Essentie (gemaakt door AI)
Kort geding waarin nakoming omgangsregeling wordt afgedwongen na incident waarbij minderjarige expliciete beelden zag. Rechter acht spoedig contactherstel in belang van kind en bepaalt begeleide start en vervolgens opbouw conform voorstel vader, met dwangsom van €100 per dag(deel) tot €10.000. Informatieregeling wordt toegewezen zonder foto’s en zonder dwangsom. Verzoek van moeder tot schorsing omgang wordt afgewezen. Man wordt veroordeeld tot betaling van één openstaande therapiefactuur van €50.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 31-08-2026 |
| Zaaknummer | C/09/706068 / KG ZA 26-565 |
| Procedure | Kort geding |
| Zittingsplaats | Den Haag |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Kinderen; Zorgregeling / omgang / informatie |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
kort geding - nakoming omgangsregeling met opbouw, dwangsom, informatieregeling en kosten therapiesessiesVolledige uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/706068 / KG ZA 26-565
Vonnis in kort geding van 28 juli 2026
in de zaak van
[de man] te [woonplaats 1] , gemeente [gemeente] ,
eiser in conventie,
gedaagde in reconventie,
advocaat mr. D.E. Oud te Krommenie, gemeente Zaanstad,
tegen:
[de vrouw] te [woonplaats 2] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. E.H. van de Gein te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de man’ en ‘de vrouw’.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord tevens houdende een eis in reconventie;
- de op 14 juli 2026 gehouden mondelinge behandeling.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag. Ter zitting zijn verschenen: de man bijgestaan door mr. L.T.C.M. Geurts (waarnemend), de vrouw bijgestaan door haar advocaat (de advocaat via Teams). Namens de Raad voor de Kinderbescherming is verschenen [naam] .
2De feiten in conventie en in reconventie
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad met elkaar en zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] . De man heeft [minderjarige] erkend en de vrouw is van rechtswege belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] .
Bij beschikking van deze rechtbank van 27 januari 2026 is het door partijen ondertekende ouderschapsplan opgenomen in de beschikking. In het ouderschapsplan zijn partijen – voor zover hier van belang – overeengekomen dat [minderjarige] met ingang van juni 2023 eens per twee weken op zaterdagmiddag van 12.00 uur tot zondag 19.00 uur omgang zal hebben met de man.
3Het geschil
in conventie
De man vordert – zakelijk weergegeven –:
I. de vrouw te veroordelen tot het nakomen van de beschikking van de rechtbank van 27 januari 2026 met betrekking tot de bepaalde zorgregeling, zulks op straffe van een dwangsom van €500,-, voor iedere dag of dagdeel dat de vrouw hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van €50.000,-;
II. de vrouw te veroordelen tot het verstrekken van een maandelijkse schriftelijke update over [minderjarige] , tevens voorzien van twee kleurenfoto’s, van tenminste één A4-tje in lettergrootte 12, waarbij de vrouw informatie verstrekt over het welzijn van [minderjarige] , waaronder maar niet uitsluitend informatie over de schoolgang, algemene ontwikkeling, gezondheid, hobby’s en interesses, medische ontwikkelingen, sport, vrienden en vriendinnen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,-, voor iedere dag of dagdeel dat de vrouw hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van
€ 50.000,-; .
III. de vrouw te veroordelen in de proceskosten van de man.
Daartoe voert de man – samengevat – het volgende aan. Tijdens een omgangsmoment tussen de man en [minderjarige] heeft zij eind 2025 op de telefoon van de man pornografische afbeeldingen gezien. [minderjarige] is hierdoor geschrokken en heeft hier emotioneel heftig op gereageerd. Naar aanleiding van dit incident heeft de vrouw besloten de omgangsregeling per december 2025 voorlopig stop te zetten. In samenspraak hebben partijen [minderjarige] aangemeld bij een therapeute, zodat [minderjarige] kan worden ondersteund in de verwerking van dit incident. De man heeft een voorstel gedaan om de omgang weer op te bouwen, met als einddoel om op termijn terug te keren naar de eerder geldende omgangsregeling. De vrouw weigert hieraan mee te werken, aldus de man. Daarnaast is de vrouw belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] en dient zij daarom de man te informeren. De vrouw is echter niet bereid om de man structureel te informeren en foto’s van [minderjarige] te sturen.
De vrouw voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
in reconventie
De vrouw vordert – zakelijk weergegeven –:
I. dat de omgangsregeling zoals die tussen de man en [minderjarige] in het ouderschapsplan is vastgesteld wordt geschorst voor de duur van zes maanden, dan wel voor de duur die de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht;
II. dat de man de twee openstaande facturen van de therapeute betaalt, alsmede de kosten van de toekomstige therapiesessies van [minderjarige] ;
III. de man te veroordelen in de proceskosten, dan wel de proceskosten te compenseren.
Daartoe voert de vrouw – samengevat – het volgende aan. De vrouw is niet tegen de omgangsregeling zoals die in het ouderschapsplan is vastgesteld, maar [minderjarige] laat al enige tijd hevige weerstand zien tegen elke vorm van contact met de man. De man zet druk op het hervatten van de omgangsregeling. De vrouw meent dat het in het belang van [minderjarige] is om juridisch vast te leggen dat de omgangsregeling tijdelijk niet hoeft te worden nagekomen. De vrouw wil daarmee de druk die op [minderjarige] ligt om de omgangsregeling te hervatten weghalen. Verder heeft de vrouw op dit moment geen duidelijkheid van de man of hij nog bereid is om mee te werken aan het voortzetten van de therapie. Er staan momenteel nog twee facturen open bij de therapeute en er kunnen geen verdere sessies worden ingepland, omdat de vrouw niet weet of de man de kosten zal betalen. De vrouw meent dat de therapie nodig is om het contact tussen de man en [minderjarige] uiteindelijk te kunnen hervatten en vindt dat de man daarom ook de kosten van die sessies dient te voldoen.
De man voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4De beoordeling van het geschil
in conventie en in reconventie
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie, zullen alle vorderingen hierna gezamenlijk worden beoordeeld.
omgangsregeling
Tussen partijen is niet in geschil dat [minderjarige] onbedoeld expliciete foto’s/afbeeldingen heeft gezien die niet geschikt zijn voor haar leeftijd, dat dit niet had moeten gebeuren en dat [minderjarige] hiervan hevig is geschrokken. Partijen zijn het er ook over eens dat de omgang tussen de man en [minderjarige] weer moet worden hervat, maar het lukt hen niet om afspraken te maken over hoe en wanneer het contact kan worden hersteld.
Zoals ter zitting met partijen is besproken en ook door de Raad is bevestigd, acht de voorzieningenrechter het in het belang van [minderjarige] dat het contact met de man spoedig wordt hersteld. Het verweer van de vrouw dat een en ander nog meer tijd nodig heeft en eerst de therapie moet worden voortgezet omdat [minderjarige] nog geen contact wil, wordt niet gevolgd. Met de Raad is de voorzieningenrechter van oordeel dat het op de weg van de ouders ligt de omgang weer te normaliseren en [minderjarige] duidelijk te maken dat de ouders daarvoor samen de tijd nu gekomen achten. Daarmee wordt voorkomen dat de beslissing tot herstart van de omgang feitelijk bij [minderjarige] komt te liggen en/of het contactherstel nog langer op zich laat wachten. Daarbij heeft de Raad benadrukt dat het voortzetten van therapie niet dienstig is aan het herstel van contact, nu daarmee aan het incident een te lang en te zwaar gewicht wordt toegekend. Wel is het van belang dat er een kortdurende opbouw van contact zal plaatsvinden, omdat er al vele maanden geen enkel contact is geweest tussen de man en [minderjarige] . Het ligt op de weg van de vrouw om [minderjarige] te vertellen dat de ouders in samenspraak met de rechter tot een besluit tot herstart van de omgang zijn gekomen. Daarbij mag van haar worden verwacht dat zij [minderjarige] vertelt dat een goede ontwikkeling te vinden en haar te begeleiden en te stimuleren bij de eerste stap.
Nadat een en ander ter zitting is besproken hebben partijen afgesproken dat zal worden begonnen met het laagdrempelig weer opbouwen van het contact en dat [minderjarige] in de week na de zitting een eerste middag omgang zal hebben met de man. De tante (vaderszijde) zal [minderjarige] dan bij de vrouw thuis ophalen en haar meenemen zodat zij iets leuks kan gaan doen samen met de man (in aanwezigheid van de tante). Daarna zal de tante [minderjarige] weer terugbrengen naar de vrouw. Dit eerste contact zal plaatsvinden op woensdag of vrijdagmiddag, waarbij de man aan de vrouw laat weten welke dag geschikt is. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat dit omgangsmoment feitelijk al heeft plaatsgevonden ten tijde van het wijzen van dit vonnis, conform de gemaakte afspraken.
Voorts is ter zitting gebleken dat de vrouw en [minderjarige] in de week daaropvolgend naar Groningen op vakantie zullen gaan voor twee weken en aansluitend daarop drie weken naar een vakantiepark [vakantiepark] te Weert zullen gaan. Zoals ter zitting reeds is besproken, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat de vrouw en [minderjarige] tussen hun verblijf in Groningen en het verblijf in Weert (kort) terugkeren naar [woonplaats 2] , waarbij weer een omgangsmoment met de man zal plaatsvinden. Het staat partijen vrij om dit omgangsmoment ook ergens anders te laten plaatsvinden, bijvoorbeeld op een onderling afgesproken locatie tussen Groningen en Weert in. Ook dit omgangsmoment dient op een openbare locatie en begeleid plaats te vinden, waarbij een familielid van partijen of de vrouw zelf in de buurt aanwezig is en het dient wederom te gaan om een middag. De voorzieningenrechter denkt hierbij aan een omgangsmoment van 13.00 uur tot 17.00 uur, maar het staat partijen vrij om in onderling overleg andere afspraken te maken.
Na de vakantie acht de voorzieningenrechter het in het belang van [minderjarige] dat de omgangsregeling zoals vastgelegd in het ouderschapsplan weer stapsgewijs wordt hervat. Gelet op de omstandigheid dat er geruime tijd geen (onbegeleide) omgang heeft plaatsgevonden tussen [minderjarige] en de man, dient de omgangsregeling te worden opgebouwd, waarbij moet worden toegewerkt naar de eerder door de rechtbank bekrachtigde omgangsregeling. De voorzieningenrechter zal in dat kader aansluiten bij de door de man voorgestelde opbouw zoals opgeschreven in de mail van de advocaat van de man van 6 mei 2026, met dien verstande dat week 1 komt te vervallen en wordt vervangen door de (begeleide) omgangsmomenten zoals hierboven beschreven. Vanaf de week na de vakantie in Weert dient het opbouwschema te worden hervat conform het voorstel van de man:
Dwangsom
De man vordert een dwangsom op te leggen op de nakoming van de omgangsregeling. De voorzieningenrechter zal dit verzoek toewijzen. Gelet op de eis in reconventie van de zijde van de vrouw die ziet op schorsing van de omgang, is het begrijpelijk dat de man weinig vertrouwen heeft in nakoming en een dwangsom wenst. De voorzieningenrechter ziet wel aanleiding om de dwangsom te matigen tot € 100,- per dag of dagdeel dat de vrouw de omgangsregeling niet nakomt, tot een maximum van € 10.000,-.
Informatieregeling
De man vordert de vrouw te veroordelen tot het verstrekken van een maandelijkse schriftelijke update over [minderjarige] , tevens voorzien van twee kleurenfoto’s. De voorzieningenrechter zal deze vordering afwijzen voor zover het ziet op het verstrekken van foto’s van [minderjarige] . Gelet op het feit dat de omgangsregeling zal worden hervat zal de man [minderjarige] weer regelmatig zien en zelf foto’s kunnen nemen tijdens de omgangsmomenten. Hierdoor ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de vrouw te verplichten om foto’s te verstrekken. Nu de vrouw belast is met het eenhoofdig gezag, rust op haar de wettelijke verplichting om de man te informeren over gewichtige aangelegenheden met betrekking tot [minderjarige] . De voorzieningenrechter zal daarom de vordering van de man toewijzen voor zover die ziet op het verstrekken van informatie over [minderjarige] . De vordering om tevens een dwangsom op te leggen op de nakoming van de informatieregeling zal de voorzieningenrechter afwijzen. Op dit moment zijn er onvoldoende aanwijzingen dat de vrouw deze informatieregeling niet correct zal nakomen.
Facturen therapie
Met de Raad is ook de voorzieningenrechter van oordeel dat nog meer therapiesessies geen meerwaarde hebben en er zelfs toe zouden kunnen leiden dat [minderjarige] het idee krijgt dat wat zij heeft gezien heel ernstig is, waardoor problemen in stand kunnen worden gehouden of zelfs vergroot kunnen worden. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om de man te veroordelen tot betaling van toekomstige therapiesessies. Ter zitting is wel nog gesproken over de openstaande factuur van € 50,- . De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de man deze factuur nog zal voldoen, nu hij eerder had toegezegd de therapiekosten te betalen. De vordering van de vrouw op dit punt zal worden toegewezen.
proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zullen de proceskosten worden gecompenseerd zoals hierna vermeld.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
in conventie
bepaalt dat de omgangsregeling zal worden hervat, waarbij de volgende opbouw zal gelden:
- tussen de vakantie in Groningen en het verblijf van [minderjarige] en de vrouw in een vakantiepark te Weert zal er gedurende een in onderling overleg af te spreken middag en op een in onderling overleg af te spreken locatie (begeleide) omgang plaatsvinden tussen de man en [minderjarige] ;
- na de vakantie in Weert zal de omgang worden hervat conform onderstaand schema:
onder verbeurte van een dwangsom van € 100,- per dag of dagdeel dat de vrouw deze omgangsregeling niet nakomt, met een maximum van € 10.000,-;
bepaalt dat de vrouw de man maandelijks schriftelijk zal informeren over het welzijn van [minderjarige] , waaronder informatie over de schoolgang, algemene ontwikkeling, gezondheid, hobby’s en interesses, medische ontwikkelingen, sport, vrienden en vriendinnen;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde;
in reconventie
veroordeelt de man tot betaling van de nog openstaande factuur van € 50,- voor de therapiesessies van [minderjarige] ;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.
ncg
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
