Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 13-08-2026 |
| Zaaknummer | 11928493 VZ VERZ 25-37 |
| Procedure | Op tegenspraak |
| Zittingsplaats | Leeuwarden |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Burgerlijk procesrecht |
| Trefwoorden | Erfrecht; Vereffening nalatenschap |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Erfrecht. Voornemen benoemen taxateur. Artikel 679 Rv ook van toepassing tijdens vereffening. Verzoekers moeten factuur betalen, maar taxatiekosten zijn schuld van de nalatenschap. Langstlevende echtgenoot moet verzoeker voorgeschoten bedrag vergoeden.Volledige uitspraak
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer / rekestnummer: 11928493 \ VZ VERZ 25-37
Beschikking van 17 juni 2026
in de zaak van
1 [verzoeker sub 1] ,
te [woonplaats] ,
gemachtigde: mr. S.C.H. Westra-van Gasteren
2. [verzoeker sub 2],
te [woonplaats] ,
gemachtigde: mr. G.A. van der Veen
verzoekende partijen,
hierna samen te noemen: de broers,
tegen
[verweerder] ,
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
procederende met toevoeging,
gemachtigde: mr. J.S. Bauer,
met als belanghebbenden
1 [belanghebbende sub 1] ,
2. [belanghebbende sub 2],
beiden te [woonplaats] ,
belanghebbenden,
hierna samen te noemen: de zussen.
De zaak in het kort
Alle betrokkenen in deze zaak zijn de erfgenamen van een nalatenschap. In deze zaak gaat het om de vraag welke woningwaarde opgenomen moet worden in de boedelbeschrijving. [verweerder] heeft de WOZ-waarde opgenomen. De broers menen dat zij de waarde in het economisch verkeer had moeten vermelden en dat daarom een taxateur moet worden benoemd. Dat verzoek is toewijsbaar, maar de door de broers aangewezen taxateur neemt de benoeming niet aan. Daarom biedt de kantonrechter partijen gelegenheid een andere taxateur voor te dragen. Vooruitlopend daarop bepaalt de kantonrechter dat de broers de te benoemen taxateur moeten inlichten over de benoeming en de taxatiekosten moeten voorschieten. [verweerder] moet dat voorgeschoten bedrag (in delen) aan de broers terugbetalen, omdat de taxatiekosten gelden als schuld van de nalatenschap. In het onderdeel 'De beoordeling' legt de kantonrechter dat oordeel uit. Daaraan voorafgaand worden de procedure, de feiten en het verzoek beschreven.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling van 26 januari 2026 en de voortgezette mondelinge behandeling van 13 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
De broers, de zussen en [verweerder] zijn de erfgenamen van de nalatenschap van de heer [erflater] (hierna: erflater). Erflater was op het moment van overlijden gehuwd met [verweerder] in gemeenschap van goederen. De broers en de zussen zijn kinderen van erflater uit een eerder huwelijk.
De woning aan [adres] (hierna: de woning) valt in de nalatenschap. [verweerder] is in de woning blijven wonen na het overlijden van erflater.
Op herhaaldelijk verzoek van de broers heeft [verweerder] een boedelbeschrijving gemaakt. In de boedelbeschrijving staat als waarde van de woning per overlijdensdatum vermeld: “WOZ waarde is taxatie waarde”.
3Het verzoek
De broers verzoeken de kantonrechter om bij beschikking, op kosten van de nalatenschap, en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
-
Een deskundige te benoemen teneinde de waarde in het economisch verkeer van de woning [adres] per 9 maart 2024 vast te stellen.
-
[verweerder] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen een bedrag aan salaris gemachtigden.
4De beoordeling
Het verzoek is toewijsbaar, maar de kantonrechter benoemt nog geen taxateur
Het verzoek van de broers is toewijsbaar, omdat nog geen deugdelijke waardebepaling van de woning plaatsvond. Weliswaar maakte [verweerder] een boedelbeschrijving, maar het in onduidelijk of daarin de juiste woningwaarde staat vermeld.
Bij de waardebepaling van de woning op de datum van overlijden van erflater moest [verweerder] namelijk uitgaan van de vrije onderhandse verkoopwaarde, leeg en vrij van huur en gebruiksrechten. Een waardering op basis van die maatstaf wordt in het algemeen redelijk geacht als de langstlevende echtgenoot de woning blijft bewonen.
1 Door [verweerder] zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die meebrengen dat in dit geval een andere dan de gebruikelijke maatstaf gehanteerd zou moeten worden.
Weliswaar is het niet uitgesloten dat de vrije onderhandse verkoopwaarde gelijk is aan WOZ-waarde van een bepaalde woning, maar doorgaans is dat niet het geval. Onduidelijk is waaruit blijkt dat de WOZ-waarde van de woning in dit geval wél overeenkomt met de vrije onderhandse verkoopwaarde. Weliswaar schrijft [verweerder] in de boedelbeschrijving dat het gaat om de taxatiewaarde, maar een taxatierapport waaruit dat blijkt ontbreekt bij de stukken. Volgens de broers heeft er in werkelijkheid ook helemaal geen taxatie plaatsgevonden. Daarom is een nadere waardebepaling nodig. Anders dan [verweerder] kennelijk meent, gedragen de broers zich dus niet onredelijk door een taxatie van de woning te verlangen.
Dat maar twee van de vijf erfgenamen behoefte hebben aan een nadere waardebepaling levert ook geen argument op om te oordelen dat een taxatie niet nodig is. Een boedelbeschrijving moet namelijk al worden gemaakt als één van de erfgenamen dat wil.
2 Bovendien is een betrouwbare boedelbeschrijving in het belang van alle vijf de erfgenamen. Zeker binnen deze samengestelde familie is een juiste waardebepaling belangrijk, al was het maar voor het bepalen van de hoogte van de erfbelasting bij de toekomstige verdeling van de nalatenschap van erflater.
De kantonrechter is daarom voornemens om een taxateur te benoemen. Dat mag de kantonrechter doen op grond van het bepaalde in artikel 679 Rv. Hoewel [verweerder] terecht opmerkt dat dit wetsartikel is opgenomen in de afdeling die gaat over de verdeling van een gemeenschap, wordt het binnen de rechtspraak ook gebruikt in zaken die over vereffening gaan.
3 Deze praktijk is ontstaan omdat de wetgever enerzijds eist dat een deugdelijke boedelbeschrijving wordt gemaakt, maar er anderzijds geen specifieke regeling voor de waardebepaling van onroerende zaken in een boedelbeschrijving bestaat.
4 Wél verklaart de wet artikel 679 Rv van overeenkomstige toepassing in zaken waarbij de kantonrechter de waarde van de volledige nalatenschap vaststelt.
5 Het toepassen van dit wetsartikel in deze procedure acht de kantonrechter daarom passen binnen het wettelijke systeem.
In het verzoekschrift stellen de broers voor om [makelaar] (hierna: [makelaar] ) als deskundige te benoemen. Tijdens de mondelinge behandeling gaf de gemachtigde van [verweerder] aan geen bezwaar te hebben tegen het benoemen van [makelaar] , als de kantonrechter een deskundige zou gaan benoemen. [makelaar] liet de kantonrechter echter weten een benoeming niet te aanvaarden.
Voordat de kantonrechter overgaat tot het benoemen van een andere deskundige biedt hij partijen gelegenheid om samen een andere deskundige aan te wijzen. Partijen krijgen van de kantonrechter vier weken te de tijd om samen een naam van een deskundige aan te dragen. Lukt het partijen niet om samen een naam voor te dragen, of aanvaardt de aangewezen deskundige een benoeming, dan zoekt en benoemt de kantonrechter zelf een deskundige.
Hoewel in afwachting daarvan iedere verdere beslissing wordt aangehouden, overweegt de kantonrechter alvast het volgende.
De broers moeten de deskundige inlichten over de benoeming
Als meest gerede partij moeten de broers de uiteindelijk te benoemen deskundige in kennis stellen van de benoeming, onder toezending van een kopie van deze beschikking en de onderliggende stukken. Weliswaar benoemt de kantonrechter de taxateur, maar het gaat hier niet om een deskundige die bij tussenvonnis wordt benoemd en waarvoor door de eiser een voorschot moet betalen aan de rechtbank.
6 In het geval waarin op grond van artikel 679 Rv een deskundige wordt benoemd, komt met de benoeming van de deskundige aan het geding tussen partijen een einde.
7 Dat betekent onder andere dat de taxateur niet door de kantonrechter op de hoogte wordt gebracht van de benoeming. Ook betekent het dat de deskundige alleen rapporteert aan partijen en niet (ook) aan de kantonrechter.
Aangenomen wordt dat de deskundige aan partijen gelegenheid geeft om opmerkingen te maken over zijn/haar bevindingen en dat deze opmerkingen in het (eind)rapport worden opgenomen.
De broers betalen de taxatie eerst, maar [verweerder] moet dat aan hen vergoeden
Om praktische redenen bepaalt de kantonrechter verder dat de broers de factuur van de taxateur zullen moeten betalen. De broers zijn immers ook degenen die de taxateur moeten inlichten over de benoeming. Bovendien voorkomt deze werkwijze dat de discussie tussen partijen, over het al dan niet bestaan van geldproblemen bij [verweerder] , het uitvoeren van de taxatie vertraagt.
Het voorgaande neemt niet weg dat de taxatiekosten uiteindelijk gelden als kosten van de vereffening en daarmee als schuld van de nalatenschap.
8 Volgens vaste rechtspraak moet voor de beoordeling of kosten als vereffeningskosten moeten worden aangemerkt, namelijk worden beoordeeld of het gaat om kosten wegens handelingen die objectief noodzakelijk zijn bij de afwikkeling van een nalatenschap, ook als geen sprake is van formele vereffening.
9 Het gaat daarbij om de vraag of de handelingen worden verricht ten behoeve van een algemeen belang – de afwikkeling van de nalatenschap ten behoeve van de schuldeisers en de gemeenschappelijke erfgenamen – en niet ten behoeve van een individueel belang.
10 De taxatiekosten waarover het in deze procedure gaat voldoen aan dat criterium. In 4.4 overwoog de kantonrechter immers dat de taxatie van belang is voor alle erfgenamen.
De schulden van de nalatenschap moeten door [verweerder] worden voldaan. Hoewel de erflater in een testament uit 1994 over zijn nalatenschap beschikt, sorteert dat testament geen effect - met uitzondering van de uitsluitingsclausule. Daarmee is het erfrecht bij versterf van toepassing op de nalatenschap van erflater. De wet bepaalt dat dan de langstlevende echtgenoot de schulden van de nalatenschap tegenover de schuldeisers en de kinderen moet voldoen.
11 Anders dan [verweerder] meent is het daarom niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de broers menen dat zij vooreerst de taxatiekosten moet dragen.
Uit het voorgaande volgt dus dat de broers in eerste instantie de factuur van de dekundige moeten voldoen, maar dat [verweerder] als langstlevende echtgenote de voorgeschoten kosten moet vergoeden aan de broers. Doordat de broers de kosten moeten voorschieten worden partijen schuldeiser en schuldenaar van elkaar. De wet bepaalt dat een schuldeiser en een schuldenaar zich ten opzichte van elkaar redelijk moeten gedragen.
12 Het is daarom onredelijk van de broers om van [verweerder] te verwachten dat zij de woning verkoopt, alleen om de taxatie van diezelfde woning te kunnen (af)betalen. De wetgever wil met de wettelijke verdeling namelijk juist bereiken dat de langstlevende echtgenoot financieel en materieel ongestoord kan voortleven.
13 Partijen moeten daarom in onderling overleg een andere oplossing vinden voor de (af)betaling van de taxatiekosten, bijvoorbeeld in de vorm van een betalingsregeling.
Tot slot
De kantonrechter wijst nu nog geen deskundige aan, maar beslist al wel hoe om zal worden gegaan met de kosten van de taxatie. Dat lijkt namelijk het grootste meningsverschil tussen beide partijen te zijn. Nu hier duidelijkheid over is, kunnen partijen hopelijk samen overleggen om een taxateur te kiezen. De kosten kunnen daarna worden verdeeld zoals staat beschreven in de punten 4.11 tot en met 4.14.
Ook de proceskosten hoeven partijen er niet van te weerhouden om de taxatie verder in onderling overleg te regelen. Als de kantonrechter een deskundige aanwijst zal hij de proceskosten namelijk compenseren, vanwege de familierelatie tussen de stiefmoeder en haar stiefzonen. Dit betekent dat elke partij dan de eigen kosten betaalt.
5De beslissing
De kantonrechter
biedt partijen gelegenheid om binnen vier weken na dagtekening van deze beschikking gezamenlijk een deskundige aan te wijzen die de kantonrechter kan benoemen om de waarde in het economisch verkeer van de woning [adres] per 9 maart 2024 vast te stellen,
bepaalt dat de kantonrechter na het verstrijken van de in 5.1 bedoelde dag overgaat tot het benoemen van een deskundige,
bepaalt dat de in 5.2 genoemde deskundige zal zijn de door partijen aangewezen deskundige, mits deze desgevraagd aan de kantonrechter laat weten de benoeming te aanvaarden, en anders een door de kantonrechter aangezochte deskundige,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. T.K. Hoogslag en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.
c53230
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 3 maart 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2477.
GS Burgerlijke Rechtsvordering, art. 675 Rv, aant. 1.
Er zijn meerdere wetsartikelen die gaan over boedelbeschrijvingen, maar geen daarvan gaat over de nadere waardebepaling van onroerende zaken. Artikel 672 Rv ziet op de situatie dat er nog helemaal geen boedelbeschrijving is gemaakt, artikel 675 Rv gaat over de waardebepaling en roerende zaken en artikel 676 Rv op ordemaatregelen die nodig zijn tijdens het opmaken van een (nadere) boedelbeschrijving, zoals het verlenen van toegang tot een te taxeren woning.
Zie o.a. Rechtbank Gelderland 10 december 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:5964.
Met een formele vereffening wordt bedoeld een vereffening volgens de regel van Afdeling 3 van Titel 6 van Boek 4 van het BW.
Deze maatstaf is ontleend aan Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ0031 en is opgenomen in ‘Bijlage G: Vereffeningskosten’ van de Richtlijnen Vereffening nalatenschappen, Versie 4.0 (september 2024) (https://www.rechtspraak.nl/binaries/content/assets/lbvr/abv/lbvr-abv-richtlijnen-vereffening-nalatenschappen.pdf), uitgegeven voor de Rechtspraak.
Zie bijvoorbeeld Parl. Gesch. Boek 4 (Inv. wet), p. 1398.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
