Hoge Raad 11-09-2026, ECLI:NL:HR:2026:1437

Essentie (gemaakt door AI)

Zorgwetten. Wvggz. Zorgmachtiging. art. 5:8 lid 1 Wvggz. art. 5:7 Wvggz. In cassatie wordt geklaagd dat bij de herbeoordeling na aanhouding een nieuwe, actuele verklaring van een onafhankelijk psychiater vereist is. De Hoge Raad verduidelijkt dat de rechter moet toetsen of de oorspronkelijke verklaring nog actueel is en daarbij ook informatie van de behandelend psychiater mag betrekken; een nieuwe onafhankelijke verklaring is dan niet vereist. De klacht faalt; verwerping beroep.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Geen nieuwe medische verklaring nodig als oude nog actueel is
Hoge Raad: Bij een zorgmachtiging mag de rechter bij beoordeling of een eerdere medische verklaring nog actueel is, ook informatie van de behandelend psychiater betrekken. Nieuwe verklaring van onafhankelijke psychiater is dan niet nodig.

Datum publicatie11-09-2026
Zaaknummer25/02858
ProcedureCassatie
Formele relatiesConclusie: ECLI:NL:PHR:2026:462
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenMeerderjarigenbescherming; Wvggz/Wzd (BOPZ)
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Zorgwetten. Wvggz. Zorgmachtiging. Art. 5:8 lid 1 Wvggz. Art. 5:7 Wvggz. Is voor beoordeling of medische verklaring actueel is, verklaring onafhankelijk psychiater vereist? Vervolg op HR 9 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:726.

Volledige uitspraak


HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/02858

Datum 11 september 2026

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: G.E.M. Later,

tegen

DE OFFICIER VAN JUSITITIE IN HET ARRONDISSEMENT LIMBURG,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de officier van justitie,

niet verschenen.

1Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot nu toe verwijst de Hoge Raad naar zijn beschikking in de zaak 24/03501 van 9 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:726, en de beschikking in de zaak C/03/325198 / BZ RK 23-2359 van de rechtbank Limburg van 11 juni 2025.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot vernietiging van de beschikking van 11 juni 2025 van de rechtbank Limburg en tot afdoening als vermeld onder 3.12 in de conclusie.

2Uitgangspunten en feiten

2.1

De Hoge Raad verwijst voor de feiten waarvan in cassatie kan worden uitgegaan naar zijn eerdere beschikking in deze zaak. 1

2.2

Na terugwijzing van het geding heeft op 5 juni 2025 een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij onder meer gehoord zijn betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, en de behandelend psychiater.

2.3

De rechtbank 2 heeft de verzochte zorgmachtiging verleend, en bepaald dat deze geldt tot en met 29 december 2024. Zij heeft daartoe, voor zover in cassatie van belang, het volgende overwogen:

“2.3. Tijdens de zitting op 5 juni 2025 heeft de advocaat (wederom) gesteld dat er in juni 2024 actuele informatie had moeten zijn van een onafhankelijke psychiater. Dit is belangrijk voor de onafhankelijke en onpartijdige besluitvorming door de rechter. Er was en is echter geen actuele informatie van een onafhankelijk psychiater. De besluitvorming is daarmee onjuist geweest. Dit gebrek kan niet hersteld worden door de [behandelend psychiater], die bij de hernieuwde behandeling van het aangehouden verzoek op 5 juni 2025 aanwezig is. Deze psychiater was in juni 2024 bij de behandeling betrokken en is dus niet onafhankelijk. Als gevolg van de gebrekkige besluitvorming heeft betrokkene gedurende langere periode zorg ontvangen zonder geldige titel.

2.4.

De rechtbank verstaat de beschikking van de Hoge Raad van 9 mei 2025 in die zin dat nadat een zorgmachtiging is verleend voor kortere periode dan verzocht, en voor het overige het verzoek wordt aangehouden, voor het verlenen van de zorgmachtiging voor de resterende termijn, nagegaan dient te worden of de oorspronkelijke medische verklaring nog actueel is.

De behandelend psychiater (…) heeft tijdens de zitting op 5 juni 2025 naar voren gebracht dat er in juni 2024 onverminderd sprake was van wanen, dat betrokkene nog steeds tegen het gebruik van medicatie was en tegen het verblijf op de afdeling. Betrokkene heeft dit niet weersproken.

Het toestandsbeeld is sinds december 2023 niet veranderd, zo blijkt uit de verklaring van [behandelend psychiater].

Dat er bezwaar tegen de medicatie was en dat betrokkene terug wilde naar haar (inmiddels gedeeltelijk vernielde) onderkomen blijkt ook uit het proces verbaal van de zitting van 21 juni 2024.

De rechtbank komt tot de conclusie dat, mede door hetgeen de behandelend psychiater (…) tijdens de zitting op 5 juni 2025 naar voren heeft gebracht en het proces verbaal van de zitting van 21 juni 2024, op 21 juni 2024 de medische verklaring van 6 december 2023 nog actueel en toereikend was.”

3Beoordeling van het middel

3.1

Het middel richt zich tegen het oordeel van de rechtbank in rov. 2.4. Het klaagt, in de kern genomen, dat de medische verklaring op 21 juni 2024, toen het verzoek voor de tweede maal werd behandeld, niet meer actueel was en dat de rechtbank de zorgmachtiging niet had mogen verlenen op grond van de verklaring van de behandelend psychiater omdat art. 5:7 Wvggz vereist dat de medische verklaring wordt opgesteld door een onafhankelijk psychiater.

3.2

In haar eerdere beschikking in deze zaak 3 heeft de rechtbank (in rov. 2.7) geoordeeld dat een actuele medische verklaring niet nodig was. De Hoge Raad heeft in zijn hiervoor in 2.1 genoemde beschikking geoordeeld dat de tegen dat oordeel van de rechtbank gerichte klacht slaagt, en de zaak naar de rechtbank teruggewezen ter verdere behandeling en beslissing. De vraag of de medische verklaring van 6 december 2023 op 21 juni 2024 nog actueel was, was daarmee nog niet beantwoord. De rechtbank heeft na terugwijzing dan ook terecht die kwestie alsnog beoordeeld.

3.3

Uit het systeem van de Wvggz, in het bijzonder uit art. 5:8 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5:17 lid 3 Wvggz en art. 6:4 Wvggz, volgt dat een rechter slechts een zorgmachtiging mag verlenen indien uit een medische verklaring van een psychiater over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene blijkt dat uit diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit. Voor de psychiater die de medische verklaring opstelt, gelden de in art. 5:7 Wvggz genoemde voorwaarden. Die voorwaarden dienen als waarborg voor een onafhankelijke, onpartijdige en behoorlijke besluitvorming over verplichte zorg. Een en ander strookt met de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM. 4

3.4

Het hiervoor in 3.3 genoemde uitgangspunt geldt eveneens indien de rechter, nadat hij eerst een zorgmachtiging heeft verleend voor een kortere duur dan verzocht met aanhouding voor het overige, op een later moment beslist over de resterende duur van de verzochte machtiging. In die situatie dient de rechter na te gaan of de oorspronkelijke medische verklaring nog actueel is als bedoeld in art. 5:8 Wvggz, dat wil zeggen dat zij de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene beschrijft. 5

3.5

De beantwoording van de vraag of een medische verklaring nog actueel is, moet plaatsvinden op basis van een beoordeling of de situatie van de betrokkene sinds het aan de medische verklaring ten grondslag liggende onderzoek in relevante mate is gewijzigd, en is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Daarbij is onder meer van belang het tijdsverloop tussen het medische onderzoek door de onafhankelijk psychiater en de beslissing van de rechter. Hoe meer tijd is verstreken tussen dat medische onderzoek en de beslissing van de rechter, des te hoger de eisen die gesteld worden aan de motivering van het oordeel van de rechter dat de medische verklaring nog actueel is.

Bij de hiervoor bedoelde beoordeling of de medische verklaring nog actueel is, mag de rechter ook betrekken de informatie die de behandelend psychiater op de zitting heeft verstrekt. Voor die beoordeling is niet een nieuwe medische verklaring van een onafhankelijk psychiater vereist. Opmerking verdient dat als de rechter tot de conclusie komt dat de medische verklaring niet meer actueel is, wel een nieuwe medische verklaring van een onafhankelijk psychiater moet worden overgelegd of de oorspronkelijke medische verklaring door een onafhankelijk psychiater moet worden geactualiseerd. 6

3.6

De rechtbank heeft aan de hand van het dossier en mede op basis van hetgeen de behandelend psychiater op de zitting van 5 juni 2025 heeft verklaard, beoordeeld of de door de onafhankelijk psychiater opgestelde medische verklaring van 6 december 2023 op 21 juni 2024 nog actueel was. Ze heeft gemotiveerd geoordeeld dat dit het geval was. Dit oordeel geeft, in het licht van wat hiervoor in 3.5 is overwogen, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. De klachten van het middel falen dus.

4Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide en S.J. Schaafsma in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 11 september 2026.

1

HR 9 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:726, rov. 2.1-2.3.

2

Rechtbank Limburg 11 juni 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:5600.

3

Rechtbank Limburg 21 juni 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:4295.

4

HR 11 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:885, rov. 3.2; HR 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:191, rov. 3.2.1 en HR 9 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:726, rov. 3.2.

5

HR 9 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:726, rov. 3.3; HR 11 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:885, rov. 3.3.

6

HR 9 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:726, rov. 3.3.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733