Rechtbank Rotterdam 11-08-2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10204

Essentie (gemaakt door AI)

KG. Nietige dagvaarding. Echtgenoten wonen samen in de echtelijke woning. Bij samenwoning vereist art. 57 Rv betekening in persoon; subsidiair volgens art. 47 Rv met afschrift en melding aan het OM. Deurwaarder laat enkel een afschrift achter op adres moeder gedaagde, zonder grond voor werkelijke verblijfplaats; beroep op art. 54 lid 1 Rv faalt. Aannemelijk dat gedaagde het exploot niet heeft bereikt; nietigheid op grond van art. 121 lid 3 Rv. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Vrouw dagvaardt man in kort geding: nietig exploot - rechter doet geen inhoudelijke uitspraak
Partijen zijn met elkaar getrouwd en wonen samen in de echtelijke woning. De man staat daar ook ingeschreven (BRP). Omdat partijen de woning met elkaar delen, moet - als niet in persoon betekend wordt - ook aan het OM worden betekend.

Datum publicatie24-08-2026
ZaaknummerC/10/723624 / KG ZA 26-776
ProcedureKort geding
ZittingsplaatsRotterdam
RechtsgebiedenCiviel recht; Verbintenissenrecht
TrefwoordenFamilieprocesrecht
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

KG. Nietige dagvaarding.

Volledige uitspraak


RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/723624 / KG ZA 26-776

Vonnis in kort geding van 11 augustus 2026

in de zaak van

[eiseres] ,

wonend in [woonplaats],

eiseres,

advocaat: mr. J.F.J. van den Hoek te [woonplaats],

tegen

[gedaagde] ,

wonend in [woonplaats],

gedaagde,

niet verschenen.

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 30 juli 2026, met producties 0 t/m 2;
- de mondelinge behandeling op 7 augustus 2026.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2De beoordeling van de dagvaarding

2.1.

Partijen zijn met elkaar getrouwd en wonen samen in de echtelijke woning in [woonplaats]. Gedaagde staat ook ingeschreven op het adres van die woning.

2.2.

Omdat partijen de woning met elkaar delen, moet de oproeping van gedaagde plaatsvinden conform artikel 57 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Dat houdt in dat de betekening van de dagvaarding aan gedaagde in persoon geschiedt. Als dat niet mogelijk is, handelt de deurwaarder overeenkomstig artikel 47 Rv – kort gezegd: het afgeven van een afschrift van het exploot aan een huisgenoot; als dat niet kan, het achterlaten van een afschrift aan de woonplaats in een gesloten envelop; en, als dat onmogelijk is, een afschrift ter post – en doet hij bovendien een afschrift van het exploot toekomen aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie bij (in dit geval) deze rechtbank.

2.3.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de oproeping van gedaagde niet heeft plaatsgevonden conform artikel 57 Rv. De dagvaarding is uitsluitend betekend – in de zin van achtergelaten in een gesloten envelop – op het (gestelde) woonadres van de moeder van gedaagde. In het exploot is vermeld dat gedaagde feitelijk op dat adres verblijft in verband met een huisverbod.

2.4.

Voor zover eiseres meent dat het exploot kon worden betekend aan het werkelijk verblijf van gedaagde op grond van artikel 54 lid 1 Rv, volgt de voorzieningenrechter haar daar niet in. Die bepaling is van toepassing op de situatie dat van de gedaagde partij de woonplaats in Nederland niet bekend is, wat hier niet aan de orde is. Overigens heeft eiseres niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat gedaagde daadwerkelijk verblijft bij zijn moeder. In het exploot van dagvaarding staat ook niet toegelicht op grond waarvan de deurwaarder heeft aangenomen dat gedaagde zijn werkelijke verblijfplaats bij zijn moeder heeft.

2.5.

De conclusie is dat het exploot van dagvaarding lijdt aan een gebrek. Aannemelijk is dat het exploot als gevolg van dat gebrek gedaagde niet heeft bereikt. Om die reden spreekt de voorzieningenrechter op de voet van artikel 121 lid 3 Rv de nietigheid van het exploot uit.

2.6.

Eiseres is in het ongelijk gesteld en wordt daarom veroordeeld in de proceskosten van de procedure. De proceskosten van gedaagde worden begroot op nihil.

3De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1.

verklaart de dagvaarding nietig;

3.2.

veroordeelt eiseres in de kosten van de procedure, aan de kant van gedaagde tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026.

2091 / 2009



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733