekt, kan de ander het slachtoffer gaan stalken. De stalker accepteert het einde van de relatie niet, voelt zich wrokkig en afgewezen en kan geweld gaan plegen. In dat geval is er meer kans op verdere escalatie. De intieme terreur stopt niet na het verbreken van de relatie en kan juist ernstiger en gevaarlijker worden voor het slachtoffer.
2
Dat sprake is geweest van jarenlange intieme terreur van de vader richting de moeder volgt uit een langdurig en voor de buitenwereld lang onzichtbaar gebleven patroon van macht en onderdrukking waarin de vader stap voor stap het leven van de moeder in handen heeft genomen en beheerst. Uit het rapport van de Raad is meer dan aannemelijk geworden dat sprake is geweest van fysiek geweld, verbaal geweld, psychisch geweld, seksueel geweld, uitbuiting en het controleren van gezondheid en lichaam. Ook volgde de vader de activiteiten van de moeder via camera’s in huis en open telefoonverbindingen buitens huis, en was sprake van digitale terreur. Dit begon al in 2023, een aantal maanden nadat de moeder bij de vader in Nederland is gaan wonen. Zo vertelde de moeder tijdens een sollicitatiegesprek dat zij dagelijks door de vader werd mishandeld en vertelde zij aan de ambulante hulpverlening dat de vader [de minderjarige] fysiek mishandelde. Vervolgens heeft zij deze verklaringen weer ingetrokken toen zij weer bij de vader was. Ondanks vrijwillige hulpverlening bleven de zorgen toenemen. In juli 2024 is een melding gedaan bij de politie omdat een omstander zag dat de vader de moeder sloeg. In diezelfde maand in 2024 meldde een medewerker van de Kamer van Koophandel bij Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel een vermoeden van onvrijwillige prostitutie. De vader had de moeder tijdens het gesprek bij de KvK namelijk gekleineerd en aan de medewerker van de KvK een filmpje laten zien waarop hij moeder sloeg en vernederde. Vervolgens filmde hij de moeder ter plekke om haar te laten bevestigen dat zij zich vrijwillig inschreef als sekswerker. Ook werd in mei 2025 op een live filmpje op Tik-Tok gezien dat de vader de moeder sloeg en vernederde.
Ondanks meerdere pogingen van de moeder om bij de vader weg te gaan, is het voor de moeder een lange weg gebleken om volledig los van hem te komen. De vader accepteert niet dat de moeder bij hem weg wil, geeft bij verschillende hulpverleners aan dat hij niet zonder de moeder kan leven en doet bij de politie in 2024 suïcidale uitspraken als de moeder bij hem weg zou gaan. Zelf nu de moeder en [de minderjarige] op geheime locaties zitten doet de vader nog steeds aanhoudende pogingen om met de moeder in contact te komen en te achterhalen waar zij verblijft. Zo heeft de vader sinds de moeder is gevlucht – ondanks herhaalde verzoeken hiermee te stoppen – vrijwel dagelijks gebeld naar Veilig Thuis om te vragen waar de moeder is, is hij naar verschillende vrouwenopvanglocaties gegaan om te vragen of de moeder daar verbleef en heeft hij via meerdere hulpverleners geprobeerd om haar verblijfplaats te achterhalen. Verder bleek tijdens de zitting dat hij in de week voor de zitting nog heeft geprobeerd via de gezamenlijke bankrekening met haar te communiceren en heeft hij via haar e-mail- en WhatsAppaccount uit haar naam verschillende berichten aan hulpverleners gestuurd. De vader zet zijn controlerende gedrag dus ook nu nog voort.
ernstige ontwikkelingsbedreiging
Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de ontwikkeling van [de minderjarige] ernstig wordt bedreigd. [de minderjarige] heeft immers jarenlang in structurele onveiligheid en chronische angst geleefd, waardoor zij geen gevoel van veiligheid heeft kunnen ontwikkelen. Dit heeft ook effect gehad op haar gedrag. Zo wordt in het pleeggezin gezien dat [de minderjarige] vanuit een overlevingsmechanisme zeer alert is, aangepast en controlerend gedrag vertoont en soms kan bevriezen. Ook doet [de minderjarige] zeer zorgelijke uitspraken die wijzen op kindermishandeling door de vader.
aanvaardbare termijn
Tegen de achtergrond van de langdurige periode van intieme terreur is de rechtbank ook van oordeel dat de vader niet in staat is om binnen een voor [de minderjarige] aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] te dragen. Gezamenlijk gezag veronderstelt immers dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke communicatie en samenwerking en dat zij gezamenlijk beslissingen kunnen nemen in het belang van het kind. Een geschiedenis van intieme terreur verdraagt zich naar zijn aard niet met de uitoefening van gezamenlijk gezag omdat sprake is van een volledig eenzijdige machtsverhouding tussen partijen en juist de gezamenlijke uitoefening van het gezag opnieuw tot onveiligheid van de moeder en [de minderjarige] kan leiden. Door de gezamenlijke gezagsuitoefening zal de moeder namelijk steeds opnieuw worden geconfronteerd met de vader waardoor het risico bestaat dat de vader weer controle over de moeder kan uitoefenen. Ook geeft het gezamenlijk gezag de vader een recht op informatie over onder meer de school, de huisarts en hulpverlening van [de minderjarige] . Op die manier kan de vader mogelijk achterhalen waar de moeder en [de minderjarige] verblijven, wat hun veiligheid ernstig in gevaar kan brengen. Gezien dit alles kan en mag niet worden verlangd van de moeder dat zij het gezamenlijk gezag met de vader uitoefent.
Daarbij weegt ook mee dat de eerdere inzet van vrijwillige hulpverlening niet tot verandering heeft geleid en dat de vader onvoldoende inzicht vertoont in het ontstaan en voortduren van de onveilige situatie. Tot slot is een lichtere maatregel, zoals alleen ondertoezichtstelling en een uithuisplaatsing, gelet op de voornoemde veiligheidsrisico’s, niet toereikend.
overig
Nu de rechtbank het gezag van de vader heeft beëindigd, bestaat geen aanleiding meer om de overige verzoeken die betrekking hebben op het gezag afzonderlijk te bespreken. De rechtbank zal deze verzoeken afwijzen.
ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing
De rechtbank is ook van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.
3 Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat [de minderjarige] ernstig wordt bedreigd in haar ontwikkeling. Gelet op de ernst en duur van de problematiek, is de inzet van hulpverlening in het gedwongen kader noodzakelijk. Beide ouders staan ook achter de ondertoezichtstelling. De rechtbank acht het daarbij van groot belang dat de GI voortvarend gaat handelen ten aanzien van contactherstel en onderzoekt of en welke omgangsregeling in het belang is van [de minderjarige] .
Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
4 De vader kan, gelet op het voorgaande, geen veilige opvoedsituatie aan [de minderjarige] bieden. Ook acht de rechtbank het niet in het belang van [de minderjarige] dat zij nu of op zeer korte termijn bij de moeder wordt geplaatst. Bij de moeder is op dit moment nog onvoldoende rust en stabiliteit aanwezig om [de minderjarige] de benodigde opvoedomgeving te bieden en aan te sluiten bij haar behoeften. Daarbij weegt mee dat de moeder door de onveilige thuissituatie nagenoeg geen moederrol heeft kunnen vervullen, waardoor zicht moet worden verkregen op de opvoedvaardigheden van de moeder. Ook heeft de moeder, door haar positie als slachtoffer van intieme terreur, [de minderjarige] niet de bescherming kunnen bieden die zij nodig had. [de minderjarige] gevoel van veiligheid bij de moeder dient dan ook zorgvuldig te worden hersteld voordat een terugplaatsing kan worden overwogen. In de tussentijd zit [de minderjarige] op een veilige plek bij de pleegmoeder die geborgd moet worden. De rechtbank zal dan ook een machtiging uithuisplaatsing verlenen voor de duur van zes maanden.
Voorgaande beslissingen worden van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
5
De rechtbank verklaart de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De rechtbank:
beëindigt het ouderlijk gezag van [de vader], geboren op [geboortedatum] in [land] , over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ), waardoor voortaan alleen de moeder het ouderlijk gezag over deze minderjarige uitoefent;
stelt [de minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam, met ingang van 9 september 2026 tot 9 september 2027;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 9 september 2026 tot 9 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Elst, mr. M. Mateman en mr. J. van Beek, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026 in aanwezigheid van mr. N.L. de Groot als griffier. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Vgl. ECLI:NL:RBROT:2025:4032.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
