Rechtbank Limburg 27-07-2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:7969

Essentie (gemaakt door AI)

Wijziging zorgregeling art. 1:265g BW waarin vader ontvankelijk is omdat bij de eerdere beschikking is uitgegaan van onjuiste gegevens over zijn werkrooster. De rechtbank past het criterium ‘uitgaan van onjuiste of onvolledige gegevens’ toe naar analogie van art. 1:401 lid 4 BW en passeert het verweer dat hoger beroep vereist was. Reguliere weekindeling (even/oneven) en kerstvakantieregeling worden aangepast conform verzoek vader; provisioneel verzoek wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. Moeder wordt in de proceskosten veroordeeld.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Zorgregeling gewijzigd om 'onjuiste of onvolledige gegevens' - analoge toepassing artikel 1:401 BW
Vader is ontvankelijk in verzoek wijziging art. 1:265g BW-zorgregeling, omdat bij eerdere beschikking is uitgegaan van onjuiste gegevens over zijn werkrooster. Rb past toetsingskader van art. 1:401 lid 4 BW (alimentatie) analoog toe.

Datum publicatie18-08-2026
ZaaknummerC/03/350715 / FA RK 26-634
ProcedureRekestprocedure
ZittingsplaatsMaastricht
RechtsgebiedenCiviel recht
TrefwoordenJeugdbescherming / Jeugdwet; 1:265g BW GI-besluit omgang bij OTS;
Familieprocesrecht; Proceskosten
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Wijziging zorgregling (art. 1:265g BW) , interpretatie 'uitgaan van onjuiste of onvolledige gegevens', veroordeling proceskosten

Volledige uitspraak


RECHTBANK LIMBURG

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Maastricht

Zaaknummers: C/03/350715 / FA RK 26-634 (bodemzaak), C/03/ 350718 FA RK 26-636 (provisioneel verzoek)

Datum uitspraak: 27 juli 2026

Beschikking van 27 juli 2026 inzake ouderlijke verantwoordelijkheden

in de zaken van:

[de vader] ,

verzoeker, hierna te noemen: de vader,

wonend in [plaats 1] ,

advocaat: mr. A. Carli, kantoorhoudend in Geleen, gemeente Sittard-Geleen,

tegen:

[de moeder] ,

wederpartij, hierna te noemen: de moeder,

wonend in [plaats 2] ,

advocaat: mr. R.P.F. Rober, kantoorhoudend in Hoensbroek, gemeente Heerlen,

hierna samen te noemen: de ouders.

De kinderrechter merkt in beide zaken als informant aan:

de gecertificeerde instelling STICHTING BUREAU JEUGDZORG LIMBURG,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd in Roermond.

In zijn hoedanigheid als bedoeld in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is bij de procedure betrokken:

de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

regio Limburg, locatie Maastricht,

hierna te noemen: de raad.

1Het verloop van de procedure

1.1.

Het procesverloop in beide zaken blijkt uit:

  • het verzoekschrift van de vader, ontvangen op 20 maart 2026;

  • het verweerschrift van de moeder, ontvangen op 31 maart 2026;

  • de mondelinge behandeling met gesloten deuren, die heeft plaatsgevonden op 3 juli 2026 en waarbij aanwezig waren:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- een vertegenwoordigster van de raad;

- een vertegenwoordigster van de GI.

1.2.

De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. Zij heeft hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2De feiten

2.1.

Uit het inmiddels beëindigde huwelijk tussen partijen is op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats] geboren: [de minderjarige], hierna te noemen: [de minderjarige] .

2.2.

De vader heeft [de minderjarige] erkend. De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige] .

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 januari 2025 [de minderjarige] onder toezicht van de GI gesteld voor de duur van een jaar, dus tot 8 januari 2026. Deze maatregel is vervolgens verlengd bij beschikking van 30 december 2026 voor de duur van een jaar met ingang van 8 januari 2026, dus tot 8 januari 2027.

2.4.

Bij beschikking van 23 januari 2026 heeft de kinderrechter de in het ouderschapsplan opgenomen zorgregeling, gehecht aan de beschikking van 16 juni 2023, gewijzigd en de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders bepaald:

‘Oneven weken:

- woensdag haalt vader of netwerk van vader [de minderjarige] uit school en brengt haar donderdagochtend naar school. Vader of netwerk van vader haalt [de minderjarige] uit school op vrijdag en brengt haar maandag naar school.
Even weken:
- vader of netwerk van vader haalt [de minderjarige] op dinsdag op uit school en brengt haar op woensdag naar school.
Uitzonderingen:
- Bij een vrije dag/studiedag/ziekte van [de minderjarige] , is [de minderjarige] bij de ouder zoals bepaald in bovenstaand schema. wanneer er sprake is van een studiedag/ziekte/vrije dag of een andere reden waarom [de minderjarige] niet naar school kan, zal [de minderjarige] op die dag conform de schooltijden wisselen naar de andere ouder. Dit betekent dat de ouder waar het kind vandaan komt [de minderjarige] om 8:30 afzet bij de andere ouder.
- Aangezien vader met wisseldiensten werkt en er soms onvoorziene extra diensten bij vader worden ingepland kan vader dit uiterlijk 2 weken op voorhand melden bij moeder en de GI zodat er ouders samen kunnen overleggen voor een passend ander moment voor de omgang tussen vader en [de minderjarige] .
Vakanties en bijzondere dagen:
- de vakanties starten op vrijdagmiddag na school (einde schooltijd) en eindigen
maandag wanneer school weer start.

Herfst- en carnavalsvakantie:
Oneven jaren:
- Herfstvakantie: [de minderjarige] bij vader, [de minderjarige] zal van vrijdag tot maandag voor school
bij vader verblijven.
- Carnavalsvakantie: [de minderjarige] bij moeder, [de minderjarige] zal van vrijdag tot maandag voor
school bij moeder verblijven.
Even jaren:
- Herfstvakantie: [de minderjarige] bij moeder, [de minderjarige] zal van vrijdag tot maandag voor
school bij moeder verblijven.
- Carnavalsvakantie: [de minderjarige] bij vader, [de minderjarige] zal van vrijdag tot maandag voor
school bij vader verblijven.
Meivakantie:
Oneven jaren:
- [de minderjarige] zal van vrijdag na school in de 1ste week bij vader zijn tot de zondag 19:00 uur
[de minderjarige] zal van zondagavond 19:00 uur in de 2e week bij moeder zijn tot de maandag
voor school.
Even jaren:
- [de minderjarige] zal vrijdag na school in de 1ste week bij moeder zijn tot de zondag 19:00
[de minderjarige] zal van zondagavond tot 19:00 in de 2 week bij vader zijn tot de maandag
voor school.

Zomervakantie:
Oneven jaren:
- [de minderjarige] zal van vrijdag na school 2 weken bij vader zijn tot de zondag 19:00
- [de minderjarige] zal van zondag 19:00 twee weken bij moeder zijn tot de zondag 19:00
- [de minderjarige] zal van zondag 19:00 tot en met de zondag erna 19:00 bij vader zijn
- [de minderjarige] zal van zondag 19:00 tot de maandag erna voor school bij moeder zijn.
Even jaren:
- [de minderjarige] zal van vrijdag na school 2 weken bij moeder zijn tot de zondag 19:00
- [de minderjarige] zal van zondag 19:00 twee weken bij vader zijn tot de zondag 19:00
- [de minderjarige] zal van zondag 19:00 tot en met de zondag erna 19:00 bij moeder zijn
- [de minderjarige] zal van zondag 19:00 tot de maandag erna voor school bij vader zijn.
Kerstvakantie:
Oneven jaren:

- Vrijdag na school tot en met 1e kerstdag tot 20u bij vader.
- 1ste kerstdag 20u tot Nieuwjaars ochtend 10u bij moeder.
- Nieuwjaarsochtend 10u bij vader tot maandag voor school bij vader.
- Vrijdag na school tot en met 1e kerstdag tot 20u bij moeder.
- 1ste kerstdag 20u tot Nieuwjaars ochtend 10u bij vader.

- Nieuwjaarsochtend 10u bij moeder tot maandag voor school bij moeder.
Feestdagen en bijzondere dagen:
- 1ste paasdag even jaar bij vader, oneven jaar bij moeder.
- 2e paasdag even jaar bij moeder, oneven jaar bij vader.
- Moederdag en de verjaardag van moeder bij moeder.
- Vaderdag en de verjaardag van vader bij vader.
- Wanneer de feestdag in de omgangstijd van de andere ouder valt zal [de minderjarige]
gebracht worden door de ouder waar zij verblijft naar de andere ouder om 9:30 in de
ochtend. De ouder waar [de minderjarige] de feestdag viert zal [de minderjarige] naar de andere
ouder terugbrengen om 19:00 uur.
- Feestdagen die hierboven niet zijn benoemd vallen onder de reguliere
omgangsregeling;’

2.5.

[de minderjarige] woont bij de moeder.

3Het verzoek en de onderbouwing daarvan

In beide zaken:

3.1.

De vader verzoekt – na wijziging – om, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat en zowel in de bodemprocedure als bij provisioneel verzoek, de zorgregeling zoals vastgesteld bij voormelde beschikking van 23 januari 2026 als volgt te wijzigen:

Oneven weken

- De vader of het netwerk van de vader haalt [de minderjarige] op dinsdag op uit school en brengt haar op woensdag naar school.

Even weken

- Woensdag haalt de vader of het netwerk van de vader [de minderjarige] uit school en brengt haar donderdagochtend naar school. De vader of het netwerk van de vader haalt [de minderjarige] uit school op vrijdag en brengt haar maandag naar school.

Uitzonderingen

  • Bij een vrije dag/studiedag/ziekte van [de minderjarige] , is [de minderjarige] bij de ouder zoals bepaald in bovenstaand schema, wanneer er sprake is van een studiedag/ziekte/vrije dag of een andere reden waarom [de minderjarige] niet naar school kan. zal [de minderjarige] op die dag conform de schooltijden wisselen naar de andere ouder. Dit betekent dat de ouder waar het kind vandaan komt [de minderjarige] om 8:30 afzet bij de andere ouder.

  • Aangezien de vader met wisseldiensten werkt en er soms onvoorziene extra diensten bij de vader worden ingepland kan de vader dit uiterlijk 2 weken op voorhand melden bij de moeder en de GI zodat de ouders samen kunnen overleggen voor een passend ander moment voor het contact tussen de vader en [de minderjarige] .

Vakanties en bijzondere dagen

Oneven jaren:

  • Herfstvakantie: [de minderjarige] bij de vader, [de minderjarige] zal van vrijdag tot maandag voor school bij de vader verblijven.

  • Carnavalsvakantie: [de minderjarige] bij de moeder, [de minderjarige] zal van vrijdag tot maandag voor
    school bij de moeder verblijven.

Even jaren:

  • Herfstvakantie: [de minderjarige] bij de moeder, [de minderjarige] zal van vrijdag tot maandag voor
    school bij de moeder verblijven.

  • Carnavalsvakantie: [de minderjarige] bij de vader, [de minderjarige] zal van vrijdag tot maandag voor
    school bij de vader verblijven.

Meivakantie:

Oneven jaren:

- [de minderjarige] zal van vrijdag na school in de 1ste week bij de vader zijn tot de zondag 19:00 uur [de minderjarige] zal van zondagavond 19:00 uur in de 2e week bij de moeder zijn tot de maandag voor school.

Even jaren:

- [de minderjarige] zal vrijdag na school in de 1ste week bij de moeder zijn tot de zondag 19:00. [de minderjarige] zal van zondagavond tot 19:00 in de 2 week bij de vader zijn tot de maandag voor school.

Zomervakantie

Oneven jaren:

  • [de minderjarige] zal van vrijdag na school 2 weken bij de vader zijn tot de zondag 19:00.

  • [de minderjarige] zal van zondag 19:00 twee weken bij de moeder zijn tot de zondag 19:00.

  • [de minderjarige] zal van zondag 19:00 tot en met de zondag erna 19:00 bij vader zijn.

  • [de minderjarige] zal van zondag 19:00 tot de maandag erna voor school bij moeder zijn.

Even jaren:

  • [de minderjarige] zal van vrijdag na school 2 weken bij de moeder zijn tot de zondag 19:00.

  • [de minderjarige] zal van zondag 19:00 twee weken bij de vader zijn tot de zondag 19:00.

  • [de minderjarige] zal van zondag 19:00 tot en met de zondag erna 19:00 bij de moeder zijn.

  • [de minderjarige] zal van zondag 19:00 tot de maandag erna voor school bij de vader zijn.

Kerstvakantie

Oneven jaren:

  • Vrijdag na school tot en met 1ste kerstdag tot 20u bij de vader.

  • 1ste kerstdag 20u tot Nieuwjaars ochtend l0u bij de moeder.

  • Nieuwjaarsochtend l0u bij vader tot maandag voor school bij de vader.

Even jaren:

  • Vrijdag na school tot en met 1ste kerstdag tot 20u bij de moeder.

  • 1ste kerstdag 20u tot Nieuwjaars ochtend 10u bij de vader.

  • Nieuwjaarsochtend l0u bij moeder tot maandag voor school bij de moeder.

Feestdagen en bijzondere dagen:

  • 1ste paasdag even jaar bij de vader, oneven jaar bij de moeder.

  • 2de paasdag even jaar bij de moeder, oneven jaar bij de vader.

  • Moederdag en de verjaardag van de moeder bij de moeder.

  • Vaderdag en de verjaardag van de vader bij de vader.

  • Wanneer de feestdag in de omgangstijd van de andere ouder valt zal [de minderjarige] gebracht

worden door de ouder waar zij verblijft naar de andere ouder om 9:30 in de ochtend. De

ouder waar [de minderjarige] de feestdag viert zal [de minderjarige] naar de andere ouder terugbrengen

om 19:00 uur.

- Feestdagen die hierboven niet zijn benoemd vallen onder de reguliere zorgregeling.

3.2.

Ter onderbouwing van zijn verzoek stelt de vader het volgende. Na ontvangst van de beschikking van 23 januari 2026 op 27 januari 2026, is de vader erachter gekomen dat er sprake is van een vergissing aan zijn kant. De oneven en even weken in de reguliere zorgregeling (doordeweeks) komen niet overeen met zijn werkschema. De even en oneven weken zijn abusievelijk verwisseld, waardoor het doordeweekse contactmoment van [de minderjarige] met de vader op de woensdag nu valt op een werkdag van de vader. Door deze verwisseling hebben de vader en [de minderjarige] vanaf 27 januari 2026 tot op heden geen doordeweeks contactmoment meer op de woensdag kunnen hebben. Daarnaast is er bij de verdeling van de kerstvakantie tussen de ouders een tussenzin over de even jaren weggevallen, waardoor er op dit moment enkel een tegenstrijdige regeling staat voor de oneven jaren. Voor het overige is de zorgregeling conform de bedoeling van de GI vastgesteld door de kinderrechter. De vader en de GI hebben geprobeerd om samen met de moeder in der minne te komen tot een aanpassing van de zorgregeling, zodat [de minderjarige] en de vader doordeweeks op de woensdag contact kunnen hebben. Op 30 januari 2026 heeft de vader een e-mail aan de moeder hierover gestuurd en heeft de GI de wijziging in de even en oneven weken voorgelegd aan de moeder. Na enkele weken bedenk- en overlegtijd voor de moeder met haar advocaat, heeft de moeder op 3 maart 2026 laten weten niet in te stemmen met de wijziging. Dit terwijl de GI het doordeweekse contactmoment op de woensdag met de vader in het belang van [de minderjarige] en de continuïteit in het contact met beide ouders acht. Bovendien verandert er in de kern niets fundamenteels aan de zorgregeling. Doordat de moeder weigert om mee te werken aan de wijziging, is de vader genoodzaakt om een procedure te starten en de kinderrechter te verzoeken om de wijziging te bewerkstelligen, zowel de wisseling in de even en oneven weken voor de reguliere zorgregeling als de toevoeging van de tussenzin ‘even weken’ bij de verdeling van de kerstvakantie.

3.3.

Tijdens de zitting heeft de vader in reactie op het verweer van de moeder gesteld dat hij ontvankelijk is in zijn verzoek tot wijziging van de zorgregeling. Hij betwist de stelling van de moeder dat hij in hoger beroep had moeten gaan tegen de eerdere beschikking van 23 januari 2026. Bovendien brengt de moeder geen concrete, inhoudelijke bezwaren naar voren die maken dat de verzochte wijziging van de zorgregeling niet in het belang van [de minderjarige] zou zijn. Het verzoek van de vader ligt dan ook klaar voor toewijzing.

4Het verweer

4.1.

De moeder voert verweer en verzoekt primair om de vader in beide procedures niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken, subsidiair de verzoeken af te wijzen als zijnde ongegrond en/of onbewezen met veroordeling van de vader in de kosten van deze procedure. Het had op de weg van de vader om in hoger beroep te gaan tegen een beslissing die in zijn optiek ‘fout’ is, nog daargelaten dat de moeder van mening is dat de beschikking van 23 januari 2026 geen ‘foute’ beschikking is. De vader kan geen (nieuwe) procedure beginnen om alsnog een wijziging van de zorgregeling te bewerkstelligen, nu hij niet in hoger beroep is gegaan binnen de appèltermijn. Verder gelooft de moeder ook niet dat er sprake is van een vergissing van de vader. De vader is vrachtwagenchauffeur en zijn werkrooster wordt ‘à la carte’ aangepast. Dat is ook in januari 2026 gebeurd en daarom wenst de vader nu een wijziging van de zorgregeling. Als er geen sprake is van een vergissing waardoor er bij het nemen van de beslissing uit is gegaan van onjuiste of onvolledige gegevens, kan een zorgregeling enkel gewijzigd worden als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Een wijziging van een werkrooster kwalificeert niet als een relevante wijziging van omstandigheden, zodat de vader ook hierom niet-ontvankelijk is in zijn verzoeken. De moeder is niet bereid tot enige wijziging van de huidige zorgregeling. Zij heeft zich al vaak genoeg moeten aanpassen aan de wensen van de vader. Er is sprake van wantrouwen en zeer slechte communicatie tussen de ouders, wat maakt dat de ouders de regeling in de beschikking van 23 januari 2026, die hen duidelijkheid biedt, in het belang van [de minderjarige] strikt dienen na te leven.

5De mening van [de minderjarige]

5.1.

vindt het contact met de vader fijn zoals dat nu verloopt. Ze vindt het wel jammer dat ze haar bonusvader niet om de week op zondagavond kan zien en niet bij zijn verjaardag kan zijn. Wanneer [de minderjarige] om de week op woensdag bij de vader is, kan ze ook haar opa en oma niet zien.

6Het advies van de raad

6.1.

De raad geeft aan zich niet uit te laten over de ontvankelijkheid van de vader. Het is aan de kinderrechter om daar een beslissing over te nemen. Wat de raad mist in het verhaal van de moeder, is het belang van [de minderjarige] , die al sinds januari 2026 geen doordeweekse contactmomenten op de woensdag meer met de vader heeft kunnen hebben. Dat zal een behoorlijke impact op haar hebben. In dit licht bezien, kan de raad zich erin vinden dat de zorgregeling wordt gewijzigd overeenkomstig het verzoek van de vader.

7De informatie van de GI

7.1.

De GI, die als informant is gehoord, geeft aan dat zij het verhaal van de vader over de vergissing met zijn werkrooster kan bevestigen. De vader was in de veronderstelling dat zijn werkrooster strookte met de door de GI verzochte zorgregeling, maar dit bleek achteraf niet zo te zijn. De GI ziet dat [de minderjarige] last heeft van het feit dat ze de vader al een paar maanden niet meer doordeweeks op de woensdag heeft kunnen zien. Ze heeft behoefte aan voldoende contact met haar beide ouders. Evenals de vader, ziet de GI geen concrete inhoudelijke bezwaren van de moeder die zouden moeten leiden tot afwijzing van het verzoek van de vader. Het lijkt voor de moeder een principekwestie te zijn en dat gaat geheel voorbij aan het belang van [de minderjarige] .

8De beoordeling

Voeging

8.1.

Vanwege hun verknochtheid zijn de zaken op de voet van artikel 285

Rv gevoegd behandeld. Daarom wordt in deze zaken één beschikking gegeven.

In de zaak met nummer 350715:

Het wettelijk kader

8.2.

Op grond van artikel l:265g, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter op verzoek van de GI voor de duur van de ondertoezichtstelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. Uit het tweede lid van artikel 1:265g BW volgt dat de kinderrechter op verzoek van onder meer een met gezag belaste ouder de in het eerste lid genoemde beslissing kan wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

Reden tot wijziging

8.3.

De kinderrechter dient eerst te beoordelen of zich na de beschikking van 23 januari 2026 een relevante wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan dan wel dat bij het nemen van de beslissing in voormelde beschikking is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens. De kinderrechter is van oordeel dat in het onderhavige geval bij het nemen van de beslissing is uitgegaan van onjuiste gegevens, zodat de vader ontvankelijk is in zijn verzoek. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.

8.4.

Tijdens de zitting heeft de kinderrechter een tweetal uitspraken van de Hoge Raad en een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voorgehouden aan de ouders. Deze uitspraken betreffen alimentatiezaken en geven de interpretatie van het toetsingskader van artikel 1:401 lid 4 BW weer, op grond waarvan de rechter een uitspraak betreffende levensonderhoud kan wijzigen of intrekken, indien deze beschikking van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Volgens de Hoge Raad heeft artikel 1:401 lid 4 BW betrekking op ieder gegeven waarvan achteraf aannemelijk wordt gemaakt dat het bij de uitspraak waarvan wijziging wordt verzocht een rol had behoren te spelen, maar niet heeft gespeeld, of waarvan achteraf aannemelijk wordt gemaakt dat het onjuist is, terwijl het ontbrekende of juiste gegeven tot een andere vaststelling van de onderhoudsuitkering op grond van draagkracht of behoefte zou hebben geleid. Daarbij maakt het niet uit dat de partij die zich beroept op wijziging dan wel intrekking van de uitspraak al voor het verlopen van de appèltermijn had kunnen zien dat bij de betrokken uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan en daartegen een rechtsmiddel had kunnen aanwenden, maar dit niet heeft gedaan. Daarnaast is ook niet van belang of er sprake is van een vergissing en zo ja, of de rechter of (één van de) partijen die vergissing hebben (heeft) gemaakt. 1 Ook vergissingen van de advocaten van partijen staan het toewijzen van een wijzigingsverzoek niet in de weg. 2 Tot slot doet niet ter zake of het (één van de) partijen kan worden verweten dat een relevant gegeven niet of onjuist is verstrekt en of de verzoekende partij door een verstek, referte of berusting heeft laten passeren dat van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. 3

8.5.

Hoewel in het onderhavige geval geen sprake is van een wijzigingsverzoek in het kader van een alimentatiebeslissing waarop artikel 1:401 lid 4 BW van toepassing is, ziet de kinderrechter geen reden om aan te nemen dat de beoordeling van het criterium “uitgaan van onjuiste of onvolledige gegevens” in voormelde uitspraken niet zouden gelden voor beslissingen in het kader van artikel 1:377e BW en/of artikel 1:265g BW. Hoewel deze artikelen zien op een ander materieel toepassingsgebied – namelijk de wijziging van beslissingen betreffende het ouderlijk gezag over dan wel omgang met (onder toezicht gestelde) minderjarigen – bevatten zij exact dezelfde wijzigingsgrond als artikel 1:401 lid 4 BW: bij het nemen van de beslissing is van onjuiste of onvolledige gegevens uitgegaan. De rechtbank zal daarom de ontvankelijkheid van de vader toetsen aan de hand van bovenvermelde rechtspraak.

8.6.

De kinderrechter stelt vast dat de vader voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn werkrooster niet strookt met de huidige zorgregeling en dat een juiste veronderstelling over het werkrooster van de vader had geleid tot een andere vaststelling van de zorgregeling. De GI heeft dit ter zitting bevestigd en dit wordt ook niet betwist door de moeder. De stelling van de moeder dat de vader op het moment dat de appèltermijn nog niet was verstreken deze onjuiste veronderstelling heeft ontdekt en hoger beroep had kunnen en moeten instellen om dit te herstellen, staat niet in de weg aan het honoreren van het wijzigingsverzoek van de vader en zal de rechtbank dan ook passeren. Ook het standpunt van de moeder of er wel sprake is van een (verwijtbare) vergissing door de vader (of zijn advocaat), is in het licht van de aangehaalde rechtspraak niet relevant en wordt daarom door de rechtbank gepasseerd. Daarmee is de rechtbank van oordeel dat de vader ontvankelijk is in zijn verzoek, zodat de weg openligt voor een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.

De inhoudelijke beoordeling

8.7.

De kinderrechter zal het verzoek van de vader om de zorgregeling te wijzigen, toewijzen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

8.8.

Vast staat dat de ouders nog steeds verwikkeld zijn in een ex-partnerstrijd, waardoor zij tot op heden niet in staat zijn om samen in onderling overleg afspraken te maken over de opvoeding van [de minderjarige] . Het is daarom van belang voor [de minderjarige] dat er rust, regelmaat en stabiliteit komt in de zorgregeling met de vader. Mede om die reden is er ook een ondertoezichtstelling en is de GI betrokken. [de minderjarige] en de vader hebben als gevolg van de vergissing (verwisseling even en oneven weken) en de opstelling van de moeder hierin al enkele maanden op woensdag geen contact met elkaar gehad. Dit terwijl woensdagmiddag een moment is voor schoolgaande kinderen om leuke dingen te gaan doen met ouders en/of vriend(inn)en, zoals de kinderrechter heeft overwogen onder overweging 6.5. in de beschikking van 23 januari 2026. De moeder heeft niet gesteld, noch is gebleken dat [de minderjarige] er niet gebaat bij is om iedere week op de woensdag afwisselend met de vader dan wel de moeder leuke activiteiten te kunnen ondernemen na school. Ook anderszins is door de moeder niet gesteld, noch gebleken, dat (praktische) bezwaren zich in het belang van [de minderjarige] verzetten tegen wijziging van de zorgregeling. De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk dat de huidige reguliere zorgregeling wordt gewijzigd voor wat betreft de doordeweekse contactmomenten in even en oneven weken, zodat [de minderjarige] voldoende ‘quality time’ kan doorbrengen met haar beide ouders. Bovendien verandert er, zoals de vader stelt, wezenlijk niets in de kern van de zorgregeling: de omvang en frequentie van de contactmomenten tussen [de minderjarige] en de vader blijft hetzelfde als bij de huidige zorgregeling. Verder acht de rechtbank de toevoeging van de tussenzin ‘even weken’ bij de regeling betreffende de verdeling van kerstvakantie noodzakelijk. Tegen deze verdeling heeft de moeder geen verweer gevoerd en de strekking van deze verdeling blijft ook hetzelfde. Bovendien is het – gelet op de slechte communicatie en verhouding tussen de ouders – van belang dat de zorgregeling duidelijk is en niet voor verschillende interpretaties vatbaar is. Gelet op het voorgaande, zal de rechtbank het verzoek van de vader toewijzen en de zorgregeling wijzigen overeenkomstig het verzochte.

De proceskosten

8.9.

De moeder verzoekt om de vader te veroordelen in de kosten van deze procedure. De rechtbank zal dit verzoek van de moeder afwijzen en de moeder veroordelen tot betaling van de proceskosten van de vader. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

8.10.

In procedures tussen voormalige levensgezellen geldt de hoofdregel dat de proceskosten geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd tussen de partijen, in die zin dat ieder van de partijen de eigen kosten draagt. Dit volgt uit artikel 237 Rv juncto artikel 289 Rv. De rechter is echter niet verplicht tot compensatie. Uit voormelde artikelen volgt dat de rechter een partij in de proceskosten van de wederpartij kan veroordelen als zijnde de in het ongelijk gestelde partij of als hij of zij de proceskosten nodeloos heeft aangewend of veroorzaakt. De rechter kan een partij ambtshalve veroordelen in de kosten van de wederpartij, ook als de wederpartij dit niet expliciet heeft verzocht.

8.11.

In de onderhavige procedure heeft de vader de rechtbank niet expliciet verzocht om de moeder te veroordelen in de kosten van de procedure. Wel heeft de vader onweersproken gesteld dat hij niet in aanmerking komt voor gefinancierde rechtshulp en dat hij overuren moet maken om deze procedure te kunnen bekostigen. De rechtbank ziet in de proceshouding van de moeder aanleiding om af te wijken van voormelde hoofdregel, dat proceskosten in een procedure van familierechtelijke aard tussen partijen worden gecompenseerd. De rechtbank is van oordeel dat de moeder aan de zijde van de vader nodeloze proceskosten heeft veroorzaakt door zich, zonder te komen met concrete inhoudelijke bezwaren, te blijven verzetten tegen het meermaals in der minne verzochte herstel van de gemaakte vergissing. Met de raad is de rechtbank van mening dat het verzet van de moeder voor haar een principekwestie lijkt te zijn. De GI heeft bij de mondelinge behandeling ook onweersproken gesteld dat zij meermaals heeft geprobeerd om zonder een nieuwe procedure te komen tot herstel van de gemaakte vergissing. Zij stuitte daarbij echter telkens op weerstand van de moeder die, zoals vermeld, geen enkel inhoudelijk bezwaar kenbaar heeft gemaakt. De rechtbank weegt mee dat de moeder zelf ook niet heeft geprobeerd om de vader aan de door de rechtbank vastgestelde regeling te houden door aanspraak te maken op nakoming. Vaststaat immers dat die regeling van meet af aan niet door de vader is nagekomen, wat de moeder tijdens de zitting desgevraagd heeft bevestigd. Naar het oordeel van de rechtbank is hier sprake van dwarsliggen door de moeder zonder enig inhoudelijk belang, waarbij zij het belang van [de minderjarige] ondergeschikt heeft gemaakt aan haar eigen principes. De rechtbank vindt de houding van de moeder onacceptabel, juist omdat er een kind bij betrokken is, aan wie hierdoor het contact op de woensdag met haar vader maandenlang is onthouden. De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij geheel is gevaren op het advies van haar advocaat. De moeder kan zich echter niet verschuilen achter adviezen van haar advocaat, omdat zij ingestemd heeft met het verweer van de advocaat en de afwijzende opstelling in deze procedure. Wat zich in de bepaling van de in de zaak te volgen strategie tussen de moeder en haar advocaat heeft afgespeeld of in dat kader is besproken, speelt voor de beoordeling geen rol. Doorslaggevend is dat de vader door de opstelling van de moeder geen andere keuze had dan herstel van de gemaakte vergissing te bewerkstelligen via deze rechterlijke procedure. Deze onnodige procedure en de daarmee gepaard gaande kosten, zowel voor partijen als voor de Staat (de kosten van de rechtbank), hadden dus door de moeder kunnen worden voorkomen. De rechtbank zal voor de vaststelling van hetgeen de moeder ter zake aan de vader verschuldigd is, aansluiten bij het voor 2026 geldend liquidatietarief in categorie II (zaken van onbepaalde waarde), derhalve € 614,- per punt. Op basis van twee punten (verzoekschrift en mondelinge behandeling) is de moeder dan aan de vader € 1.228,- + € 341,- griffierecht, is samen € 1.569,- verschuldigd. De rechtbank zal de moeder dan ook veroordelen tot betaling aan de vader van een bedrag van € 1.569,- ter zake van veroordeling in de proceskosten.

Uitvoerbaar bij voorraad

8.12.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

In de zaak met nummer 350718 :

8.13.

De rechtbank is, gelet op de beslissing die in de bodemzaak zal worden gegeven met betrekking tot wijziging van de zorgregeling, van oordeel dat de vader geen belang meer heeft bij zijn verzoek om een provisionele voorziening te treffen. De rechtbank zal het verzoek van de vader wegens gebrek aan belang daarom afwijzen.

9De beslissing

De rechtbank:

In de zaak met nummer 350715:

9.1.

wijzigt de bij beschikking van 23 januari 2026 door de kinderrechter in deze rechtbank vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, als volgt:

Oneven weken

- De vader of het netwerk van de vader haalt [de minderjarige] op dinsdag op uit school en brengt haar op woensdag naar school.

Even weken

- Woensdag haalt de vader of het netwerk van de vader [de minderjarige] uit school en brengt haar donderdagochtend naar school. De vader of het netwerk van de vader haalt [de minderjarige] uit school op vrijdag en brengt haar maandag naar school.

Uitzonderingen

  • Bij een vrije dag/studiedag/ziekte van [de minderjarige] , is [de minderjarige] bij de ouder zoals bepaald in bovenstaand schema, wanneer er sprake is van een studiedag/ziekte/vrije dag of een andere reden waarom [de minderjarige] niet naar school kan. zal [de minderjarige] op die dag conform de schooltijden wisselen naar de andere ouder. Dit betekent dat de ouder waar het kind vandaan komt [de minderjarige] om 8:30 afzet bij de andere ouder.

  • Aangezien de vader met wisseldiensten werkt en er soms onvoorziene extra diensten bij de vader worden ingepland kan de vader dit uiterlijk 2 weken op voorhand melden bij de moeder en de GI zodat de ouders samen kunnen overleggen voor een passend ander moment voor het contact tussen de vader en [de minderjarige] .

Vakanties en bijzondere dagen

Oneven jaren:

  • Herfstvakantie: [de minderjarige] bij de vader, [de minderjarige] zal van vrijdag tot maandag voor school bij de vader verblijven.

  • Carnavalsvakantie: [de minderjarige] bij de moeder, [de minderjarige] zal van vrijdag tot maandag voor
    school bij de moeder verblijven.

Even jaren:

  • Herfstvakantie: [de minderjarige] bij de moeder, [de minderjarige] zal van vrijdag tot maandag voor
    school bij de moeder verblijven.

  • Carnavalsvakantie: [de minderjarige] bij de vader, [de minderjarige] zal van vrijdag tot maandag voor
    school bij de vader verblijven.

Meivakantie:

Oneven jaren:

- [de minderjarige] zal van vrijdag na school in de 1ste week bij de vader zijn tot de zondag 19:00 uur [de minderjarige] zal van zondagavond 19:00 uur in de 2e week bij de moeder zijn tot de maandag voor school.

Even jaren:

- [de minderjarige] zal vrijdag na school in de 1ste week bij de moeder zijn tot de zondag 19:00. [de minderjarige] zal van zondagavond tot 19:00 in de 2 week bij de vader zijn tot de maandag voor school.

Zomervakantie

Oneven jaren:

  • [de minderjarige] zal van vrijdag na school 2 weken bij de vader zijn tot de zondag 19:00.

  • [de minderjarige] zal van zondag 19:00 twee weken bij de moeder zijn tot de zondag 19:00.

  • [de minderjarige] zal van zondag 19:00 tot en met de zondag erna 19:00 bij vader zijn.

  • [de minderjarige] zal van zondag 19:00 tot de maandag erna voor school bij moeder zijn.

Even jaren:

  • [de minderjarige] zal van vrijdag na school 2 weken bij de moeder zijn tot de zondag 19:00.

  • [de minderjarige] zal van zondag 19:00 twee weken bij de vader zijn tot de zondag 19:00.

  • [de minderjarige] zal van zondag 19:00 tot en met de zondag erna 19:00 bij de moeder zijn.

  • [de minderjarige] zal van zondag 19:00 tot de maandag erna voor school bij de vader zijn.

Kerstvakantie

Oneven jaren:

  • Vrijdag na school tot en met 1ste kerstdag tot 20u bij de vader.

  • 1ste kerstdag 20u tot Nieuwjaars ochtend l0u bij de moeder.

  • Nieuwjaarsochtend l0u bij vader tot maandag voor school bij de vader.

Even jaren:

  • Vrijdag na school tot en met 1ste kerstdag tot 20u bij de moeder.

  • 1ste kerstdag 20u tot Nieuwjaars ochtend 10u bij de vader.

  • Nieuwjaarsochtend l0u bij moeder tot maandag voor school bij de moeder.

Feestdagen en bijzondere dagen:

  • 1ste paasdag even jaar bij de vader, oneven jaar bij de moeder.

  • 2de paasdag even jaar bij de moeder, oneven jaar bij de vader.

  • Moederdag en de verjaardag van de moeder bij de moeder.

  • Vaderdag en de verjaardag van de vader bij de vader.

  • Wanneer de feestdag in de omgangstijd van de andere ouder valt zal [de minderjarige] gebracht

worden door de ouder waar zij verblijft naar de andere ouder om 9:30 in de ochtend. De

ouder waar [de minderjarige] de feestdag viert zal [de minderjarige] naar de andere ouder terugbrengen

om 19:00 uur.

- Feestdagen die hierboven niet zijn benoemd vallen onder de reguliere zorgregeling.

9.2.

veroordeelt de moeder tot betaling aan de vader van de proceskosten, aan de zijde van de vader gevallen en vastgesteld op € 1.569,-.

9.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

In de zaak met nummer 350718 :

9.4.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Swaaij, kinderrechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Brüll, griffier op 27 juli 2026.

Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

1

HR 21 april 2006 ECLl:NL:HR:2006:AU9734 met de conclusie van de P-G ECLI:NL:PHR:2006:AU9734.

2

HR 28 mei 2004 ECLI:NL:HR:2004:AO40l5.

3

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 augustus 2016, ECLI:NL:GHARL 2016:7172.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733