Rechtbank Noord-Holland 27-02-2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:10162

Essentie (gemaakt door AI)

Kort geding waarin de ex-echtgenote medewerking aan verkoop en levering van de (tot de ontbonden gemeenschap behorende) woning vordert. Nederlandse rechter is bevoegd en Nederlands recht is van toepassing (internationaal aspect). Spoedeisend belang door oplopende hypotheekachterstand. Vordering wordt grotendeels toegewezen: regeling makelaarskeuze, medewerkings- en toegangsplichten met dwangsommen (gemaximeerd op € 10.000 per verplichting), ontruiming en sleutelinlevering 14 dagen vóór levering, makelaar mag prijzen bepalen, koopakte/transport via [[art. 3:300 lid

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Woningverkoop in kort geding, vooruitlopend op behandeling echtscheidingsverzoek?
Vrouw eist dat woning partijen wordt verkocht. Man verblijft daarin; vrouw heeft deze met kinderen verlaten. Echtscheidingsverzoek moet nog behandeld worden. Hypotheekachterstand maakt kwestie spoedeisend. Toewijzing.

Datum publicatie11-08-2026
ZaaknummerC/15/374333
ProcedureKort geding
ZittingsplaatsHaarlem
RechtsgebiedenCiviel recht; Verbintenissenrecht
TrefwoordenFamilievermogensrecht; Medewerking aan verkoop/toedeling;
Familieprocesrecht; Kort geding art. 254 Rv
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Kort geding. Vordering tot meewerken aan verkoop en levering woning. Internationaal aspect.

Volledige uitspraak


RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/374333 / KG ZA 26-53

Vonnis in kort geding van 27 februari 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

advocaat: mr. H. Tülü,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

niet verschenen.

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met vijf producties
- de mondelinge behandeling van 13 februari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

1.2.

Op de zitting heeft de voorzieningenrechter verstek verleent tegen [gedaagde]. Hij is namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij de oproeping van [gedaagde] de wettelijke termijnen en regels in acht zijn genomen.

1.3.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2De feiten

2.1.

Partijen zijn op 12 september 2017 in Beverwijk in gemeenschap van goederen getrouwd. Partijen hebben samen twee minderjarige kinderen. Partijen hadden bij het sluiten van het huwelijk zowel de Nederlandse als Turkse nationaliteit.

2.2.

Op 24 november 2025 heeft [eiser] bij deze rechtbank een echtscheidingsverzoek ingediend. Het verzoek is nog in behandeling.

2.3.

Tot de huwelijksgemeenschap behoort onder meer een woning aan het adres [adres] in ([postcode]) [plaats] (hierna: de woning). Voor de financiering van de aankoop van de woning hebben partijen een hypothecaire geldlening afgesloten bij Florius B.V. (hierna: Florius). Partijen zijn beiden hoofdelijk aansprakelijk voor de aflossing van deze lening. Florius heeft het beheer van achterstanden in hypotheken uitbesteed aan [betrokkene].

2.4.

Op 5 januari 2026 bedroeg de achterstand op de betaling van de hypotheeklening € 11.337,55. Bij brief van die datum heeft [betrokkene] partijen over deze achterstand bericht en meegedeeld dat zij de waarde van de woning zal laten bepalen (taxeren).

2.5.

Bij brief van 9 januari 2026 heeft de advocaat van [eiser] [betrokkene] verzocht alle verdere (executie)maatregelen te staken in afwachting van verkoop van de woning door partijen. Bij brief van diezelfde datum heeft de advocaat van [eiser] [gedaagde] verzocht binnen zeven dagen te bevestigen dat hij zal meewerken aan verkoop van de woning. [gedaagde] heeft hier niet op gereageerd.

2.6.

[gedaagde] verblijft in de woning en bezit alle sleutels van de woning. [eiser] en de kinderen hebben de woning verlaten.

3Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – na vermindering van eis op zitting - bij vonnis in kort geding uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] te veroordelen om binnen tien dagen na dit vonnis, de makelaar, de opdracht te geven om de verkoop van de woning ter hand te nemen en te bepalen dat [eiser], indien de man niet tijdig de verkoopopdracht verstrekt, bevoegd is tot het verstrekken van de verkoopopdracht aan de makelaar,

II. [gedaagde] te veroordelen om zijn volledige medewerking te verlenen aan alle handelingen en activiteiten die de makelaar met het oog op de verkoop van de woning noodzakelijk acht (waaronder, maar niet uitsluitend: het op orde maken van de woning, het maken van foto's, plaatsen van verkoopborden en het toestaan van bezichtigingen),

III. [gedaagde] te bevelen om volledige toegang te verlenen aan de makelaar ten behoeve van alle noodzakelijke bezichtigingen, taxaties, inspecties en overige handelingen die in het kader van de verkoop van de woning noodzakelijk zijn, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere keer of iedere dag (of gedeelte daarvan) dat hij hiermee in strijd handelt, met een maximum van € 25.000,00,

IV. te bepalen dat [gedaagde] de woning uiterlijk 30 dagen vóór de met de kopers overeengekomen leveringsdatum volledig ontruimd en bezemschoon oplevert, inclusief alle roerende zaken en personen, en de sleutels ter vrije beschikking van de kopers of de verkopend makelaar afgeeft. De opleveringstermijn vanaf ondertekening van de koopakte bedraagt minimaal één maand. Bij niet-naleving verbeurt [gedaagde] een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan, met een maximum van € 25.000,00,

V. te bepalen dat de behandelend makelaar de vraag- en laatprijs van de woning bindend mag vaststellen, met inachtneming van redelijkheid en billijkheid en ten behoeve van een zo goed mogelijke verkoop,

VI. [gedaagde] te veroordelen tot het tekenen van de koopakte, binnen 48 uur na een eerste verzoek van de makelaar c.q. [eiser] daartoe en, indien [gedaagde] zijn medewerking daaraan niet verleent, te bepalen dat dit vonnis overeenkomstig artikel 3:300 lid 1 en 2 BW in de plaats treedt van de wilsverklaring van [gedaagde],

VII. [gedaagde] te veroordelen binnen 48 uur na het eerste verzoek van de notaris of [eiser] zijn volledige medewerking te verlenen aan het notariële transport van de woning en alle daartoe noodzakelijke handelingen (waaronder, maar niet uitsluitend, de doorhaling van de hypothecaire inschrijving), en te bepalen dat, indien [gedaagde] zijn medewerking daaraan niet verleent, het in dezen te wijzen vonnis conform artikel 3:300 lid 1 en 2 BW in de plaats treedt van zijn noodzakelijke toestemming, wilsverklaring of handtekening,

VIII. te bepalen dat de opbrengst uit de verkoop, na aftrek van alle verkoopkosten en de volledige aflossing van de hypotheek, in depot bij de notaris wordt gehouden totdat er een uitspraak over de verdeling is in de bodemprocedure.

4De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht

4.1.

Het geschil heeft een internationaal aspect, nu partijen beiden ook de Turkse nationaliteit hebben. Vanwege het internationale aspect moet de voorzieningenrechter ambtshalve onderzoeken of de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van dit geschil.

4.2.

Het verzoek tot echtscheiding is op grond van Verordening Brussel II-bis 1 bij de Nederlandse rechter aanhangig gemaakt, omdat partijen daar hun gewone verblijfplaats hebben. Op grond van artikel 5 lid 1 van de Verordening Huwelijksvermogensstelsels (EU 2016/1103) is de Nederlandse rechter dan ook bevoegd.

4.3.

De gevraagde voorziening ziet op medewerking aan de verkoop en levering van een woning die onderdeel is van de ontbonden, nog niet verdeelde, huwelijksgoederengemeenschap. Op het huwelijksvermogensregime is het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 (hierna: HHV) van toepassing. Niet is gebleken dat partijen een geldige rechtskeuze hebben gemaakt. Partijen zijn na de huwelijkssluiting in Nederland blijven wonen. Op grond van artikel 4 lid 1 HHV – en omdat geen van de uitzonderingen uit artikel 4 lid 2 zich voordoen – is dan ook Nederlands recht van toepassing op het huwelijksvermogensregime.

Spoedeisend belang

4.4.

Vaststaat dat er inmiddels een aanzienlijke achterstand in de hypotheekbetaling bestaat die oploopt, dat Florius/ [betrokkene] inmiddels aanstuurt op verkoop van de woning en dat [gedaagde] niet vrijwillig meewerkt aan verkoop en levering van de woning. [eiser] heeft dan ook spoedeisend belang bij haar vorderingen.

De eis van [eiser] wordt grotendeels toegewezen

4.5.

De vorderingen van [gedaagde] komen de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. Daarom worden die vorderingen toegewezen, met inachtneming van het volgende en voor het overige zoals op de in de beslissing vermelde wijze.

4.6.

[eiser] heeft geen concrete makelaar genoemd die de verkoop van de woning ter hand kan nemen, ook niet desgevraagd op zitting, en uit de stukken blijkt ook niet van een makelaar. De voorzieningenrechter zal ter voorkoming van executieproblemen daarvoor de in het dictum vastgelegde voorziening treffen.

- oplevertermijn, sleutels afgeven

4.7.

De voorzieningenrechter begrijpt dat [eiser] zeker wil stellen dat [gedaagde] voor levering de woning heeft verlaten, maar de voorzieningenrechter zal [gedaagde] niet onnodig vroeg het gebruik van ook zijn woning ontzeggen. De voorzieningenrechter zal [gedaagde] dan ook veroordelen de woning uiterlijk 14 dagen voor de levering ervan te ontruimen en verlaten.

4.8.

Voor afgifte van de huissleutels aan de kopers voorafgaand aan de levering van de woning bestaat geen grond. Wel zal [gedaagde] uiterlijk 14 dagen voor de levering de huissleutels aan de verkopend makelaar moeten afgeven.

- dwangsommen worden beperkt toegewezen

4.9.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding om het maximum aan te verbeuren dwangsommen per toegewezen dwangsom te beperken tot € 10.000,00.

5De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

bepaalt dat [eiser] binnen drie dagen na betekening van dit vonnis drie makelaars uit de regio [plaats] aan [gedaagde] dient voor te stellen die de verkoop van de woning ter hand kunnen nemen, waaruit [gedaagde] er één mag kiezen, en veroordeelt [gedaagde] om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis tezamen met [eiser] deze makelaar de verkoopopdracht te geven,

5.2.

machtigt, in het geval [gedaagde] geen (tijdige) selectie maakt en/of opdracht geeft als in 5.1. omschreven, [eiser] op grond van artikel 3:299 lid 1 BW om ook namens [gedaagde] een verkoopopdracht aan één van de door haar voorgestelde makelaars te verstrekken,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om zijn volledige medewerking te verlenen aan alle handelingen en activiteiten die de makelaar met het oog op de verkoop van de woning noodzakelijk acht, waaronder maar niet uitsluitend: het op orde maken van de woning, het maken van foto's, plaatsen van verkoopborden en het toestaan van bezichtigingen,

5.4.

beveelt [gedaagde] om volledige toegang te verlenen aan de makelaar ten behoeve van alle noodzakelijke bezichtigingen, taxaties, inspecties en overige handelingen die in het kader van de verkoop van de woning noodzakelijk zijn en veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan dit bevel voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,

5.5.

veroordeelt [gedaagde] uiterlijk 14 dagen vóór de met de kopers overeengekomen leveringsdatum de woning volledig ontruimd en bezemschoon op te leveren, inclusief alle roerende zaken en personen, en de sleutels aan de verkopend makelaar af te geven, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,

5.6.

bepaalt dat, als partijen hierover geen overeenstemming bereiken, de behandelend makelaar de vraag- en laatprijs van de woning bindend mag vaststellen,

5.7.

veroordeelt [gedaagde] tot het tekenen van de koopakte binnen 48 uur na een eerste schriftelijk verzoek van de makelaar of [eiser] daartoe en bepaalt dat indien [gedaagde] zijn medewerking daaraan niet (tijdig) verleent, dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW in de plaats treedt van de wilsverklaring van [gedaagde],

5.8.

veroordeelt [gedaagde] om binnen 48 uur na het eerste schriftelijk verzoek van de notaris zijn volledige medewerking te verlenen aan het notariële transport van de woning en alle daartoe noodzakelijke handelingen (waaronder, maar niet uitsluitend, de doorhaling van de hypothecaire inschrijving) en te bepalen dat, indien [gedaagde] zijn medewerking daaraan niet (tijdig) verleent, dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW in de plaats treedt van de wilsverklaring van [gedaagde],

5.9.

bepaalt dat de opbrengst uit de verkoop, na aftrek van alle verkoopkosten en de volledige aflossing van de hypotheek, bij de transporterend notaris in depot blijft totdat de bodemrechter de (wijze van) verdeling tussen partijen heeft vastgesteld,

5.10.

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.11.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.12.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.J. Berkers en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026.

1680

1

artikel 3 lid 1 onder a (i) Verordening (EU) 2019/1111 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733