Essentie (gemaakt door AI)
Voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging uithuisplaatsing waarin de Raad zonder horen verzoekt wegens acute bedreiging van de ontwikkeling door huiselijk geweld, controle en vermoedens van misbruik. Kinderrechter stelt alle vier de kinderen voorlopig onder toezicht (drie maanden) en machtigt uithuisplaatsing: de twee oudsten in crisisopvang en de twee jongsten met moeder in een moeder-kind-huis (vier weken). Beslissing over uithuisplaatsing is uitvoerbaar bij voorraad. In pilot worden twee advocaten aangewezen voor ouders.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 14-08-2026 |
| Zaaknummer | C/16/614815 / JE RK 26-1090 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Utrecht |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Jeugdbescherming / Jeugdwet; Ondertoezichtstelling 1:254 e.v. BW |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Spoedmachtiging uithuisplaatsing: Twee advocaten aangewezen in het kader van de pilot.Volledige uitspraak
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/614815 / JE RK 26-1090
Datum uitspraak: 15 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen de Raad,
gevestigd in [.] ,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1 (voornaam)] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 2 (voornaam)] ,
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 3 (voornaam)] ,
[minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2023 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 4 (voornaam)] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[belanghebbende 1] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[belanghebbende 2] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
-
Mondelinge verzoek en de toestuurde schriftelijke onderbouwing op 15 juli 2026.
-
De schriftelijke bevestiging van het mondelinge verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 16 juli 2026.
2De feiten
De vader en de moeder hebben het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 4 (voornaam)] . Moeder heeft eenhoofdig gezag over [minderjarige 3 (voornaam)]
[minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] , [minderjarige 3 (voornaam)] en [minderjarige 4 (voornaam)] wonen bij hun ouders.
3Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] , [minderjarige 3 (voornaam)] en [minderjarige 4 (voornaam)] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder en van [minderjarige 3 (voornaam)] en [minderjarige 4 (voornaam)] bij de moeder (in een moeder-kind-huis) te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Op 14 juli 2026 belt Veilig Thuis (hierna: VT) de Raad, omdat er veel zorgen zijn over moeder en de kinderen. Veilig Thuis is vanaf maart 2026 betrokken, maar moeder heeft extra zorgen gedeeld. De ouders wonen samen met de kinderen. Uit het gesprek van VT met moeder in de week van 13 juli 2026 komen de volgende signalen naar voren: vader kan de kinderen slaan en schoppen. Vader controleert moeder (telefoon, met wie ze iets doet, wat ze doet et cetera). Moeder mag van vader de kinderen soms niet troosten en kan moeder isoleren. [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 1 (voornaam)] nemen een controlerende taak van vader naar moeder over. Dagelijks kan vader naar moeder en de kinderen schreeuwen. Er zijn signalen dat vader wil dat het gezin emigreert, doordat VT betrokken is. Vader dreigt naar moeder (ook fysiek, vinger tegen haar wang), VT-medewerkers en andere professionals. Vader kan met spullen gooien. Moeder is bang voor vader. De oudste twee kinderen springen soms tussen ouders met een ruzie. (Emotionele) opvoedvaardigheden van vader zijn beperkt. Uit het gesprek met moeder komen de volgende vermoedens naar voren: er zijn zorgen over dat vader mogelijk seksueel grensoverschrijdend is naar [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 3 (voornaam)] (mogelijk seksueel misbruik). Er zijn vermoedens dat er sprake is van drugsgebruik bij vader. Er zijn weinig of geen financiële middelen. Moeder en de kinderen mogen volgens moeder niet open praten met hulpverlening.
Er wordt een jeugdbeschermingstafel gepland op 21 juli 2026 en er wordt een plan gemaakt om op 16 juli 2026 met vader het gesprek aan te gaan over de aanvullende zorgen die moeder heeft geuit. Op 15 juli 2026 laat moeder weten aan VT dat vader erachter is gekomen (omdat hij haar telefoon controleert) dat er op 16 juli iets gaat gebeuren. Hij zegt tegen moeder dat hij op 16 juli 2026 naar school zal gaan om papieren te regelen voor buitengewoon verlof op school (voor de kinderen) en dat moeder paspoorten moet gaan regelen. Er is in het verleden wel hulpverlening betrokken geweest voor vader (2022 [organisatie 1] voor vader, positief afgerond) en ambulante hulp in de thuissituatie (2022). Veilig Thuis (bron: rapportage VT april-juni 2026) heeft tussen 2016 en 2023 diverse meldingen (acht) ontvangen; politie (2016, 2021, 2022, 2023), school (2017), verloskundigenpraktijk (2020), een terugmelding van [organisatie 2] (2023) en GGD (2023).
De meldingen betreffen verschillende zorgen. Terugkerende thema’s zijn: verbale agressie en dominant gedrag van vader, schoolverzuim van de oudste twee kinderen, spanningen tussen ouders, overgewicht bij de kinderen en zorgen over de opvoedsituatie. Uit de informatie van school, JGZ en huisarts komt een patroon naar voren waarbij lichamelijke klachten van de kinderen stelselmatig onverklaard blijven, terwijl ze wel leiden tot schoolverzuim. Geen van de kinderen wordt structureel medisch gevolgd, ook niet wanneer klachten aanhouden of toenemen. Afspraken bij de JGZ worden herhaaldelijk afgezegd of niet nagekomen, en waar moeder aan school aangeeft dat er wel contact is met de huisarts, blijkt dit niet te kloppen. Hierdoor ontbreekt onafhankelijk zicht op de gezondheid van de kinderen, en blijft onduidelijk wat er werkelijk aan de klachten ten grondslag ligt. Tevens is een terugkerend thema het gedrag van vader. Hij kan schreeuwen, dominant zijn en verbaal agressief (naar moeder, de kinderen, kraamzorg en school).
Er zijn zorgen over huiselijk geweld/ruzie in de woning van ouders (vader naar moeder en/of vader naar (een deel van) de kinderen. Eerdere interventies, waaronder behandeling voor vader en gezinsbegeleiding, zijn destijds positief afgerond, en er zijn dossiers door VT afgesloten met het advies aan ouders om zelf hulp te zoeken. Het huidige VT onderzoek (2026) laat zien dat dezelfde zorgen onverminderd aanhouden. Dit duidt er volgens VT op dat eerdere hulp niet heeft geleid tot een structurele verandering in de manier waarop ouders met de behoeften van de kinderen omgaan. Een machtiging uithuisplaatsing is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarigen, omdat de kinderen op een veilige plek moeten komen, waar zij tot rust kunnen komen, niet in aanraking komen met agressie of beperkingen, hun loyaliteit niet onder druk staat en er vanuit daar gekeken kan worden wat er nodig is. Voor moeder en de jongste twee kinderen is er vanaf 16 juli 2026 een plek bij [organisatie 3] . Voor de oudste twee kinderen is er een crisisplek gevonden waar zij vanaf 16 juli 2026 terecht kunnen. Het is de verwachting van VT dat [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] niet mee willen en zich zullen verzetten. Ze kunnen daarom niet bij moeder en de kinderen op de geheime plek worden geplaatst vanwege het gevaar dat ze vader hiervan op de hoogte stellen. De RvdK vindt het belangrijk dat moeder en de kinderen – op basis van de vermoeden en informatie die de RvdK van VT heeft gekregen – hier veilig en rustig kunnen wonen/verblijven. Hoewel de moeder alleen het gezag over
[minderjarige 3 (voornaam)] uitoefent en moeder dus alleen de verblijfplaats bepaalt, zal de kinderrechter voor de duidelijkheid het verzoek tot uithuisplaatsing bij moeder toewijzen.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan.
1 Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] , [minderjarige 3 (voornaam)] en [minderjarige 4 (voornaam)] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van dat [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] , [minderjarige 3 (voornaam)] en [minderjarige 4 (voornaam)] uit huis worden geplaatst.
2
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] , [minderjarige 3 (voornaam)] en [minderjarige 4 (voornaam)] . Daarom stelt de kinderrechter [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] , [minderjarige 3 (voornaam)] en [minderjarige 4 (voornaam)] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] , [minderjarige 3 (voornaam)] en [minderjarige 4 (voornaam)] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De Raad, de GI, de vader en de moeder worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna vermelde zitting. [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] zullen apart in de gelegenheid worden gesteld om hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
De rechtbank zal in het kader van de Tijdelijke beleidsregel pilot kosteloze rechtsbijstand ten behoeve van beide ouders een advocaat aanwijzen en overweegt daartoe als volgt. De achterliggende gedachte van de regeling is ondersteuning van de ouder(s) bij een inbreuk op hun family life van overheidswege, zoals bij een machtiging uithuisplaatsing het geval is. In deze zaak zijn er twee verschillende machtigingen verzocht en er zijn twee verschillende rechtszoekenden als bedoeld in regeling (artikel 1 onder i). De machtiging tot plaatsing bij de moeder betreft een inbreuk op het family life van de vader. De machtiging tot plaatsing in een accommodatie jeugdhulpaanbieder maakt inbreuk op zowel het family life van de vader als dat van de moeder. Op grond van de pilot heeft bij een uithuisplaatsing in principe slechts een één van de ouders recht op een ‘gratis’ advocaat. Daarvoor kan onder meer betrokken worden bij wie het kind staat ingeschreven en/of op wiens family life de grootste inbreuk gemaakt wordt. Dat biedt in de huidige situatie echter geen soelaas. Immers, op het moment van het verzoek wonen/woonden de ouders nog samen en zorg(d)en zij beiden voor alle vier de kinderen. Beide ouders dienen in het onderhavige geval een advocaat toegewezen te krijgen: de vader voor wat betreft het verzoek ten aanzien van de jongste twee kinderen en de moeder voor wat betreft het verzoek ten aanzien van de oudste twee kinderen. Daarbij wordt mede in overweging genomen dat op grond van het Verdrag van Istanbul de overheid slachtoffers van huiselijk geweld dient te ondersteunen onder andere op het gebied van juridische advisering.
5De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] , [minderjarige 3 (voornaam)] en [minderjarige 4 (voornaam)] voorlopig onder toezicht van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland met ingang van 15 juli 2026 tot 15 oktober 2026;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 15 juli 2026 voor de duur van vier weken, te weten tot 12 augustus 2026;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 3 (voornaam)] en [minderjarige 4 (voornaam)] bij de moeder (in een moeder-kind-huis) met ingang van 15 juli 2026 voor de duur van vier weken, te weten tot 12 augustus 2026;
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de Raad, de GI, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. E.A.A. van Kalveen op
|
Deze beslissing is op 15 juli 2026 mondeling gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, en vastgelegd in deze beschikking die door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, en Y. Bentohami als griffier is ondertekend op 16 juli 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.
3
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
