Rechtbank Rotterdam 09-09-2026, ECLI:NL:RBROT:2026:11610

Essentie (gemaakt door AI)

Ex-echtgenoten, gehuwd in 2001 in Turkije. Op grond van het HHV 1978 geldt eerst Turks recht en vanaf 6 maart 2006, na verkrijging NL-nationaliteit door vrouw, Nederlands recht (algehele gemeenschap tot 12 juli 2023). Polis bij Reaal, vóór huwelijk afgesloten, blijft privévermogen van man; vanaf 6 maart 2006 heeft de gemeenschap een vergoedingsrecht. De rechtbank past de beleggingsleer vanaf 6 maart 2006 toe. Berekening wordt bij akte overgelegd. Opel Mokka aan man en Opel Karl aan vrouw, zonder verrekening. SVB-vordering man wordt afgewezen. Aanhouden voor akte.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Kapitaalverzekering man van vóór 1 januari 2012 verdeeld volgens de beleggingsleer: "redelijk en billijk"
Sinds verkrijging NL-schap door vrouw is sprake van NL-gemeenschap van goederen. Deze heeft profijt van premie die is ingelegd en de rente die daarover is bijgeschreven. Polis gekoppeld aan onroerend goed dat wel in gemeenschap valt.

Datum publicatie14-09-2026
ZaaknummerC/10/711745/ HA ZA 25- 1095
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsRotterdam
RechtsgebiedenCiviel recht; Verbintenissenrecht
TrefwoordenIPR familierecht; IPR huwelijksvermogensrecht;
Familievermogensrecht; Herbelegging art. 1:136
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Partijen zijn ex-echtgenoten en in 2001 gehuwd in Turkije. De man woonde toen in Nederland, en had de Turkse en Nederlandse nationaliteit, de vrouw de Turkse en kreeg op 6 maart 2006 de Nederlandse nationaliteit. Op grond van het HHV 1987 is eerst Turks en vanaf de datum dat de vrouw de Nederlands nationaliteit kreeg, Nederlands huwelijksvermogensrecht van toepassing. De man heeft een vordering op de gemeenschap vanwege een polis die hij voor het huwelijk heeft afgesloten. De rechtbank past de beleggingsleer toe vanaf 6 maart 2006.

Volledige uitspraak


RECHTBANK Rotterdam

Zaaknummer: C/10/711745 / HA ZA 25-1095

Vonnis van 9 september 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats 1] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. P. Rodrigues de Carvalho,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats 2] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. D.N. van Wensen.

1De zaak in het kort

Partijen zijn ex-echtgenoten. Ze zijn in 2001 gehuwd in Turkije. De man woonde toen in Nederland. De man had ten tijde van de huwelijksvoltrekking de Turkse en de Nederlands nationaliteit; de vrouw de Turkse nationaliteit en zij kreeg pas later de Nederlandse nationaliteit. Op grond van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is eerst Turks huwelijksvermogensrecht van toepassing en vanaf de datum dat de vrouw de Nederlandse nationaliteit verkreeg is Nederlands huwelijksvermogensrecht van toepassing. Ter zitting hebben partijen afspraken gemaakt en vastgelegd in een proces-verbaal. De rechtbank beslist nog over een polis bij Reaal, de auto’s en een schuld bij de Sociale Verzekeringsbank.

2De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties 1 tot en met 7a (productie 7 komt twee keer voor en de rechtbank noemt de eerste 7a en de tweede 7b);
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met productie 1 tot en met 8;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 7b en 8;

- de akte vermeerdering van eis in reconventie, tevens houdende overlegging producties van de man, met producties 9 tot en met 12;

- de akte overleggen producties van de vrouw, met producties 9 tot en met 15.

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 mei 2026.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3De feiten

3.1.

Partijen zijn met elkaar getrouwd in Antalya (Turkije), op [datum 1] 2001.

3.2.

Ten tijde van de huwelijksvoltrekking had de man zowel de Turkse als de Nederlandse nationaliteit. De vrouw had toen alleen de Turkse nationaliteit. De man woonde ten tijde van de huwelijksvoltrekking in Nederland, de vrouw in Turkije.

3.3.

De vrouw heeft zich op 2 mei 2002 in Nederland gevestigd.

3.4.

De vrouw heeft op 6 maart 2006 de Nederlandse nationaliteit verkregen.

3.5.

Partijen hebben op 17 december 2007 gezamenlijk de woning aan [adres 1] te [plaats] gekocht. De vrouw woont nog in deze woning met beide kinderen van partijen. De man woont inmiddels elders.

3.6.

De vrouw heeft op 12 juli 2023 een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend. De rechtbank heeft op 29 mei 2024 de echtscheidingsbeschikking gegeven.

3.7.

De rechtbank had toen onvoldoende gegevens om de verdeling van de (ontbonden) huwelijksgemeenschap naar Nederlands recht te kunnen vaststellen en ook onvoldoende gegevens voor een afwikkeling van het huwelijksvermogensregime naar Turks recht, zodat de verzoeken daartoe zijn afgewezen.

3.8.

De echtscheidingsbeschikking is op [datum 2] 2024 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag.

3.9.

Vanwege de aankoop van de woning is er nog een aflossingsvrije hypothecaire schuld bij Fincus onder nummer [nummer 3] , groot € 180.705,79, op naam van beide partijen. Er is een (aan Fincus) verpande polis kapitaalverzekering bij Reaal met een premievrije waarde van tenminste € 79.705,36. De polis is door de man aangegaan op 1 december 2001.

3.10.

Partijen hebben een woning in Turkije, waarover de Turkse rechter beslist.

4Het geschil

In conventie

4.1.

De man vordert bij dagvaarding, uitvoerbaar bij voorraad:

“A. de wijze van verdeling van de woning gelegen te ( [postcode] ) [plaats] aan [adres 1]

aldus te gelasten ofwel vast te stellen dat:

  • de woning zal worden verkocht aan een derde partij;

  • de vrouw in dat kader binnen twee weken na betekening van het in deze procedure te wijzen

vonnis drie makelaarskantoren zal aanwijzen, waaruit de man binnen twee weken één

makelaarskantoor kiest waaraan de opdracht zal worden gegeven om het verkoopproces van

de woning in gang te zetten en de taxatie van de woning te verzorgen;

- de marktwaarde van de woning door die betreffende taxateur zal worden getaxeerd waarvan

de taxatiekosten voor gelijke delen voor rekening van beide partijen zullen komen en daartoe

in het kader van de verdeling zullen worden verrekend;

- De woning voor de aldus vastgestelde waarde te koop zal worden aangeboden, waarbij

partijen zich door die betreffende makelaar laten adviseren over de vraagprijs en de

verkoopactiviteiten waarbij de adviezen van de makelaar bindend zijn;

- de verkoopopbrengst van de woning wordt gebruikt om de hypothecaire geldlening met

contractnummer: [nummer 1] af te lossen en om daarvan de makelaars- en overige

verkoopkosten te voldoen, waarbij een eventueel positief of negatief bedrag dat dan resteert,

tussen partijen bij helfte wordt gedeeld of gedragen.

B. te bepalen dat de waarde van de kapitaalverzekering bij Hypotheekfonds, met polisnummer

[nummer 2] , op naam van de man, welke verplicht wordt aangewend ter aflossing van de hypothecaire schuld op de woning gelegen aan [adres 1] te [postcode] [plaats] , volledig aan de man toekomt en dat de vrouw aldus gehouden is na verdeling onder A de helft van de waarde van de polis aan de man te vergoeden, in die zin dat de helft van dit bedrag in mindering strekt op het aandeel dat haar uit de overwaarde van de woning toekomt, welk bedrag zij bij de verdeling van de woning, ter gelegenheid van de levering, uit haar aandeel van de overwaarde aan de man dient te voldoen.

C. de vrouw te veroordelen om binnen één maand na betekening van het in deze procedure te wijzen

vonnis haar volledige medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning aan een

derde partij en alle noodzakelijke handelingen die daartoe benodigd zijn;

D. te bepalen dat indien de vrouw niet binnen één maand na betekening van het in deze procedure te

wijzen vonnis haar medewerking verleent ofwel haar medewerking weigert aan de verkoop c.q.

ondertekening van de verkoopovereenkomst dat het door U te wijzen vonnis dezelfde kracht heeft en

in de plaats treedt van de vereiste wilsverklaring, medewerking en handtekening van de vrouw ter zake de verkoopovereenkomst.

E. te bepalen dat aan de man vervangende toestemming wordt verleend indien de vrouw niet binnen één maand na betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis haar medewerking verleent aan de eigendomsoverdracht c.q. levering van de woning gelegen te ( [postcode] ) [plaats] aan [adres 1] aan een derde partij en dat het door U te wijzen vonnis dezelfde kracht heeft en in de plaats treedt van de vereiste wilsverklaring, medewerking en handtekening van de vrouw ter zake de door de notaris opgestelde, dan wel nog op te stellen akte van verdeling/levering met betrekking tot de voornoemde woning.

F. te bepalen dat de vrouw uiterlijk één week voor de dag dat de akte zal worden gepasseerd door de

notaris, de woning met al de haren zal dienen te verlaten en ontruimen, en ontruimd zal dienen te

houden met machtiging van de man om - als de vrouw niet uiterlijk één week voor de overdracht van

de woning ingevolge de tot stand gekomen koopovereenkomst de woning zal hebben verlaten, de

ontruiming te doen bewerkstelligen met behulp van politie en justitie, dan wel - subsidiair - op verbeurte van een dwangsom van € 2.500,- per dag voor iedere dag dat de vrouw haar medewerking zal onthouden aan het verlaten en ontruimen van de woning.

G. te bepalen dat de inboedel van partijen wordt verdeeld als volgt:

- aan de man komt toe: zijn persoonlijke spullen alsook een basgitaar, zonder nadere

verrekening van waarde met de vrouw;

- aan de vrouw komt toe: de overige inboedel, zonder nadere verrekening van waarde met de

man;

H. te bepalen dat partijen beiden voor de helft draagplichtig zijn voor de schuld van € 2.000,- aan de bank, aldus dat iedere partij € 1.000,- voor diens rekening dient te nemen.

4.2.

De man heeft zijn eis in conventie nog als volgt vermeerderd:

“H. te bepalen dat partijen beiden voor de helft draagplichtig zijn voor de schuld ten bedrage van
€ 1.915,97,- aan ING bank in verband met de debet stand op de gezamenlijke bankrekening met nummer: [rekeningnummer 1] , aldus dat iedere partij € 957,99 voor diens rekening dient te nemen, door voornoemd bedrag binnen twee weken na de in deze procedure te wijzen vonnis over te maken op deze bankrekeningnummer;

I. te bepalen dat de Opel Mokka met kenteken [autokenteken 1] aan de man wordt toebedeeld, zonder nadere verrekening van waarde met de vrouw;

J. te bepalen dat de bankrekening [rekeningnummer 2] op naam van de man aan de man wordt toebedeeld, zonder nadere verrekening van saldo met de vrouw en dat aan de vrouw de bankrekening [rekeningnummer 3] op naam van de vrouw aan de vrouw wordt toebedeeld, zonder nadere

verrekening van saldo met de man;

K. de vrouw te veroordelen om aan de man een bedrag van € 17.500,- te vergoeden, zijnde de helft van het saldo op de peildatum van de op naam van de vrouw staande spaarrekening.”

4.3.

De vrouw voert verweer in conventie en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van de man in zijn vorderingen, althans hem die te ontzeggen.

In reconventie

4.4.

De vrouw vordert in reconventie:

“1. de verdeling van de huwelijkse goederengemeenschap vast te stellen door te beslissen dat:

a. de voormalige echtelijke woning aan [adres 1] te ( [postcode] ) [plaats] aan een derde zal worden verkocht, waarna de verkoopopbrengst na aftrek van de hypothecaire geldlening en kosten, bij helfte tussen partijen wordt verdeeld;

b. de waarde van de kapitaalverzekering van reaal bij helfte tussen partijen wordt verdeeld;

c. de inboedel van de voormalige echtelijke woning bij helfte wordt verdeeld, waarbij geldt dat wanneer de inboedel op het moment van levering aan een derde niet volledig uit de woning is verwijderd, de bijkomende kosten hiertoe bij helfte tussen partijen dienen te worden gedragen;

d. de gezamenlijke bankrekening wordt opgeheven;

e. bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] ten name van de man aan hem wordt toegescheiden en [rekeningnummer 3] ten name van de vrouw aan haar wordt toegescheiden, zulks zonder verdere vergoeding over en weer.

f. De auto van het merk Opel Mokka met kenteken [autokenteken 1] aan de man wordt toegescheiden, zulks onder een vergoeding van € 5.500,-- aan de vrouw;

g. De scooter aan de man wordt toegescheiden, zulks onder een vergoeding van € 250,-- aan de vrouw;

2. te bepalen dat de man een bedrag ad. € 748,26 aan de vrouw dient te betalen;”

4.5.

De man voert verweer in reconventie en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de vrouw, “met uitzondering van de vordering strekkende tot verkoop van de voormalige echtelijke woning aan [adres 1] te ( [postcode] ) [plaats] aan een derde, waarna de netto verkoopopbrengst na aftrek van de hypothecaire geldlening en kosten bij helfte tussen partijen wordt verdeeld.”

In conventie en in reconventie:

4.6.

De vrouw heeft in conventie en reconventie gevorderd de man te veroordelen in de daadwerkelijke kosten van de procedure, althans de kosten volgens het liquidatietarief, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Ter zitting ingetrokken vorderingen en gemaakte afspraken

4.7.

Partijen hebben ter zitting van 28 mei 2026 de navolgende afspraken gemaakt.

1. De woning aan [adres 1] , [postcode] [plaats] wordt zo spoedig mogelijk verkocht aan een derde, waartoe partijen makelaardij [makelaar] inschakelen en binnen een week na heden de verkoopopdracht zullen geven. De kosten van de makelaar worden bij helfte gedeeld. Partijen zullen deze makelaar vragen alle schriftelijke communicatie naar beide partijen tegelijk te sturen en partijen zullen ieder steeds de ander cc-en als ze antwoorden. De vrouw woont in de woning met beide kinderen van partijen en blijft daar wonen tot een maand voordat de woning wordt geleverd aan de koper. De hypothecaire lasten en overige periodieke eigenaarslasten, waaronder de VVE, worden door de vrouw gedragen totdat zij de woning verlaat en de laatste maand voorafgaand aan levering dragen beide partijen ieder de helft van deze lasten. De man blijft mede draagplichtig voor woningverbetering ten behoeve van de verkoop (op aanwijzing van de makelaar).

2. Partijen zijn het erover eens dat als zij onderling geen overeenstemming bereiken over de vraag- en de laatprijs, het advies van de makelaar doorslaggevend zal zijn. De vrouw zal haar deel van de overwaarde benutten voor de aankoop van een andere woning. De oplevertermijn van de echtelijke woning zal daarom afgestemd moeten worden op een redelijke mogelijkheid voor de vrouw om elders woonruimte te vinden en de financiering daarvoor te regelen. Partijen zullen dit ter kennis brengen van de makelaar. Het advies van de makelaar over de oplevertermijn als de woning wordt verkocht zal echter wel doorslaggevend zijn.

3. De WOZ-waarde van de woning per 1 januari 2025 bedraagt € 406.000,- zodat het reëel lijkt dat een verkoopprijs van € 450.000,- behaald kan worden. Omdat er een verpande polis is, op naam van de man (met een premievrij-waarde van € 79.705,36, op onbekend tijdstip, productie 12 van de man, maar de rente blijft doorlopen dus de waarde blijft toenemen, ook al is de polis premievrij gemaakt per 1 augustus 2023) zal de hypothecaire schuld eerst worden afgelost uit de uiteindelijke waarde van deze polis, en vervolgens uit de kooppenningen. Omdat de hypothecaire schuld ( [nummer 3] bij Fincus) - waarop niet wordt afgelost - € 180.705,79 bedraagt, is het reëel er vanuit te gaan dat een overwaarde van om en nabij € 350.000,- tussen partijen moet worden verdeeld. De man meent dat de volledige poliswaarde hem toekomt omdat hij de polis is aangegaan op 1 december 2001, onder het regime van het oude Turkse BW. Op 6 maart 2006 verkreeg de vrouw de Nederlandse nationaliteit (naast de Turkse) wat tot gevolg had dat op dat moment Nederlands huwelijksvermogensrecht van toepassing werd. Het staat nog te beslissen - en partijen zijn het daar niet over eens – in welk deel van de uiteindelijke premievrije waarde van de polis, de vrouw moet meedelen. De rechter heeft partijen voorgehouden dat de waardevermeerdering sinds 6 maart 2006 uit gemeenschappelijk inkomen/ vermogen is bewerkstelligd en vooral door rente op rente. Per 9 december 2006 was de waarde van de beleggingseenheden in de polis € 3.910,-. Daarvan kan worden uitgegaan. De man heeft dit aangetoond aan de rechter en de wederpartij. De man wil mogelijk proberen de polis voort te zetten en verzoekt de rechtbank in het vonnis die mogelijkheid te betrekken.

4. De vrouw neemt van de inboedel mee: haar persoonlijke eigendommen en de inboedelgoederen waarop ze prijs stelt. De man heeft dan gedurende de laatste maand voorafgaand aan de oplevering van de woning aan de koper, de tijd om zijn spullen uit de woning te halen. De man zorgt voor lege oplevering van de woning. De vrouw zorgt ervoor dat de makelaar de sleutel van de woning aan de man geeft, als zij de woning heeft verlaten.

5. Partijen trekken hun vorderingen met betrekking tot de inboedel in.

6. De vorderingen met betrekking tot de bankrekeningen worden ook ingetrokken. Partijen zijn tot overeenstemming gekomen. Die overeenstemming houdt het volgende in:

  • de lopende rekeningen van beide partijen worden aan hen toegedeeld: ieder de rekeningen en de saldi op zijn/ haar naam. Het betreft de rekening bij de Rabobank van de man eindigend op [rekeningnummer 2] en de rekening van de vrouw bij de ABN-Amro op naam van de vrouw eindigend op [rekeningnummer 3] . Hiervoor vindt geen verrekening plaats;

  • de en/of rekening bij de ING met kenmerk [rekeningnummer 1] heeft een roodstand en de man heeft telkens de rente gedragen. De en/of rekening moet op naam van de man worden gesteld. De vrouw is van wege de roodstand en als rentevergoeding aan de man
    € 1.350,- verschuldigd. Dit kan bij de verdeling van de overwaarde bij de notaris worden verrekend. Met de handtekening onder dit proces-verbaal geeft de vrouw toestemming aan de man en aan de bank om deze en/of rekening op zijn naam te zetten;

  • de spaarrekening behorend bij de en/of ING rekening (onder kenmerk [nummer 4] ) wordt aan de man toebedeeld, met bijbehorend saldo. Daarvoor hoeft geen verrekening plaats te vinden. Met de handtekening onder dit proces-verbaal geeft de vrouw toestemming aan de man en aan de bank om deze en/of rekening op zijn naam te zetten;

  • de spaarrekening op naam van de vrouw bij ABN-Amro onder rekeningnummer [rekeningnummer 4] , wordt toegedeeld aan de vrouw, met bijbehorend saldo en zonder nadere verrekening.

De man heeft verklaard geen spaarrekeningen te hebben op zijn naam ten tijde van de omvangspeildatum (12 juli 2023).

7. Op de vordering van de vrouw ter zake de helft van de waarde van de Opel Mokka ( [autokenteken 1] ), zal bij vonnis worden beslist. Volgens de man is deze nu ongeveer € 6.000,- waard. De man heeft als verweer gevoerd dat er nog een tweede auto in de huwelijksgemeenschap valt, de Opel Karl ( [autokenteken 2] ), met ongeveer dezelfde waarde. Zij voorstel is dat zonder verrekening de Opel Mokka aan hem wordt toegedeeld, en de Opel Karl aan de vrouw. Volgens de vrouw hebben partijen de Opel Karl aan hun zoon [zoon] cadeau gedaan. De vrouw erkent dat de Karl ongeveer anderhalf jaar voorafgaand aan de indiening van het verzoek tot echtscheiding is aangekocht. Zij heeft aangetoond dat de Karl op naam van [zoon] is gekomen in mei 2023, dus kort voor indiening van het echtscheidingsverzoek. De man betwist dat de Karl is geschonken aan [zoon] en is het hier ook niet mee eens. Hij wijst erop dat [zoon] pas op 22 september 2023 zijn rijbewijs behaalde. Volgens de man is de Karl momenteel zo’n € 8.000,- a € 8.500,- (zie zijn prod. 11) waard. De vrouw betwist dit, hij is gekocht voor € 7.600,- in 2021. De vrouw heeft geen stukken daarover in het geding gebracht en ook over de waarde van de Karl geen stukken in het geding gebracht.

8. De scooter wordt toegedeeld aan de man zonder nadere verrekening. De man kan de scooter en de sleutels ophalen.

9. De man is vanwege een door de vrouw betaalde schuld van hem nog aan haar een bedrag verschuldigd van € 748,26. Dit kan worden verrekend bij de afrekening van de notaris.

10. Terzake de SVB- schuld handhaaft de man zijn vordering dat de vrouw de helft moet meebetalen. De schuld bedraagt oorspronkelijk € 974,92 wegens teveel ontvangen kinderbijslag. De vrouw handhaaft haar betwisting. Volgens de vrouw is dit geen gemeenschappelijke schuld en moet de man de schuld zelf dragen. De rechter zal hierover bij vonnis beslissen.

11. Ieder draagt de eigen proceskosten; de vrouw trekt haar vordering tot een veroordeling van de man in de proceskosten in.

12. Voor zover dit proces- verbaal afspraken tussen partijen inhoudt, zijn partijen verplicht deze afspraken na te komen en kunnen zij alleen nakoming vorderen.

5De beoordeling

In conventie en in reconventie

5.1.

Partijen hebben ter zitting hun vorderingen over en weer met betrekking tot de inboedel en met betrekking tot de bankrekeningen ingetrokken. De vrouw heeft daarnaast haar vordering tot veroordeling van de man in de (daadwerkelijke) proceskosten ingetrokken.

5.2.

De rechtbank moet daarom nog slechts beslissen over de polis, de auto’s en de schuld bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Voorts zal de rechtbank partijen gelasten de ter zitting gemaakte afspraken na te komen. Maar eerst behandelt de rechtbank de internationale aspecten.

Internationale aspecten

5.3.

De Nederlandse rechter is bevoegd omdat beide partijen in Nederland woonachtig zijn.

5.4.

Op het huwelijksvermogensregime in het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 van toepassing (het Verdrag). Niet gebleken is dat partijen een geldige rechtskeuze hebben uitgebracht. Zij hadden bij de huwelijksvoltrekking dan wel kort daarna alleen de Turkse nationaliteit gezamenlijk in de zin van artikel 15 lid 1 van het Verdrag. Zij hebben na de huwelijksvoltrekking dan wel kort daarna hun eerste gewone verblijfplaats op het grondgebied van dezelfde staat gevestigd. De gemeenschappelijke nationaliteit van partijen is die van een zogenaamd nationaliteitsland. Het land van de gemeenschappelijke nationaliteit is geen verdragsland. Omdat het land van de eerste gewone verblijfplaats na de huwelijksvoltrekking een verdragsland is dat de verklaring van artikel 5 van het Verdrag heeft afgelegd, werd op grond van het bepaald in artikel 4, lid 2 aanhef en sub 2 aanhef en onder a. van het Verdrag vanaf de datum van de huwelijksvoltrekking het gemeenschappelijke nationale recht van partijen, te weten Turks recht, van toepassing op hun huwelijksvermogensregime.

5.5.

Turks huwelijksvermogensrecht kende tot 1 januari 2002 een algehele scheiding van goederen en kent vanaf 1 januari 2002 een regime van verwervingsdeelneming: persoonlijk vermogen aangebracht ten tijde van het huwelijk blijft daarbij persoonlijk.

5.6.

Gebleken is dat zich na de huwelijksvoltrekking een situatie heeft voorgedaan als omschreven in artikel 7, lid 2 van het Verdrag, waardoor na Turks recht, per 6 maart 2006 Nederlands recht van toepassing werd op het huwelijksvermogensregime. Dit was, ingevolge artikel 7 lid 2 sub 1 van het Verdrag, vanaf 6 maart 2006 omdat dat het moment is waarop de vrouw de Nederlandse nationaliteit verkreeg. Partijen waren derhalve vanaf 6 maart 2006 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd tot de ontbinding van de gemeenschap die plaatsvond doordat de vrouw het echtscheidingsverzoek indiende (12 juli 2023).

De polis bij Reaal

5.7.

De polis bij Reaal is door de man op zijn naam afgesloten, voorafgaand aan het huwelijk, op 1 december 2001. De man stelt dat waarde van de polis aan hem toekomt omdat hij de polis onder het regime van het oude Turkse BW is aangegaan. De vrouw is het daar niet mee eens: zij meent dat de polis tot de gemeenschap van goederen behoort, althans dat de waarde van de polis bij helfte verdeeld moet worden.

5.8.

Op het moment dat de man de polis afsloot - op 1 december 2001- kende het Turkse huwelijksvermogensrecht nog een algehele scheiding van goederen en dit was zo tot 1 januari 2002. De polis is daarom, bij aanvang van het huwelijk, privévermogen van de man. Op 6 maart 2006 kreeg de vrouw de Nederlandse nationaliteit naast de Turkse nationaliteit, wat tot gevolg had dat op dat moment het Nederlands huwelijksvermogensrecht van toepassing werd op het huwelijksgoederenregime van partijen, inhoudende een algehele gemeenschap van goederen. Deze wijziging in het toepasselijke recht heeft echter slechts gevolgen voor de toekomst. Het vermogen dat vóór de wijziging aan de echtgenoten in privé toebehoorde, is niet onderworpen aan het voortaan toepasselijke recht (artikel 8, lid 1 Verdrag). Dit geldt ook voor de polis. De polis bleef dus behoren tot het privévermogen van de man. Bij de aankoop door partijen van de woning eind 2007 is de polis verpand aan Fincus als zekerheidsrecht voor de geldverstrekker. Dit veranderde niets aan de eigendoms- dan wel gemeenschapsstatus van de polis. De polis is dus ook toen blijven behoren tot het privévermogen van de man. Echter, vanaf 7 maart 2006 werd wel de premie voor deze polis uit gemeenschappelijk inkomen en / of vermogen van partijen betaald. De gemeenschap komt daarom een vordering toe op de man.

5.9.

De vraag is hoe groot die vordering van de gemeenschap op de man is. De vrouw komt namelijk, bij de verdeling van de gemeenschap, de helft van die vordering toe.

Daarbij is ten eerste van belang dat tot en met 31 december 2011 de nominaliteitsleer gold, vóór de invoering van art. 1:87 BW. Volgens deze leer heeft de gemeenschap alleen een vergoedingsrecht over deze periode ter grootte van de optelsom van de premies die sinds 6 maart 2006 zijn voldaan, en géén aandeel in de rente die daarover is bijgeschreven. Vanaf 1 januari 2012 werd de beleggingsleer van toepassing, zodat de gemeenschap in ieder geval vanaf dat moment een vergoedingsrecht heeft (ook) voor de waardegroei.

In de onderhavige situatie brengt echter naar het oordeel van de rechtbank de redelijkheid en de billijkheid mee, vanwege de aard van dit specifieke geval, dat de beleggingsleer moet gelden vanaf 6 maart 2006. De gemeenschap heeft dan profijt van de premie die vanaf 6 maart 2006 is ingelegd en de rente die daarover is bijgeschreven. De rechtbank heeft bij dit oordeel in aanmerking genomen dat het om één en dezelfde polis gaat met doorlopende rentebijschrijvingen, en dat die polis is aangewend bij de gezamenlijke aankoop van onroerend goed dat wél in de gemeenschap valt.

5.10.

De vraag is welk aandeel van de uiteindelijke premievrije waarde van de polis per 12 juli 2023 (toen de gemeenschap werd ontbonden) is gerealiseerd met de premies die sinds 6 maart 2006 zijn ingelegd en de rente die daarover is bijgeschreven.

Andersom geformuleerd is de vraag welke waardegroei is gerealiseerd met uitsluitend de waarde die de polis had op 6 maart 2006 (dat was zo’n € 3.910,=, vgl. hiervoor 4.7. punt 3) tot 12 juli 2023. Want die waardegroei komt uitsluitend de man toe.

5.11.

Het is voor de rechtbank niet mogelijk om de benodigde berekening uit te voeren. De berekening zal door Findus kunnen worden gemaakt. De man zal in de gelegenheid worden gesteld om de betreffende berekening bij akte in het geding te brengen.

De vrouw zal nog een antwoordakte kunnen nemen.

5.12.

De rechtbank zal gelet op het voorgaande de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van de akte door de man. De termijn zal ruim worden genomen teneinde nog overleg tussen partijen mogelijk te maken. Het komt de rechtbank namelijk praktisch voor dat partijen in onderling overleg de vordering van de gemeenschap op de man bepalen, eventueel aan de hand van de informatie die Findus verschaft, waarbij dus de helft van die vordering van de gemeenschap aan de vrouw toekomt en de andere helft aan de man.

Als de hypothecaire schuld van partijen bij de verkoop van de woning aan een derde, met de waarde van de polis wordt afgelost, en de overwaarde bij helfte wordt gedeeld tussen partijen, zal nog een verrekening moeten plaatsvinden. Het deel dat dan namelijk feitelijk ten goede van de vrouw kwam van de premievrije waarde van de polis (te weten de helft van de volledige uiteindelijke premievrije waarde van de polis) is namelijk niet hetgeen waarop zij recht heeft, maar méér dan waarop zij recht heeft.

De auto’s

5.13.

De vrouw vordert de helft van de waarde van de Opel Mokka ( [autokenteken 1] ). Volgens de man is de Opel Mokka ongeveer € 6.000,- waard. De man voert als verweer dat er een tweede auto in de huwelijksgemeenschap valt, de Opel Karl ( [autokenteken 2] ) met ongeveer eenzelfde waarde. Hij wil dat de Opel Mokka aan hem wordt toegedeeld en de Opel Karl aan de vrouw, zonder verrekening van waarde. Volgens de vrouw hebben partijen de Opel Karl aan hun zoon [zoon] cadeau gedaan. De man betwist dit: hij is er niet bij betrokken geweest dat de vrouw in mei 2023 de Opel Karl op naam van [zoon] heeft gezet.

5.14.

Tegenover de stellingen van de man heeft de vrouw onvoldoende gemotiveerd betwist dat de Opel Karl tot de gemeenschap van goederen behoort. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de Opel Karl in de gemeenschap van goederen valt.

Over de verdeling van de auto’s zal de rechtbank bij eindvonnis daarom het volgende beslissen: de Opel Mokka wordt toegedeeld aan de man en de Opel Karl wordt toegedeeld aan de vrouw, zonder nadere verrekening. Wat de auto’s op dit moment exact waard zijn heeft geen van partijen voldoende onderbouwd gesteld en is dus niet duidelijk geworden, maar wel is komen vast te staan dat de waardes elkaar niet (al te) veel ontlopen.

De schuld aan SVB

5.15.

De schuld op naam van de man aan SVB bedraagt € 974,92 en heeft betrekking op te veel ontvangen kinderbijslag. De man stelt dat de vrouw hiervan de helft moet meebetalen. De vrouw betwist dit: volgens haar is het geen gemeenschappelijke schuld en moet de man de schuld zelf dragen. Zij betwist dat dubbel uitgekeerde kinderbijslag aan haar ten goede is gekomen.

Tegenover de gemotiveerde betwisting van de vrouw heeft de man zijn stellingen niet nader onderbouwd en niet aangetoond hoe het geld ten goede is gekomen aan de vrouw. De rechtbank zal deze vordering van de man daarom in het eindvonnis afwijzen.

Proceskosten

5.16.

Conform partijen ter zitting zijn overeengekomen zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit zal in het eindvonnis in het dictum worden opgenomen.

6De beslissing

De rechtbank

6.1.

verwijst de zaak naar de rol van 4 november 2026 voor het nemen van een akte door de man als hiervoor vermeld onder 5.12, waarna de vrouw nog in de gelegenheid wordt gesteld een antwoordakte te nemen;

6.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.

3246/ 638



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733