Rechtbank Den Haag 07-07-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22021

Essentie (gemaakt door AI)

Kort geding over verhuizing. Vaststaat dat moeder zonder toestemming met de kinderen is verhuisd, in strijd met gezamenlijk gezag. Primair verhuisverbod afgewezen wegens gebrek aan belang nu al verhuisd. Verzoek van moeder om vervangende toestemming in kort geding afgewezen omdat dit geen tijdelijke maatregel is. Voorlopig bevel tot terugverhuizing toegewezen onder voorwaarde dat dit niet geldt indien moeder binnen veertien dagen een bodemprocedure over vervangende toestemming start. Dwangsom gematigd en gemaximeerd.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Vervangende toestemming verhuizing met kinderen "per definitie niet tijdelijk": niet in kort geding
Moeder is zonder toestemming vader met de kinderen verhuisd. In kort geding vordert ze vervangende toestemming. Afwijzing, omdat dit geen tijdelijke maatregel is en geen "uitzonderlijk geval". Voorwaardelijk bevel tot terugverhuizing.

Datum publicatie24-08-2026
ZaaknummerC/09/706891 / KG ZA 26-632
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsDen Haag
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen; Verplichting terugverhuizing;
Familieprocesrecht
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Kort geding. Vordering verhuisverbod en (voorlopige) vervangende toestemming verhuizing afgewezen. Vordering bevel terugverhuizing voorlopig toegewezen, tenzij de moeder bodemprocedure over vervangende toestemming verhuizing aanhangig maakt

Volledige uitspraak


Rechtbank den haag

Team Familie - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/706891 / KG ZA 26-632

Vonnis in kort geding van 7 juli 2026

in de zaak van

[de vader] in [woonplaats],

eiser in conventie, gedaagde in reconventie,

advocaat: mr. L. van der Kam in Oegstgeest,

tegen:

[de moeder],

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat: mr. C.M. Emeis in Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vader’ en ‘de moeder’ en samen als ‘de ouders’.

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding, met producties;

  • de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie, met producties;

  • de op 23 juni 2026 gehouden mondelinge behandeling.

1.2.

Op de zitting zijn verschenen: de vader bijgestaan door mr. A.F. Weterings als waarnemend advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

1.3.

[minderjarige 1] heeft in een gesprek met de voorzieningenrechter op 23 juni 2026 zijn mening kenbaar gemaakt. [minderjarige 2] was ook uitgenodigd voor een gesprek, maar hij is niet gekomen.

1.4.

Op de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2De feiten in conventie en in reconventie

Op grond van de stukken en dat wat op de zitting is besproken, wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

De ouders zijn met elkaar gehuwd geweest.

2.2.

Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats];

  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats];

  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2018 in [geboorteplaats].

2.3.

De ouders oefenen samen het gezag uit over de kinderen.

2.4.

De ouders zijn een ouderschapsplan overeengekomen, dat zij op 6 mei 2023 hebben ondertekend. Daarin hebben de ouders – voor zover hier relevant – het volgende afgesproken:

Artikel 2 Hoofdverblijfplaats/verhuizing/paspoort

  • De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij vader.

  • Bij een voorgenomen verhuizing zullen de ouders vooraf met elkaar in overleg treden. De verhuizing behoeft de toestemming van de andere ouder, welke toestemming kan worden vervangen door een beschikking van de rechtbank. Dit geldt ook voor een nieuwe verhuizing indien een eerdere verhuizing is goedgekeurd door de andere ouder of door de rechtbank is toegestaan.

Artikel 3 Verzorging en opvoeding

- De ouders zijn een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken overeengekomen zoals beschreven in bijlage:

2.5.

De ouders hebben de zorgregeling daarna in onderling overleg aangepast. De kinderen zijn nu van maandag tot woensdagochtend naar school en het ene weekend bij de moeder en van woensdagmiddag uit school tot vrijdag en het andere weekend bij de vader.

3Het geschil

in conventie

3.1.

De vader vordert, uitvoerbaar bij voorraad:

  • primair: de moeder te verbieden om zonder toestemming van de vader al dan niet met de kinderen te verhuizen buiten een straal van vijftien kilometer rond de woning van de vader;

  • subsidiair, voor zover de moeder (en de kinderen) al is/zijn verhuisd: de moeder te gelasten om binnen drie werkdagen na datum vonnis (met de kinderen) terug te verhuizen naar haar woonplaats in [plaats 1], althans binnen een straal van vijftien kilometer rond de woning van de vader;

  • de beslissingen, voor zover die vatbaar zijn voor een last onder dwangsom, te bekrachtigen met een dwangsom van € 1.000,- per dag of gedeelte daarvan, voor elke dag, of gedeelte daarvan dat de moeder de in dezen te wijzen beslissingen niet of niet geheel nakomt;

  • te bepalen dat de moeder veroordeeld wordt tot voldoening van de proceskosten van de vader, tot op heden begroot op € 2.843,50,- inclusief BTW, alsmede het aan de

rechtbank verschuldigde griffierecht van € 341,- en de verschotten van naar verwachting € 75,-, te vermeerderen met de kosten voor het betekenen van de dagvaarding en vonnis en overige nakosten;

- althans zodanige beslissingen te nemen als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren.

3.2.

Daartoe voert de vader – samengevat – het volgende aan. Op 7 juni 2026 heeft de moeder per e-mail, zonder daarvoor toestemming van de vader te hebben gekregen, aan de vader kenbaar gemaakt dat zij op die dag met de kinderen is verhuisd naar [plaats 2]. De vader heeft direct per e-mail zijn toestemming geweigerd. Later heeft de moeder aangegeven dat de verhuizing feitelijk eind juni zal plaatsvinden. De afstand tussen [plaats 1] en [plaats 2] bedraagt zo’n zestig kilometer en levert een aanzienlijke reistijd en logistieke belasting voor de kinderen op. De kinderen zijn opgegroeid in de regio [regio 1], gaan daar naar school en naar de BSO en hun hele netwerk bevindt zich daar. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan een co-ouderschapsregeling. Volgens de moeder betekent de verhuizing niet dat dit alles hoeft te veranderen. Dit acht de vader vanwege de lange reistijd niet in het belang van de rust, de stabiliteit en het welzijn van de kinderen. Aan de vorderingen van de vader moet volgens hem een dwangsom worden verbonden. Tot slot vordert de vader een proceskostenveroordeling, omdat de moeder onrechtmatig heeft gehandeld door met de kinderen te verhuizen zonder zijn toestemming.

3.3.

De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

in reconventie

3.4.

De moeder vordert primair om aan haar vervangende toestemming te verlenen voor verhuizing met de kinderen naar [plaats 2], dan wel subsidiair om aan haar voorlopige vervangende toestemming daarvoor te verlenen in afwachting van een door de moeder binnen twee weken na de datum van dit vonnis te starten bodemprocedure.

3.5.

Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. De moeder is op 8 juni 2026 verhuisd naar [plaats 2]. Hoewel het klopt dat in het ouderschapsplan is afgesproken dat een verhuizing onderling tussen de ouders besproken moet worden en slechts na verkregen toestemming van de andere ouder dan wel vervangende toestemming van de rechtbank mag plaatsvinden, heeft zich een situatie ontwikkeld waarin de moeder gedwongen is geweest om andere woonruimte te zoeken. Wegens het gebrek aan passende woonruimte in de regio [regio 2], heeft de moeder zich genoodzaakt gezien om een woning te huren in [plaats 2], de plaats waar haar huidige partner is geboren en getogen. [plaats 2] ligt weliswaar buiten de regio waar de kinderen zijn opgegroeid, maar is volgens de moeder binnen een voor de kinderen aanvaardbare afstand. De school, de BSO en de huidige zorgregeling kunnen ongewijzigd blijven. Ook de dagelijkse structuur blijft in de kern hetzelfde voor de kinderen.

3.6.

De vader voert mondeling verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

4De beoordeling van het geschil

in conventie en reconventie

Verhuisverbod, bevel terugverhuizing en (voorlopige) vervangende toestemming verhuizing

4.1.

De vorderingen in conventie en reconventie hangen met elkaar samen. Daarom zal de voorzieningenrechter de vorderingen ook samen beoordelen.

4.2.

De voorzieningenrechter overweegt allereerst dat is gebleken dat de moeder op 8 juni 2026 al is verhuisd. Daarom zal de voorzieningenrechter de primaire vordering van de vader om de moeder te verbieden om zonder zijn toestemming al dan niet met de kinderen te verhuizen buiten een straal van vijftien kilometer rond zijn woning afwijzen bij gebrek aan belang.

4.3.

De voorzieningenrechter zal hierna de subsidiaire vordering van de vader en de primaire en subsidiaire vordering van de moeder beoordelen. De voorzieningenrechter stelt daarbij voorop dat een kort geding als doel heeft een voorlopige ordemaatregel te geven in spoedeisende situaties. De voorzieningenrechter moet dus beoordelen of een ordemaatregel noodzakelijk is, in die zin dat de moeder voorlopig met de kinderen moet terugverhuizen naar [plaats 1], dan wel dat aan de moeder voorlopige vervangende toestemming voor de verhuizing met de kinderen naar [plaats 2] moet worden verleend. Anders dan de moeder van mening is, kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter de primaire vordering van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te verhuizen naar [plaats 2], niet worden beoordeeld in deze procedure. Het verlenen van vervangende toestemming voor een verhuizing is per definitie niet tijdelijk, zodat die beslissing in deze procedure niet kan worden genomen. Ook is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake van een uitzonderlijk geval dat maakt dat deze beslissing in deze kort geding-procedure toch kan worden genomen. Een bodemprocedure is de plaats voor bewijslevering en een concrete belangenafweging aan de hand van de zogenaamde ‘verhuiscriteria’ van de Hoge Raad. Een eindbeslissing over de vervangende toestemming voor de verhuizing van de moeder met de kinderen naar [plaats 2] zal de voorzieningenrechter dus niet nemen. Daarom zal de voorzieningenrechter de primaire vordering van de moeder om aan haar vervangende toestemming te verlenen voor de verhuizing met de kinderen naar [plaats 2] afwijzen.

4.4.

Een voorlopig bevel tot terugverhuizing, zoals subsidiair door de vader is gevorderd, dan wel voorlopige vervangende toestemming voor een verhuizing, zoals subsidiair door de moeder is gevorderd, totdat in een bodemprocedure definitief is geoordeeld hierover, kunnen wel worden aangemerkt als tijdelijke ordemaatregelen die passen bij het karakter van een kort geding-procedure. De voorzieningenrechter moet in dit kort geding beoordelen of een dergelijke ordemaatregel noodzakelijk is.

4.5.

Vast staat dat de moeder zonder toestemming van de vader of vervangende toestemming van de rechtbank met de kinderen naar [plaats 2] is verhuisd. De ouders oefenen samen het gezag uit over de kinderen. Wat de redenen daarvoor ook zijn, door met de kinderen te verhuizen naar [plaats 2] zonder voorafgaande toestemming van de vader, heeft de moeder in strijd met het gezamenlijk gezag gehandeld. Belangrijke gezagsbeslissingen over de kinderen, zoals over waar de kinderen wonen, waar de kinderen naar school gaan en hoe de zorgregeling met de andere ouder eruit ziet, moeten het resultaat zijn van voorafgaand onderling overleg en instemming van beide ouders. Dit betekent dat de moeder in overleg met de vader had moeten treden over alle mogelijke gevolgen van de door haar voorgenomen verhuizing met de kinderen naar [plaats 2]. De voorzieningenrechter stelt vast dat dit overleg niet heeft plaatsgevonden. De moeder heeft op 7 juni 2026, één dag voorafgaand aan de daadwerkelijke verhuizing, per e-mail aan de vader alleen medegedeeld dat de verhuizing zou gaan plaatsvinden. De vader heeft daarop direct zijn toestemming geweigerd. Geschillen hierover kunnen op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank kan gevraagd worden om vervangende toestemming voor de verhuizing. Dit alles heeft de moeder nagelaten. Door zo te handelen heeft de moeder de vader en de rechtbank die moet oordelen over dit geschil voor een voldongen feit geplaatst. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze handelwijze van de moeder op zichzelf al voldoende grond oplevert om een ordemaatregel te treffen.

4.6.

Nu de feitelijke situatie zo is dat de moeder met de kinderen naar [plaats 2] is verhuisd en de vader nadrukkelijk heeft aangegeven dat hij het hier niet mee eens is, ligt in dit kort geding de vraag voor of de moeder voorlopig moet terugverhuizen naar (de regio) [plaats 1] of dat aan de moeder voorlopig vervangende toestemming voor de verhuizing met de kinderen naar [plaats 2] moet worden verleend. Bij de beantwoording van deze vraag moet de voorzieningenrechter de verschillende belangen tegen elkaar afwegen. Daarbij staan de belangen van de kinderen voorop, maar naar vaste rechtspraak moet de rechter alle omstandigheden van het geval in acht nemen en alle betrokken belangen afwegen. Nu het hier om een kort gedingprocedure gaat, moet bij de beoordeling bovendien het voorlopige karakter van het rechterlijk oordeel in kort geding en de mate waarin de gevolgen van de beslissing ingrijpen in aanmerking worden genomen.

4.7.

Gebleken is dat het centrum van het leven van de kinderen in (regio) [plaats 1] is. De zorgregeling is na de verhuizing van de moeder met de kinderen naar [plaats 2] tot op heden niet gewijzigd en de ouders willen dit ook niet. De kinderen gaan nog steeds naar school in [plaats 3]. Ook dit willen de ouders niet wijzigen. Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat het ook de bedoeling is dat de kinderen te zijner tijd in [plaats 3] naar de middelbare school zullen gaan. Daarnaast heeft de moeder aangegeven dat alle drie de kinderen een bovengemiddelde zorgbehoefte hebben. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het in het belang van de kinderen is dat (in ieder geval voorlopig) het centrum van hun leven in [plaats 1] blijft. De verhuizing naar [plaats 2] heeft hier op dit moment nog geen grote gevolgen voor gehad. Anders dan de moeder, is de rechtbank van oordeel dat de afstand tussen [woonplaats] en [plaats 2] te groot is om dit vol te kunnen houden. De kinderen hebben nu al te maken met een lange reistijd naar school. Wat dit betekent voor de toekomst zal in een bodemprocedure moeten worden beoordeeld. In dit licht zal de voorzieningenrechter de vordering tot terugverhuizing toewijzen, maar verbindt daar de voorwaarde aan dat de moeder binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis een bodemprocedure aanhangig heeft gemaakt ter verkrijging van vervangende toestemming voor de verhuizing met de kinderen naar [plaats 2]. Wanneer de moeder daaraan voldoet, kan in ieder geval totdat over de verhuizing een beoordeling heeft plaatsgevonden, geen uitvoering worden gegeven aan de toewijzing in deze uitspraak.

De voorzieningenrechter zal hieraan een dwangsom verbinden en deze ambtshalve matigen en maximeren, zoals na te melen in het dictum van dit vonnis.

Proceskostenveroordeling

4.8.

Omdat het een procedure van familierechtelijke aard is, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de moeder te veroordelen in de proceskosten, zoals door de vader is gevorderd. De voorzieningenrechter zal deze vordering daarom afwijzen en zal bepalen dat iedere ouder de eigen proceskosten draagt.

Brief aan de kinderen

4.9.

De voorzieningenrechter zal in een brief aan de kinderen uitleggen wat de beslissing is. De kinderen zullen samen een brief ontvangen met de volgende tekst:

‘Beste [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3],

Op 23 juni heb ik met [minderjarige 1] gesproken over de verhuizing van mama naar [plaats 2]. Daarna heb ik in de middag met jullie ouders gesproken. Nu heb ik een beslissing genomen. Ik leg jullie in deze brief uit wat ik heb besloten en waarom.

Aan mij is gevraagd voorlopig een beslissing te nemen over de verhuizing. Dat betekent dat ik moet kijken wat er nu nodig is om te zorgen dat jullie zo min mogelijk last hebben van de verhuizing. Ik vind het voor jullie voor nu het beste als papa en mama bij elkaar in de buurt blijven wonen in [plaats 1] of daar in de buurt. Hier hebben jullie je school, familie en vriendjes. Daarom geef ik mama nu geen toestemming om met jullie naar [plaats 2] te verhuizen. Papa en mama moeten samen goede afspraken maken over hoe het verder moet. Als ze daar samen niet uitkomen dan moet een rechter hierover beslissen. Dat is een andere rechter dan ik. Het gaat dan niet om een voorlopige beslissing, zoals nu, maar om een definitieve beslissing. Dit betekent dat er nog een procedure moet komen. Totdat die andere rechter beslist, heb ik besloten dat mama in [plaats 2] mag blijven, Verder verandert er voor jullie nu niks. Jullie blijven papa en mama even vaak zien en ook jullie school en sport verandert niet.

Ik hoop dat er uiteindelijk een goede oplossing komt en ik wens jullie alvast een fijne zomervakantie.

Groeten,

de kinderrechter’

5De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie en reconventie

5.1.

veroordeelt de moeder om met de kinderen binnen veertien dagen na dit vonnis terug te verhuizen naar [plaats 1], althans binnen een straal van vijftien kilometer rond de woning van de vader, en veroordeelt de moeder om voor iedere dag dat zij niet voldoet aan deze veroordeling aan de vader een dwangsom te betalen van € 250,-, met een maximum van
€ 5.000,-, tenzij de moeder binnen veertien dagen na dit vonnis een bodemprocedure aanhangig maakt en zal voeren tot een uitspraak, ter verkrijging van vervangende toestemming voor haar verhuizing met de kinderen naar [plaats 2];

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong-Kwestro en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.

ss



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733