Rechtbank Oost-Brabant 03-09-2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6346

Essentie (gemaakt door AI)

Zaak over een opgenomen en online beschikbaar gestelde uitvaartdienst, waarin het verzoek van eiseres tot circa €12.000 schadevergoeding wegens schending van privacy en aantasting nagedachtenis wordt afgewezen. Eiseres is niet gemachtigd voor andere aanwezigen. De kantonrechter benadrukt dat voor schadevergoeding op grond van artikel 82 AVG en art. 6:162 lid 1 BW daadwerkelijke schade en causaal verband moeten worden gesteld. Eiseres concretiseert aard/omvang inbreuk en gevolgen niet; ook urenbesteding is onvoldoende onderbouwd. Vordering wordt afgewezen. Vero

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Uitvaart online laten staan levert nog geen privacyschending op: is niet per se de “vuile was”
Kerk had uitvaart gefilmd, zodat familieleden en andere betrokkenen die niet aanwezig konden zijn deze live konden volgen. Na afloop bleef de opname via een website beschikbaar om terug te kijken. Afwijzing schadevergoeding ad € 12.000.

Datum publicatie07-09-2026
Zaaknummer12002764 \ CV EXPL 25-7120
ProcedureBodemzaak
Zittingsplaats's-Hertogenbosch
RechtsgebiedenCiviel recht
TrefwoordenOverig; Privacy in het familierecht;
Erfrecht; Uitvaart / asbestemming
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

De zaak gaat over een mogelijke schending van de privacy bij een opgenomen uitvaartdienst. De kerk had de dienst gefilmd, zodat familieleden en andere betrokkenen die niet aanwezig konden zijn, de uitvaart alsnog live konden volgen. Na afloop bleef de opname via een website beschikbaar om terug te kijken. Een familielid van de overledene eiste ongeveer € 12.000 schadevergoeding, omdat de opname volgens hem/haar zonder toestemming was gemaakt en zijn/haar privacy en de nagedachtenis van de overledene zou hebben aangetast. De kantonrechter wees de vordering af. De eiseres had volgens de rechter onvoldoende onderbouwd dat er daadwerkelijk sprake was van schade als gevolg van de privacy inbreuk. Zo was niet duidelijk gemaakt, ook niet na vragen van de rechter, hoe vaak hij/zij in beeld was geweest, op welke manier, en wat er tijdens de dienst precies was gezegd. Daarom kon de rechter niet vaststellen dat er schade was geleden.

Volledige uitspraak


RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: 12002764 \ CV EXPL 25-7120

Vonnis van 3 september 2026

in de zaak van

[eiseres] ,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

procederend in persoon,

tegen

PROTESTANTSE GEMEENTE TE LITH-OIJEN-OSS,

te Oss,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de protestantse gemeente,

procederend in persoon.

1De kern van de zaak

1.1.

Deze zaak gaat over een privacy inbreuk. [eiseres] vordert schadevergoeding omdat de protestantse gemeente de uitvaartdienst van de moeder van [eiseres] heeft opgenomen en deze opname tijdelijk online beschikbaar was.

1.2.

De kantonrechter wijst de vordering af, omdat, kort gezegd, [eiseres] onvoldoende concreet heeft toegelicht dat zij schade heeft geleden wegens de gestelde privacy inbreuk.

1.3.

Hieronder licht de kantonrechter haar oordeel toe.

2De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties
- de conclusie van antwoord, met 1 productie

- een akte indienen aanvullende producties van [eiseres]

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling (zitting) van 20 augustus 2026.

2.2.

Na afloop van de zitting is bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

3De feiten

3.1.

De protestantse gemeente (althans de voorganger hiervan) heeft de uitvaartdienst georganiseerd van de moeder van [eiseres] . De dienst vond plaats op 24 november 2018.

3.2.

De dienst (beeld en geluid) is vastgelegd met een camera die in de kerk was geplaatst en kon via een website, kerkdienstgemist.nl, rechtstreeks worden gevolgd. Na afloop van de dienst is de opname via die website beschikbaar gebleven om terug te kijken. De opname kon ook worden gedownload.

3.3.

Op 20 mei 2019 is [eiseres] door een kennis geattendeerd op het feit dat de dienst was opgenomen en dat de opname beschikbaar was op de website. De opname was aan [eiseres] doorgestuurd.

3.4.

[eiseres] heeft contact opgenomen met de protestantse gemeente. Onder andere per e-mail van 28 mei 2019 heeft [eiseres] de protestantse gemeente aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade. De protestantse gemeente heeft de opname na het bericht van [eiseres] verwijderd van de website.

3.5.

[eiseres] heeft op 5 juni 2019 een klacht ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De AP heeft daarop contact opgenomen met de protestantse gemeente. Per brief van 29 oktober 2020 heeft de AP [eiseres] teruggekoppeld wat zij heeft gedaan en [eiseres] medegedeeld dat de protestantse gemeente onder andere de camera aanduiding bij binnenkomst van de kerk heeft aangepast, haar privacyverklaring heeft aangepast en dat er een toestemmingsverklaring is opgesteld.

3.6.

Partijen hebben nog contact met elkaar gehad, maar zijn niet tot een oplossing gekomen.

4Het geschil

4.1.

[eiseres] vordert, samengevat, dat de protestantse gemeente, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van:

1. € 1.029,25 in verband met 16:66 uur die zij aan deze zaak besteed heeft ter voorkoming van verdere uitzending en voor het indienen van de klacht bij de autoriteit persoonsgegevens,

2. € 10.000,- ter zake van smartengeld,

3. € 617,80 aan volledige proces(voerings)kosten,

4. € 370,68 aan kosten voor het voeren van deze procedure,

5. de wettelijke rente over de totale vordering, op straffe van het verbeuren van een dwangsom, en

6. de nakosten.

4.2.

Volgens de protestantse gemeente moet het gevorderde worden afgewezen.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5De beoordeling

5.1.

Vaststaat dat de protestantse gemeente een filmopname heeft gemaakt van de uitvaartdienst van de moeder van [eiseres] , dat deze dienst rechtstreeks via een website kon worden gevolgd en dat deze opname vervolgens gedurende een aantal maanden via die website kon worden teruggekeken en gedownload. Volgens [eiseres] is daarmee een inbreuk gemaakt op haar privacy en die van alle aanwezigen en is ook de nagedachtenis van haar moeder aangetast doordat de waardigheid van de uitvaart is aangetast. Zij vordert daarom schadevergoeding van de protestantse gemeente.

5.2.

De kantonrechter overweegt hierover als volgt.

Omvang van het geschil

5.3.

[eiseres] vordert vergoeding voor materiële en immateriële schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van het opnemen en beschikbaar stellen van de uitvaartdienst. De materiële schade bestaat volgens haar uit financieel nadeel als gevolg van de door haar aan deze kwestie bestede tijd. Haar vordering tot vergoeding van immateriële schade onderbouwt zij met de stelling dat zij in haar persoon, waaronder haar eer of goede naam (art. 6:106 lid 1 sub b BW) is aangetast en dat de nagedachtenis van haar moeder is aangetast (art. 6:106 lid 1 sub c BW) .

5.4.

[eiseres] heeft in haar stukken daarnaast aangevoerd dat ook de privacy van de bezoekers van de begrafenis is geschonden. Desgevraagd heeft zij echter bevestigd over geen volmacht te beschikken. Dat [eiseres] bevoegd is namens de bezoekers op te treden is niet gebleken. De kantonrechter beoordeelt daarom alleen de gestelde schending van de rechten van [eiseres] en haar eigen schade.

Grondslagen en vereisten voor schadevergoeding

5.5.

Voor toekenning van schadevergoeding moet eerst worden vastgesteld dat de protestantse gemeente jegens [eiseres] aansprakelijk is. De vorderingen zijn gestoeld, naar de kantonrechter begrijpt, op artikel 6:162 lid 1 BW en artikel 82 Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Deze artikelen luiden als volgt:

Artikel 6:162 lid 1 BW: “Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.”

Artikel 82 AVG: “Eenieder die materiële of immateriële schade heeft geleden ten gevolge van een inbreuk op deze verordening, heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker schadevergoeding te ontvangen voor de geleden schade.”

5.6.

Aan haar vorderingen legt [eiseres] , naar de kantonrechter haar betoog begrijpt, het volgende ten grondslag. Zij stelt dat met het opnemen van de uitvaart en beschikbaar stellen van de opname, zonder dat zij daarvoor toestemming heeft gegeven, inbreuk is gemaakt op de AVG, zodat zij op grond van artikel 82 AVG recht heeft op vergoeding van de daardoor geleden schade. Daarnaast stelt zij dat de protestantse gemeente daarmee ook onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld (artikel 6:162 BW) .

5.7.

Voor een aanspraak op schadevergoeding is de enkele vaststelling dat sprake is geweest van een inbreuk op de AVG of van onrechtmatig handelen niet voldoende. Beide artikelen (6:162 BW en 82 AVG) stellen als voorwaarden voor het recht op schadevergoeding (1) dat er schade is geleden en (2) dat de schade in causaal verband staat tot de onrechtmatige daad (artikel 6:162 lid 1 BW) respectievelijk de inbreuk (artikel 82 AVG).

5.8.

Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) van 4 mei 2023, ECLI:EU:C:2023:370 (Österreichische Post) volgt dat voor vergoeding van immateriële schade op grond van artikel 82 lid 1 AVG geen minimumdrempel van ernst geldt (punt 45-49). Dat neemt niet weg dat degene die schadevergoeding verlangt, moet aantonen dát hij of zij daadwerkelijk immateriële schade heeft geleden, hoe gering die schade ook is (punt 50-51). Een inbreuk op de AVG kan dus niet op zichzelf worden aangemerkt als immateriële schade. Zie ook Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 juli 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4556, r.o. 3.17.

Ook voor toekenning van schadevergoeding op grond van artikel 6:162 lid 1 BW is vereist dat de benadeelde schade heeft geleden als gevolg van de onrechtmatige daad, en dat die schade voldoende is onderbouwd (hetgeen onder meer volgt uit Hoge Raad 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1941, r.o. 3.2).

Schade en causaal verband

5.9.

De kantonrechter zal eerst beoordelen of [eiseres] voldoende heeft gesteld om te kunnen vaststellen dat zij schade heeft geleden die in causaal verband staat met de gestelde inbreuk op de AVG dan wel het gestelde onrechtmatig handelen. Dat is niet het geval. Daarom kan in het midden blijven of daadwerkelijk sprake is geweest van een inbreuk op de AVG of van onrechtmatig handelen. Daarover wordt het volgende overwogen.

5.10.

Het staat vast dat er een filmopname van de dienst is gemaakt, dat deze gedurende enkele maanden via een website kon worden teruggekeken en dat de opname kon worden gedownload. Het is voorstelbaar dat het opnemen en beschikbaar stellen van de uitvaartdienst de persoonlijke levenssfeer van [eiseres] heeft geraakt. Het gaat immers om de uitvaart van haar moeder en het is aannemelijk dat [eiseres] tijdens de dienst herkenbaar in beeld is gekomen en dat zaken zijn gezegd die haar persoonlijk betreffen.

5.11.

[eiseres] heeft echter onvoldoende concreet gemaakt wat de aard en de omvang van de door haar gestelde inbreuk op haar privacy zijn geweest en op welke wijze de nagedachtenis van haar moeder is aangetast. Zij heeft niet toegelicht wanneer, op welke wijze en hoe vaak zij in beeld is gekomen en wat er tijdens de dienst door bijvoorbeeld de sprekers over haar of haar moeder is gezegd. Ook haar stelling dat door de opname de “vuile was” is buiten gehangen, heeft zij niet nader toegelicht.

Immateriële schade

5.12.

[eiseres] heeft naar voren gebracht dat hier de aard en de omvang van de normschending meebrengen dat de nadelige gevolgen daarvan zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon ook zonder nadere concrete onderbouwing kan worden aangenomen. [eiseres] heeft echter naar het oordeel van de kantonrechter de aard en omvang van de gestelde inbreuk op haar privacy en de aantasting van de nagedachtenis van haar moeder niet concreet gemaakt. Daarom kan ook niet worden vastgesteld dat de aard en de omvang van die gestelde schending zodanig zijn dat de nadelige gevolgen daarvan voor [eiseres] zonder meer voor de hand liggen.

Het lag op de weg van [eiseres] om met concrete gegevens te onderbouwen welke nadelige gevolgen zij heeft ondervonden. Dat heeft [eiseres] niet gedaan. Hoewel [eiseres] meermaals heeft gezegd dat zij het “verschrikkelijk” vindt dat de opname is gemaakt en beschikbaar is geweest, biedt dat onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen welke concrete negatieve gevolgen [eiseres] daarvan heeft ondervonden. Op basis van de onvolledige en algemene stellingen van [eiseres] kan daarom niet worden vastgesteld dat [eiseres] daadwerkelijk immateriële schade heeft geleden als gevolg van de gestelde onrechtmatige daad of inbreuk op de AVG.

Geen minimumdrempel

5.13.

[eiseres] heeft aangevoerd dat uit de jurisprudentie, in het bijzonder het arrest van het HvJEU van 4 mei 2023, ECLI:EU:C:2023:370 (Österreichische Post), volgt dat voor toekenning van immateriële schadevergoeding geen bepaalde mate van ernst vereist is. Dat leidt in dit geval echter niet tot een ander oordeel. De kantonrechter onderkent dat voor vergoeding van immateriële schade op grond van artikel 82 AVG geen minimumdrempel van ernst geldt. De vordering wordt echter niet afgewezen omdat de door [eiseres] gestelde schade onvoldoende ernstig zou zijn, maar omdat [eiseres] onvoldoende concreet heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk immateriële schade heeft geleden. De enkele omstandigheid dat sprake zou zijn van een inbreuk op de AVG is voor schadevergoeding niet voldoende.

Materiële schade

5.14.

[eiseres] heeft daarnaast een overzicht overgelegd van het aantal uren dat zij aan deze kwestie heeft besteed, onder meer ter voorkoming van verdere beschikbaarheid van de opname en voor het indienen van een klacht bij de AP. Ook ten aanzien van deze schade heeft [eiseres] onvoldoende toegelicht waarom het nodig was om het door haar gestelde aantal uren aan deze werkzaamheden te besteden en in hoeverre het door haar gestelde financiële nadeel in causaal verband staan met de gestelde schending. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen dat de met die uren gemoeide kosten als schade voor vergoeding in aanmerking komen.

Aanbod tot overlegging van de opname

5.15.

[eiseres] heeft ter zitting aangeboden om de opname te overleggen, maar daar ziet de kantonrechter geen aanleiding toe. Het lag op de weg van [eiseres] om de opname waarop zij haar vordering baseert tijdig in het geding te brengen of, als zij het bezwaarlijk had gevonden de opname verder te verspreiden, op zijn minst concreet te beschrijven waar volgens haar de privacyschending op zag en welke negatieve gevolgen zij daarvan heeft ondervonden. Dat heeft [eiseres] niet gedaan.

Conclusie

5.16.

Uit het voorgaande volgt dat [eiseres] onvoldoende heeft onderbouwd dat zij als gevolg van de gestelde inbreuk op de AVG of het gestelde onrechtmatig handelen (als daarvan sprake is) schade heeft geleden. De gevorderde schadevergoeding wordt daarom afgewezen.

Partijen hebben nog gedebatteerd over andere kwesties, maar die behoeven geen nadere behandeling gezien het voorgaande.

5.17.

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de protestantse gemeente worden begroot op:

- salaris gemachtigde

864,00

(2 punten × € 432,00)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.008,00

5.18.

De protestantse gemeente heeft verzocht de proceskosten exclusief nakosten te maximeren tot € 1.000,-. Omdat deze drempel niet wordt gehaald (de proceskosten exclusief nakosten zijn minder dan € 1.000,-), wordt het toegewezen bedrag aan proceskosten niet beperkt.

6De beslissing

De kantonrechter

6.1.

wijst de vorderingen van [eiseres] af,

6.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Salemans en in het openbaar uitgesproken op

3 september 2026.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733