Essentie (gemaakt door AI)
Vordering van moeder als wettelijk vertegenwoordiger van vier minderjarigen, waarin wordt vastgesteld dat het door de Belastingdienst aan de kinderen toegekende compensatiebedrag (€14.000) vermogen van de kinderen is. Vader heeft geen gezag en mag dit niet houden of gebruiken; hij moet per kind het bedrag storten op (te openen) spaarrekeningen met BEM‑clausule. Bancaire rente (1,5% p.j.) en wettelijke rente worden toegewezen. Buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Beslag- en proceskosten worden aan vader opgelegd.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 05-08-2026 |
| Zaaknummer | 11608785 CV EXPL 25-995 (E) |
| Procedure | Bodemzaak |
| Zittingsplaats | Bergen op Zoom |
| Rechtsgebieden | Civiel recht |
| Trefwoorden | Familievermogensrecht; Minderjarigen en vermogensrecht |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Belastingdienst heeft een compensatiebedrag aan de kinderen toegekend dat betaald is op de rekening van vader. Dit vermogen komt de kinderen toe en moet vader sorten op een spaarrkening van de kinderen waarop een BEM-clausule is geplaatst.Volledige uitspraak
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11608785 \ CV EXPL 25-995
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van
[de vrouw] , OPTREDENDE ALS WETTELIJK VERTEGENWOORDIGER VAN HAAR KINDEREN,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de vrouw,
gemachtigde: mr. D.P.F. Arens,
tegen
[de man] ,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de man,
gemachtigde: mr. E.C.G. van Loon.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 2 juli 2025 met de daarin genoemde processtukken en de door de vrouw ingediende producties 8 tot en met 16.
Op 14 januari 2026 is er een mondelinge behandeling gehouden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Aan het einde van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.
2De kern van de zaak
De vrouw en de man hebben een relatie gehad waaruit vier nog minderjarige kinderen zijn geboren:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2012 (hierna: [minderjarige 1] ),
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2014 (hierna: [minderjarige 2] ),
- [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2015 (hierna: [minderjarige 3] ),
- [minderjarige 4] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 4] 2019 (hierna: [minderjarige 4] ).
De man heeft de kinderen erkend, maar heeft geen gezag over de kinderen. Alleen de vrouw heeft gezag over de kinderen. De Belastingdienst heeft in het kader van de toeslagenaffaire aan de kinderen een compensatiebedrag toegekend van respectievelijk driemaal € 4.000,00 en eenmaal € 2.000,00. Het totaalbedrag van € 14.000,00 is door de Belastingdienst voor 23 oktober 2023 betaald op de bankrekening van de man.
De vrouw is als wettelijke vertegenwoordiger van de kinderen deze procedure gestart omdat zij vindt dat dit bedrag toekomt aan de kinderen en dat de man daarom het geld niet mag houden en gebruiken. De vrouw wil dat de man het bedrag van
€ 14.000,00 terugbetaalt met de bancaire rente over dit bedrag, geschat op 1,5% per jaar, vanaf 23 oktober 2023 en met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2025. Ook wil de vrouw dat de man € 915,00 aan buitengerechtelijke incassokosten betaalt. Verder wil de vrouw vergoeding van de kosten die zij heeft moeten maken voor deze procedure en vergoeding van de beslagkosten die zij heeft gemaakt voor het leggen van conservatoir beslag op de bankrekening en de woning van de man.
De man is het met de vordering van de vrouw niet eens. De man wil van de vrouw een vergoeding van de kosten die hij heeft moeten maken voor deze procedure. Verder wil de man dat als hij veroordeeld wordt om een bedrag terug te betalen, dat de kantonrechter bepaalt dat dit bedrag overgemaakt moet worden naar een bankrekening dat op naam van het desbetreffende kind staat.
De kantonrechter zal de vorderingen van de vrouw toewijzen. Hierna wordt toegelicht waarom.
3De beoordeling
Het bedrag van € 14.000,00 dat de Belastingdienst op de rekening van de man heeft betaald, komt aan de kinderen toe. Het is vermogen van de kinderen. Dit is gebaseerd op de wet (artikel 2.10 Wet hersteloperatie toeslagen) en volgt ook uit de brieven van de Belastingdienst van 28 juni 2023.
Op grond van de wet (artikel 1:253i lid 3 BW) oefent alleen de ouder die het gezag heeft over het kind het bewind over het vermogen van het kind. Dit betekent dat in dit geval alleen de vrouw het vermogen van de kinderen mag beheren. De man mag het geld dat van de kinderen is dus niet gebruiken en ook niet houden. Ook niet als hij het gebruikt voor de kinderen. Hij heeft namelijk geen gezag over de kinderen. Alleen al om die reden moet de man het geld aan de kinderen betalen.
De man heeft aangegeven dat de Belastingdienst een fout heeft gemaakt door het geld op zijn bankrekening te storten terwijl hij geen wettelijk vertegenwoordiger is van de kinderen en dat de vrouw daarom het geld bij de Belastingdienst moet vorderen. Als het al zo is dat de Belastingdienst een fout heeft gemaakt, daarover gaat de kantonrechter in deze procedure niet oordelen, dan mag en kan de vrouw in dit geval het geld ook van de man terugvragen. Zij hoeft dit niet (eerst) van de Belastingdienst te vorderen. Bovendien heeft de Belastingdienst in de brieven van 28 juni 2023, die gestuurd zijn aan het adres van de man, gevraagd om de bankrekeningnummers van de kinderen door te geven en dat als er geen rekeningnummer wordt doorgegeven het geld wordt overgemaakt op het rekeningnummer van (zo begrijpt de kantonrechter) de man. De man heeft geen ander bankrekeningnummer doorgegeven, zodat het geld is overgemaakt op zijn rekening. Dat de man rechthebbende is van het tegoed op zijn bankrekening, maakt ook niet dat hij daarmee rechthebbende is geworden van het geld dat de Belastingdienst op zijn rekening heeft gestort. Dit geld is zoals overwogen van zijn kinderen en dat blijft geld van zijn kinderen. Hij moet daarom het bedrag dat de Belastingdienst heeft betaald betalen aan de kinderen.
Gelet op de beschikking van 28 april 2025 met zaaknummer 11639112 OV VERZ 25-1284 van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant zal de kantonrechter de vordering van de vrouw zo toewijzen dat het geld moet worden gestort op de bestaande, dan wel nieuw te openen spaarrekeningen van de kinderen waarop een zogenoemde BEM-clausule is geplaatst.
Daarnaast moet de man de gevorderde bancaire rente en de gevorderde wettelijke rente betalen op de wijze zoals in de beslissing is vermeld. Hiertegen is geen afzonderlijk verweer gevoerd.
De vrouw maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Dit wordt afgewezen. Uit de door de vrouw gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan waar de proceskostenveroordeling in voorziet.
De vrouw vordert de man te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar voor zover die ziet op de beslagkosten voor de gelegde conservatoire beslagen. Het beslag is gelet op de veroordeling van de man niet ongegrond of onrechtmatig gelegd. Tijdens de zitting is door de vrouw toegelicht dat het gaat om een bedrag van € 1.011,02 voor kosten deurwaardersexploten. Dit bedrag volgt uit de nota’s van de deurwaarder. Tegen de hoogte van dit bedrag is geen verweer gevoerd, zodat dit bedrag wordt toegewezen. Daarnaast wordt een bedrag van
€ 662,00 voor griffierecht en € 1.108,00 voor salaris gemachtigde toegewezen. Dit maakt dat de man in totaal € 2.781,02 aan beslagkosten moet betalen. Het voor de beslagrekesten verschuldigde griffierecht wordt ambtshalve in mindering gebracht op het griffierecht van de bodemprocedure.
De man is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de vrouw worden vastgesteld op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
144,47 |
|
|
- griffierecht |
€ |
70,00 |
(vanwege het griffierecht van de beslagrekesten) |
|
- salaris gemachtigde |
€ |
864,00 |
(2 punten × € 432,00) |
|
- nakosten |
€ |
135,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.213,47 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt de man om de navolgende bedragen te storten op de bestaande dan wel nieuw te openen spaarrekeningen van de kinderen met een BEM-clausule:
- € 4.000,00 op de rekening op naam van [minderjarige 1] ,
- € 4.000,00 op de rekening op naam van [minderjarige 2] ,
- € 4.000,00 op de rekening op naam van [minderjarige 3] ,
- € 2.000,00 op de rekening op naam van [minderjarige 4] .
te vermeerderen met 1,5% rente per jaar over deze bedragen vanaf 23 oktober 2023 tot aan de dag van volledige betaling en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de hiervoor genoemde bedragen van respectievelijk driemaal
€ 4.000,00 en eenmaal € 2.000,00 vanaf 27 januari 2025 tot aan de dag van volledige betaling,
veroordeelt de man in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 2.781,02,
veroordeelt de man in de proceskosten, waarbij die kosten van de vrouw zijn vastgesteld op € 1.213,47, te betalen aan de vrouw binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de man niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt de man tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
