Essentie (gemaakt door AI)
Voorlopige voorzieningen waarin, ondanks samenwoning en het uitgangspunt dat dan geen kinderalimentatie wordt vastgesteld, gelet op recente gebeurtenissen toch een beperkte kinderalimentatie wordt bepaald. De man komt toezeggingen m.b.t. huishoudkosten niet na en beperkt bijdragen, waardoor moeder zonder inkomen de voedselbank nodig heeft. De rechtbank stelt € 363,71 p.m. vast. Verzoek voorlopige partneralimentatie wordt afgewezen. Verzoek woonkosten strandt op de limitatieve opsomming van art. 822 Rv. Verzoek man om exclusief gebruik woning wordt afgewezen o‑Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 26-08-2026 |
| Zaaknummer | C/09/702412 / FA RK 26-3147 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Den Haag |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Alimentatie |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Voorlopige voorzieningen. Parijen wonen nog samen, in beginsel geen ruimte voor kinderalimentatie. Gelet op de recente gebeurtenissen stelt de rechtbank desondanks een beperkte kinderalimentatie vast, zodat de moeder eten voor de kinderen kan kopen.Volledige uitspraak
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-3147
Zaaknummer: C/09/702412
Datum beschikking: 10 juli 2026
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 31 maart 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. de Falco te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
-
het verzoekschrift;
-
het verweerschrift tevens inhoudende voorwaardelijke zelfstandige verzoeken;
-
het F9 formulier van de zijde van de vrouw van 26 mei 2026 met bijlage.
Op 8 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
-
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en tolk in de Engelse taal S. Breukel;
-
de man, bijgestaan door zijn advocaat en tolk in de Japanse taal I. Hansen.
Feiten
-
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2012 te [plaats] , Japan.
-
Zij zijn de ouders van de volgende minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats 1] , Japan;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats 2] . Japan;
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats 2] , Japan.
-
De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.
-
Volgens uittreksels uit de Basisregistratie Persoonsgegevens hebben de ouders en de kinderen de Japanse nationaliteit.
-
Bij deze rechtbank is een echtscheidingsprocedure aanhangig, onder zaak- en rekestnummer C/09/700225 en FA RK 26-1892.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 284,- bruto per maand wordt vastgesteld, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift dan wel door een rechtbank te bepalen datum, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 1.036,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift dan wel door een rechtbank te bepalen datum, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- de man te bevelen om, zolang partijen samenwonen, het via de zorgkorting in mindering gebrachte deel van de kinderalimentatie, zijnde € 576 dan wel een door de rechtbank te bepalen bedrag, maandelijks te storten op een te openen kinderrekening, met ingang van de datum van indiening van dit verzoekschrift dan wel met ingang van een door de rechtbank te bepalen datum;
- de man te bevelen om aan de opening van een kinderrekening mee te werken;
- partijen te bevelen de te openen kinderrekening uitsluitend te gebruiken voor de betaling van gedocumenteerde of onbetwiste kosten ten behoeve van de kinderen;
- indien de man geen medewerking verleent aan de opening van een kinderrekening binnen 7 dagen na schriftelijk verzoek daartoe van de vrouw, de man te veroordelen om het in punt 3 genoemde bedrag aan de vrouw te betalen;
- de man te bevelen om, zolang partijen samenwonen, alle woonkosten conform punt II.2 van het verzoekschrift te betalen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert verweer tegen de verzochte voorzieningen, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de man de rechtbank te bepalen dat indien de vrouw een mogelijkheid vindt om elders haar intrek te nemen, de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de C. Fockstraat 107, 2613 DE te Delft en de tot de inboedel behorende goederen, en de vrouw te bevelen deze woning te verlaten en niet meer te betreden.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe en past daarbij Nederlands recht toe.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
De man heeft de rechtbank verzocht om te bepalen dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hem wordt toegewezen, indien de vrouw een mogelijkheid vindt elders haar intrek te nemen. Ter zitting heeft hij mondeling verklaard zijn verzoek te willen wijzigen in een onvoorwaardelijk verzoek tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De vrouw heeft bezwaar gemaakt tegen zowel het oorspronkelijke verzoek als tegen de mondelinge vermeerdering van het verzoek.
De rechtbank stelt vast dat het op zitting mondeling gewijzigde verzoek neerkomt op een vermeerdering van het oorspronkelijke verzoek. Een verzoek kan op grond van artikel 283 van het Wetboek van burgerlijke Rechtsvordering (Rv) alleen schriftelijk vermeerderd worden. De rechtbank gaat daarom aan dit gewijzigde verzoek voorbij.
De rechtbank overweegt voorts dat op zitting is gebleken dat beide partijen doordrongen zijn van de noodzaak de samenleving te beëindigen, omdat zowel zijzelf als de kinderen last hebben van de spanning tussen partijen. De vrouw heeft verklaard dat zij op zoek is naar een andere woning en dat zij de echtelijke woning zal verlaten zodra zij een andere woning heeft gevonden waar zij (samen met de kinderen) kan gaan wonen. De rechtbank concludeert op grond van de verklaringen ter zitting dat de man geen belang heeft bij zijn voorwaardelijke verzoek. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.
Voorlopige kinderalimentatie
In artikel 1:408 lid 1 BW is bepaald dat de kinderalimentatie wordt betaald aan de ouder die het kind verzorgt en opvoedt, dat wil zeggen aan de ouder bij wie het kind de hoofdverblijfplaats heeft. De ouders wonen op dit moment nog gezamenlijk in de echtelijke woning, zodat er vooralsnog geen sprake van is dat de kinderen de hoofdverblijfplaats bij één van hen hebben. De ouders zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van de kinderen en, op grond van artikel 1:84 lid 1 BW, ook voor de kosten daarvan. Dat betekent dat er in beginsel geen aanleiding bestaat om een voorlopige kinderalimentatie vast te stellen. De man heeft in zijn verweerschrift ook expliciet toegezegd om zo lang partijen nog samen wonen alle kosten van de huishouding – waaronder in ieder geval de huur en de overige kosten van de huishouding – te zullen voldoen.
Uit de overgelegde stukken en de verklaringen op zitting is echter gebleken dat de man deze toezegging niet altijd volledig nakomt en in ieder geval één maand zijn bijdrage in de kosten voor het dagelijks levensonderhoud van de vrouw en de kinderen heeft beperkt tot € 1,-. De man heeft voorts verklaard dat hij boodschappen voor zichzelf doet en het door hem aangeschafte eten in een eigen koelkast bewaart, omdat hij niet wil dat de vrouw en de kinderen zijn eten opeten. De vrouw heeft verklaard dat zij zelf geen inkomsten heeft en zich door het uitblijven van een bijdrage van de man tot de voedselbank heeft moeten wenden om eten voor haar en de kinderen te krijgen. Deze situatie acht de rechtbank zozeer in strijd met de belangen van de kinderen, dat zij daarin aanleiding ziet om toch enige vorm van kinderalimentatie aan de man op te leggen.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat partijen eerder overeen zijn gekomen dat de man aan de vrouw een bijdrage van € 363,71 per maand over zou maken. Nu partijen dat bedrag kennelijk toereikend achtten gelet op de wijze waarop zij de zorg voor de kinderen hebben verdeeld en gelet op de toezegging van de man dat hij alle vaste lasten zal voldoen, zal de rechtbank daarbij aansluiten en bepalen dat de man dat bedrag maandelijks aan de vrouw dient over te maken.
Ingangsdatum voorlopige kinderalimentatie
Het uitgangspunt is dat een voorlopige voorziening aanvangt op de datum van de beschikking. De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en zal daarom de datum van deze beschikking als ingangsdatum voor de voorlopige voorzieningen bepalen.
Voorlopige partneralimentatie
Partijen zijn nog gehuwd en wonen nog gezamenlijk in de echtelijke woning en zij zijn dan ook, op grond van artikel 1:84 lid 1 BW, ook gezamenlijk verantwoordelijk voor de kosten van de huishouding. Onder deze omstandigheden bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen ruimte voor het opleggen van een voorlopige partneralimentatie.
Woonkosten
Voor de duur van de echtscheidingsprocedure kunnen op grond van artikel 822 Rv voorlopige voorzieningen worden getroffen. Artikel 822 Rv kent een limitatieve opsomming. Het verzoek van de vrouw om de man te bevelen om zo lang partijen nog samenwonen alle woonkosten voor de echtelijke woning te voldoen, valt niet onder deze opsomming. De rechtbank zal daarom dit verzoek van de vrouw afwijzen.
Proceskosten
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen
-
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats 1] , Japan;
-
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats 2] . Japan;
-
[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats 2] , Japan.
(bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 363,71 per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 juli 2026. |
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
