Essentie (gemaakt door AI)
Kort geding waarin ex-partners voorlopige voorzieningen vragen over verkoop van de gezamenlijke woning vooruitlopend op de echtscheiding. Birdnesting is eerder opgelegd. De man beroept zich op te hoge lasten en inkomensinschatting, de vrouw op ontbreken spoed en betwist de achterstand. Spoedeisend belang ontbreekt: geen onderbouwing van lagere inkomenspositie, geen onoverkomelijke hypotheekachterstand en partijen kunnen lasten 50/50 dragen. Ook reconventie (plaatsen dakkapellen en voorwaardelijke nevenvorderingen) wordt afgewezen wegens gebrek aan spoed.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 11-08-2026 |
| Zaaknummer | C/15/372403 |
| Procedure | Kort geding |
| Zittingsplaats | Haarlem |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht; Civiel recht; Verbintenissenrecht |
| Trefwoorden | Familievermogensrecht; Medewerking aan verkoop/toedeling; Familieprocesrecht; Kort geding art. 254 Rv |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Kort geding. Vooruitlopend op de behandeling van de echtscheidingsprocedure vorderen ex-partners dat de voorzieningenrechter (andere) voorlopige voorzieningen treft wat betreft (de verkoop van) de gezamenlijke woning. Zowel wat betreft de vorderingen van de man als van de vrouw is niet gebleken dat een spoedeisend belang bestaat.Volledige uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/372403 / KG ZA 25-754
Vonnis in kort geding van 29 januari 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [plaats 1],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. I.S. Kuijken,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats 1],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. D. Rezaie.
De zaak in het kort
Partijen zijn in afwachting van de behandeling van hun echtscheidingsprocedure. Daarop vooruitlopend vorderen beide partijen in dit kort geding dat de voorzieningenrechter (andere) voorlopige voorzieningen treft wat betreft (de verkoop van) de gezamenlijke woning. Een procedure in kort geding is bedoeld voor spoedeisende gevallen waarin de belangen van de betrokkene(n) vragen om een onmiddellijke voorziening. Zowel wat betreft de vorderingen van de man als van de vrouw is niet gebleken dat een spoedeisend belang bestaat. De voorzieningenrechter wijst daarom de vorderingen van beide partijen af en beslist dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 9
- producties 10 t/m 13 van [eiser]
- de conclusie van antwoord waarin ook een eis in reconventie is opgenomen met producties 1 t/m 11
- producties 14 t/m 17 van [eiser]
- de mondelinge behandeling van 15 januari 2026 waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2De feiten in conventie en reconventie
Partijen zijn op 27 december 2022 in [plaats 1] getrouwd. Uit hun relatie zijn drie minderjarige kinderen geboren. Op 12 september 2024 heeft [gedaagde] bij deze rechtbank een echtscheidingsverzoek ingediend. Het verzoek is nog in behandeling.
Tot de huwelijksgemeenschap behoort onder meer de woning aan het adres [adres] in [plaats 1] (hierna: de woning). Partijen hebben hiervoor een hypothecaire lening bij ABN AMRO BANK N.V. (hierna: de bank) afgesloten.
Bij beschikking van 9 september 2025 (hierna: de beschikking)
1 heeft de rechtbank een verzoek van [gedaagde] haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen naar [plaats 2] te verhuizen afgewezen. Verder heeft de rechtbank als voorlopige maatregel voor een zorgregeling en gebruik van de woning – en in lijn met een verzoek van [eiser] - bepaald dat partijen uitvoering zullen geven aan birdnesting
2. De zorg voor de kinderen en het gebruik van de woning worden tot op heden gedeeld.
In alinea 5.7. van de beschikking heeft de rechtbank als volgt overwogen:
Omdat de rechtbank birdnesting vaststelt, ligt het voor de hand dat de kosten van de echtelijke woning, zowel de vaste lasten als de gebruikerslasten tussen partijen 50/50 worden verdeeld met inachtneming van hetgeen onder 5.10. is overwogen over de kinderbijslag en het kindgebonden budget en de verdeling van de kosten tussen de ouders.
In alinea 5.9. van de beschikking heeft de rechtbank het inkomen van [eiser] geschat op € 3.000 netto per maand en daarover als volgt overwogen:
Ten aanzien van de verzochte alimentatie overweegt de rechtbank als volgt. De birdnestingsituatie verdraagt zich slecht met een regeling van partner- en kinderalimentatie. Veel kosten - waaronder woonlasten, verzekeringen, kosten van de kinderen - dienen dan immers in de praktijk nog gemeenschappelijk te worden gedragen. De gebruikelijke berekeningsmodellen kunnen moeilijk worden toegepast, ook al omdat diverse ‘eenouder-regelingen’ niet van toepassing zijn. De rechtbank kiest daarom in deze zaak voor een andere benadering. Ten aanzien van het inkomen van de vader geldt dat de vader altijd als zelfstandige heeft gewerkt, maar daarmee naar eigen zeggen is gestopt en nu in loondienst is gegaan bij het bedrijf van zijn broer. Aan de andere kant is ook gebleken dat er in november 2024 bij hem nog sprake is geweest van een opdracht als zelfstandige. Gelet op de familieverhoudingen tussen werkgever/ werknemer, in dit geval broer (vz) en vader, acht de rechtbank het lastig om te bepalen of de inkomensgegevens die de vader heeft ingebracht ook exact weergeven wat zijn feitelijke inkomenssituatie is, temeer nu hij zelf heeft erkend door zijn familie in ieder geval deels financieel te worden ondersteund. Voor de medische situatie (en daarmee de verdiencapaciteit) van de vader geldt in feite hetzelfde. Aan de ene kant is, gelet op het medische dossier van de vader, wel duidelijk dat hij niet volledig belastbaar is. Aan de andere kant is ook duidelijk geworden dat hij vanaf januari 2025 periodes fulltime of meer dan fulltime heeft gewerkt. Al met al is de rechtbank van oordeel dat in het kader van deze voorlopige voorziening voor wat betreft de inkomensgegevens van de vader moet worden uitgegaan van een grove schatting van het te behalen netto inkomen van de vader. Alles in aanmerking genomen zal de rechtbank uitgaan van een netto maandinkomen van € 3.000. Daarmee volgt de rechtbank ook de indruk van de rechtbank over de mate van welstand waarin partijen ten tijde van het huwelijk hebben geleefd. Deze benadering brengt mee dat de rechtbank ook een wat grofmaziger netto uitgangspunt zal hanteren voor het netto maandinkomen van de moeder en dit zal stellen op € 2.000 netto. De rechtbank houdt - eveneens grofmazig - rekening met een aanspraak op een kindgebonden budget van ca. € 500 per maand voor en tijdens de birdnestingsperiode. Als de gangbare rekenmethode vervolgens zou worden toegepast, zou de behoefte van de kinderen voorlopig vastgesteld dienen te worden op € 1.454:3 = € 485 per kind per maand.
Tot slot heeft de rechtbank in alinea 5.10. over de verdeling van de kosten als volgt overwogen:
Bij deze stand van zaken komt het de rechtbank redelijk voor te bepalen dat de ouders in het kader van de voorlopige voorzieningen en voor de duur van de birdnesting het verschil tussen hun beider (geschatte) netto-inkomens zoveel mogelijk opheffen door zowel de kinderbijslag als het kindgebonden budget (zonder de alleenstaande ouderkop, waarop nog geen recht bestaat) toe te voegen aan het netto-inkomen van de moeder.
Zij zal daarmee komen te beschikken over een netto-inkomen dat nagenoeg gelijk is aan het geschatte netto-inkomen van de vader. In het verlengde daarvan mag dan vervolgens van beide ouders worden verwacht dat zij ieder de helft van de woonlasten dragen, zoals overwogen onder 5.7. en dat zij ieder de eigen verblijfskosten van de kinderen betalen op de dagen dat zij de zorg hebben voor de kinderen en overigens ieder de helft van de overige (verblijfsoverstijgende) kosten van de kinderen dragen.
Een kinderbijdrage - door een van de ouders te betalen aan de andere ouder - hoeft dan niet te worden vastgesteld en datzelfde geldt voor een partnerbijdrage.
[gedaagde] heeft tegen de beschikking hoger beroep ingesteld. In haar memorie van grieven heeft zij uitsluitend een grief gericht tegen de afwijzing van haar verzoek haar vervangende toestemming te verlenen met de kinderen te verhuizen.
Met een bericht van 27 december 2025 heeft de bank partijen bericht dat een bedrag van € 2.246,31 onbetaald is.
Eind 2023 hebben partijen aan Dakisoleren.nl (hierna: de aannemer) opdracht gegeven om twee dakkapellen op de woning te plaatsen voor een bedrag van € 21.417,00. Begin maart 2024 is de aannemer te kennen gegeven dat partijen de opdracht willen annuleren. In reactie daarop heeft de aannemer bij e-mail van 6 maart 2024 partijen laten weten dat bij een annulering de reeds gemaakte kosten van € 9.075,00 voor rekening van partijen komen.
3Het geschil
in conventie
[eiser] vordert – samengevat en hernummerd - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] te veroordelen c.q. bevelen binnen een week na de datum van dit vonnis met [eiser] [bedrijf] Makelaardij te [plaats 1] [opdracht, aanvulling rechtbank] te geven tot verkoop van de woning, tegen een door partijen in samenspraak met de makelaar te bepalen verkoopprijs, dan wel [eiser] te machtigen een andere makelaar opdracht te geven in het geval voornoemde makelaar de opdracht mocht weigeren en dit schriftelijk heeft aangegeven,
II. [gedaagde] te veroordelen c.q. bevelen in te stemmen met de vraagprijs die de makelaar bindend voor partijen vaststelt indien partijen niet binnen twee weken na de opdrachtverlening er in slagen om samen de vraagprijs te bepalen,
III. [eiser] te machtigen bij gebreke van de vereiste medewerking van [gedaagde] op grond van artikel 3:299 lid 1 BW om mede namens haar de opdracht tot dienstverlening bij verkoop van de woning te verstrekken aan voornoemde makelaar en namens
[gedaagde] deze opdracht tot verkoop te ondertekenen, daarbij hanterend de door de makelaar bindend vastgestelde vraagprijs,
IV. [gedaagde] te veroordelen c.q. bevelen om in het kader van deze verkoop de aanwijzingen en verkoopadviezen van de makelaar op te volgen en alle medewerking te verlenen aan een zo spoedig mogelijke verkoop en levering van de woning inhoudende:
het toelaten van de aangewezen makelaar in de woning
het afgeven van een sleutelset aan de aangewezen makelaar
het verlenen van toestemming voor het maken van foto's van en in de woning
het toestaan van het plaatsen van een “te koop” bord en/of biljet in en bij de woning en te laten staan en/of hangen
het plegen van het door de makelaar aan te wijzen onderhoud van de woning
het tot genoegen van de makelaar opruimen en opgeruimd houden van de woning ten behoeve van het maken van foto's en bezichtigingen
het toelaten van bezichtigingen
het niet aanwezig zijn in/rondom de woning tijdens de bezichtigingen
het opvolgen van de aanwijzingen van de makelaar in verband met (bespoediging van) de verkoop
het beschikbaar zijn voor overleg met de makelaar op diens verzoek
bij de overdracht de woning leeg en schoon op te (laten) leveren,
V. [gedaagde] te bevelen, na vaststelling van de verkoopprijs, medewerking te verlenen aan het tot stand brengen van de verkoopovereenkomst met koper(s) indien het bod minimaal 95% van de verkoopprijs [de rechtbank begrijpt: de vraagprijs] bedraagt en het notariële transport van de woning aan de koper(s) waarbij de opleveringstermijn wordt gesteld op maximaal vier maanden,
VI. [eiser] te machtigen bij gebreke van de vereiste medewerking van [gedaagde] op grond van artikel 3:799 lid 1 BW om mede namens haar biedingen te aanvaarden en af te wijzen en tegenbiedingen mede namens [gedaagde] te doen onder voorwaarde dat het advies van de makelaar ter zake leidend is,
VII. [eiser] te machtigen op grond van artikel 3:299 lid 1 BW om mede namens [gedaagde] de verkoopovereenkomst te laten opstellen door de makelaar en namens haar de verkoopovereenkomst te (laten) ondertekenen,
VIII. [eiser] te machtigen op grond van artikel 3:299 lid 1 BW om mede namens [gedaagde] de voor de overdracht van de woning noodzakelijke notariële akte(s) te laten opstellen:
- nadat de door kopers aan te wijzen notaris die met de levering is belast partijen heeft uitgenodigd de akte van levering op zijn kantoor te ondertekenen waarvoor hij een tijdstip heeft vastgesteld en voor dit tijdstip een ontwerp van deze akte heeft toegezonden,
- [gedaagde] niet uiterlijk op het door de notaris vastgestelde tijdstip heeft meegewerkt aan de ondertekening van de akte,
IX. [gedaagde] te bevelen haar medewerking te verlenen aan de navolgende verdeling van de verkoopopbrengst: van de bij de verkoop en levering van de woning aan een derde te realiseren verkoopsom wordt eerst de volledige openstaande hypotheekschuld afgelost en de kosten van de makelaar verbonden aan de opdracht tot dienstverlening bij verkoop en overige met de verkoop verband houdende kosten voldaan, waarna het restantbedrag in depot kan worden gehouden door de notaris totdat in de echtscheidingsbeschikking of in een schriftelijke overeenkomst van partijen is vastgelegd hoe dit bedrag moet worden verdeeld,
X. [eiser] te machtigen bij gebreke van de vereiste medewerking van [gedaagde] op grond van artikel 3:299 lid 1 BW de uitbetaling door de notaris op de onder IX benoemde wijze te realiseren,
XI. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure.
[eiser] legt aan zijn vordering - samengevat - het volgende ten grondslag. De rechtbank heeft in de beschikking zijn inkomen te hoog geschat. Bovendien is de hypotheektermijn gestegen en betaalt [gedaagde] niet haar deel van de woonlasten. Geen van partijen is in staat de woning over te nemen en er is inmiddels een achterstand in de hypotheekbetalingen ontstaan. [eiser] wil een negatieve BKR-registratie voorkomen. Los daarvan kan van [eiser] niet worden gevergd nog langer in onverdeeldheid te blijven. De woning moet daarom zo snel mogelijk te koop worden gezet. Partijen kunnen voor alternatieve woonruimte beiden terecht bij eigen familie, [eiser] in [plaats 1] en [gedaagde] in [plaats 2]. Na verkoop kan de overwaarde door de notaris in depot worden gehouden totdat de (wijze van) verdeling in de echtscheidingsbeschikking of in een onderlinge overeenkomst is vastgelegd, aldus [eiser].
[gedaagde] voert verweer. Zij onderschrijft dat de woning op enig moment moet worden verkocht, maar bestrijdt dat dit op korte termijn moet gebeuren. De rechtbank heeft in de beschikking de birdnesting-regeling voor de duur van de echtscheidingsprocedure in de woning bepaald. Er is geen sprake van een spoedeisend belang om daarvan af te wijken. [gedaagde] heeft daartoe aangevoerd dat niet is gebleken dat [eiser] financieel niet langer in staat is om de helft van de hypotheeklasten van de woning te betalen. [gedaagde] betwist dat de hypotheektermijn is gestegen en dat zij niet meebetaalt aan de woonlasten. De openstaande hypotheekbetaling bedroeg op 8 januari 2026 ook nog maar € 1.400,00. Daarnaast wil [gedaagde] bij de verdeling van de overwaarde van de woning verschillende financiële aanspraken die in de echtscheidingsprocedure voorliggen, kunnen verrekenen met het aandeel van [eiser]. In dit kort geding moet niet vooruit worden gelopen op de beslissing over de verdeling in de echtscheidingsprocedure, aldus [gedaagde].
[gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van zijn vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de daadwerkelijke kosten van deze procedure.
in reconventie
[gedaagde] vordert – samengevat en hernummerd - bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. te bepalen dat [eiser] binnen twee weken na de datum van dit vonnis de nota van Dakisoleren.nl van € 21.417,-- of zoveel meer als Dakisoleren.nl daarom vraagt, moet voldoen en voor zover nodig opdracht moet geven tot het plaatsen van de geoffreerde dakkapellen,
en, indien en voor zover de vorderingen van [eiser] in conventie toewijsbaar zijn te bepalen dat:
II. de notaris ten tijde van de levering van de woning aan een derde de helft van de overwaarde van de woning (zijnde de verkoopwaarde van de woning minus de op dat moment nog openstaande restschuld van de hypothecaire geldlening en overige kosten verband houdend met de verkoop van de woning) na aftrek van de bruidsgave van 500 gram 21-karaats goud dan wel de dagwaarde daarvan op de datum van feitelijke bezitsverschaffing, de helft van de waarde van de woningen in Irak ad $ 43.500,-- en $ 150.000,-- en € 75.000,--, de helft van de waarde van de auto’s ad € 27.974,50 en een bedrag ad € 11.640,--, aan [eiser] zal voldoen en het restantbedrag van de verkoopopbrengst (overwaarde) dat overeenkomt met de optelsom van voornoemde bedragen aan [gedaagde] zal voldoen,
III. de kinderen voor de duur van de echtscheidingsprocedure op de dagen dat ze in het kader van de huidige birdnesting-regeling door [gedaagde] worden verzorgd (te weten maandag, dinsdag en vrijdag), samen met [gedaagde] in [plaats 2] mogen verblijven en dat [eiser] voor het brengen van de twee oudste kinderen van hun school naar een openbare ontmoetingslocatie in [plaats 2] zal zorgen,
en
IV. [eiser] te veroordelen in de daadwerkelijke kosten van het geding.
[gedaagde] legt aan de vordering onder I. ten grondslag dat op enig moment de woning moet worden verkocht. Omdat de dakkapellen essentieel zijn voor een waardevermeerdering van de woning, moeten de dakkapellen zijn geplaatst voordat de woning in de verkoop wordt gezet. De aannemer maakt onverkort aanspraak op zijn vordering en is in afwachting van de echtscheidingsprocedure, aldus [gedaagde].
[eiser] voert verweer. Hij voert aan dat de opdracht aan de aannemer en de daaruit voortvloeiende betalingsverplichting van voor de peildatum stammen en dus in de huwelijksgemeenschap vallen. Bovenal geldt dat partijen geen geld hebben om de dakkapellen te laten plaatsen, aldus [eiser].
in conventie en reconventie
De voorzieningenrechter zal hierna, voor zover van belang, nader op de stellingen van partijen ingaan.
4De beoordeling
in conventie
Kern van het geschil tussen partijen is de vraag of er gronden zijn om [gedaagde] te veroordelen mee te werken aan de verkoop en levering van de woning. Naar oordeel van de voorzieningenrechter ontbreekt daarvoor het vereiste spoedeisend belang. Zij licht dit oordeel hierna toe.
Maatstaf
In kort geding kan de rechter een veroordeling tot medewerking aan de verkoop en levering van een onroerende zaak (in dit geval een woning) uitspreken. Gelet op het voorlopige karakter van een beslissing in kort geding wordt daarmee niet een definitief einde aan de verdeling gemaakt.
3Voor toewijzing van de vorderingen is wel vereist dat [eiser] stelt en bij betwisting onderbouwt, dat van hem niet kan worden gevergd dat hij de uitkomst in de echtscheidingsprocedure afwacht en dat een onmiddellijke voorziening is vereist. Kortweg; dat er sprake is van een spoedeisend belang. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Geen spoedeisend belang
In het kader van de echtscheidingsprocedure is nog maar een paar maanden geleden en nota bene op voorstel van [eiser] zelf, de huidige birdnesting-regeling in de woning bepaald. De in deze procedure door [eiser] gevraagde voorzieningen druisen daartegenin en daarvoor is geen aanleiding gebleken.
Zo stelt [eiser] weliswaar dat zijn inkomen aanzienlijk lager is dan waarvan de rechter in de echtscheidingsprocedure is uitgegaan, maar hij heeft deze stelling - mede tegenover de betwisting van [gedaagde] - onvoldoende onderbouwd. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding van een lager inkomen uit te gaan.
Daarnaast heeft [eiser] gesteld dat de maandelijkse hypotheektermijn naar € 2.200 per maand is gestegen, maar dit heeft [gedaagde] gemotiveerd bestreden. Volgens haar bedraagt de hypotheektermijn € 1.531,07 per maand. De gestelde hogere hypotheektermijn vindt ook geen steun in de door [eiser] overgelegde herinneringen van de bank aan partijen van november en december 2025, want daaruit blijkt niet of de daarin genoemde bedragen (eerst € 1.566,38 en daarna € 2.246,31) een maandtermijn of openstaand bedrag betreffen. Van een onoverkomelijke betalingsachterstand op de hypothecaire geldlening is ook niet gebleken. [eiser] heeft namelijk niet weersproken dat de achterstand begin januari 2026 € 1.400,00 bedroeg.
Bij die stand van zaken gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat partijen gezamenlijk in staat zijn de hypotheeklasten te betalen. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat conform overweging 5.10. van de beschikking van beide ouders wordt verwacht dat zij ieder de helft van de woonlasten dragen, de verblijfskosten van de kinderen betalen op de dagen dat zij de zorg hebben voor de kinderen en overigens ieder de helft van de overige (verblijfsoverstijgende) kosten van de kinderen dragen. Dit betekent dat alle woonlasten met betrekking tot de woning (zowel de vaste lasten als de gebruikerslasten) èn verblijfsoverstijgende kosten (waaronder de netto kosten van kinderopvang) bij elkaar worden opgeteld en vervolgens 50/50 door partijen worden gedeeld. Beide partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling te kennen gegeven hiertoe bereid te zijn.
Tegen deze achtergrond heeft [eiser] het spoedeisend belang bij toewijzing van zijn vorderingen niet (voldoende) onderbouwd. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van [eiser] daarom afwijzen.
Proceskosten
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. [gedaagde] heeft geen feiten en omstandigheden gesteld die aanleiding geven om af te wijken van de gebruikelijke compensatie van kosten in deze zaken, laat staan over te gaan tot een vergoeding van haar daadwerkelijke proceskosten, nog los van het feit dat zij die kosten niet heeft gespecificeerd en onderbouwd.
in reconventie
Zoals in conventie overwogen geldt in een kort geding het vereiste van een spoedeisend belang. De voorzieningenrechter moet per vordering toetsen of sprake is van een spoedeisend belang.
Over het spoedeisend belang bij het plaatsen van de dakkapellen heeft [gedaagde] in niets gesteld. Het meest recente bericht van de aannemer dateert van maart 2024 en
[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de aannemer de uitkomst van de echtscheidingsprocedure afwacht. Van een dreiging van een procedure aan te spannen door de aannemer, zoals bij haar conclusie nog geschetst, is dan ook geen sprake. Het willen realiseren van een waardevermeerdering op zich rechtvaardigt ook geen onmiddelijke voorziening.
Bij gebrek aan een spoedeisend belang zal de vordering onder I van [gedaagde] worden afgewezen.
Omdat de vorderingen in conventie worden afgewezen, wordt de voorwaarde waaronder [gedaagde] haar tegenvorderingen II en III heeft ingesteld niet vervuld. Aan de beoordeling van die vorderingen komt de voorzieningenrechter daarom ook niet toe.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
wijst de vorderingen van [eiser] af,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
wijst de vordering van [gedaagde] af,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.J. Berkers en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.
1680
ECLI:NL:RBNHO:2025:10349
een co-ouderschapsregeling waarbij de kinderen in het ouderlijk huis blijven wonen, terwijl de gescheiden ouders om de beurt in die woning verblijven
Hoge Raad, 31 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:499
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
