Essentie (gemaakt door AI)
Vervangende toestemming vakantie en proceskostenveroordeling. Moeder verzoekt op grond van art. 1:253a BW vervangende toestemming om met drie minderjarigen vier weken naar Turkije te reizen; vader weigert wegens zorgen over verzorging en vrees achterhouding. Rechtbank oordeelt dat vakantie in beginsel in belang kinderen is en dat geen objectieve aanwijzingen voor bezwaren van vader bestaan. Verzoek wordt toegewezen tot 30 augustus 2026. Vader wordt veroordeeld in de proceskosten. Verzoek nakosten wordt afgewezen.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 14-09-2026 |
| Zaaknummer | C/09/708656 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Den Haag |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Kinderen; Geschil over vakantie buitenland; Familieprocesrecht; Proceskosten |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
vervangende toestemming vakantie en proceskostenveroordelingVolledige uitspraak
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-6934
Zaaknummer: C/09/708656
Datum beschikking: 4 augustus 2026
Vervangende toestemming vakantie
Beschikking op het op 1 juli 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.L. Schipper-Heikens te `s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.
Op 3 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder via een videoverbinding en haar advocaat en de vader.
Feiten
-
De ouders hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
-
Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
-
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats];
-
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats];
-
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats].
-
De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
-
Bij de beschikking van deze rechtbank van 30 april 2026 is bepaald dat de kinderen de hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben en is iedere beslissing ten aanzien van het gezag en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang aangehouden tot 1 november 2026 pro forma in afwachting van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming en het verloop van het traject Omgangsbegeleiding.
Verzoek en verweer
De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad verzocht:
- aan haar vervangende toestemming te verlenen in de zin van art. 1:253a BW om met
[minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor maximaal vier weken op vakantie te gaan naar [plaats], Turkije, gedurende de zomervakantie die voor de kinderen loopt van 18 juli 2026 tot en met 30 augustus 2026, zulks in de plaats van de toestemming van vader;
- vader te veroordelen in de proceskosten van deze procedure, te vermeerderen met nakosten.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Vervangende toestemming vakantie
Op grond van artikel 1:253 a lid 1 BW kan de rechtbank in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening in een geschil tussen de gezaghebbende ouders een zodanige beslissing nemen als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder stelt dat zij en de kinderen de afgelopen jaren niet op vakantie zijn geweest en dat zij er hard aan toe zijn om er even tussenuit te gaan. De moeder en de kinderen zijn van Turkse afkomst en zouden daarom graag een gedeelte van de zomervakantie in Turkije doorbrengen. De moeder heeft toestemming gevraagd aan de vader, maar hij weigert toestemming te geven.
Op de zitting heeft de vader aangegeven dat hij geen toestemming verleent voor de vakantie van de moeder met de kinderen. De vader geeft aan zorgen te hebben over de verzorging van de kinderen. Toen hij de kinderen onlangs zag op het schoolplein had [minderjarige 2] veel te grote schoenen aan en hij werd daarmee gepest door een vriendje. De vader vindt dat de moeder haar geld moet besteden aan goede kleding in plaats van aan vakanties met de kinderen. Ook heeft de vader op de zitting aangegeven dat hij bang is dat de moeder met de kinderen in Turkije blijft, omdat de moeder volgens hem beïnvloedbaar is.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen. Een vakantie is in beginsel in het belang van de kinderen en het verzoek om vervangende toestemming wordt alleen bij zwaarwegende bezwaren afgewezen. Voor Turkije geldt geen negatief reisadvies en bovendien hebben de kinderen familie wonen in Turkije.
De vader stelt dat de kinderen er onverzorgd bij lopen en hij is bang dat de moeder met de kinderen niet zal terugkeren naar Nederland. De moeder heeft op de zitting aangegeven dat [minderjarige 2] op het moment dat de vader hem zag, schoenen aan had die een maatje te groot waren maar dat de kinderen verder altijd goed verzorgd en gekleed zijn. Daarnaast heeft zij aangegeven dat het centrum van haar bestaan – en dat van de kinderen – in Nederland is en dat er voor haar geen enkele reden is om in Turkije te blijven. De rechtbank is van oordeel er – mede gelet op de betwisting door de moeder –geen objectieve aanwijzingen of bewijzen zijn die de bezwaren van de vader aannemelijk maken. Al met al is het dus in het belang van de kinderen om met de moeder naar Turkije met vakantie te gaan, mits zij op zondag 30 augustus 2026 weer terug zijn in Nederland.
Proceskostenveroordeling
Op grond van artikel 289 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in samenhang bezien met artikel 237 en verder Rv, kan de rechtbank een proceskostenveroordeling uitspreken.
De moeder stelt zich op het standpunt dat zij al meerdere keren ertoe gedwongen is om een procedure bij de rechtbank te starten, omdat de vader meer dan eens geen medewerking verleent. Volgens de moeder is het daarom nodig om de vader een financiële prikkel te geven waardoor hij hopelijk in het vervolg wel zal meewerken.
De vader is het daar niet mee eens en stelt zich op het standpunt dat de proceskosten eerlijk verdeeld dienen te worden.
De rechtbank overweegt als volgt. Het uitgangspunt in familiezaken is dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere ouder de eigen proceskosten draagt. In voorkomend geval kan hiervan worden afgeweken. Dit met name wanneer de toestemming zonder geldige reden wordt onthouden. In het onderhavige geval ziet de rechtbank aanleiding om de vader in de proceskosten te veroordelen. De vader heeft op de zitting geen valide redenen gegeven om zijn toestemming voor de vakantie te onthouden. Daarnaast is uit eerdere uitspraken van deze rechtbank gebleken dat de vader ook al eerder heeft geweigerd toestemming te geven voor andere verzoeken, ondanks dat de rechtbank hem al veroordeeld had hiertoe zijn medewerking te verlenen. Hieruit blijkt dat de vader een weigerachtige houding aanneemt en oneigenlijk gebruik maakt van zijn ouderlijk gezag waardoor de moeder is gehouden om proceskosten te maken.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vader veroordelen om de kosten te vergoeden voor het te betalen griffierecht van € 341,- en het salaris van de advocaat: 1 punt conform het liquidatietarief civiel 2026 van € 653,-. De verzochte nakosten zullen, gelet op het feit dat de advocaat niet heeft onderbouwd waaruit de nakosten in deze zaak bestaan, worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
verleent aan de moeder toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, voor het reizen naar en verblijven in Izrim, Turkije met de minderjarigen:
-
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats];
-
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats];
-
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats];
tot uiterlijk 30 augustus 2026;
veroordeelt de vader in de kosten van deze procedure, begroot op € 341,- aan griffierecht en € 653,- aan advocaatkosten;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland , kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Warmerdam als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 augustus 2026. |
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
