Rechtbank Oost-Brabant 03-07-2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6027

Essentie (gemaakt door AI)

Beschikking waarin het verzoek van ouder 1 tot ontkenning van door huwelijk ontstane moederschap niet-ontvankelijk is verklaard wegens instemming met donorbevruchting art. 1:202a lid 2 BW. Het namens de minderjarige door de bijzondere curator gedane verzoek tot ontkenning van het moederschap is gegrond verklaard. Vervolgens is, ter voorkoming van een periode met één juridische ouder, de adoptie van de minderjarige door ouder 1 uitgesproken onder opschortende voorwaarde van kracht van gewijsde. Adoptie biedt meer bestendige erkenning, ook internationaal.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Meemoederschap ontkend om adoptie mogelijk te maken
Meemoeder is door huwelijk juridisch ouder, maar dit wordt in buitenland niet altijd erkend. Rb wijst verzoek van bijzondere curator tot ontkenning moederschap toe en spreekt tegelijkertijd adoptie uit onder opschortende voorwaarde.

Datum publicatie24-08-2026
ZaaknummerC/01/416872 / FA RK 25-2624
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats's-Hertogenbosch
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen; Ontkenning ouderschap
WetsverwijzingenBurgerlijk Wetboek Boek 1 198; Burgerlijk Wetboek Boek 1 202a; Burgerlijk Wetboek Boek 1 227; Burgerlijk Wetboek Boek 1 228; Burgerlijk Wetboek Boek 1 230; Burgerlijk Wetboek Boek 1 230; Burgerlijk Wetboek Boek 1 229; Burgerlijk Wetboek Boek 1 5; Besluit gezagsregisters 2

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Gegrondverklaring ontkenning van het door huwelijk ontstane moederschap en uitspreken van de adoptie van de minderjarige door dezelfde moeder. Door adoptie ontstaat een meer bestendige juridische band.

Volledige uitspraak


beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer : C/01/416872 / FA RK 25-2624

Uitspraak : 3 juli 2026

Beschikking betreffende gegrondverklaring ontkenning ouderschap en adoptie

in de zaak van

[ouder 1] ,

wonende te [plaats] , [gemeente] ,

hierna mede te noemen: [ouder 1] ,

advocaat mr. S. Rosheuvel-Akpinar.

De rechtbank merkt als belanghebbende aan:

[ouder 2] ,

wonende te [plaats] , [gemeente] ,

hierna mede te noemen: [ouder 2] .

De rechtbank merkt ten aanzien van de gegrondverklaring ontkenning ouderschap daarnaast als belanghebbende aan:

mr. M. Pisters, advocaat, kantoorhoudende te Eindhoven,

in de hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarige:

- [minderjarige 1] , geboren te [plaats] op [datum] ,

als zodanig benoemd bij beschikking van 26 februari 2026.

1De procedure

1.1.

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

  • het verzoekschrift (met bijlagen), ontvangen ter griffie op 23 juni 2025;

  • een brief van de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad) van 2 juli 2025, met de mededeling dat de raad geen onderzoek zal doen;

  • de brief van mr. Rosheuvel-Akpinar van 2 februari 2026, houdende aanvullende verzoeken;

  • het verslag van de bijzondere curator van 26 maart 2026;

  • een e-mailbericht van de raad van 7 april 2026;

  • de brief van mr. Rosheuvel-Akpinar van 14 april 2026;

  • het F9-formulier van mr. Rosheuvel-Akpinar van 20 mei 2026;

  • het F9-formulier van de bijzondere curator van 21 mei 2026.

1.2.

De zaak wordt schriftelijk afgedaan.

2De feiten

2.1.

[ouder 1] en [ouder 2] zijn op [datum] te [plaats] met elkaar gehuwd.

2.2.

Uit [ouder 2] is op [datum] voornoemde [minderjarige 1] geboren. [minderjarige 1] is verwekt door kunstmatige donorbevruchting, waarbij gebruik is gemaakt van een onbekende donor. Door het College donorgegevens kunstmatige bevruchting is hieromtrent een verklaring afgelegd.

2.3.

[ouder 1] staat als ouder op de geboorteakte van [minderjarige 1] vermeld.

2.4.

[ouder 1] en [ouder 2] zijn daarnaast de ouders van de minderjarige [minderjarige 2] , geboren op [datum] . [minderjarige 2] is geboren uit [ouder 2] en geadopteerd door [ouder 1] .

3Het verzoek van [ouder 1]

3.1.

[ouder 1] verzoekt, na aanvulling van haar verzoeken:

I. het reeds ontstane juridische ouderschap van [ouder 1] te vernietigen, en daarbij de adoptie uit te spreken over [minderjarige 1] ;

II. de griffier op te dragen een aantekening te maken in het gezagsregister conform de beschikking, alsmede een afschrift van de beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.

3.2.

[ouder 1] legt aan haar verzoeken het volgende ten grondslag. [ouder 1] en [ouder 2] wensen een gelijke positie als juridisch ouder te hebben. Omdat meemoederschap door huwelijk in het buitenland niet altijd wordt erkend, wenst [ouder 1] juridisch ouder te worden via adoptie. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] komen daarmee ook in een gelijke juridische positie te staan. [ouder 1] realiseert zich dat het reeds ontstane juridisch ouderschap in de weg staat aan toewijzing van het adoptieverzoek. Zij verzoekt daarom het door huwelijk ontstane moederschap te ontkennen en daarna de adoptie uit te spreken. [ouder 1] verzoekt om deze beslissingen op elkaar aan te laten sluiten, zodat er geen periode is dat [minderjarige 1] maar één juridische ouder zal hebben.

4Het verzoek van de bijzondere curator

4.1.

De bijzondere curator verzoekt namens [minderjarige 1] om de ontkenning van het moederschap van [ouder 1] gegrond te verklaren.

4.2.

De bijzondere curator legt aan haar verzoek het volgende ten grondslag. Het doel van het verzoek is niet om de band tussen [minderjarige 1] en [ouder 1] door te snijden, maar om een meer bestendige band vast te kunnen leggen middels adoptie. In veel landen wordt het huwelijk van de moeders of het door huwelijk ontstane moederschap van [ouder 1] namelijk niet erkend. Dat geeft een risico op het moment dat [ouder 1] er in het buitenland alleen voor zou komen te staan en haar rechten als juridisch ouder niet kan uitoefenen. [minderjarige 1] mag daar niet de dupe van worden enkel omdat zij niet uit een gehuwd heterostel is geboren. De bijzondere curator vindt het onder deze omstandigheden niet in het belang van [minderjarige 1] om te wachten tot zij op een leeftijd is waarop zij zelf een weloverwogen oordeel kan vormen.

5De beoordeling

Ontkenning ouderschap

5.1.

[ouder 1] is op grond van artikel 1:198 lid 1 onder b van het Burgerlijk Wetboek (BW) de juridische moeder van [minderjarige 1] vanaf de geboorte, omdat [ouder 1] op het tijdstip van de geboorte was gehuwd met de vrouw uit wie [minderjarige 1] is geboren (de geboortemoeder) en [minderjarige 1] is verwekt door kunstmatige donorbevruchting waarvan bij aangifte van de geboorte kennelijk een verklaring van overgelegd.

5.2.

Het door huwelijk ontstane meemoederschap kan worden ontkend op de grond dat de meemoeder niet de biologische moeder van het kind is (artikel 1:202a lid 1 BW) . Aan die grond is voldaan.

5.3.

De meemoeder kan haar moederschap niet ontkennen als zij voor het huwelijk wist van de zwangerschap of heeft ingestemd met de kunstmatige donorbevruchting (artikel 1:202a lid 2 BW) . Hieraan is niet voldaan. [ouder 1] en [ouder 2] hebben namelijk samen gekozen voor de verwekking van [minderjarige 1] middels kunstmatige donorbevruchting. Dat betekent dat de rechtbank [ouder 1] niet-ontvankelijk zal verklaren in haar verzoek.

5.4.

Het kind kan het moederschap ontkennen tot uiterlijk drie jaren nadat hij of zij meerderjarig is geworden en hiervoor gelden geen nadere vereisten. De bijzondere curator heeft namens [minderjarige 1] verzocht om het moederschap van [ouder 1] te ontkennen binnen de daarvoor geldende termijn. De bijzondere curator heeft in haar afweging betrokken of het belang van [minderjarige 1] niet vergt dat een beslissing over het moederschap pas wordt genomen wanneer zij zich daarover zelf een weloverwogen oordeel kan vormen. De rechtbank kan deze afweging volgen. Het doel van de ontkenning van het moederschap van [ouder 1] is namelijk niet om de juridische band tussen haar en [minderjarige 1] door te snijden, maar om een meer bestendige juridische band te vestigen. Beide moeders en de bijzondere curator zijn het erover eens dat de ontkenning van het moederschap van [ouder 1] gegrond moet worden verklaard, zodat [ouder 1] [minderjarige 1] kan adopteren. Adoptie wordt in het buitenland namelijk breder erkend dan meemoederschap door huwelijk. Door een adoptie komen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bovendien in een gelijke juridische positie te staan. De rechtbank zal daarom een beslissing nemen op het verzoek van de bijzondere curator.

5.5.

De rechtbank zal het verzoek van de bijzondere curator toewijzen nu aan alle wettelijke vereisten is voldaan.

5.6.

Zodra de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning in kracht van gewijsde is gegaan, wordt het door huwelijk ontstane moederschap van [ouder 1] geacht nooit gevolg te hebben gehad (artikel 1:202 lid 1 BW) . Dat betekent dat het niet mogelijk is de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Adoptie

5.7.

Het is niet mogelijk om de adoptie uit te spreken als de aspirant-adoptiefouder reeds de juridische ouder is (Kamerstukken II 2011/12, 33032, nr. 6). Op dit moment is [ouder 1] de juridische ouder van [minderjarige 1] , omdat de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning nog niet in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtbank vindt het echter niet in het belang van [minderjarige 1] om het adoptieverzoek pas daarna te beoordelen, omdat ook een adoptiebeslissing in kracht van gewijsde dient te gaan voordat zij haar werking heeft. Dit kan tot gevolg hebben dat [minderjarige 1] een periode maar één juridische ouder heeft. Daarom zal de rechtbank nu alvast overgaan tot een beoordeling van het adoptieverzoek en op dit verzoek beslissen. Voor zover de rechtbank het adoptieverzoek toewijst, zal zij dit doen onder de opschortende voorwaarde dat de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het moederschap in kracht van gewijsde is gegaan.

5.8.

Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

5.9.

[minderjarige 1] is geboren binnen het huwelijk van [ouder 1] en [ouder 2] . Dat betekent dat er geen minimale samenlevingstermijn geldt bij de indiening van het adoptieverzoek (artikel 1:227 lid 2 BW) . [ouder 1] is daarom ontvankelijk in haar verzoek.

5.10.

[minderjarige 1] is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting en het College donorgegevens kunstmatige bevruchting heeft ter bevestiging hiervan een verklaring afgegeven waaruit blijkt dat de identiteit van de donor aan de moeder onbekend is. Dat betekent dat het verzoek tot adoptie wordt toegewezen, tenzij de adoptie kennelijk niet in het belang van het kind is (artikel 1:227 lid 4 BW) . De rechtbank is van oordeel dat de adoptie wel in het belang van [minderjarige 1] is. [ouder 2] en [ouder 1] hebben er samen voor gekozen om [minderjarige 1] te krijgen en [minderjarige 1] is vanaf haar geboorte ook door [ouder 2] en [ouder 1] samen verzorgd en opgevoed. Door de adoptie van [minderjarige 1] door [ouder 1] ontstaat er een meer bestendige juridische band tussen hen dan nu het geval is. Daarnaast komt [minderjarige 1] daardoor in een gelijke juridische positie te staan met haar zus [minderjarige 2] , die ook door [ouder 1] is geadopteerd.

5.11.

De rechtbank stelt verder vast dat aan de voorwaarden van artikel 1:228 BW is voldaan. De rechtbank zal het verzoek tot adoptie van [minderjarige 1] door [ouder 1] dan ook toewijzen, en wel onder de opschortende voorwaarde van het in kracht van gewijsde gaan van de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het moederschap.

Gevolgen van de adoptie

5.12.

De adoptie heeft haar gevolgen vanaf de dag waarop de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 1:230 lid 1 BW) . Dat betekent dat het niet mogelijk is de

adoptie-uitspraak uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

5.13.

De adoptie zal, nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, terugwerken tot het tijdstip van indiening van het verzoek, omdat [minderjarige 1] is geboren binnen de relatie van [ouder 1] en [ouder 2] en de adoptie binnen zes maanden na haar geboorte is verzocht (artikel 1:230 lid 2 BW) .

5.14.

De familierechtelijke betrekking (het juridisch ouderschap) tussen [minderjarige 1] en [ouder 2] blijft na de adoptie in stand, omdat [ouder 1] de echtgenote van [ouder 2] is (artikel 1:229 lid 3 BW) .

5.15.

[minderjarige 1] zal na de adoptie de geslachtsnaam [ouder 2] [ouder 1] behouden, nu [ouder 2] en [ouder 1] geen andere naamskeuze hebben gedaan (artikel 1:5 lid 3 BW) .

5.16.

De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2 lid 1 aanhef en onder sub m van het Besluit gezagsregisters bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.

6De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verklaart [ouder 1] niet-ontvankelijk in haar verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het moederschap;

6.2.

verklaart gegrond het verzoek van de bijzondere curator tot ontkenning van het moederschap van [ouder 1] , ten aanzien van het uit de moeder geboren kind [minderjarige 1] , geboren op [datum] te [plaats] ;

6.3.

spreekt de adoptie uit van de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [datum] te [plaats] , door [ouder 1] , geboren op [datum] te [plaats] , onder de opschortende voorwaarde van het in kracht van gewijsde gaan van deze beschikking;

6.4.

verstaat dat [minderjarige 1] na de adoptie de geslachtsnaam ‘ [ouder 2] [ouder 1] ’ zal behouden;

6.5.

draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking, mits daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] , opdat deze de latere vermelding inhoudende gegrondverklaring van de ontkenning en de latere vermelding betreffende adoptie aan de geboorteakte van [minderjarige 1] toevoegt;

6.6.

draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking, mits daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan te zenden aan het Gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze alsdan in kracht van gewijsde gegane beschikking en, voor zover van belang, de inhoud daarvan.

Deze beschikking is gegeven door mr. V.R. de Meyere, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Schoot als griffier op 3 juli 2026.

Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733