Rechtbank Oost-Brabant 17-07-2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5556

Essentie (gemaakt door AI)

Aansprakelijkheid voormalig curator waarin zonder machtiging aanzienlijke bedragen aan zichzelf zijn geleend uit vermogen van betrokkene. Toetsingskader art. 1:386 lid 1 BW jo. art. 1:337 lid 2 BW en ambtshalve schadevaststelling art. 1:362 BW jo. art. 1:386 BW. Kerntaak curator en conserverende aard bewindstaak benadrukt. Slecht curatelebewind aangenomen. Schade vastgesteld op €30.857,35; wettelijke rente vanaf 1 april 2025 respectievelijk 15 juli 2026 toegewezen.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Curator leent zichzelf geld van betrokkene: aansprakelijk wegens slecht bewind
De kerntaak van een curator is het behartigen van de financiële en niet-financiële belangen van degene die dat door zijn of haar persoonlijke (kwetsbare) toestand niet voldoende zelf kan doen. Handelwijze curator strookt daar niet mee.

Datum publicatie03-08-2026
Zaaknummer12306708
ProcedureBeschikking
Zittingsplaats's-Hertogenbosch
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
Trefwoorden
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Aansprakelijkheid ontslagen familiair curator (verstrekking leningen aan zichzelf). Toetsingskader. Kerntaak curator, belangen curandus, conserverende aard bewindstaak. Slecht curatelebewind. Ambtshalve vaststelling schade, wettelijke rente.

Volledige uitspraak


RECHTBANK OOST-BRABANT

Toezicht

Locatie ’s-Hertogenbosch

zaaknummer : 12306708 TE VERZ 26-320

dossiernummer : [beschikkingsnummer]
datum : 17 juli 2026

beschikking van de kantonrechter inzake aansprakelijkheid voormalig curator

tegen:

[curator] ,

met een onbekende woon- en verblijfplaats in en buiten Nederland
en een postadres te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: de voormalig curator,

met betrekking tot de curatele ten behoeve van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene,
met sinds 15 juli 2026 als curator [naam bewindvoerderskantoor] .

Inleiding


De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of betrokkene schade heeft geleden door toedoen dan wel nalaten van haar voormalige curator [curator] . De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is en zal de voormalig curator veroordelen tot betaling van schadevergoeding.

1Procedure

1.1

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de brief van de voormalig curator, ontvangen op 25 februari 2026;

- de rekening en verantwoording 2024, ontvangen op 25 februari 2026;

- de rekening en verantwoording 2025, ontvangen op 25 februari 2026;

- de brief van de griffier van 18 juni 2026;

- de e-mail van de voormalig curator met bijlagen, ontvangen op 4 juli 2026;

- de zittingsaantekeningen van de zitting van 21 september 2022;

- de brief van de voormalig curator gedateerd 15 november 2022.

1.2

Naar aanleiding van de ingediende rekening en verantwoording 2024 en 2025 en de zorgen die de kantonrechter daarover heeft, is de voormalig curator opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 15 juli 2026 en heeft de kantonrechter aanvullende informatie opgevraagd. De kantonrechter heeft betrokkene niet opgeroepen voor de mondelinge behandeling, omdat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat zij niet in staat is zich over het onderwerp daarvan uit te spreken. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. De voormalig curator is gehoord via een Teams-verbinding vanwege zijn verblijf in het buitenland.

2Feiten

2.1

Bij beschikking van de kantonrechter van 23 maart 2004 is betrokkene onder curatele gesteld met benoeming van de voormalig curator tot curator. De grondslag van de curatele is de lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene. De curatele is ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister.

2.2

Op 21 september 2022 heeft een zitting bij de kantonrechter plaatsgevonden. Tijdens deze zitting heeft de kantonrechter onder meer met de voormalig curator besproken dat het hem niet is toegestaan geld uit het vermogen van betrokkene uit te lenen zonder voorafgaande toestemming van de kantonrechter.

2.3

In een brief van 15 november 2022 heeft de voormalig curator aan de kantonrechter geschreven dat het hem eerder niet bekend was dat voor het (uit)lenen van geld van betrokkene machtiging van de kantonrechter is vereist, maar dat dit hem op de zitting van 21 september 2022 duidelijk is gemaakt.

2.4

De ingediende rekening en verantwoording 2024 vermeldt een lening uit het vermogen van betrokkene aan de voormalig curator ten bedrage van € 11.755,43.

2.5

De ingediende rekening en verantwoording 2025 vermeldt een lening uit het vermogen van betrokkene aan de voormalig curator ten bedrage van € 9.426,79.

2.6

In de brief van 4 juli 2026 aan de kantonrechter heeft de voormalig curator een overzicht opgenomen van aanvullende leningen aan zichzelf uit het vermogen van betrokkene gedurende de periode 1 januari 2026 tot en met 3 juli 2026, ten bedrage van in totaal € 9.270,00. Daarvan is volgens zijn opgave € 325,00 terugbetaald.

2.7

De voormalige curator heeft geen leningsovereenkomsten opgesteld en geen terugbetalingsafspraken gemaakt, hij betaalt geen rente en heeft ter verzekering van zijn terugbetalingsverplichting geen enkele vorm van zekerheid gesteld.

2.9

De voormalig curator heeft voor het aangaan van de hiervoor bedoelde leningen geen voorafgaande toestemming gevraagd aan de kantonrechter. De kantonrechter heeft hiervoor geen machtiging verleend.

2.10

De voormalig curator heeft zichzelf de volledige jaarbeloning over het jaar 2026 ten bedrage van € 1.593,00 al uitbetaald.

2.11

Bij beschikking van 15 juli 2026 is de voormalig curator wegens gewichtige redenen ambtshalve ontslagen als curator, met benoeming van een professioneel opvolgend curator met ingang van diezelfde datum.

3Beoordeling

Toetsingskader aansprakelijkheid curator

3.1

In artikel 1:386 lid 1 BW is bepaald dat op het bewind van de curator de omtrent het bewind van de voogd toepasselijke voorschriften van overeenkomstige toepassing zijn (artikelen 1:337-371 BW) . De curator moet het bewind over het vermogen van de curandus (betrokkene) als een goed curator voeren. Bij slecht bewind is de curator voor de daardoor veroorzaakte schade aansprakelijk (artikel 1:337 lid 2 BW) . Op grond van artikel 1:362 BW in verbinding met artikel 1:386 BW is de kantonrechter bevoegd ambtshalve de schade vast te stellen die het gevolg is geweest van slecht curatelebewind en de curator tot vergoeding daarvan te veroordelen (HR 23 juni 2000, JOL 2000, 361).

3.2

Bij het bepalen van de omvang van de schade wordt de werkelijke situatie vergeleken met de (hypothetische) situatie dat de curator de belangen van betrokkene wel naar behoren zou hebben behartigd en dus niet tekort zou zijn geschoten in de zorg van een goed curator.

Is sprake van slecht curatelebewind?

3.3

Vast staat dat de voormalig curator buiten het zicht van de kantonrechter en zonder de noodzakelijke voorafgaande machtigingen aanzienlijke bedragen aan zichzelf heeft uitgekeerd uit het vermogen van betrokkene, door overboeking naar zijn eigen bankrekening. Hij heeft dit volmondig erkend. Hij beschouwt dit als leningen, die hij aan betrokkene moet terugbetalen vermeerderd met wettelijke rente. Er is echter tot nu toe geen rente betaald en er is geen enkele zekerheid dat en op welk moment het totale verschuldigde bedrag zal (kunnen) worden terugbetaald aan betrokkene. Daarover zijn geen afspraken gemaakt. Het vermogen van betrokkene is door de onttrekkingen van de voormalig curator vanaf 2024 aanzienlijk afgenomen.

3.4

De kerntaak van een curator is het behartigen van de financiële en niet-financiële belangen van degene die dat door zijn of haar persoonlijke (kwetsbare) toestand niet voldoende zelf kan doen. Bij de uitoefening van zijn taak moet een curator uitsluitend de belangen van de curandus voor ogen houden. Belangenverstrengeling moet worden voorkomen. In verband met de financiële verantwoordelijkheden van een curator geldt dat de bewindstaak in beginsel conserverend van aard is. Het zijn andermans goederen waarover een curator het bewind voert. Hij moet het vermogen van de curandus zorgvuldig en nauwgezet beschermen en ervoor zorgen dat het uitsluitend en alleen in diens belang wordt besteed en beheerd.

3.5

Met deze kernverantwoordelijkheid vallen de handelingen van de voormalig curator op geen enkele wijze te verenigen. Dat de voormalig curator zelf in moeilijke financiële omstandigheden verkeert en geen andere mogelijkheid zag, zoals hij heeft aangevoerd, kan geen reden zijn om voor eigen gebruik geld aan het vermogen van betrokkene te onttrekken. Er is dus sprake van onrechtmatige onttrekking van een groot geldbedrag aan het vermogen van betrokkene door de voormalig curator.

3.6

Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de voormalig curator ten aanzien van betrokkene toerekenbaar tekortgeschoten is in de uitoefening van zijn taken en in de zorg van een goed curator. Hij heeft slecht bewind gevoerd en is aansprakelijk voor de daarvoor veroorzaakte schade.

3.7

Met betrekking tot de hoogte van de schade stelt de kantonrechter het volgende vast op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is besproken.


Geldlening rekening en verantwoording 2024

3.4

De voormalig curator heeft erkend dat hij in 2024 een bedrag van € 11.755,43 aan het vermogen van betrokkene heeft onttrokken als lening. De kantonrechter stelt de schade van betrokkene in verband hiermee in hoofdsom vast op een bedrag van € 11.755,43.

Geldlening rekening en verantwoording 2025

3.5

De voormalig curator heeft erkend dat hij in 2025 een bedrag van € 9.426,79 aan het vermogen van betrokkene heeft onttrokken als lening. De kantonrechter stelt de schade van betrokkene in verband hiermee in hoofdsom vast op een bedrag van € 9.426,79.

Geldlening voorlopige rekening en verantwoording over de periode 1 januari 2026 tot en met 3 juli 2026

3.6

De voormalig curator heeft erkend dat hij in de periode van 1 januari tot en met 3 juli 2026 een bedrag van € 9.270,00 aan het vermogen van betrokkene heeft onttrokken als lening, waarvan een bedrag van € 325,00 is terugbetaald. De kantonrechter stelt de schade van betrokkene in verband hiermee in hoofdsom vast op een bedrag van € 8.945,00.

Jaarbeloning 2026

3.7

De voormalig curator heeft bevestigd dat hij zichzelf de volledige jaarbeloning over het jaar 2026 ten bedrage van € 1.593,00 al eerder dit jaar heeft uitbetaald. De voormalig curator is door de kantonrechter per 15 juli 2026 ambtshalve ontslagen. Na ontslag bestaat geen recht op beloning meer. Dat betekent dat de voormalig curator zichzelf ten onrechte bij voorbaat een bedrag van € 730,13 als beloning heeft uitgekeerd, terwijl daarvoor geen werkzaamheden zijn verricht. De kantonrechter merkt dit bedrag eveneens aan als schade van betrokkene die het gevolg is van slecht bewind.

Totale schade en wettelijke rente

3.8

Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter de voormalig curator veroordelen om de volgende geleden schade te vergoeden aan betrokkene:

- geldlening 2024 € 11.755,43

- geldlening 2025 € 9.426,79

- geldlening 1-1-2026 tot en met 3-7-2026 € 8.945,00

- beloning 16-7-2026 tot en met 31-12-2026 € 730,13 +

Totaal: € 30.857,35

3.10

De voormalig curator heeft erkend dat hij over de bedragen die hij als geldlening aan het vermogen van betrokkene heeft onttrokken wettelijke rente verschuldigd is. In beginsel is de wettelijke rente op grond van art. 6:83, aanhef en onder b, BW zonder ingebrekestelling verschuldigd vanaf het moment waarop de schade is ingetreden die het gevolg is van het onrechtmatig handelen van de voormalig curator. Omdat de voormalig curator in de periode 1 januari 2024 tot en met 3 juli 2026 meermaals (deel)bedragen als geldlening aan het vermogen van betrokkene heeft onttrokken, bepaalt de kantonrechter de aanvangsdatum van de wettelijke rente over een bedrag van € 30.127,22 in het midden van de periode, dat wil zeggen op 1 april 2025.

Beslissing

De kantonrechter:

    veroordeelt [curator] om aan [betrokkene] te betalen een bedrag van
    € 30.127,22, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 1 april 2025 tot de dag van volledige betaling;

    veroordeelt [curator] om aan [betrokkene] te betalen een bedrag van
    € 730,13, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 15 juli 2026 tot de dag van volledige betaling;

    verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733