Rechtbank Den Haag 10-08-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:26177

Essentie (gemaakt door AI)

Vervangende toestemming vakantie en paspoort. Rechtsmacht aangenomen met analoge toepassing van art. 9 sub b Rv wegens onmogelijkheid effectieve procedure in Marokko, ondanks HKBV 1996-bevoegdheidsverdeling. Nederlands recht toegepast. Verzoeken van vader om vervangende toestemming voor aanvraag Nederlandse paspoorten voor drie kinderen en om met twee kinderen vanuit Marokko naar Nederland te reizen worden toegewezen, mede gezien het belang van contact met zieke broer en spoedig verlopen paspoorten.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Vader loopt tegen Marokkaanse muur: NL-rechter verleent vader vervangende toestemming
NL-rechter neemt rechtsmacht met analoge toepassing van art. 9 sub b Rv wegens onmogelijkheid om effectieve procedure in Marokko te voeren. Verzoeken voor aanvraag Nederlandse paspoorten en reis Marokko-NL toegewezen.

Datum publicatie18-09-2026
ZaaknummerC/09/710061 / FA RK 26-7806
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsDen Haag
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenIPR familierecht; IPR ouderlijke verantwoordelijkheid;
Kinderen; Gezagsgeschil 1:253a BW; Geschil over vakantie buitenland; (Verv. toestemming) paspoort
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Vervangende toestemming vakantie en paspoort. Rechtsmacht aangenomen met analoge toepassing van artikel 9 onder b Rv.

Volledige uitspraak


Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-7806

Zaaknummer: C/09/710061

Datum beschikking: 10 augustus 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 29 juli 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres in [land],

advocaat: mr. M.H. van den Berg te Zeist.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres in Nederland.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;

  • de twee F9-formulieren van 4 augustus 2026, met producties, van de zijde van de vader.

Op 7 augustus 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

  • de moeder.

Feiten

  • De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2006 tot [datum 2] 2022.

  • Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1],

  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 1],

  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2016 te [geboorteplaats 2].

  • De vader en de moeder oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.

  • De minderjarigen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vader.

  • Blijkens de uittreksels uit de Basisregistratie personen (Brp) staan de vader en de kinderen geregistreerd als niet-ingezetenen sinds 5 augustus 2021, met verblijfadres in Marokko.

  • De vader, de moeder en de kinderen hebben blijkens de Brp – in ieder geval – de Nederlandse nationaliteit.

  • Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 1 november 2021 is de echtscheiding tussen de vader en de moeder uitgesproken en is bepaald dat het convenant en ouderschapsplan deel uitmaken van de beschikking.

  • Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 16 juli 2026 is – voor zover hier van belang – bepaald dat de hoofdverblijfplaats van Ani voorlopig bij de moeder zal zijn.

Verzoek en verweer

De vader heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:

hem vervangende toestemming te verlenen ten behoeve van de aanvraag van een Nederlands paspoort voor de minderjarigen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3];

hem vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in de periode 8 augustus 2026 tot (uiterlijk) 30 augustus 2026 vanuit Marokko naar Nederland te reizen en na afloop van deze vakantie weer terug te reizen naar Marokko;

althans een door de rechtbank in goede justitie te nemen beslissing;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De rechtbank dient allereerst te beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt om van de verzoeken van de vader kennis te nemen.

[minderjarige 1] heeft op dit moment feitelijk zijn gewone verblijfplaats in Nederland. De Nederlandse rechter is dan ook bevoegd om kennis te nemen van het verzoek dat de vader heeft gedaan ten aanzien van [minderjarige 1].

[minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben hun gewone verblijfplaats in Marokko. Marokko is partij bij het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (verder: HKBV). Volgens artikel 5 lid 1 van het HKBV is in beginsel daarom niet de Nederlandse maar de Marokkaanse rechter bevoegd om kennis te nemen van de verzoeken die de vader heeft gedaan ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 3].

De vader heeft uitvoerig gesteld en onderbouwd dat het voor hem niet mogelijk is om bij de Marokkaanse rechter vervangende toestemming te krijgen voor de vakantie en de aanvraag van de paspoorten. In procedures die de vader hierover in 2025 in Marokko heeft gevoerd is door de Marokkaanse rechter ten aanzien van het reizen aangegeven dat partijen een ouderschapsplan hebben opgesteld waarin staat dat ouders er voor moeten zorgen dat de kinderen hun moeder bezoeken en dat die bepaling bindend is. Verder heeft de Marokkaanse rechter daarin geen beslissing genomen. Ten aanzien van de paspoorten heeft de Marokkaanse rechter aangegeven dat de vader geen toestemming van de rechtbank nodig heeft om documenten met betrekking tot zijn kinderen te verkrijgen. De Nederlandse ambassade in Marokko heeft daarbij laten weten aan de vader dat vervangende toestemming van een Nederlandse rechter dient te worden verkregen en dat zij geen paspoorten af kunnen geven op basis van een uitspraak van een Marokkaanse rechter.

Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op het voorgaande voldoende gebleken dat het voor de vader niet mogelijk is om over de onderhavige kwesties een procedure te voeren in Marokko. De rechtbank ziet daarom aanleiding om artikel 9 sub b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) naar analogie toe te passen. Op basis van dit artikel is de Nederlandse rechter ook bevoegd in gevallen waarin het voeren van een procedure in het buitenland onmogelijk is. Daarbij hoeft niet te worden getoetst of de zaak voldoende met de rechtssfeer van Nederland is verbonden, gelet op het in artikel 6 EVRM neergelegde rechtsbeginsel dat een rechtzoekende recht op behandeling van zijn zaak door een rechter heeft. Om die reden kunnen geen verdere beperkingen gelden, en verklaart de Nederlandse rechter zich bevoegd om kennis te nemen van de verzoeken ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 3].

Op grond van artikel 15, eerste lid, van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 past de bevoegde rechter bij de beoordeling van een verzoek dat betrekking heeft op de ouderlijke verantwoordelijkheden zijn interne recht toe. In dit geval is op de verzoeken dus Nederlands recht van toepassing.

Inhoudelijke beoordeling

Vervangende toestemming aanvraag paspoorten

Op grond van artikel 34, eerste lid, van de (Nederlandse) Paspoortwet wordt bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Op grond van het tweede lid van voormeld artikel kan, indien bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Op grond van het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

De vader wil nieuwe Nederlandse paspoorten aanvragen voor Nederlandse paspoorten van de kinderen verlopen in december 2026. Voor bepaalde reizen is noodzakelijk dat het paspoort nog zes maanden geldig is. De moeder weigert haar medewerking, omdat de paspoorten nog niet op korte termijn verlopen, aldus de vader.

De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij over een paspoort beschikken waarmee zij internationaal kunnen reizen, mede gelet op het feit dat zij ouders hebben die in verschillende landen wonen. Omdat de paspoorten binnen enkele maanden verlopen, ziet de rechtbank in dit geval ook het belang van de vader om die toestemming nu al te verzoeken zodat de aanvraag tijdig kan worden gedaan. De moeder heeft ter zitting aangevoerd dat zij geen bezwaar heeft tegen de aanvraag van nieuwe paspoorten. Zij heeft in de praktijk echter geen expliciete toestemming gegeven aan de vader om dit te regelen. De rechtbank zal het verzoek van de vader daarom toewijzen.

Vervangende toestemming reizen

Op grond van artikel 1:253a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

De vader wil tijdens de vakantie graag samen met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar Nederland komen om [minderjarige 1] te bezoeken. [minderjarige 1] is ernstig ziek en wordt behandeld in het [ziekenhuis] in Nederland, en hij verblijft om die reden sinds medio 2025 bij de moeder in Nederland. De broers willen elkaar graag zien. De moeder werk niet mee aan het verlenen van toestemming voor deze reist.

Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat zij geen bezwaar heeft tegen de reis van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar Nederland en dat zij het ook belangrijk vindt dat de broers elkaar kunnen zien. De moeder begrijpt alleen niet waarom het een jaar heeft geduurd – sinds de diagnose van [minderjarige 1] – voordat [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar Nederland komen. De moeder heeft verder aangegeven dat zij het belangrijk vindt dat het bezoek aan [minderjarige 1] zorgvuldig wordt voorbereid in samenspraak met het [ziekenhuis] in verband met de fragiele gezondheid van [minderjarige 1]. Verder wil de moeder [minderjarige 2] en [minderjarige 3] graag zien als zij in Nederland verblijven.

De rechtbank stelt op basis van wat op de zitting is besproken vast dat beide ouders het in het belang van de kinderen vinden dat zij elkaar kunnen zien, onder meer ingegeven door de verdrietige omstandigheid dat de gezondheid van [minderjarige 1] achteruit is gegaan en hij momenteel een tweede behandeling ondergaat in het [ziekenhuis]. De rechtbank ziet dit grote belang ook en zal dan ook vervangende toestemming verlenen aan de vader om de reis naar Nederland te kunnen maken met [minderjarige 2] en [minderjarige 3].

De rechtbank merkt nog op dat de vader op de zitting heeft toegezegd dat [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tijdens hun verblijf in Nederland ook een aantal keer bij de moeder kunnen verblijven, inclusief overnachting. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader zich aan deze toezegging zal houden en dat de ouders dit in onderling overleg met elkaar zullen regelen.

Beslissing

De rechtbank:

*

verleent toestemming aan de vader, die toestemming van de moeder vervangt, om een paspoort aan te vragen ten behoeve van:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1],

  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 1], en

  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2016 te [geboorteplaats 2];

*

verleent toestemming aan de vader, die de toestemming van de moeder vervangt, om in de periode van heden tot 30 augustus 2026 vanuit Marokko naar Nederland te reizen en na afloop van deze vakantie weer terug te reizen naar Marokko met de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 3];

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.I. Noordegraaf als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 juli 2026.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733