Essentie (gemaakt door AI)
Afwijzing verlenging gebieds- en contactverbod. Hof bekrachtigt vonnis waarin het verzoek van vrouw wordt afgewezen. Voor zulke ingrijpende maatregelen moeten in hoge mate aannemelijke feiten bestaan; objectieve, actuele dreiging door man ontbreekt. LEC rapporteert in 2025 geen concrete aanwijzingen meer voor eergerelateerd geweld; GI ziet geen aantoonbare dreiging. Aankoop woning in [plaats] tijdens verbod is onhandig, maar zonder incidenten. Man zegt toe vrouw en kinderen niet lastig te vallen.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 05-08-2026 |
| Zaaknummer | 200.370.098/01 |
| Procedure | Hoger beroep |
| Zittingsplaats | Leeuwarden |
| Rechtsgebieden | Civiel recht |
| Trefwoorden | Overig; Straatverbod/contactverbod/huiselijk geweld |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging gebieds-en contactverbod. Geen reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen van man ten aanzien van vrouw en/of kinderenVolledige uitspraak
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.370.098/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 255467
arrest van 28 juli 2026
in de zaak van
[appellante] (de vrouw),
die woont in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M. Ferwerda,
en
[geïntimeerde] (de man),
die woont in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M.R. Rauwerda.
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
De vrouw heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof tegen het vonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden,
op 12 mei 2026, hersteld bij vonnis van 27 mei 2026, tussen partijen heeft gewezen.
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep, tevens memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- een brief van de GI;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026. De vrouw is verschenen, bijgestaan door haar advocaat. Ook de man is verschenen, bijgestaan door mr. I.W. van Dijk (als vervanger voor mr. Rauwerda). Namens de gecertificeerde instelling, Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (de GI), die door het hof in deze procedure als informant is aangemerkt en is opgeroepen voor de mondelinge behandeling, zijn twee medewerkers verschenen.
2De feiten en de procedure bij de rechtbank
De man en de vrouw zijn getrouwd geweest van [datum] 2007 tot [datum] 2024. Zij zijn de ouders van:
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2013;
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2015.
[de minderjarige1] en [de minderjarige2] staan sinds 8 december 2022 onder toezicht van de GI.
Bij beslissing in kort geding van 19 december 2023 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag aan de man een gebiedsverbod voor [plaats] opgelegd voor de duur van zes maanden, op straffe van een dwangsom van € 250,- per overtreding met een maximum van € 10.000,-.
Bij vonnis in kort geding van 4 juni 2024 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag aan de man een gebiedsverbod voor [plaats] opgelegd voor de duur van een jaar, op straffe van een dwangsom van € 250,- per overtreding met een maximum van € 10.000,-.
De man heeft in maart 2025 in [plaats] een woning gekocht waar hij inmiddels ook woont.
Bij vonnis in kort geding van 30 mei 2025 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, aan de man een gebiedsverbod voor [plaats] opgelegd voor de duur van een jaar, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per overtreding. Tegelijk is het de man verboden om gedurende een jaar na betekening van het vonnis contact (persoonlijk, schriftelijk, telefonisch, via sociale media of anderszins) op te nemen met de vrouw, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per overtreding.
Bij beschikking van 24 april 2026 is het gezag van de man over de kinderen beëindigd en is bepaald dat de vrouw voortaan alleen is belast met de uitoefening van het ouderlijk gezag.
De vrouw heeft bij de rechtbank gevorderd om:
- de man te verbieden om zich gedurende vijf jaar in [plaats] op te houden vanaf de datum van het (mondelinge) vonnis van de rechtbank dan wel met ingang van de datum van betekening van het vonnis;
- aan de man een contactverbod van vijf jaar op te leggen (persoonlijk, schriftelijk, telefonisch, via sociale media of via derden);
- de vrouw te machtigen om het gebiedsverbod ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie, indien de man in gebreke blijft aan voormeld verbod te voldoen;
- primair: te bepalen dat de man bij iedere overtreding voor de duur van drie dagen in gijzeling kan worden genomen, met dien verstande dat geen volgende ingijzelingstelling zal mogen plaatsvinden dan in het geval de man na de vorige gijzeling opnieuw een verbod overtreedt, dan wel subsidiair: te bepalen dat de man een dwangsom van € 10.000,- zal verbeuren voor iedere dag en iedere keer dat hij het verbod overtreedt, zonder maximering;
- de man te veroordelen in de kosten van de procedure.
De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van de vrouw afgewezen.
3De kern van de zaak
De zaak gaat om de vraag of aan de man (opnieuw) een gebieds- en contactverbod moet worden opgelegd.
Het hof zal beslissen dat dit niet het geval is en laat het vonnis van de rechtbank in stand. Het hof licht dat hierna toe.
4De toelichting op de beslissing van het hof
Spoedeisend belang
Naar het oordeel van het hof is met de aard van de vorderingen, te weten een gebieds- en contactverbod onder oplegging van een dwangsom, de spoedeisendheid gegeven.
Gebieds- en contactverbod
Een gebieds- en contactverbod vormt een inbreuk op het aan een ieder toekomende recht om vrijelijk contact op te kunnen nemen met een ander, dan wel om zich vrijelijk te kunnen verplaatsen. Voor het toewijzen van zulke ingrijpende maatregelen moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo’n inbreuk kunnen rechtvaardigen.
Het hof neemt de overwegingen van de voorzieningenrechter over en maakt die – na eigen onderzoek – tot de zijne. Het hof voegt hier het volgende aan toe.
Rondom de beëindiging van het huwelijk van partijen zijn er zorgen geweest over de veiligheid van de vrouw. Gedurende die periode is door het landelijk expertisecentrum eergerelateerd geweld (LEC-EGG of LEC) vastgesteld dat er, gelet op de reden van het eindigen van het huwelijk, een verhoogd risico was op eergerelateerd geweld. De vrouw heeft daarom een tijd, samen met de kinderen, op verschillende geheime vrouwenopvanglocaties verbleven. Hoewel om die redenen de angst van de vrouw voorstelbaar is, dient het hof te beoordelen of er op dit moment naar objectieve maatstaven een reële dreiging bestaat van toekomstig onrechtmatig handelen van de man ten aanzien van de vrouw en/of de kinderen. Uit de stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, blijkt onvoldoende dat dit het geval is. De vrouw heeft geen voorbeelden naar voren kunnen brengen waaruit deze dreiging af te leiden zou zijn, behalve het feit dat de man haar een Koran heeft overhandigd, bij de zitting bij de rechtbank familieleden van de vrouw aanwezig waren en de broer van de vrouw haar heeft bedreigd. Voor wat betreft het overhandigen van de Koran heeft de man tijdens de mondelinge behandeling van het hof uitgelegd dat deze eigendom was van de vrouw, en hij deze aan haar terug wilde geven. Op deze mondelinge behandeling heeft de advocaat van de vrouw aangegeven dat het om allemaal subtiele feiten gaat, en dat de vrouw deze als bedreigend ervaart. Dat is voor het hof echter onvoldoende om wederom een ingrijpende maatregel op te leggen.
Wat wel kan worden opgemerkt is dat de keuze van de man om tijdens het locatieverbod een woning te kopen in [plaats] , waar hij naar eigen zeggen toen (nog) niet is gaan wonen, op zijn minst gezegd niet handig was. Dit enkele feit is echter ook onvoldoende voor het opnieuw opleggen van een locatie- en contactverbod. Het is immers niet gebleken dat sinds de man in [plaats] woont, er incidenten hebben plaatsgevonden. Daar komt bij dat het LEC in 2025 heeft vastgesteld dat er geen concrete aanwijzingen meer zijn voor eergerelateerd geweld. Die conclusie is nadien niet meer gewijzigd. Ook de GI heeft aangegeven, zoals blijkt uit het rapport van de raad voor de kinderbescherming, dat niet aan te tonen is dat sprake is van een dreiging vanuit vader richting moeder. Verder geldt dat de voorzieningenrechter in het vonnis van 19 december 2023 al in het midden liet of de angst van de vrouw terecht was of niet. Onder deze omstandigheden ziet het hof geen aanleiding om aan de man nog langer een gebieds- en contactverbod op te leggen, ook niet voor een kleiner gebied dan [plaats] .
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man zich bereid verklaard om de vrouw (en de kinderen) niet in hun privéomgeving lastig te vallen. Het is aan de man om zich aan deze toezegging te houden.
De conclusie
Het hoger beroep slaagt niet. Het hof bepaalt dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen (compensatie van proceskosten) vanwege de aard van de zaak (familieverhoudingen).
5De beslissing
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, Locatie Leeuwarden, van 12 mei 2026 (hersteld bij vonnis van 27 mei 2026);
wijst het meer of anders gevorderde af;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door mr. C. Koopman, mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard en
mr. M. Bootsma, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
