Rechtbank Noord-Holland 04-08-2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:9973

Essentie (gemaakt door AI)

Voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing. In een hoogconflictscheiding met birdnesting nemen incidenten, politie-inzet en loyaliteitsstrijd toe. Zorgen bestaan over agressie en onmacht bij moeder en beïnvloeding door vader. De kinderrechter oordeelt dat sprake is van acute en ernstige bedreiging van de ontwikkeling en plaatst de kinderen voorlopig onder toezicht voor drie maanden art. 1:257 BW en verleent een spoedmachtiging uithuisplaatsing voor vier weken art. 1:265b BW. Uitvoerbaar bij voorraad.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Birdnesting geen oplossing bij ernstige problemen tussen ouders
Ouders hanteren birdnestregeling. Kinderen raken echter ernstig klem in escalerende strijd; politie en Veilig Thuis zijn veelvuldig betrokken. Kinderrechter: kinderen moeten naar veilige, neutrale plek. Spoedmachtiging UHP voor 4 weken.

Datum publicatie19-08-2026
ZaaknummerC/15/380918 / JU RK 26-1246
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsHaarlem
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
Trefwoorden
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing

Volledige uitspraak


RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/380918 / JU RK 26-1246

Datum uitspraak: 4 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

hierna te noemen: de Raad,

gevestigd te Haarlem,

over

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Amsterdam.

1Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

  • het mondelinge verzoek van de Raad op 4 augustus 2026;

  • de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 5 augustus 2026.

2De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .

2.2.

[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij de moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 september 2020 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 24 september 2021.

3Het verzoek

De Raad verzoekt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4De beoordeling

4.1.

De kinderrechter heeft de volgende informatie mondeling ontvangen.

Er zijn al langere tijd zorgen over beide kinderen die opgroeien in een gezin waarvan de ouders uit elkaar zijn en de ouders om beurten in de woning verblijven (birdnesting). Er is eerder in de periode 2020-2021 een ondertoezichtstelling geweest. De incidenten en het loyaliteitsconflict bij de kinderen lopen nu flink op. Er is spoedhulp ingezet en de politie raakt vaker betrokken. Er zijn zorgen over het effect van het gedrag van beide ouders op de kinderen.

De zorgen bestaan er bij de moeder uit dat zij zou schreeuwen en fysiek geweld zou gebruiken richting de kinderen. Hierover zijn Veilig Thuis meldingen gedaan. De moeder voelt veel onmacht en heeft geen controle over de kinderen. Vorige week heeft ze in een nacht 40 keer de hulpverlening/politie gebeld omdat ze geen grip kreeg op [de minderjarige 1] en hij agressief was. De moeder is in juni nog beoordeeld door de crisisdienst na suïcidale uitingen.

De zorgen over het gedrag van de vader bestaan er in dat hij tegen de kinderen negatief over de moeder spreekt, hen tegen haar lijkt op te zetten en hij de kinderen meeneemt in de volwassenproblematiek rondom de al langlopende scheiding. Er hebben (in elk geval tot voor kort) camera’s en afluisterapparatuur in de woning gehangen waar de vader over beschikt. De hulpverlening heeft waargenomen dat de vader (in bijzijn van zijn familie) de kinderen onder druk zet om negatief over de moeder te spreken. De kinderen lijken wat de vader zegt over te nemen en daardoor niet meer naar de moeder te luisteren. Met name [de minderjarige 1] laat zelfbepalend gedrag (richting de moeder) zien en heeft woede- en paniekaanvallen. [de minderjarige 2] krijgt dit mee en er is sprake van veel ruzies tussen de kinderen onderling. De kinderen zitten klem tussen de ouders en bellen zodra er iets is zelf met de politie en Veilig Thuis.

Er is recent ambulante spoedhulp ingezet maar de gemeente heeft aangegeven dat de hulpverlening in het vrijwillig kader niet langer mogelijk is omdat de ouders zich niet aan de afspraken houden. De vader heeft doodsbedreigingen aan het adres van de moeder gedaan als de kinderen uit huis zouden worden geplaatst.

4.2.

Het is gelet op het voorgaande noodzakelijk dat de kinderen nu naar een veilige en neutrale plek gaan. Er is een plek gevonden, waar de kinderen samen kunnen worden geplaatst. Hoewel de Raad hier nog wel nader onderzoek naar zal doen, biedt een plaatsing binnen het netwerk (van vader) nu geen neutrale plek, dit vanwege de negatieve uitingen van vader en zijn familie over moeder.

4.3.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. 1 Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.

4.4.

Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] uit huis worden geplaatst. 2

4.5.

De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.

4.6.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. 3

4.7.

De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4.8.

De Raad, [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

stelt [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats]

en [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam met ingang van 4 augustus 2026 tot 4 november 2026;

5.2.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] en [de minderjarige 2], geboren op
[geboortedatum] in [plaats] , in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 4 augustus 2026 tot 1 september 2026;

5.3.

verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voorzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;

5.5.

bepaalt dat de griffier de Raad, de GI, de vader en de moeder tijdig zal oproepen voor die zitting;

5.6.

bepaalt dat de griffier [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tijdig zal oproepen voor een kindgesprek.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026 door
mr. E.M. ten Bos, kinderrechter, en op schrift gesteld en ondertekend door mr. S. Ok, kinderrechter, op 5 augustus 2026 in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open. 4

3

Artikel 2 Besluit gezagsregisters.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733