Rechtbank Rotterdam 01-07-2026, ECLI:NL:RBROT:2026:9428

Essentie (gemaakt door AI)

Beschikking van de meervoudige kamer waarin de machtiging tot uithuisplaatsing van een baby met ernstig letsel (meervoudige botbreuken, door LECK geduid als vrijwel zeker toegebracht) wordt verlengd tot 28 oktober 2026. Kernpunt is dat eerst de uitkomsten van het KSCD-onderzoek en begeleiding/observatie door pleegzorg noodzakelijk zijn; zorgen bestaan over opvoedvaardigheden en leefstijl vader. Het door ouders voorgestelde veiligheidsplan is onvoldoende. Resterend verzoek van de Raad wordt toegewezen; uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Baby met letsel: meervoudige kamer rechtbank beslist tot verlenging uithuisplaatsing
Rb beslist tot verlenging MUHP van baby met ernstig letsel (meervoudige botbreuken, door LECK geduid als vrijwel zeker toegebracht). Uitkomst KSCD-onderzoek afwachten; begeleiding/observatie pleegzorg noodzakelijk. Zorgen over vader.

Datum publicatie05-08-2026
ZaaknummerC/10/716919 / JE RK 26-553
ProcedureBeschikking
ZittingsplaatsRotterdam
RechtsgebiedenCiviel recht
TrefwoordenJeugdbescherming / Jeugdwet; Uithuisplaatsing 1:265a e.v. BW
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Beschikking van de meervoudige kamer over een (verlenging) machtiging tot uithuisplaatsing baby met letsel.

Volledige uitspraak


RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/716919 / JE RK 26-553

Datum uitspraak: 1 juli 2026

Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam - Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. N. Schiettekatte, kantoorhoudende in Rotterdam,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. N. Schiettekatte, kantoorhoudende in Rotterdam,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: de GI.

1Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 22 april 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- het rapport van de GI van 18 juni 2026, ontvangen op diezelfde datum;

- het rapport van de Raad van 23 juni 2026, ontvangen op 24 juni 2026;

- het bericht met bijlagen van mr. N. Schiettekatte van 25 juni 2026, ontvangen op diezelfde datum.

1.2.

Op 1 juli 2026 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de vader en de moeder met hun advocaat mr. A.L. Witteveen, waarnemer van mr. N. Schiettekatte;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .

2De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

2.2.

[voornaam minderjarige] is op 28 januari 2026 uithuisgeplaatst in een pleeggezin. Hij verblijft sinds 6 mei 2026 in een netwerkpleeggezin, bij zijn oma van vaderszijde (hierna te noemen: oma vz.) in Amsterdam.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 april 2026 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 22 april 2027. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een trajectmachtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, gevolgd door een machtiging in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij oma vz., verleend met ingang van 28 april 2026 tot 28 juli 2026. Het overig verzochte is aangehouden. De behandeling van het resterende deel van het verzoek en de beslissing daarop is verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank.

3Het (aangehouden) verzoek

3.1.

De Raad heeft een trajectmachtiging verzocht tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg gevolgd door een netwerkplaatsing bij oma vz. voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

Op een gedeelte van het verzoek is reeds een beslissing genomen. Er moet nog een beslissing worden genomen op het restant van het verzoek, te weten de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] voor de periode van 28 juli 2026 tot 28 oktober 2026.

3.3.

Ter zitting wordt door de Raad toegelicht dat het verzoek zo moet worden opgevat dat het gaat om een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij oma vz., voor de in overweging 3.2 genoemde periode.

4De standpunten

4.1.

De Raad handhaaft het verzoek en licht het verzoek als volgt toe. De Raad vindt het belangrijk dat eerst de uitkomsten van het KSCD-onderzoek worden afgewacht, omdat dit meer inzicht zal geven in de mogelijkheden en onmogelijkheden van de ouders. Daarnaast bestaan zorgen over de leefstijl van de vader, in het bijzonder zijn drugsgebruik, zijn omgekeerde dag- en nachtritme en gamegedrag. De ouders dragen de verantwoordelijkheid voor [voornaam minderjarige] en daarbij is een dergelijke leefstijl niet passend. De Raad ziet dat de ouders weliswaar hun best doen en meewerken, maar er blijven vragen bestaan over de opvoedvaardigheden. Juist daarom is het KSCD-onderzoek belangrijk. Ook moet worden beoordeeld of de plaatsing bij oma vz. op de langere termijn passend blijft. Als blijkt dat de ouders niet in staat zijn de veiligheid en verzorging van [voornaam minderjarige] te waarborgen, is de vraag of voortzetting van de plaatsing bij oma vz., of anderszins binnen het netwerk, nog een passende oplossing is. De uitkomst van het strafrechtelijk onderzoek moet eveneens nog worden afgewacht. Tegelijkertijd is van belang dat binnen een voor [voornaam minderjarige] aanvaardbare termijn duidelijkheid ontstaat over zijn toekomstperspectief.

4.2.

De GI sluit zich aan bij het verzoek van de Raad en brengt ter aanvulling het volgende naar voren. Tijdens een evaluatie vorige week is besloten de omgang op zondag uit te breiden van vier naar zes uur. Oma vz. komt dan met [voornaam minderjarige] naar de ouders in Rotterdam. Deze uitbreiding heeft afgelopen zondag voor het eerst plaatsgevonden en sluit aan bij de wens van de ouders. Tot voor kort was alleen oma vz. bij de omgangsmomenten en maakte zij ook de omgangsverslagen. Pleegzorg is sinds kort betrokken en zal eens in de zes tot acht weken bij oma vz. langskomen voor begeleiding en ondersteuning. Daarnaast onderzoekt de GI of pleegzorg eens in de twee weken kan aansluiten bij de omgang tussen ouders en [voornaam minderjarige] . De GI plaatst desgevraagd vraagtekens bij de opmerking van oma vz. in het raadsrapport dat zij ouders“ het voordeel van de twijfel” geeft. Oma vz geeft momenteel invulling aan het vier-ogenprincipe, maar de GI vindt professionele verslaglegging noodzakelijk. Als pleegzorg eens in de twee weken de omgang begeleidt, kan worden geobserveerd hoe de ouders met [voornaam minderjarige] omgaan in de thuissituatie bij oma vz.

Voor de ouders is een KSCD-onderzoek aangevraagd. Zij staan bovenaan de wachtlijst, maar de start van het onderzoek kan nog enkele weken op zich laten wachten. Gisteren heeft een gesprek met het KSCD plaatsgevonden. De GI heeft soms de indruk dat de ernst van het letsel bij [voornaam minderjarige] nog onvoldoende tot de ouders doordringt. Tijdens het onderzoek zal onder meer worden geobserveerd hoe het contact tussen de ouders en [voornaam minderjarige] verloopt. Voor de komende periode is het plan het KSCD-onderzoek af te wachten.

[voornaam minderjarige] is niet recent onderzocht door een kinderarts. Er hebben geen afspraken meer plaatsgevonden in het ziekenhuis omdat dat niet nodig was. Op 26 juni 2026 stond wel een afspraak bij het CJG gepland, maar deze is vanwege code rood afgezegd. De GI heeft van de politie informatie ontvangen over het cannabisgebruik van de vader. Hierover hebben nog geen gesprekken met de ouders plaatsgevonden.

4.3.

Door en namens de ouders wordt afwijzing van het verzoek van de Raad bepleit en het volgende naar voren gebracht. Volgens de ouders gaat het beter met [voornaam minderjarige] dan wordt aangenomen. De ouders begrijpen de zorg en willen die niet bagatelliseren, maar hebben een andere mening over of [voornaam minderjarige] veilig bij hen kan wonen. Het is duidelijk dat afwachten van het strafonderzoek niet in het belang van [voornaam minderjarige] is. Ook het afwachten van het KSCD-onderzoek is niet wenselijk. Het eerste gesprek met het KSCD heeft plaatsgevonden en de verwachting is dat het onderzoek ergens in september is afgerond. De ouders werken mee aan hulpverlening en zijn bereid zicht te geven op hun opvoedvaardigheden. Zij vinden dat dit vanuit de thuissituatie kan gebeuren, met een veiligheidsplan en een betrokken netwerk. De screening bij oma vz. is positief bevonden. Zij begeleidt momenteel de omgangsmomenten en dit wordt dus als voldoende veilig beoordeeld. De ouders willen daarom dat [voornaam minderjarige] bij hen wordt teruggeplaatst en dat oma vz. bij hen in de woning gaat verblijven. De partner van oma vz. is nu twee maanden in Nederland en is gescreend op antecedenten. Hij kan daarom in de komende periode ook in het vier-ogenprincipe worden betrokken. [voornaam minderjarige] is inmiddels al een half jaar uit huis geplaatst, wat niet goed is voor de hechting met de ouders. Er is weliswaar een ruime omgangsregeling, maar dat is anders dan de dagelijkse opvoeding realiseren. De ouders vinden het daarom in het belang van [voornaam minderjarige] om hem bij hen terug te plaatsen, ook om ontlasting voor oma vz. te bieden, temeer daar zij nu onnodig wordt belast met verslaglegging. Het overgelegde veiligheidsplan houdt in dat oma vz. 24/7 bij de ouders is en dat een ander familielid haar taak overneemt als zij moet werken. Als [voornaam minderjarige] niet naar huis kan komen, willen de ouders dat [voornaam minderjarige] bij oma vz. blijft. De ouders starten binnenkort ieder afzonderlijk bij een psycholoog om de emoties en de trauma’s als gevolg van de situatie dat [voornaam minderjarige] niet meer thuis woont en de inzet van de betrokken instanties te verwerken. Daarbij wil de vader ook zijn middelengebruik meenemen. Daarvoor zal hij verslavingszorg moeten regelen. Hij rookt vaak drie keer per dag hasj, maar zijn dag- en nachtritme is inmiddels verbeterd door zijn nieuwe werk. De vader is bereid zijn leefstijl aan te passen als [voornaam minderjarige] weer bij hem thuis woont. Op 13 juli 2026 zal de vader als verdachte worden verhoord en de moeder als getuige.

5De beoordeling

5.1.

Op basis van de stukken en wat op de zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. 1 De rechtbank legt hieronder uit waarom.

5.2.

Eind januari 2026, toen [voornaam minderjarige] vier maanden oud was, werd bij hem ernstig letsel geconstateerd. Hij had 16 botbreuken op verschillende plekken in zijn lichaam, zoals zijn benen, armen, ribben en wervels. Sommige breuken waren van recente datum, andere ouder, en sommige konden niet precies worden gedateerd. Volgens het Landelijk Expertisecentrum Kindermishandeling (LECK) wijst dit bijna zeker op toegebracht letsel. Daar komt bij dat de aanwezigheid van zowel oude als recente breuken wijzen op meerdere, verschillende momenten waarop letsel is ontstaan. Vanwege deze situatie is [voornaam minderjarige] met spoed uit huis geplaatst. De ouders zeggen nog steeds niet te weten hoe het letsel is ontstaan, wat op zich al vraagtekens oproept nu zij de verantwoordelijkheid hebben voor hun baby.

Het strafrechtelijk onderzoek loopt nog, waarbij de vader is aangemerkt als verdachte, maar de uitkomst daarvan laat waarschijnlijk nog lang op zich wachten. Het staat in ieder geval vast dat [voornaam minderjarige] onder verantwoordelijkheid van zijn ouders op meerdere momenten ernstig letsel heeft opgelopen, terwijl hij als baby volledig afhankelijk was van hen. Dit gegeven maakt dat er serieuze zorgen zijn over de opvoedvaardigheden van de ouders en de veiligheid. Daar komt bij dat er zorgelijke signalen zijn over de leefstijl van de vader, zoals zijn drugsgebruik, gamegedrag en omgekeerd dag- en nachtritme. Op dit moment heeft de GI onvoldoende zicht op de opvoedvaardigheden van de ouders en de veiligheid van [voornaam minderjarige] . Het is daarom belangrijk om eerst de uitkomsten van het KSCD-onderzoek af te wachten, zodat duidelijker wordt wat de mogelijkheden en onmogelijkheden van de ouders zijn. Voorts is het van belang dat de GI de omgang van de ouders gaat begeleiden. De keuze om dit aan oma vz. over te laten en ook op basis van oma’s mening de omgang uit te breiden, roept veel vraagtekens op. Oma vz. is immers niet deskundig op het gebied van dergelijke verslaglegging. Bovendien kan van oma vz. niet ten volle verwacht worden dat zij volledig objectief is ten aanzien van de aan- of afwezigheid van vaardigheden van haar eigen zoon en schoondochter met betrekking tot haar kleinkind. Gelet op het forse letsel en de jonge leeftijd van [voornaam minderjarige] mag van de GI verwacht worden dat zij hier extra zorgvuldig mee omgaat. Het is van groot belang voor [voornaam minderjarige] dat het KSCD-onderzoek zo snel mogelijk wordt ingezet maar eveneens dat de omgang tussen [voornaam minderjarige] en zijn ouders professioneel begeleid gaat plaatsvinden. Dit geldt evenzeer voor de verslaglegging daarvan. De ouders willen, begrijpelijk vanuit hun positie, dat [voornaam minderjarige] naar huis komt en hebben daarvoor een veiligheidsplan ingediend. De rechtbank vindt dit echter niet voldoende, gezien het voorgaande.

5.3.

De rechtbank wijst daarom het resterende deel van het verzoek van de Raad toe.

5.4.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij oma vz., tot 28 oktober 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, mr. M.P.G. Rietbergen en mr. R. van der Wal, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733