Essentie (gemaakt door AI)
Vordering tot betaling afgewezen bij gebrek aan belang, omdat regres op grond van draagplicht reeds uit wet en eerdere uitspraak volgt. Verzoek om maandelijkse aflossing afgewezen wegens ontbrekende grondslag. Man is niet-ontvankelijk in wijziging kinderalimentatie, nu kantonrechter onbevoegd is en verwijzing wegens misbruik van procesrecht achterwege blijft. In reconventie afwijzing verklaring voor recht en betalingsvordering achterstand alimentatie bij gebrek aan belang. Verrekening kinderalimentatie met regresvordering onaanvaardbaar naar redelijkheid en billijkNieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 23-09-2026 |
| Zaaknummer | 11969047 \ UC EXPL 25-9072 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Utrecht |
| Rechtsgebieden | Civiel recht |
| Trefwoorden | Alimentatie |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling afgewezen, bij gebrek aan belang. Verrekening kinderalimentatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.Volledige uitspraak
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11969047 \ UC EXPL 25-9072
Vonnis van 26 augustus 2026
in de zaak van
[de man] ,
wonend in [woonplaats] ,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
hierna: de man,
procederend in persoon,
tegen
[de vrouw] ,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
hierna te noemen: de vrouw,
gemachtigde: mr. B. Al Yassiri waarnemend voor mr. L.E. de Wal.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding met producties van 23 oktober 2025;
-
de conclusie van antwoord in conventie, met een eis in reconventie van
14 januari 2026; -
de brief van de man met daarin een vermeerdering van eis en aanvullende producties van 1 juli 2026.
Op 29 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling (zitting) plaatsgevonden. Hierbij waren aanwezig: de man en de vrouw met haar gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten toegelicht tijdens de zitting. Daarnaast hebben zij de vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft hier aantekeningen van gemaakt. Ten slotte is bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.
2Waar de procedure over gaat
Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. De rechtbank heeft op [2022] de echtscheiding uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op [2022] ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Partijen hebben samen twee kinderen die wonen bij [de vrouw] .
De rechtbank heeft in de echtscheidingsbeschikking ook bepaald dat de man
€ 105,- per kind per maand moet betalen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, vanaf 1 februari 2022.
In een andere procedure tussen partijen heeft de rechtbank bij vonnis van 20 december 2023 onder meer een verklaring voor recht gegeven. In die verklaring voor recht staat dat de vrouw voor de helft draagplichtig is voor de doorlopende kredietschuld van de man bij de Rabobank met nummer [nummer] . De hoogte van de schuld was op 4 juni 2021 (de peildatum) € 10.786,-, te vermeerderen met rente.
De man vordert – na vermeerdering van eis – samengevat dat:
I. de vrouw € 5.398,35, aan hem moet betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van verzuim;
II. de vrouw maandelijks € 200,- aan hem moet betalen tot de vordering onder I. volledig is betaald;
III. wijziging van de door hem te betalen kinderalimentatie, met ingang van 9 oktober 2024, althans met ingang van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, eventueel na verwijzing naar mediation;
IV. de vrouw de proceskosten aan hem moet betalen inclusief de nakosten.
De vrouw voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de man en dat de man de proceskosten moet betalen. Zij vordert op haar beurt (in reconventie) uitvoerbaar bij voorraad en samengevat om:
I. een verklaring voor recht dat de man nog € 1.316,72 aan kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen en de man te veroordelen tot betaling van dat bedrag aan haar;
II. een verklaring voor recht dat de vrouw haar vordering op de man vanwege achterstallige kinderalimentatie mag verrekenen met haar schuld aan de man;
III. een verklaring voor recht dat de vrouw na verrekening haar eventuele resterende betalingsverplichtingen aan de man vanaf datum vonnis mag voldoen in maandelijkse termijnen van maximaal € 100,-;
IV. de man te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3De beoordeling
In conventie
De betalingsvorderingen
De vordering om de vrouw te veroordelen tot betaling van € 5.398,35, zal worden afgewezen. In de eerdere zogenaamde verdelingsprocedure tussen partijen in 2023 is namelijk al beslist dat de vrouw voor de helft draagplichtig is voor de schuld aan de Rabobank. Zoals is uitgelegd in dat vonnis, betekent dit dat de man, zodra hij meer dan de helft van die schuld betaalt, voor dat deel regres heeft op de vrouw. Dat recht op regres volgt uit de wet. Een aparte beslissing van de rechter is dan niet nodig. Deze betalingsvordering zal daarom bij gebrek aan belang worden afgewezen.
Ook de vordering van de man om de vrouw te veroordelen tot betaling van een maandelijkse aflossing, zal worden afgewezen. Een grondslag hiervoor ontbreekt. Dat partijen hebben geprobeerd om onderling een betalingsregeling af te spreken, maakt geen verschil. Zoals beide partijen hebben gezegd, is die regeling niet afgesproken. Andere feiten of omstandigheden op grond waarvan de vrouw haar schuld in maandelijkse termijnen zou moeten aflossen heeft de man niet genoemd.
Niet-ontvankelijk voor de wijziging kinderalimentatie
De man zal niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vorderingen om de kinderalimentatie te wijzigen. In zijn brief staat dat de man wist dat de kantonrechter geen beslissingen kan nemen over alimentatiegeschillen. Redenen waarom hij toch kiest om zijn vordering in deze procedure in te dienen, heeft hij niet genoemd. Onder deze omstandigheden misbruikt de man zijn recht en zal de zaak niet worden verwezen naar de familiekamer van deze rechtbank. Van de man mag worden verwacht dat hij volgens de regels van de verzoekschriftprocedure een procedure tot wijziging van de kinderalimentatie start. Hierbij is de bijstand van een advocaat vereist.
Hoe nu verder?
Tussen partijen bestaat er geen geschil dat de man de schuld aan de Rabobank volledig heeft betaald. Volgens de vrouw is zij alleen niet in staat om de helft van die schuld op korte termijn af te lossen. Omdat partijen daarnaast van mening verschillen of de eerder vastgestelde kinderalimentatie moet worden gewijzigd, hoopt de kantonrechter dat partijen met hulp van een advocaat hun vorderingen over en weer gaan bespreken en toekomstige (dure) procedures kunnen worden voorkomen.
In reconventie
Achterstand (geïndexeerde) kinderalimentatie
Zowel de gevraagde verklaring voor recht als de betalingsvordering van de vrouw over de achterstallige kinderalimentatie zullen worden afgewezen. Dat de man kinderalimentatie moet betalen staat al in de beschikking van [2022] . Dat deze kinderalimentatie jaarlijks moet worden geïndexeerd volgt uit de wet. De vrouw heeft hierdoor voor beide vorderingen geen beslissing nodig van de rechter. Haar vorderingen worden daarom bij gebrek aan belang afgewezen.
Geen verrekening
De gevraagde verklaring voor recht of de vrouw haar vordering vanwege (achterstallige) kinderalimentatie mag verrekenen met haar schuld aan de man, zal worden afgewezen. Deze beslissing zal hierna worden uitgelegd.
In beginsel kunnen schulden met elkaar verrekend worden als partijen over en weer schuldenaar en schuldeiser zijn van elkaar. Dat is hier het geval. Het feit dat de kinderalimentatie is bedoeld voor de kinderen, maakt dat niet anders. Bij minderjarige kinderen is namelijk de verzorgende ouder degene die gerechtigd is om de kinderalimentatie te vorderen en te ontvangen.
1 In deze zaak is dat de vrouw. Zoals hiervoor is uitgelegd, heeft de rechtbank in 2022 namelijk beslist dat de man kinderalimentatie moet betalen aan de vrouw. Daarnaast is (zoals gezegd) niet in geschil dat de vrouw ook moet betalen aan de man uit hoofde van regres. Dit betekent dat er sprake is van wederkerig schuldenaarschap. Toch mag de vrouw haar vordering niet verrekenen. De vrouw heeft namelijk verteld dat zij niet in staat is om de vordering van de man nu ineens of in maandelijkse termijnen af te lossen. Sterker nog, zij heeft op haar telefoon aan de man laten zien dat zij verschillende belastingschulden heeft en een uitkering krijgt op grond van de Ziektewet. Op grond hiervan is de kantonrechter bezorgd dat de vrouw de kosten van de kinderen niet kan betalen. Dat de kinderen aan de man over een vakantie met de vrouw vertellen en over een boot, leidt niet tot een ander oordeel. De vrouw heeft namelijk uitgelegd dat haar ouders die vakantie hebben betaald en dat de boot een opknapbootje is van haar huidige vriend. De toekomst met deze vriend is echter onzeker, waardoor zij financieel niet op hem kan rekenen. Indien de vrouw onder deze omstandigheden de achterstallige kinderalimentatie zou aanwenden voor het aflossen van haar schuld aan de man, zijn de kinderen daar de dupe van. Dat is niet in hun belang. Een verrekening door de vrouw zou dan in strijd zijn met de maatstaven van de redelijkheid en billijkheid.
Geen betalingsregeling
Net als de vordering van de man, zal ook de vordering van de vrouw tot betaling van een maandelijkse aflossing worden afgewezen. Ook hier is de reden dat een grondslag ontbreekt.
In conventie en in reconventie
Proceskosten
De kantonrechter vindt het passend om de proceskosten te compenseren. Dit betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit is passend vanwege de relatie tussen partijen en omdat beide partijen ongelijk krijgen.
4De beslissing
De kantonrechter
in conventie
verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn vorderingen over de kinderalimentatie;
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders gevorderde af;
in reconventie
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M.E. Manning en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.
HR 3 maart 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB8340, NJ 1989/568; en Advocaat-Generaal Asser in zijn conclusie voor HR 24 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2258, NJ 1997/497.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
