Essentie (gemaakt door AI)
Machtiging gesloten jeugdhulp waarin voor drie maanden wordt toegewezen en het resterende verzoek wordt afgewezen. Kinderrechter acht voortzetting nodig op grond van ernstige problematiek en ontbreken minder ingrijpende alternatieven. Uitvoerige overwegingen over informatieverstrekking bij jeugdige 16+, waarin medische behandelinhoud zonder toestemming niet mag worden gedeeld, maar behandelplan, voortgang, dagrapportages en incidenten wél aan ouders en college moeten worden verstrekt. Zorgen en aanwijzingen over onveiligheid op terrein van de accommodatie.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 17-08-2026 |
| Zaaknummer | C/02/448752 / JE RK 26-940 |
| Procedure | Rekestprocedure |
| Zittingsplaats | Breda |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Jeugdbescherming / Jeugdwet; Privacy in de jeugdhulp; Gesloten jeugdzorg |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Verzoek machtiging gesloten jeugdhulp. Overwegingen over het delen van informatie van jeugdige 16+ en over onveiligheid op het terrein van de accommodatieVolledige uitspraak
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448752 / JE RK 26-940
Datum uitspraak: 11 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE DONGEN,
locatie Tilburg,
hierna te noemen het college,
advocaat mr. B.C.W. Smits (gemeente Tilburg),
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. R.G.J. van Kerkhof uit Gilze.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[minderjarige] ,
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 juni 2026;
-
de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper [persoon 1] van 3 juni 2026;
-
de e-mail van mr. Smits van 9 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
mr. Van Kerkhof;
-
de vader;
- de moeder;
-
mr. Smits;
-
mevrouw [persoon 2] , casusregisseur van de gemeente [woonplaats] ;
-
mevrouw [persoon 3] , gedragsdeskundige van [accommodatie] ;
-
een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Voorafgaand aan de zitting heeft de kinderrechter kort met de advocaat van [minderjarige] gesproken, omdat [minderjarige] niet met de kinderrechter in gesprek wilde gaan. Volgens de advocaat heeft [minderjarige] voor vertrek bij [accommodatie] al aangegeven dat hij het spannend vindt om met de kinderrechter te praten. Tijdens de rit van [accommodatie] naar de rechtbank in Breda zijn de spanningen bij hem verder opgebouwd. Hij heeft na aankomst in [plaats 1] bij zowel zijn advocaat als de gedragsdeskundige aangegeven dat hij op ontploffen staat en niet met de kinderrechter wil spreken. De advocaat verzoekt de kinderrechter daarom om af te zien van een gesprek met [minderjarige] . Hij weet voldoende om een standpunt van [minderjarige] tijdens de zitting naar voren te brengen. Gelet op het voorgaande ziet de kinderrechter er van af om [minderjarige] te horen.
2De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
Bij beschikking van 22 oktober 2025 heeft de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verleend met ingang van 22 oktober 2025 tot 22 januari 2026.
Bij beschikking van 16 januari 2026 is een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verleend tot 16 juni 2026.
[minderjarige] verblijft op grond van deze machtiging bij [accommodatie] in [plaats 2] .
3Het verzoek
Het college verzoekt een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van zes maanden.
De vader en de moeder stemmen in met het verblijf van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.
De onafhankelijk gedragswetenschapper stemt in met gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
4De standpunten
De advocaat van het college geeft aan dat een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] nog noodzakelijk is. [minderjarige] is positieve stappen aan het zetten bij [accommodatie] , maar hij is er nog niet klaar voor om naar huis te gaan. De gedragswetenschapper stemt in met een gesloten plaatsing voor de duur van 3 maanden en het college vindt die periode ook passend. Het college verzoekt de kinderrechter dan ook om het verzoek toe te wijzen voor de duur van drie maanden en heeft er geen bezwaar tegen als het resterende deel van het verzoek wordt afgewezen. Het college heeft aangegeven dat er zorgen zijn over de veiligheid van [minderjarige] op de groep. [minderjarige] heeft aangegeven dat hij vanwege de onveiligheid niet nog maanden binnen [accommodatie] wil verblijven en dat, wanneer hij niet naar huis mag, hij een einde aan zijn leven zal maken. Tegelijkertijd heeft hij aangegeven dat in geval de gesloten machtiging zal worden verlengd, hij wel binnen [accommodatie] wil verblijven en niet overgeplaatst wil worden naar een andere instelling.
Het college vraagt er daarnaast aandacht voor dat de communicatie vanuit [minderjarige] en [accommodatie] richting de ouders en het college moeizaam verloopt. [minderjarige] heeft tot op heden geen informatie willen delen over de voortgang van zijn behandeling bij [accommodatie] . [accommodatie] stelt zich op het standpunt zonder toestemming van [minderjarige] geen informatie met de ouders en het college te delen. In de visie van het college is het echter in het belang van [minderjarige] dat die informatie wel wordt gedeeld. Het college wil dit graag bespreken met de Raad en heeft de kinderrechter om die reden verzocht de Raad voor de onderhavige zitting uit te nodigen. Het college verzoekt de kinderrechter voorts om over dit onderwerp een standpunt in te nemen.
De gedragsdeskundige van [accommodatie] is van mening dat een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] nog noodzakelijk is. Zij is sinds drie maanden werkzaam bij [accommodatie] en in die periode heeft zij gezien dat [minderjarige] zich positief ontwikkelt. Hij komt steeds vaker in contact met de begeleiding en er zijn nu ook gesprekken gestart om te bekijken welke behandeling passend is voor hem. Individueel gezien maakt hij dus grote stappen. Op het terrein is er helaas sprake van onveiligheid voor [minderjarige] . Er is een groep jongens die het op hem gemunt heeft en dat heeft er al toe geleid dat [minderjarige] in elkaar geslagen is. Bij [accommodatie] is het duidelijk om welke jongens het gaat. Eén van de jongens is overgeplaatst. Er is gesproken over een overplaatsing van [minderjarige] naar een open setting op een andere locatie met een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp. Het is dan wel de bedoeling dat de huidige behandelaars betrokken blijven. De overplaatsing naar een open setting is enerzijds omdat [minderjarige] zich positief ontwikkelt, maar wordt anderzijds versneld door de onveiligheid voor [minderjarige] op het terrein. Het is onmogelijk om de veiligheid van [minderjarige] elke minuut van de dag te garanderen Het is een groot terrein en er zijn steeds momenten dat de jongeren zich vrij over het terrein bewegen.
[minderjarige] wilde aanvankelijk geen informatie delen met zijn ouders en het college over zijn behandeling bij [accommodatie] . Er is daarom ook contact geweest met de juridische afdeling van [accommodatie] en de jurist heeft aangegeven dat er absoluut geen informatie mag worden gedeeld, zolang [minderjarige] daar geen toestemming voor geeft. Dit zou volgens de jurist slechts anders zijn als [minderjarige] ontoerekeningsvatbaar is verklaard. Het argument van [minderjarige] om geen informatie te delen was dat hij geen contact had met zijn ouders. Het contact met zijn ouders en met name met zijn vader is de afgelopen periode hersteld. [minderjarige] geeft nu aan geen bezwaar meer te hebben wanneer de informatie wordt gedeeld met zijn ouders en heeft de gedragsdeskundige ook toestemming gegeven informatie tijdens de zitting te delen als daarom wordt gevraagd.
De ouders stemmen in met het verzoek van het college. Zij willen het liefst dat [minderjarige] weer thuis komt wonen, maar dat is nu nog te vroeg. Zij maken zich grote zorgen over de veiligheid van [minderjarige] bij [accommodatie] . De ouders hebben maandenlang geen contact gehad met [minderjarige] . Hij heeft de vader na maanden gebeld en hij heeft toen gezegd dat hij het leven niet meer zag zitten en dat hij er een einde aan wilde maken. De vader is toen naar [accommodatie] gegaan en is bij [minderjarige] blijven slapen. Toen de vader daar was, waren er activiteiten gepland met auto’s. Tijdens een eetmoment die dag werd [minderjarige] vanuit het niets aangevallen door een groep jongens. De vader is er toen tussen gesprongen om [minderjarige] te beschermen. De vader is toen ook geslagen, omdat hij er tussen bleef staan. Vervolgens is [minderjarige] daar weggehaald en mochten de jongens verder gaan met eten en de verdere activiteiten die dag. Toen [minderjarige] in de avond vroeg om te mogen aansluiten bij een volgende eetmoment, is dat niet toegestaan terwijl de jongens die deel uitmaakten van eerdergenoemde groep wel mee mochten doen. De ouders vinden de werkwijze van [accommodatie] onbegrijpelijk. [minderjarige] was al eerder een keer in elkaar geslagen door de groep. Ook heeft [minderjarige] de vader een keer opgebeld vanuit een tankstation in [plaats 3] . Hij was toen weggelopen bij [accommodatie] omdat hij bang was. De ouders willen dat de veiligheid van [minderjarige] bij [accommodatie] wordt gewaarborgd en verwachten dat [accommodatie] daartoe maatregelen treft en de betreffende jongens aanpakt. Ook willen zij informatie van [accommodatie] ontvangen over hoe het met hun zoon gaat. De ouders hebben over de onveiligheid van [minderjarige] en het gebrek aan informatie een klacht ingediend bij [accommodatie] .
De casusregisseur benadrukt dat het door het gebrek aan informatie heel lastig is om de casus te regisseren. Het college wil graag in gesprek met [accommodatie] over de taakverdeling en de informatieverschaffing. Het is de plicht van [accommodatie] om informatie te delen in het kader van de veiligheid. De samenwerking moet verbeteren om tot een goed gezamenlijk plan te komen. Om goed regie te kunnen pakken is het belangrijk dat het college in ieder geval de beschikking krijgt over de dagrapportages en alle incidentenmeldingen en dat voortgangsinformatie over de behandeling wordt gedeeld met het college en de ouders.
De advocaat van [minderjarige] stelt dat [minderjarige] zich niet verzet tegen een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden. Het gaat steeds wat beter met [minderjarige] . Het contact met zijn vader is enorm verbeterd. In het contact met zijn moeder moeten nog wel stappen worden gezet. [minderjarige] wil naar huis, maar hij begrijpt dat het nu nog niet kan. Hij gaat er niet vanuit dat het thuis meteen gaat escaleren als hij nu naar huis zou gaan, maar hij realiseert zich wel dat er nog een aantal stappen moeten worden gezet voordat het bestendig genoeg is om weer naar huis te gaan. De advocaat verzoekt de kinderrechter het verzoek van het college voor de duur van drie maanden toe te wijzen en het resterende verzoek af te wijzen. Wanneer het college nog een nieuw verzoek moet doen, wordt er volgens de advocaat namelijk vaak meer informatie gegeven dan wanneer er slechts een briefrapportage hoeft te komen bij aanhouding van een resterend verzoek. Het is in het belang van [minderjarige] om het zo te doen.
Voor wat betreft het delen van informatie acht de advocaat het wenselijk dat de kinderrechter in de beschikking vermeldt dat het in het belang is van [minderjarige] dat er vanuit [accommodatie] informatie wordt gedeeld met de ouders en het college. [minderjarige] is nog maar zestien jaar. Moet hij in staat worden geacht om te overzien wat het inhoudt om geen informatie te delen? Dat inzicht moet er wel komen bij hem, want dat is in zijn belang.
De vertegenwoordigster van de Raad constateert dat [minderjarige] niet veilig is op de plek waar hij behandeld wordt en vindt het absurd dat er geen informatie door [accommodatie] wordt gedeeld. Zij vraagt zich af of er al een melding is gedaan bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. De Raad vindt het schokkend om te horen wat hier aan de hand is. [minderjarige] is een jongen die kampt met forse gedragsproblematiek en dringend een goede behandeling nodig heeft. Minimaal vereist is daarvoor dat hij veilig is op zijn behandelplek en [accommodatie] is daar verantwoordelijk voor. [accommodatie] hoeft niet alle informatie over [minderjarige] te delen, maar de gezagdragende ouders moeten ook beslissingen over [minderjarige] kunnen nemen.
5De beoordeling
Het wettelijk kader
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet, kan een machtiging om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven alleen worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter:
-
jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;
-
de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en
-
er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
De inhoudelijke beoordeling
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting blijkt dat er nog steeds forse zorgen zijn over [minderjarige] . Sinds eind 2024 loopt [minderjarige] vast in zijn ontwikkeling en is er sprake van een patroon van emotionele ontregeling, impulsieve agressiedoorbraken en wegloopgedrag. Eerdere hulpverlening kwam niet (tijdig) van de grond en bleek niet voldoende, met verdere ontregeling tot gevolg. Een crisismaatregel en klinische opname in 2025 is door [minderjarige] en de ouders als traumatisch ervaren. Door een oplopende lijn van hevige agressie incidenten is [minderjarige] in oktober 2025 gesloten geplaatst bij [accommodatie] . In eerste instantie heeft [minderjarige] ervoor gekozen geen contact meer met zijn ouders te hebben. In de maanden daarna is er sprake geweest van fysieke en verbale agressie naar spullen of personen, het niet meewerken aan de behandeling, het weigeren van gesprekken, het niet naar school gaan en wegloopgedrag. Inmiddels zet [minderjarige] voorzichtig positieve stappen vooruit. Hij is beter in contact met zijn begeleiders en staat open voor behandeling. Ook staat [minderjarige] steeds meer open voor contact met zijn ouders. Er is nu een regelmatiger contact tussen [minderjarige] en de vader, die hij ook om hulp vraagt. De ouders en [minderjarige] willen het liefst dat [minderjarige] naar huis komt, maar realiseren zich dat dat nu nog te vroeg is.
Gelet op de ernst van de problematiek en de forse zorgen is de kinderrechter met het college en de belanghebbenden van oordeel dat een verder verblijf van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp noodzakelijk is.
Het is niet gebleken dat er op dit moment minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de problematiek van [minderjarige] te behandelen. Een langer verblijf bij [accommodatie] is nodig om de huidige prille positieve ontwikkelingen te continueren en te waarborgen.
5.3. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] nog nodig is. De gedragswetenschapper stemt in met een periode van drie maanden. Het college, de ouders en [minderjarige] zijn het hiermee eens. De kinderrechter vindt deze periode eveneens passend en noodzakelijk en zal de machtiging dan ook verlenen voor de duur van drie maanden. Het resterende verzoek zal worden afgewezen.
Het delen van (medische) informatie
Voor wat betreft het delen van informatie overweegt de kinderrechter dat een minderjarige van zestien jaar of ouder zelfstandig bevoegd is tot het aangaan van een medische behandelovereenkomst en in zoverre gelijkgesteld wordt aan een meerderjarige. Dit betekent dat [minderjarige] zelf over medische behandelingen beslist en dat zorgverleners zijn medische gegevens niet zonder toestemming van [minderjarige] mogen delen met de ouders of derden. Naar het oordeel van de kinderrechter betekent dit dat informatie over hetgeen [minderjarige] tijdens een behandeling met bijvoorbeeld een psycholoog of psychiater deelt niet gedeeld mag worden met de ouders of het college.
Het niet delen van andersoortige informatie is naar het oordeel van de kinderrechter niet in het belang van [minderjarige] . Het is in zijn belang dat zo snel als mogelijk toegewerkt wordt naar een thuisplaatsing. De terugkeer naar huis moet evenwel op een veilige en geleidelijke manier plaatsvinden, zodat bij terugkeer van [minderjarige] naar huis er sprake is van een veilige thuissituatie voor alle gezinsleden. Hiertoe is tenminste nodig dat de ouders en het college meer betrokken worden en [accommodatie] daartoe noodzakelijke informatie verstrekt. Naar het oordeel van de kinderrechter valt daaronder in ieder geval het behandelplan en de voortgang daarvan, de dagrapportages en alle incidentenmeldingen.
Door nu alle informatie te onthouden, heeft [accommodatie] het college en de ouders in een houdgreep. Hierdoor kunnen geen stappen gezet worden en/of weloverwogen beslissingen genomen worden ten behoeve van de terugkeer van [minderjarige] naar huis.
Van [accommodatie] wordt dan ook verwacht dat zij hierover met het college en de ouders in gesprek gaat en blijft gaan en dat zij, ook als [minderjarige] zijn inmiddels gegeven toestemming intrekt, overgaat tot verstrekking van de benodigde informatie, een en ander zoals hiervoor overwogen.
De veiligheid op het terrein van [accommodatie]
Tot slot overweegt de kinderrechter nog het volgende. Ondanks dat sprake is van prille positieve ontwikkelingen bij [minderjarige] , blijken er tegelijkertijd ernstige zorgen te zijn over zijn veiligheid op het terrein van [accommodatie] . Zowel de vader als de gedragsdeskundige hebben aangegeven dat [minderjarige] slachtoffer is van agressie door groepsgenoten.
In een setting waar jongeren met gedragsproblematiek verblijven is het onontkoombaar dat er conflicten en spanningen ontstaan, maar het is de verantwoordelijkheid van [accommodatie] om daar adequaat mee om te gaan. De kinderrechter acht de beschreven incidenten zeer zorgelijk en het feit dat hierop onvoldoende wordt ingegrepen beschadigend voor [minderjarige] .
Een fysiek (en emotioneel) veilige omgeving is een absolute basis voor een succesvolle behandeling.
De handelwijze van [accommodatie] tijdens het door de vader beschreven en door de gedragsdeskundige bevestigde incident, waarbij de jongens die [minderjarige] steeds belagen mochten blijven en [minderjarige] niet meer deel mocht nemen aan de betreffende activiteiten is volstrekt onbegrijpelijk. Dit geeft naar het oordeel van de kinderrechter een verkeerd signaal af naar zowel [minderjarige] als naar de agressoren. Het is de verantwoordelijkheid van [accommodatie] om ervoor te zorgen dat [minderjarige] veilig is en dat hij vanuit die veiligheid zijn behandeling kan aangaan. [accommodatie] dient daartoe benodigde maatregelen te treffen.
Voor zover [accommodatie] nog overweegt [minderjarige] in verband met deze kwestie versneld over te laten stappen naar een open setting overweegt de kinderrechter dat het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat de overstap naar een (meer) open setting zeer zorgvuldig wordt aangepakt en niet mag worden ingegeven door de onmacht van [accommodatie] zijn veiligheid te waarborgen. Er zal op zorgvuldige wijze gekeken moeten worden welk vervolgtraject voor [minderjarige] het meest passend is en wat daarvoor nodig is.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven met ingang van 16 juni 2026 tot 16 september 2026;
wijst het verzoek voor het overige af.
|
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026 door mr. Pellikaan, kinderrechter, in aanwezigheid van Weterings als griffier, en op schrift gesteld op 29 juni 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
