Essentie (gemaakt door AI)
Verzoek moeder om vervangende toestemming voor het indienen van een aanvraag tot geslachtsnaamswijziging voor de minderjarige, waarin vader niet instemt. Rechtbank overweegt in lijn met ECLI:NL:GHARL:2025:5677 dat dit geen gezagsgeschil is en dat in de wet geen grondslag bestaat voor het door Justis verlangde verzoek bij de rechter. Nu moeder zonder toewijzing geen aanvraag kan doen en zij recht en belang heeft, wordt het verzoek toegewezen. De rechtbank beslist niet over de naam zelf; Justis beoordeelt de aanvraag.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 07-08-2026 |
| Zaaknummer | C/15/364758 |
| Procedure | Eerste aanleg - meervoudig |
| Zittingsplaats | Alkmaar |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Overig; Geslachtsnaam (art. 1:5 t/m 1:9 BW); Kinderen; Gezagsgeschil 1:253a BW |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Verzoek moeder vervangende toestemming voor de aanvraag van een geslachtsnaamswijziging voor de minderjarige. Vader stemt niet in. Rechtbank is in lijn met de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 september 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:5677) van oordeel dat dit geen gezagsgeschil is. In de wet ontbreekt een concrete bepaling op grond waarvan het door Justis voorgegeschreven verzoek kan worden ingediend bij de rechter. De moeder kan echter geen aanvraag indienen zonder toewijzing van haar verzoek. Moeder heeft recht op en belang bij het doen van de aanvrdaag. De rechtbank wijst het verzoek toe.Volledige uitspraak
Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
vervangende toestemming voor het indienen van een verzoek tot geslachtsnaamwijziging
zaak-/rekestnr.: C/15/364758 / FA RK 25-2186
beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 4 juni 2026
in de zaak van:
[de moeder] ,
wonende te [plaats] ,
hierna mede te noemen: de moeder,
advocaat mr. E.P.J. Appelman, kantoorhoudende te Alkmaar,
tegen
[de vader] ,
wonende te [plaats] ,
hierna mede te noemen: de vader.
In verband met het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure opgeroepen:
de Raad voor de Kinderbescherming, gevestigd te Haarlem, hierna te noemen: de Raad.
1Procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen van de moeder, van 29 april 2025;
een e-mailbericht van de minderjarige, via het e-mailadres van de moeder, van 26 maart 2026;
het aanvullende en gewijzigde verzoekschrift van de moeder, van 7 april 2026;
het bericht van de advocaat van de moeder, van 15 april 2026.
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 23 april 2026 in aanwezigheid van moeder, bijgestaan door mr. E.P.J. Appelman, en de vader. Namens de Raad is verschenen [vertegenwoordiger van de raad] .
De minderjarige [de minderjarige] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft een bericht gestuurd via het e-mailadres van de moeder.
2Feiten en omstandigheden
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad en zijn in 2015 uit elkaar gegaan.
Uit deze relatie is geboren de minderjarige [de minderjarige] :
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] .
De vader heeft de minderjarige erkend. De ouders hebben gezamenlijk het gezag over de minderjarige.
3Verzoek en standpunt van de moeder
Het verzoek van de moeder strekt (na wijziging) tot het verlenen van vervangende toestemming door de rechtbank teneinde een verzoek tot geslachtsnaamwijziging van voornoemde minderjarige te kunnen indienen bij de Koning. De moeder stelt dat de minderjarige zijn geslachtsnaam wil wijzigen van [geslachtsnaam] in die van de moeder, [geslachtsnaam] .
De moeder legt hieraan ten grondslag dat de minderjarige zijn achternaam wil wijzigen wegens het ontbreken van een band met de vader, nu hij geen enkel contact heeft met de vader. De vader is niet betrokken in het dagelijkse leven van de minderjarige. Het laatste contact tussen de vader en de minderjarige dateert van 3 januari 2017, toen de minderjarige tweeëneenhalf jaar oud was. In 2021 is er eenmalig contact geweest via beeldbellen. De minderjarige wordt beperkt door het dragen van de achternaam van de vader. De minderjarige wenst de achternaam van de moeder te krijgen en dat is zijn eigen, persoonlijke wens. De minderjarige heeft deze wens al sinds 2021. De belangen van de minderjarige verzetten zich niet tegen de verzochte geslachtsnaamwijziging.
De moeder stelt daarbij dat de vader op oneigenlijke gronden zijn medewerking weigert te verlenen aan het door de moeder voorgenomen verzoek tot wijziging van de achternaam van de minderjarige. De vader is niet bereid mee te werken aan de indiening van een verzoek tot geslachtsnaamwijziging, omdat de minderjarige zijn zoon is en hij het belangrijk vindt dat de minderjarige zijn achternaam draagt. De moeder geeft met verwijzing naar de leeftijd van de minderjarige en het beleid van de dienst Justis van het Ministerie Van Justitie en Veiligheid (hierna: Justis) aan dat de aangevoerde redenen van de vader niet voldoende zijn om de verzochte toestemming voor de aanvraag geslachtsnaamwijziging te onthouden. Verder geeft de moeder ook aan dat het niet duidelijk is of de man op de hoogte is van de voorgenomen procedure tot wijziging van de achternaam, nu hier in de afgelopen maanden niet naar is geïnformeerd. Ook is de adressering van de recente jaarlijkse kaarten die de vader aan de minderjarige stuurt alleen getiteld met ‘ [de minderjarige] ’, waar dat voorheen ‘ [de minderjarige] ’ was. Dit illustreert de beperkte betrokkenheid in de zorg en de opvoeding van de minderjarige en dat de man er vrede mee heeft als de achternaam van de minderjarige inmiddels gewijzigd is.
Op de zitting is door en namens de moeder aangegeven dat het hoofdargument van de vader om zijn toestemming te onthouden is dat de minderjarige te jong zou zijn voor een geslachtsnaamswijziging. De moeder heeft lang gewacht met het in gang zetten van de geslachtsnaamswijziging, omdat zij ook vond dat de minderjarige te jong was. De wens van de minderjarige is echter duurzaam en consistent en wordt steeds groter. De minderjarige heeft moeite met zijn achternaam en wordt er ongelukkig van. Hij weet dat hij een vader heeft. De moeder wijst er verder op dat het wettelijk kader van Justis is dat het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige wordt toegewezen als het kind twaalf jaar of ouder is en hij bij zijn wens blijft.
4Verweer en standpunt van de vader
Blijkens de bij het verzoekschrift overhandigde e-mail van de vader van 13 april 2025 heeft de vader – samengevat – aangegeven dat de minderjarige een leeftijd heeft waarin je je als kind bezig moet houden met school en spelen en niet met een achternaam. De moeder en de vader hebben er indertijd gezamenlijk ervoor gekozen de minderjarige de achternaam van de vader te geven. De vader is van mening dat de minderjarige veel te jong is om een dergelijk volwassen besluit te kunnen en mogen nemen. Op het moment dat de minderjarige volwassen is en er nog steeds zo over denkt, dan hoort de vader dat tegen die tijd. De vader is en blijft altijd de vader van de minderjarige. De minderjarige is zijn vlees en bloed en draagt zijn achternaam. De vader gaat dan ook niet akkoord met een geslachtsnaamswijziging van de minderjarige zoon.
De vader heeft op de zitting gezegd dat er voorzichtig met de wens tot geslachtsnaamswijziging van de minderjarige moet worden omgegaan, nu het de vraag is of deze wens wel bij de minderjarige zelf vandaan komt. Op het moment dat de minderjarige twaalf jaar is, kan hij het zelf vertellen. De vader kan deze wens nu niet verifiëren. Verder geeft de vader aan dat de minderjarige autisme heeft en niet tegen veranderingen kan. De vader denkt dat een wijziging in de geslachtsnaam dan ook niet in het belang van de minderjarige is. Tot slot is de achternaam het enige wat de minderjarige nu nog aan de vader linkt.
5Het standpunt van de Raad
De Raad geeft aan dat er sprake is van een complexe situatie vanuit het verleden en zij adviseert het benoemen van een bijzondere curator voor de minderjarige om diens mening goed belicht te krijgen. De minderjarige is zelf niet verschenen op het kindgesprek en daardoor niet zelf gehoord. Het feit dat de minderjarige zijn achternaam wil veranderen betekent veel en is voor de identiteitsontwikkeling zorgelijk. Hij wijst zijn vader af en daarmee ook een deel van zichzelf. Justis kan het verzoek, mocht de rechtbank vervangende toestemming verlenen, alsnog afwijzen.
6De mening van de minderjarige
In het bericht dat de minderjarige via het e-mailadres van de moeder heeft gestuurd, heeft de minderjarige aangegeven niet naar de rechter toe te komen, omdat hij dat te spannend vindt. De minderjarige schrijft dat hij zich geen deel voelt van de [familie] -familie, omdat hij niet de juiste achternaam heeft. Verder is hij altijd bij de moeder, en niet bij de vader en daarom vindt de minderjarige dat hij niet bij de familie [familie] hoort. De minderjarige kent de familie [familie] niet en weet niet wanneer hij die voor het laatst heeft gezien. De minderjarige vindt het niet leuk dat zijn vader het stom vindt dat de minderjarige zijn achternaam wil veranderen. Maar de reactie van de vader houdt hem niet tegen.
7Beoordeling
In artikel 1:5 Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald hoe een kind een geslachtsnaam verkrijgt. Op grond van deze bepaling kunnen ouders gezamenlijk een keuze maken voor de geslachtsnaam van hun kind. Een keuze voor een geslachtsnaam gebeurt bij de ambtenaar van de burgerlijke stand en moet door beide ouders worden ondertekend. Dit kan voorafgaand aan de geboorte of uiterlijk bij de geboorteaangifte. Terugkomen op de geslachtsnaamkeuze is niet mogelijk.
In artikel 1:7 lid 1 BW is bepaald dat de achternaam van een persoon op zijn verzoek of op verzoek van zijn wettelijke vertegenwoordiger door de Koning kan worden gewijzigd. Lid 5 van dat artikel bepaalt dat bij Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) regels zijn gegeven voor de gronden voor zo’n verzoek en de wijze van indiening en behandeling daarvan. Deze AmvB is het Besluit houdende Regels voor de geslachtsnaamwijziging (hierna: het Besluit). Het Besluit stelt nadere regels met betrekking tot de gronden waarop de geslachtsnaamwijziging kan worden verleend, de wijze van indiening en de behandeling van dergelijke verzoeken. Artikel 3, vierde lid, onder c, van het Besluit bepaalt dat het verzoek wordt afgewezen, indien een ouder weigert in te stemmen met de verzochte geslachtsnaamswijziging van de minderjarige van twaalf jaren of ouder, tenzij deze minderjarige bij zijn instemming blijft. Rechtstreekse toetsing door de burgerlijke rechter van het verzoek van de moeder aan artikel 3 van het Besluit is niet mogelijk, aangezien dit besluit zich richt tot de Koning en toetsing is voorbehouden aan de Koning.
Justis behandelt namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verzoeken tot wijziging van een achternaam. In de brochure Naamswijziging van Justis staat het volgende vermeld:
“Wilt u de achternaam van uw kind(eren) wijzigen en hebben beide ouders het gezag? Dan moeten beide ouders het schriftelijke aanvraagformulier ondertekenen. De aanvraag voor naamswijziging wordt niet in behandeling genomen als maar één van de ouders het formulier ondertekent. Ook niet als het kind de naamswijziging zelf graag wil. Wilt u zonder de andere ouder die het gezag heeft toch een aanvraag indienen? Dan moet u eerst de rechtbank om vervangende toestemming vragen. Dit proces kan alleen een advocaat opstarten. Als de rechter vervangende toestemming geeft, dan kunt u een aanvraag om naamswijziging bij Justis indienen.”
Onder verwijzing naar de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 september 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:5677) en met overneming van de overwegingen van het Hof, overweegt de rechtbank als volgt. Het wijzigen van de achternaam/geslachtsnaam is niet een gezagsbeslissing in het kader van artikel 1:253a BW, welk artikel bepaalt dat bij gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hierover aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. Artikelen 1:5 en 1:7 BW hebben betrekking op een naamskeuze die alleen in gezamenlijkheid door de juridische ouders – met of zonder (gezamenlijk) gezag – kan worden gemaakt. De wetgever heeft de keuze voor de naam van een kind gegeven aan alle juridische ouders en niet enkel aan ouders die met het gezag zijn belast. Een naamskeuze of het vragen van een wijziging van een naam is dan ook geen gezagsbeslissing, nu dat immers niet samenhangt met het hebben van gezag. Dat de ouders geen overeenstemming hebben over de vraag of aan de Koning moet worden verzocht om de naam van de minderjarige te wijzigingen is dan ook geen geschil omtrent het ouderlijk gezag en valt buiten de reikwijdte van artikel 1:253a BW.
Het vorenstaande betekent dat Justis, als een ouder met gezag een verzoek op grond van artikel 1:7 BW indient, ten onrechte de eis stelt van vervangende toestemming van de andere ouder met gezag. De procedure van artikel 1:7 BW is een bestuursrechtelijke procedure waarbij de andere juridische ouder als belanghebbende wordt betrokken (artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht).
Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt in de wet een concrete bepaling op grond waarvan het door Justis voorgeschreven verzoek – vervangende toestemming voor het doen van een aanvraag – kan worden ingediend bij de rechter.
De rechtbank realiseert zich echter dat de moeder, zonder toewijzing van haar verzoek, niet in staat is een verzoek te doen op grond van artikel 1:7 BW en niet aan Justis kan vragen naam van de minderjarige te wijzigen. Nu het verzoek van de moeder aansluit bij andere gevallen die wel in de wet zijn geregeld, maar hier rechtstreekse toepassing missen (artikel 1:253a BW en artikel 1:253i BW) , zal de rechtbank het verzoek van de moeder toch beoordelen.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen nu zij recht en belang heeft bij het doen van de aanvraag bij Justis zodat deze inhoudelijk kan worden beoordeeld. Ook wordt met de aanvraag het belang van het kind gediend, nu de moeder stelt dat dit een langdurige en consistente wens van de minderjarige is en dit niet weersproken is. De rechtbank beslist dus niet over de wijziging van de geslachtsnaam, enkel over de vraag of de ouder vervangende toestemming kan vragen voor de aanvraag daartoe. De dienst Justis beoordeelt de aanvraag.
8Beslissing
De rechtbank:
verleent de moeder vervangende toestemming tot het doen van een aanvraag bij Justis om de geslachtsnaam van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] , te wijzigen in de geslachtsnaam [geslachtsnaam] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. R.V. Loeve, voorzitter, tevens (kinder)rechter, mr. M. Flipse en mr. S.W.S. Kiliç, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van H.M. Zonneveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026. |
||
|
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. |
||
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
