Essentie (gemaakt door AI)
Kort geding over gezamenlijke gezagsbeslissingen, waarin vervangende toestemming is verleend voor: inschrijving van minderjarige 2 op [basisschool] per direct (met verwijzing naar advies en belang bij snelle start), orthodontisch consult en behandeling voor minderjarige 1, en doorlopende toestemming voor vakantiereizen binnen EU, Noorwegen, Monaco, VK (incl. ETA) en Zwitserland, alsmede dagtripjes naar België, met voorwaarden voor vakanties. Proceskosten worden gecompenseerd. Afwijzing voor het overige.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 26-08-2026 |
| Zaaknummer | C/02/448687 / KG ZA 26-273 |
| Procedure | Kort geding |
| Zittingsplaats | Breda |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Kinderen; Geschil over vakantie buitenland; Familieprocesrecht; Kort geding art. 254 Rv |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming schoolinschrijving, orthodontisch consult en behandeling en doorlopende toestemming voor vakantiereizen en dagtripjes naar Belgie.Volledige uitspraak
vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANTTeam Familie- en Jeugdrecht
Breda
zaaknummer: C/02/448687 / KG ZA 26-273
Vonnis in kort geding van 25 juni 2026
in de zaak van
[de vrouw] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
eiseres,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat: mr. R.A.M. Verlijsdonk-Gerards uit Eindhoven,
tegen
[de man] ,
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen de man,
zonder advocaat.
over de minderjarigen:
-[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2012 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2015 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [minderjarige 2] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda , hierna te noemen de Raad, om de voorzieningenrechter over de vorderingen te adviseren.
De voorzieningenrechter merkt als informante aan:
de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Tilburg,
hierna te noemen de GI.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 juni 2026 met achttien bijlagen;
- het e-mailbericht van de vrouw van 8 juni 2026 met één bijlage;
- de brief van mr. Verlijsdonk-Gerards van 9 juni 2026, inhoudende een wijziging van het petitum;
- het bericht van de man van 10 juni 2026;
- het bericht van mr. Verlijsdonk-Gerards van 11 juni 2026 met twee bijlagen.
Op 11 juni 2026 heeft de voorzieningenrechter de zaak mondeling met gesloten deuren behandeld omdat het belang van de minderjarigen en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.
Tijdens de zitting zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de man. Daarnaast zijn een medewerkster namens de Raad en een medewerkster namens de GI verschenen.
Zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] zijn opgeroepen voor een kindgesprek met de voorzieningenrechter om hun mening te geven over de vorderingen. De voorzieningenrechter is echter gebleken dat de oproepbrief voor [minderjarige 2] naar een foutief adres is gestuurd.
[minderjarige 1] heeft, voorafgaand aan de zitting, zijn mening gegeven in een kindgesprek met de voorzieningenrechter. [minderjarige 2] heeft zijn mening gegeven door middel van een brief.
Tijdens de zitting heeft de kinderrechter verteld wat [minderjarige 1] heeft aangegeven in het gesprek en wat [minderjarige 2] heeft geschreven in zijn brief. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. Bij beschikking van deze rechtbank van [datum] 2016 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze beschikking is op 16 januari 2017 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.
Tijdens het huwelijk van partijen zijn de minderjarigen geboren.
Partijen hebben samen het ouderlijk gezag over de minderjarigen.
In de echtscheidingsbeschikking is bepaald dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben. Aan de echtscheidingsbeschikking is een ouderschapsplan gehecht dat deel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking. In dit plan hebben partijen afspraken gemaakt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarigen.
Bij beschikking van deze rechtbank van 24 december 2025 (in de zaak met het zaaknummer C/02/440355 / FA RK 25-5044) heeft de rechtbank bepaald, bij wijze van provisionele voorziening op grond van artikel 223 Rv totdat definitief in de bodemzaak met het zaaknummer C/02/440356 / FA RK 25-5045 is beslist, dat de zorgregeling tussen de man en [minderjarige 1] voorlopig wordt geschorst en dat de man en [minderjarige 2] voorlopig wekelijks op zaterdag van 09.00 uur tot 12.00 uur gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar, waarbij de vrouw ervoor zorgt dat [minderjarige 2] naar de man wordt gebracht en wordt opgehaald. De rechtbank heeft daarnaast toestemming aan de vrouw verleend, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man, om de jeugdhulpverlening via Crossroads in de vorm van de kindbehartiger via De Gezinsmanager te hervatten voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De beslissingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders verzochte is afgewezen.
Bij beschikking van deze rechtbank van 8 januari 2026 zijn de minderjarigen onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 8 januari 2026 tot 8 januari 2027.
Bij beschikking van deze rechtbank van 16 maart 2026 (in de zaak met het zaaknummer C/02/440356 / FA RK 25-5045), heeft de rechtbank toestemming aan de vrouw verleend, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man, om een onderzoek te laten verrichten naar de wenselijkheid en/of de noodzaak dat [minderjarige 2] zal overstappen naar het [basisschool] in [plaats 1] (een particuliere school) en zo ja, wanneer dan: per direct, bij de overstap naar de middelbare school of op een ander moment. Daarnaast heeft de rechtbank in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen partijen over de minderjarigen het volgende bepaald:
-
de zorgregeling tussen de man en [minderjarige 1] blijft vooralsnog geschorst;
-
de man en [minderjarige 2] hebben wekelijks op zaterdag van 09.00 uur tot 12.00 uur recht op contact met elkaar, waarbij de vrouw ervoor zorgt dat [minderjarige 2] naar de man wordt gebracht en opgehaald;
-
de regie over de (verdere) vormgeving en uitbreiding van de zorgregeling tussen de man en beide minderjarigen wordt bij de GI belegd, met dien verstande dat er, zodra daarvoor bij de minderjarigen ruimte ontstaat en dit door de betrokken (jeugd)professionals ook in hun belang wordt geacht, er zal worden ingezet op contactherstel (bij [minderjarige 1] ) dan wel op uitbreiding van de contacten (bij [minderjarige 2] ).
De beslissingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders verzochte is afgewezen.
3De vorderingen
De vrouw vordert bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. aan haar toestemming te verlenen - die de toestemming van de man vervangt - om
de minderjarige [minderjarige 2] per direct in te schrijven op het [basisschool] in [plaats 1] (basisschool en middelbare school) en alle vereiste toestemmingen die zijn vereist om hem per direct, althans zo spoedig mogelijk te laten starten op het [basisschool] te [plaats 1] , teneinde hem daar zijn basisschool en middelbare school te laten afronden;
II. aan haar toestemming te verlenen - die de toestemming van de man vervangt - om
de minderjarige [minderjarige 1] door een orthodontist te laten consulteren/onderzoeken en te laten behandelen;
III. aan haar doorlopend toestemming te verlenen - die de toestemming van de man vervangt - voor het reizen naar en verblijven binnen de Europese Unie, Noorwegen, Monaco, het Verenigd Koninkrijk (inclusief aanvragen ETA) en Zwitserland met de minderjarigen, althans subsidiair in ieder geval België;
IV. de man te veroordelen in de werkelijke proceskosten van het geding, althans overeenkomstig het liquidatietarief, te vermeerderen met nakosten en de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na betekening van het vonnis.
4De standpunten
Door en namens de vrouw is aangevoerd dat de verstandhouding tussen partijen n de echtscheiding aanvankelijk goed was. Dit is veranderd sinds de man een relatie met zijn huidige partner kreeg. Vanaf dat moment zijn er steeds meer discussies ontstaan over de minderjarigen. Inmiddels heeft de man voor vijftien zaken die de minderjarigen betreffen geen toestemming gegeven. De man laat zijn eigen belangen prevaleren boven die van de minderjarigen, waarbij hij de belangen van de minderjarigen onvoldoende ziet. Ook geeft de man de minderjarigen het gevoel dat ze niet door hem worden gezien en gehoord. Er is al hulpverlening betrokken geweest. De Raad heeft in 2025 onderzoek gedaan, waarna de minderjarigen met ingang van 8 januari 2026 onder toezicht van de GI zijn gesteld. Er gold een wachtlijst waardoor pas sinds mei 2026 een jeugdbeschermer betrokken is.
Bij beschikking van deze rechtbank van 16 maart 2026 is aan de vrouw vervangende toestemming verleend om een onderzoek te laten verrichten naar de wenselijkheid en/of noodzaak dat [minderjarige 2] zal overstappen naar het [basisschool] in [plaats 1] en zo ja, per wanneer. [minderjarige 2] loopt namelijk vast in het regulier onderwijs en de huidige school is handelingsverlegen. Er is al lange tijd sprake van schooluitval, en een (zeer) forse achterstand op educatief en sociaal-emotioneel vlak. [minderjarige 2] is kwetsbaar, prikkelgevoelig, hoogsensitief, heeft een grote achterstand op executieve functies en er is sprake van een depressieve angststoornis. De uitkomst van het onderzoek, verricht door het [onderzoeksbureau] , is helder. Het [basisschool] lijkt voor [minderjarige 2] meer passend te zijn dan zijn huidige school. Op 26 mei 2026 heeft er een MDO plaatsgevonden op school. Blijkens het verslag van dit MDO ondersteunen de school en de jeugdbeschermer van de GI de inhoud van het onderzoek van Exentra. [minderjarige 1] , die eveneens bekend is met kind-eigenproblematiek, gaat al naar het [basisschool] . Sindsdien gaat het veel beter met hem. [minderjarige 1] heeft veel baat bij de kleinere klassen, zit beter in zijn vel en zijn prestaties zijn vele malen beter, zonder schooluitval. [minderjarige 2] ziet dit ook aan [minderjarige 1] en zij praten hierover. [minderjarige 2] kan niet wachten om te kunnen starten op het [basisschool] . Net zoals bij [minderjarige 1] , zal de vrouw de kosten van het [basisschool] dragen en zal zij die kosten niet verhalen op de man of betrekken in een berekening ten aanzien van de kinderalimentatie. De man blijft een rol houden in het schoolse leven van [minderjarige 2] in geval van een overstap van [minderjarige 2] naar het [basisschool] . Het [basisschool] informeert de man en betrekt de man, gelijk het [basisschool] de vrouw betrekt. De man lijkt op dit moment enigszins te bewegen ten aanzien van het [basisschool] , maar hij heeft diverse voorwaarden. Zo eist de man dat er bij de notaris zaken wordt vastgelegd. Daar zal enige tijd overheen gaan, nog los van de vraag of partijen over alle voorwaarden overeenstemming kunnen bereiken. Het is in het belang van [minderjarige 2] dat hij zo spoedig mogelijk op het [basisschool] kan starten, onvoorwaardelijk. Op het [basisschool] is op dit moment plek voor hem en onderwijs verdient de voorkeur boven een zorgboerderij. Belangrijk is dat [minderjarige 2] per direct kan worden ingeschreven op het [basisschool] zodat [minderjarige 2] , na een eventuele opbouw, na de zomervakantie voltijds kan starten aldaar.
De tandarts heeft [minderjarige 1] verwezen naar de orthodontist voor een consult en behandeling. Aanvankelijk heeft de man aangegeven hierop terug te komen. Inmiddels wordt in beginsel wel toestemming door de man verleend, maar de man begint tegenover de jeugdbeschermer van de GI steeds over de kosten hiervan. De vrouw vreest dat de man zijn toestemming na het kostenplaatje, dat nog niet bekend is, alsnog intrekt. Gelet hierop acht de vrouw het nog steeds van belang dat aan haar vervangende toestemming wordt verleend om [minderjarige 1] door een orthodontist te laten consulteren/onderzoeken en te laten behandelen. Het is in het belang van [minderjarige 1] dat hij een goed en recht gebit heeft. Los van het esthetische impact, is een beugel op termijn ook gunstig voor cariës. Medische behandelingen dienen te worden uitgevoerd in het belang van [minderjarige 1] .
De man heeft de afgelopen jaren frequent zijn toestemming geweigerd voor vakantiereizen van de vrouw samen met de minderjarigen naar het buitenland. Dit maakt dat de vrouw geen vakantie durft te boeken omdat zij bang is dat er geen (onvoorwaardelijke) toestemming wordt verleend. Hierdoor wordt het gezinsleven van de vrouw, waaronder dat van de minderjarigen, op een onrechtmatige manier ingeperkt door de man. In de zomervakantie wil de vrouw graag samen met het gezin op vakantie naar het buitenland. Ook wil zij dit jaar alsnog met het gezin de trip naar Londen in kerstsfeer gaan maken, hetgeen de man vorig jaar heeft belemmerd. Daarnaast wenst de vrouw vrijelijk te kunnen reizen naar België waar zij twintig minuten van vandaan woont. De vrouw vindt [plaats 2] een leuke stad en wil daar naar toe kunnen met de minderjarigen, of bijvoorbeeld een (Belgisch) frietje eten net over de grens of naar Bobbejaanland kunnen gaan. De vrouw wil daar vrij in zijn, en dit ad hoc kunnen beslissen, in plaats van dagen en/of weken lang te wachten op de toestemming van de man, die er veelal niet onvoorwaardelijk komt. De vrouw vordert daarom om aan haar doorlopend vervangende toestemming te verlenen voor het reizen naar en het verblijven binnen de Europese Unie, Noorwegen, Monaco en het Verenigd Koningrijk en om naar België te gaan. Uiteraard zal de vrouw de man informeren op het moment dat zij naar het buitenland gaat en houdt zij rekening met de omgangsmomenten tussen de man en [minderjarige 2] . Zij zal geen vakantiereis maken en/of een bezoek aan België brengen op de momenten dat de man en [minderjarige 2] omgang met elkaar hebben.
Het is redelijk dat de man wordt veroordeeld in de proceskosten. De vrouw wordt al vier jaar lang geconfronteerd met noodzakelijke procedures vervangende toestemming. Het onderhavig kort geding is de zoveelste procedure die tussen partijen moet worden gevoerd omdat de man zijn medewering weigert en de belangen van de minderjarigen niet voorop zet. De man voert in deze procedure wederom geen rechtens te respecteren belangen aan, die op zijn minst parallel lopen met die van de minderjarigen. Het wordt tijd dat de man de kosten van zijn eigen (onrechtmatig) handelen draagt.
De man heeft aangevoerd dat de vrouw, ondanks de lopende ondertoezichtstelling van de minderjarigen, het onderhavige kort geding is gestart. Dit is prematuur en past niet binnen het traject van de ondertoezichtstelling, waarin juist beoogd wordt om gezamenlijk tot passende oplossingen te komen onder regie van de jeugdbeschermer en waarbij aandacht besteed zal worden aan de communicatie tussen partijen en de problemen die zijn ontstaan in het contact tussen de man en de minderjarigen. Gelet op het feit dat de ondertoezicht-stelling nog maar beperkt uitvoering heeft kunnen krijgen, acht de man het aangewezen om het lopende hulpverleningstraject de gelegenheid te geven zijn werk te doen. In dat kader concludeert de man tot afwijzing van de vorderingen van de vrouw, althans deze onderwerpen onder regie van de jeugdbeschermer in het kader van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen te laten behandelen. Dit klemt temeer nu het de man bij de vorderingen van de vrouw ontbreekt aan van belang zijnde informatie.
Met betrekking tot de inschrijving van [minderjarige 2] op het [basisschool] wordt binnen de ondertoezichtstelling nog onderzocht wat voor [minderjarige 2] het meest passende onderwijs is. Tevens wordt bekeken in hoeverre aanvullende hulpverlening noodzakelijk is, mede gezien de zorgen rondom zijn schoolervaringen in het verleden. De vordering die de vrouw in dit kader heeft gedaan loopt daarom vooruit op de uitkomsten van dit onderzoek en op de beslissingen die binnen het traject van de ondertoezichtstelling nog genomen moeten worden. In het onderzoek van Exentra is de man bovendien niet betrokken.
Voor de orthodontistische behandeling van [minderjarige 1] heeft de man inmiddels zijn toestemming verleend. De kosten van de behandeling kunnen, voor zover wettelijk toegestaan, uit de ontvangen kinderalimentatie worden voldaan. De man is daarom niet voornemens een aanvullende financiële bijdrage te leveren bovenop de reeds door hem betaalde alimentatie.
De man is in beginsel steeds bereid geweest om zijn toestemming aan de vrouw te verlenen voor vakanties samen met de minderjarigen en/of dagtripjes naar België. Wanneer dit echter plaatsvindt tijdens zijn omgangstijd, vraagt hij om passende compensatie van die contacttijd. De man wil het contact met de minderjarigen namelijk behouden en versterken. Tot op heden is hiervoor geen oplossing gevonden. Integendeel, wanneer de man niet meebeweegt in de wensen van de vrouw, begint de vrouw meteen te dreigen en start zij een gerechtelijke procedure. Daarnaast is iedere reis verschillend van aard, duur en impact. Om die reden acht de man het wenselijk dat per reis wordt bekeken welke afspraken redelijk en uitvoerbaar zijn in plaats van het verlenen van een algemene en onbeperkte toestemming zoals door de vrouw gevorderd.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.
De medewerkster van de Raad heeft naar voren gebracht dat partijen een lange geschiedenis aan juridische procedures en rechtszaken hebben. Ondanks de ondertoezicht-stelling van de minderjarigen, waaraan recent pas uitvoering wordt gegeven, is wederom een gerechtelijke procedure aan de orde. De Raad is gebleken dat de man de vrouw best veel verwijten maakt en veel zaken die vrouw naar voren brengt in twijfel trekt. Tegelijkertijd constateert de Raad dat het de man kennelijk aan essentiële informatie ontbreekt om in te kunnen stemmen met de voorliggende verzoeken van de vrouw. Zo stelt de man in het kader van de vordering van de vrouw tot het verlenen van vervangende toestemming voor het inschrijven van [minderjarige 2] op het [basisschool] niet te zijn betrokken in het onderzoek dat Exentra heeft uitgevoerd. Hiervoor draagt echter niet de vrouw de verantwoordelijkheid, maar Exentra die het onderzoek heeft verricht. Dit kan de vrouw dan ook niet kwalijk worden genomen.
De Raad plaatst vraagtekens bij het door de vrouw ingebrachte document van Exentra waarin geadviseerd wordt tot een schoolverandering van [minderjarige 2] naar een meer passende, kleinschalige en ondersteunende onderwijsomgeving waaraan het [basisschool] voldoet. In het document wordt vermeld dat het advies is opgesteld op basis van psychologisch onderzoek, een belevingsonderzoek, orthopedagogische observaties en de beschikbare school- en begeleidingsgegevens. De rapporten van voormelde onderzoeken alsook de achterliggende stukken ontbreken echter bij het document. Daarnaast blijkt uit het document dat de onderzoeken zijn verricht door mevrouw [persoon] , een psycho-pedagogisch expert hoogbegaafdheid, echter op de website van Exentra is niet terug te vinden dat deze persoon is geregistreerd. Het document en het gegeven advies van Exentra kent daarom haken en ogen, maar dit neemt niet weg dat het voor [minderjarige 2] heel belangrijk is dat hij naar een vervolgschool kan gaan waar hij het fijn vindt en aan leren toekomt. [minderjarige 2] functioneert niet op zijn huidige school. Hij gaat al langere tijd niet dan wel minimaal naar school waardoor hij een flinke leerachterstand heeft. De zorgboerderij waar hij op dit moment naar toe gaat geldt enkel als overbrugging. Bij [minderjarige 1] speelde dezelfde problematiek. Na zijn overstap naar het [basisschool] gaat het stukken beter met [minderjarige 1] , Hij gaat weer volledig naar school, en komt tot leren. De Raad gunt [minderjarige 2] dit ook. Ondanks de kanttekeningen die de Raad aldus maakt bij het overgelegde document van Exentra en het daarin opgenomen advies, lijkt het [basisschool] , met name gezien de ervaringen bij [minderjarige 1] , reële kansen te bieden voor [minderjarige 2] . Dit maakt dat de Raad adviseert tot toewijzing van de vordering van de vrouw tot het verlenen van vervangende toestemming voor het inschrijven van [minderjarige 2] op het [basisschool] .
Evenmin ziet de Raad (zwaarwegende) bezwaren tegen de overige vorderingen van de vrouw. Het belang van [minderjarige 1] is gediend bij een orthodontistisch consult en een eventueel daaruit voortvloeiende behandeling en de belangen van beide minderjarigen zijn gediend bij het verlenen van een doorlopende toestemming aan de vrouw om samen met hen te reizen naar en verblijven binnen de Europese Unie, Noorwegen, Monaco, het Verenigd Koninkrijk (inclusief aanvragen ETA) en Zwitserland.
De medewerkster van de GI heeft aangevoerd dat zij sinds negen dagen betrokken is als jeugdbeschermer bij partijen en de minderjarigen. In de afgelopen negen dagen heeft zij al veel contact gehad met partijen. Er is onder andere gesproken over de door de vrouw gewenste schoolwisseling van [minderjarige 2] naar het [basisschool] . Waargenomen is dat beide partijen het beste voor hebben met minderjarigen, maar dat het hen niet lukt om hun aanhoudende strijd te stoppen. Onderzocht wordt of ingezet kan worden op parallel ouderschap. Belangrijk is dat de belangen van de minderjarigen altijd voorop worden gesteld door partijen, en dat de minderjarigen zo min mogelijk worden belast met onenigheden en conflicten tussen partijen. De GI is nog te kort betrokken om advies te kunnen geven over de voorliggende vorderingen van de vrouw.
5De beoordeling
Spoedeisend belang
Op grond van artikel 254 van het Wetboek van het Rv is de voorzieningenrechter in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, bevoegd deze te geven. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt de spoedeisendheid van de vorderingen van de vrouw voldoende uit de aard van de vorderingen. Dit is door de man ook niet betwist.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek kunnen geschillen die te maken hebben met de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of één van hen aan de voorzieningenrechter worden voorgelegd. Daarbij kan de voorzieningenrechter vervangende toestemming verlenen aan een ouder voor het nemen van gezagsbeslissingen over hun kind(eren) die in geval van gezamenlijk gezag, door de beide gezagsdragende ouders genomen moeten worden, zoals voor schoolkeuze, bepaalde medische behandelingen en vakantiereizen. De voorzieningenrechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van de minderjarigen wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
Inschrijving [basisschool]
Partijen verschillen van mening over de inschrijving van [minderjarige 2] op het [basisschool] . De vrouw acht het, onder verwijzing naar het advies van Exentra en de positieve ervaringen van [minderjarige 1] op deze school, van belang dat [minderjarige 2] per direct wordt ingeschreven op het [basisschool] zodat hij na de zomervakantie op deze school kan starten. De man heeft nog twijfels over de inschrijving van [minderjarige 2] op het [basisschool] . Hij staat hier niet persé onwelwillend tegenover, maar is van mening dat in het kader van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] nog nader moet worden onderzocht wat voor [minderjarige 2] het meest passende onderwijs is en in hoeverre aanvullende hulpverlening noodzakelijk is. Daarnaast stelt de man voorwaarden aan de inschrijving van [minderjarige 2] op het [basisschool] , zoals vastlegging van eventuele afspraken hierover tussen partijen bij de notaris.
De voorzieningentrechter stelt vast dat op dit moment plek is voor [minderjarige 2] op het [basisschool] , en dat [minderjarige 2] , zoals blijkt uit de brief die hij heeft geschreven naar de voorzieningenrechter, graag naar het [basisschool] wil gaan. Er ligt bovendien een advies van Exentra, inhoudende dat een schoolverandering van [minderjarige 2] naar een meer passende, kleinschalige en ondersteunende onderwijsomgeving, zoals het [basisschool] , in zijn belang is. Wel heeft de Raad twijfels geuit in hoeverre het advies van Exentra gedragen wordt door middel van gedegen onderzoek, onder meer omdat onderzoeksverslagen en andere stukken waarop het advies is gebaseerd, waaronder orthopedagogische observaties en de school- en begeleidingsgegevens, ontbreken en deze dus niet getoetst kunnen worden. Desalniettemin heeft de Raad ter zitting aangegeven dat het duidelijk is dat [minderjarige 2] zo snel als mogelijk de kans moet worden geboden om onderwijs te volgen op het [basisschool] , mede gelet op de positieve ontwikkeling die [minderjarige 1] , die net als [minderjarige 2] bekend is met kind-eigenproblematiek, laat zien sinds hij op het [basisschool] onderwijs is gaan volgen. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de Raad in zijn advies te volgen. [minderjarige 2] loopt al langere tijd vast op zijn huidige school, die inmiddels handelsverlegen is. Nog verdere (leer)achterstanden moeten worden voorkomen. De vrouw heeft aangegeven net als bij [minderjarige 1] , de onderwijskosten van [minderjarige 2] op het [basisschool] volledig op zich te nemen. Gebleken is dat dit niet afdoet aan de rol van de man in het schoolse leven van [minderjarige 1] ; de man wordt evenals de vrouw door het [basisschool] betrokken en geïnformeerd over hoe het met [minderjarige 1] op school gaat. De voorzieningenrechter gaat er van uit dat dit bij [minderjarige 2] niet anders zal zijn. De voorzieningenrechter zal daarom, overeenkomstig het advies van de Raad, vervangende toestemming aan de vrouw verlenen voor het inschrijven van [minderjarige 2] op het [basisschool] .
Consult en behandeling orthodontist
De voorzieningenrechter is gebleken dat beide partijen, en ook [minderjarige 1] zelf, de noodzaak voor een consult en behandeling van [minderjarige 1] bij de orthodontist onderschrijven. De man verleent hiervoor (inmiddels) zijn toestemming, echter onder de voorwaarde dat de kosten van het consult en de behandeling voldaan worden uit de kinderalimentatie. Onduidelijk is vooralsnog wat de (hoogte van de) kosten van het consult en de behandeling van [minderjarige 1] bij de orthodontist zullen zijn. Vast staat echter wel dat een consult en een behandeling van [minderjarige 1] bij de orthodontist in zijn belang is, mede gelet op de door de tandarts opgemaakte verwijzing van [minderjarige 1] naar de orthodontist. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter aan de vrouw vervangende toestemming verlenen om het consult en een behandeling van [minderjarige 1] bij de orthodontist mogelijk te maken. Het is aan partijen om over de betaling van de kosten van het consult en de behandeling, al dan niet onder regie van de jeugdbeschermer van de GI, nadere afspraken met elkaar te maken.
Doorlopende toestemming vakantie en dagtripjes België
De voorzieningenrechter stelt op basis van de stukken en de zitting vast dat partijen al langere tijd conflicten hebben over het verlenen van toestemming aan de vrouw voor vakantiereizen samen met de minderjarigen naar het buitenland. Indien de man hiervoor al zijn toestemming verleent, stelt hij aan zijn toestemming voorwaarden. Op dit moment is het voor de vrouw, maar ook voor de minderjarigen, steeds spannend of de man al dan niet zijn toestemming gaat verlenen voor de gewenste vakantiereizen. Hierdoor wordt het plannen en tijdig boeken van een reis voor de vrouw lastig, zo niet onmogelijk. Bovendien leidt dit tot stress en onzekerheid, niet alleen bij de vrouw, maar ook bij de minderjarigen. Dit acht de voorzieningenrechter niet in het belang van de minderjarigen. Ook is de voorzieningenrechter van oordeel dat het de vrouw vrij moet staan om, nu zij dicht bij België woont, dagtripjes met de minderjarigen te maken naar België om samen leuke en ontspannende activiteiten te kunnen ondernemen. Gelet op dit alles zal de voorzieningenrechter aan de vrouw doorlopende toestemming verlenen voor het reizen naar en verblijven binnen de Europese Unie, Noorwegen, Monaco, het Verenigd Koninkrijk (inclusief aanvragen Eta) en Zwitserland en dagtripjes naar België, zoals door de vrouw gevorderd.
Wel ziet de voorzieningenrechter voor wat betreft de vakantiereizen, ter waarborging van de belangen van de minderjarigen en de man, reden om hieraan de volgende voorwaarden te verbinden:
- De reisbestemming is een land waarvoor geen negatief reisadvies geldt, dat wil zeggen geen code oranje of rood;
- De reis vindt plaats in de zorgtijd van de vrouw;
- De vrouw informeert de man in geval van vakanties (dus niet de dagtripjes) ten minste twee weken voorafgaand aan de vertrekdatum over de reisdata, het adres waarop de vrouw met de minderjarigen zal verblijven gedurende de reis, de contactgegevens waarmee de vrouw gedurende de reis te bereiken is en – indien van toepassing – reisgegevens zoals het vluchtnummer.
Uiteraard geldt met betrekking tot de dagtripjes naar België dat deze enkel plaatsvinden in de zorgtijd van de vrouw.
Communicatie partijen
De voorzieningenrechter stelt vast dat de communicatie en samenwerking tussen partijen zeer moeizaam verloopt. Hierdoor ervaren partijen problemen in het uitoefenen van het gezamenlijk gezag over de minderjarigen, terwijl het voor de minderjarigen zeer van belang is dat gezagsbeslissingen tijdig over hen genomen worden. De voorzieningenrechter spreekt de hoop uit dat binnen de ondertoezichtstelling toegewerkt kan worden naar een vorm van ouderschap, waarbij het partijen gaat lukken om gezagsbeslissingen over de minderjarigen in goed overleg te kunnen gaan nemen. Dit zal een groot stuk van de onrust die partijen, maar ook de minderjarigen, op dit moment ervaren wegnemen. Belangrijk is dat partijen hun volledige medewerking gaan verlenen aan de uitvoering van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen en de hulpverlening die door de jeugdbeschermer van de GI noodzakelijk wordt geacht om tot een verbetering van de situatie te komen.
Proceskosten
Hoewel alle vorderingen van de vrouw worden toegewezen, gaat de voorzieningenrechter niet over tot een proceskostenveroordeling van de man, zoals gevorderd door de vrouw, maar zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Redengevend daarvoor is dat binnen de ondertoezichtstelling nog ingezet moet worden op een verbetering van de wijze waarop partijen samen gezagsbeslissingen over de minderjarigen nemen. Een proceskostenveroordeling sluit de voorzieningenrechter in de toekomst echter niet uit wanneer er geen verandering komt in de situatie, en het opnieuw gaat zoals het nu is gegaan.
Kindbrief
De voorzieningenrechter heeft twee dagen voor de zitting met [minderjarige 1] gesproken. [minderjarige 1] heeft toen aangegeven dat hij graag een brief van de rechter krijgt waarin staat wat de beslissing is en waarom. De voorzieningenrechter acht het ook van belang dat [minderjarige 2] , die een brief naar de rechtbank heeft geschreven, van de beslissing op de hoogte is. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide partijen weten welke boodschap [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ontvangen.
“Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
Na het gesprek met [minderjarige 1] en het lezen van de brief van [minderjarige 2] heb ik met jullie ouders en een medewerkster van de Raad voor de Kinderbescherming en een medewerkster van jeugdzorg gesproken.
Voor mij is duidelijk geworden dat het belangrijk is dat jullie leven door kan gaan zonder gedoe en dat alles heel veel tijd kost. Dat geldt voor [minderjarige 1] voor wat betreft de behandeling bij de orthodontist en voor [minderjarige 2] voor wat betreft de verandering van school naar het [basisschool] . Daarvoor geef ik toestemming. Ook geef ik toestemming voor dagjes uit naar België en vakantiereizen naar het buitenland samen met jullie moeder, zoals de komende zomervakantie. Jullie ouders gaan onder begeleiding van de jeugdbeschermer van jeugdzorg proberen een oplossing te vinden voor zaken waarin zij iedere keer van mening verschillen en waarover door de rechter beslissingen genomen moeten worden. Het moet beter gaan werken voor jullie alle twee.
Ik bedank [minderjarige 1] voor het fijne gesprek dat ik met hem heb gehad en ik bedank [minderjarige 2] voor de duidelijke brief die hij mij heeft geschreven.
Ik wens jullie allebei het allerbeste,
Vriendelijke groeten,
de kinderrechter.”
6De beslissing
De voorzieningenrechter:
verleent, ter vervanging van de toestemming van de man, aan de vrouw toestemming om de minderjarige [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2015 in [geboorteplaats 2] , per direct in te schrijven op het [basisschool] in [plaats 1] (basisschool en middelbare school) en alle vereiste toestemmingen die zijn vereist om hem per direct, althans zo spoedig mogelijk te laten starten op het [basisschool] te [plaats 1] , teneinde hem daar zijn basisschool en middelbare school te laten afronden;
verleent, ter vervanging van de toestemming van de man, aan de vrouw toestemming om de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2012 in [geboorteplaats 1] , door een orthodontist te laten consulteren/onderzoeken en te laten behandelen;
verleent, ter vervanging van de toestemming van de man, aan de vrouw doorlopend toestemming om samen met bovengenoemde minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te reizen naar en te verblijven binnen de Europese Unie, Noorwegen, Monaco, het Verenigd Koninkrijk (inclusief aanvragen ETA) en Zwitserland alsook het maken van dagtripjes naar België, waarbij ten aanzien van de vakantiereizen de volgende voorwaarden gelden;
- De reisbestemming is een land waarvoor geen negatief reisadvies geldt, dat wil zeggen geen code oranje of rood;
- De reis vindt plaats in de zorgtijd van de vrouw;
- De vrouw informeert de man in geval van vakanties (dus niet de dagtripjes) ten minste twee weken voorafgaand aan de vertrekdatum over de reisdata, het adres waarop de vrouw met de minderjarigen zal verblijven gedurende de reis, de contactgegevens waarmee de vrouw gedurende de reis te bereiken is en – indien van toepassing – reisgegevens zoals het vluchtnummer;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Leuven, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 in tegenwoordigheid van mr. Snatersen, griffier.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
