Essentie (gemaakt door AI)
Eiseres vordert een verklaring voor recht dat het levenstestament van haar echtgenoot nietig is en dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld, en vordert in het incident inzage in onder bewijsbeslag genomen stukken. De vordering tot nietigverklaring is niet-ontvankelijk omdat alleen de betrokkene of diens wettelijk vertegenwoordiger kan procederen. De inzagevordering is in beginsel toewijsbaar op grond van het nieuwe bewijsrecht (art. 194-195 Rv), met voorafgaande toets aan het notarieel verschoningsrecht. Regiezitting wordt gelast met notaris en bewaarder.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 31-07-2026 |
| Zaaknummer | C/10/713212 / HA ZA 26-54 |
| Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
| Zittingsplaats | Rotterdam |
| Rechtsgebieden | Civiel recht |
| Trefwoorden | Erfrecht; Wilsonbekwaamheid erflater; Meerderjarigenbescherming; Levenstestament |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Eiseres vordert in de dagvaarding in de hoofdzaak een verklaring voor recht (a) dat het levenstestament van haar echtgenoot nietig is en (b) dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld door hun betrokkenheid bij de totstandkoming van dat levenstestament. Ook stelt eiseres in de dagvaarding een incidentele vordering in tot afgifte van stukken waarop bewijsbeslag is gelegd. Nadat de rechtbank eerst heeft geoordeeld in de hoofdzaak dat (a) moet worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, begint zij daarna pas met de beoordeling van de incidentele vordering. Art. 209 Rv. Art. 194-195 Rv. Eiseres heeft op zichzelf genomen recht op inzage in de stukken, maar allereerst moet worden beoordeeld of er geen stukken zijn die vallen onder het verschoningsrecht van de notaris. Daarom bepaalt de rechtbank een nieuwe mondelinge behandeling waarvoor ook de notaris en de bewaarder van de in beslag genomen gegevens worden uitgenodigd.Volledige uitspraak
team handel en haven
Zaaknummer: C/10/713212 / HA ZA 26-54
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. A.C.M. Verhoeven,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2],
te [woonplaats] ,
gedaagde partijen in de hoofdzaak,
gedaagde partijen in het incident,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
advocaat: mr. A.D. Lindenbergh.
1De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de vraag of een via de notaris opgemaakt levenstestament rechtsgeldig is en over de vraag of [gedaagden] onrechtmatig hebben gehandeld door eraan bij te dragen dat dit levenstestament tot stand is gekomen. De rechtbank oordeelt dat de eerste vraag niet door [eiseres] aan de rechter kan worden voorgelegd. Voor het antwoord op de tweede vraag wil [eiseres] inzage in stukken die in (bewijs)beslag zijn genomen. De rechtbank oordeelt dat [eiseres] op zichzelf recht heeft op inzage in die stukken. De mogelijkheid bestaat echter dat een deel van die stukken valt onder het verschoningsrecht van de notaris. Dat moet eerst worden beoordeeld. Om de wijze waarop die beoordeling moet plaatsvinden met partijen te bespreken, bepaalt de rechtbank een nieuwe mondelinge behandeling. Daarvoor worden ook de notaris en de bewaarder van de in beslag genomen gegevens uitgenodigd.
2De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 november 2025, tevens houdende een incidentele vordering, met producties 1 tot en met 14;
- de conclusie van antwoord in het incident, met producties 1 tot en met 22;
- de conclusie van antwoord, met producties 23 tot en met 35;
- de oproepingsbrief van 19 maart 2026;
- de zittingsagenda van 8 mei 2026;
- de akte houdende aanvullende producties van [gedaagden] , met producties 36 tot en met 38;
- de akte overlegging producties van [eiseres] , met producties 15 tot en met 23;
- productie 24 van [eiseres] ;
- de mondelinge behandeling van 18 juni 2026;
- de spreekaantekeningen van [eiseres] ;
- de spreekaantekeningen van [gedaagden] .
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident en in de hoofdzaak.
3De feiten
[eiseres] is getrouwd met [persoon A] (hierna: [persoon A] ), die inmiddels 94 jaar oud is. [persoon A] is eerder gehuwd geweest. Uit dit eerste huwelijk van [persoon A] zijn vier kinderen geboren, onder wie zoon [gedaagde 1] . Uit het huwelijk van [persoon A] met [eiseres] is één kind geboren, zoon [naam zoon] .
[persoon A] heeft in de loop van de jaren een omvangrijke onderneming opgezet die bestaat uit diverse werkmaatschappijen en deelnemingen die (indirect) worden gehouden door een vennootschap met de naam [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ).
[persoon A] en [gedaagde 2] vormen samen al ongeveer tien jaar het statutaire bestuur van [bedrijf 2] .
De aandelen in [bedrijf 2] zijn gecertificeerd en [eiseres] vormt samen met
[gedaagde 2] het gezamenlijk bevoegde bestuur van de Stichting Administratiekantoor [bedrijf 2] (“STAK [bedrijf 2] ”). [persoon A] en [eiseres] houden samen – indirect – de meerderheid van de aandelen in [bedrijf 2] , welke aandelen zijn ondergebracht in een vennootschap met de naam [bedrijf 1] B.V. (“ [bedrijf 1] ”). [persoon A] en [eiseres] vormen samen het statutaire bestuur van [bedrijf 1] , waarin zij alle aandelen houden. Zij zijn slechts gezamenlijk bevoegd om bestuursbesluiten te nemen.
[gedaagde 1] is ondernemer en geeft leiding aan een bedrijf dat los staat van de onderneming van zijn vader. Sinds een aantal jaar is [gedaagde 1] in feitelijke zin wel betrokken bij [bedrijf 2] . [persoon A] , [gedaagde 2] en [gedaagde 1] voeren veelvuldig overleg over (de toekomst van) [bedrijf 2] .
Op 11 maart 2022 is bij [persoon A] de diagnose ‘beginnende dementie’ gesteld.
Op 16 maart 2022 is ten overstaan van notaris [naam notaris 1] een levenstestament gepasseerd waarin [gedaagden] zijn benoemd als gevolmachtigden van [persoon A] met gezamenlijke bevoegdheid (hierna: het levenstestament). [gedaagden] hebben die benoeming aanvaard.
Bij beschikking van 16 februari 2023 heeft deze rechtbank op verzoek van [eiseres] een voorlopig getuigenverhoor bevolen. [eiseres] heeft [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [naam notaris 1] als getuigen doen horen.
Tijdens zijn verhoor als getuige heeft [naam notaris 1] zich bij een aantal vragen van de rechter beroepen op zijn verschoningsrecht. De rechtbank heeft dit beroep deels gehonoreerd, ten aanzien van één vraag heeft de rechtbank het beroep op het verschoningsrecht afgewezen. Van deze beschikking is [naam notaris 1] in hoger beroep gegaan. [eiseres] heeft incidenteel geappelleerd. Bij beschikking van 4 februari 2026 heeft het hof [naam notaris 1] in het gelijk gesteld.
Bij beschikking van 19 juni 2023 heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank [eiseres] verlof verleend om bewijsbeslag te leggen ten laste van [gedaagden] . Daarbij is Equilibristen gerechtsdeurwaarders B.V. te Dordrecht aangesteld als gerechtelijk bewaarder van de in beslag te nemen stukken (hierna: de bewaarder).
Op 7 december 2023 is het bewijsbeslag gelegd.
4Het geschil in het incident
[eiseres] vordert, samengevat, dat de rechtbank voor recht verklaart dat het [eiseres] is toegestaan afgifte van de bescheiden en inzage in de beslagen gegevens te krijgen, met veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten van het incident.
[gedaagden] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten van het incident. Daarnaast verzoeken [gedaagden] de rechtbank om, voor zover de vordering geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen, tussentijds hoger beroep open te stellen.
5Het geschil in de hoofdzaak
[eiseres] vorderen dat de rechtbank bij vonnis, samengevat:
1. voor recht verklaart dat het levenstestament en de daarin aan [gedaagden] verleende volmacht nietig is, althans dat levenstestament en de volmacht vernietigt;
2. voor recht verklaart dat [gedaagden] op onrechtmatige wijze die volmacht hebben verkregen, dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan ouderenmisbruik en dat zij onrechtmatig gehandeld hebben en handelen door gebruik te maken van de volmacht;
3. [gedaagden] verbiedt om met directe ingang na betekening van het in dezen te
wijzen vonnis gebruik te maken van de volmacht alsmede van de in de dagvaarding bedoelde onderhandse volmacht op straffe van een dwangsom;
4. [gedaagden] veroordeelt om binnen 24 uur na betekening van het vonnis aan [eiseres] volledige opgaaf te doen van alle (rechts)handelingen die zij met gebruikmaking van de in het levenstestament opgenomen volmacht en de onderhandse volmacht hebben verricht op straffe van een dwangsom;
5. voor recht verklaart dat [gedaagden] onrechtmatig hebben gehandeld jegens [eiseres] en dat zij aansprakelijk zijn voor de schade die [eiseres] als gevolg daarvan heeft geleden en nog zal lijden;
6. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding aan [eiseres] van de in het lichaam van de dagvaarding bedoelde schade, nader op te maken bij staat;
7. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt om aan [eiseres] te vergoeden de kosten die zij heeft moeten maken ter vaststelling van hun aansprakelijkheid, eveneens nader op te maken bij staat;
8. zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] veroordeelt om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 50.000,-- bij wijze van immateriële schadevergoeding;
9. [gedaagden] veroordeelt in de proceskosten en de nakosten.
[gedaagden] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling in de proceskosten.
6De beoordeling
Inleiding
Aan het geschil tussen partijen ligt ten grondslag de opvatting van [eiseres] dat [gedaagden] misbruik hebben gemaakt van de kwetsbare mentale gezondheid van [persoon A] Zij hebben hem ertoe verleid hen een volmacht te geven waardoor zij volledige zeggenschap over [bedrijf 2] hebben gekregen en [eiseres] doelbewust buitenspel is gezet. Dit hebben zij gedaan op een moment dat [persoon A] niet meer in staat was zijn wil te bepalen. Het levenstestament waarin die volmacht is opgenomen is om die reden nietig of vernietigbaar. Bovendien hebben [gedaagden] door dit alles onrechtmatig gehandeld. Met haar incidentele vordering wil [eiseres] bereiken dat zij inzage krijgt in stukken waarmee zij haar vordering in de hoofdzaak (nader) kan onderbouwen.
Op grond van artikel 209 Rv wordt op een incidentele vordering, indien de zaak dat meebrengt, eerst en vooraf beslist. In dit geval brengt de zaak niet noodzakelijkerwijs mee dat eerst in het incident en pas daarna in de hoofdzaak wordt beslist. Het incident en de hoofdzaak zullen in samenhang worden behandeld.
De rechtsgeldigheid van het testament kan in deze procedure niet worden getoetst
De vordering in de hoofdzaak onder 1 strekt tot nietigverklaring of vernietiging van het levenstestament van [persoon A] wegens een wilsgebrek.
Deze vordering is niet toewijsbaar, omdat deze uitsluitend door [persoon A] zelf of zijn wettelijk vertegenwoordiger kan worden ingesteld. Dat laatste is [eiseres] niet. Als aangenomen moet worden dat [persoon A] zelf niet meer in staat is zijn belangen te behartigen, dan ligt in de rede dat een belanghebbende (zoals [eiseres] ) een verzoek tot het instellen van beschermingsbewind bij de kantonrechter indient. In die procedure zal de kantonrechter moeten worden geïnformeerd over het levenstestament. Het ligt niet op voorhand in de rede dat de kantonrechter het verzoek zonder meer zal afwijzen vanwege het bestaan van dat levenstestament als hij tevens wordt geïnformeerd over de redenen die volgens [eiseres] bestaan om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van [persoon A] ten tijde van het passeren van dat levenstestament.
Alternatieve grondslagen voor het kunnen instellen door [eiseres] van vordering 1 namens [persoon A] zijn er niet. Ter zitting heeft [eiseres] erkend dat haar benoeming tot executeur in een testament van [persoon A] uit 2013 niet kan gelden als lastgeving om deze vordering namens hem in te stellen. Ook van zaakwaarneming is geen sprake, omdat niet zonder meer kan worden aangenomen dat [eiseres] zich op redelijke grond inlaat met de behartiging van de belangen van [persoon A] [eiseres] heeft zelf immers een evident eigen belang bij de beoogde nietigverklaring of vernietiging van het levenstestament.
Onrechtmatig handelen jegens [persoon A] kan in deze procedure niet worden getoetst
De vorderingen in de hoofdzaak onder 2 en 5 zijn gebaseerd op onrechtmatige daad. De stukken van [eiseres] zijn, naar het oordeel van de rechtbank, niet helder over de ‘geadresseerde’ van deze onrechtmatige daad. Veel stellingen lijken betrekking te hebben op onrechtmatig handelen jegens [persoon A] (“ouderenmisbruik”). Voor zover dat aan de vorderingen ten grondslag ligt en deze dus zijn ingesteld namens [persoon A] (vanwege een onrechtmatige daad jegens [persoon A] ), geldt hetzelfde als hierboven is overwogen ten aanzien van de vordering onder 1.
Onrechtmatig handelen jegens [eiseres]
De rechtbank begrijpt het betoog van [eiseres] zo dat zij met de vorderingen in de hoofdzaak onder 2 en 5 ook heeft bedoeld dat [gedaagden] onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld. Van een dergelijk onrechtmatig handelen jegens [eiseres] zou sprake kunnen zijn als [gedaagden] [persoon A] onder druk hebben gezet om een levenstestament op te laten stellen, wetende dat hij vanwege zijn verminderde geestelijke gezondheid voor dergelijke druk kwetsbaar zou zijn, met als doel om met behulp van dat levenstestament [eiseres] te benadelen. Dit is de kennelijke strekking van haar betoog.
Beoordeling van de incidentele vordering
Om dit betoog verder te onderbouwen wil [eiseres] inzage in de in beslag genomen gegevens verkrijgen. De rechtbank begrijpt de incidentele vordering – die geformuleerd is als een verklaring voor recht – zo dat in wezen is bedoeld [gedaagden] tot het verlenen van die inzage te veroordelen.
Door de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht is artikel 843a Rv op 1 januari 2025 vervallen. Anders dan [eiseres] van mening is, is artikel 843a Rv (oud) in deze zaak niet meer van toepassing. Op grond van artikel XIIa van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht is het nieuwe bewijsrecht van toepassing op procedures die na genoemde datum aanhangig worden gemaakt. Dat geldt voor de onderhavige inzagevordering. Hieraan doet niet af dat aan deze inzagevordering een bewijsbeslag vooraf is gegaan en dat die beslagprocedure dateert van voor 1 januari 2025. De rechtbank zal de inzagevordering daarom beoordelen op basis van het nieuwe bewijsrecht.
In artikel 195 Rv is bepaald dat een partij aan de rechter die de hoofdzaak behandelt, kan verzoeken om de wederpartij te bevelen inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens te verstrekken. Voor toewijzing van zo’n verzoek moet aan de vereisten uit artikel 194 Rv worden voldaan. Degene die informatie van een ander verlangt moet (i) partij zijn bij een rechtsbetrekking en (ii) de verlangde informatie moet voldoende bepaald zijn. Verder moet (iii) een partij een voldoende belang hebben bij haar informatieverzoek en moet (iv) degene van wie inzage wordt verlangd over de gevraagde informatie beschikken.
De incidentele vordering ziet uitdrukkelijk op (en is beperkt tot) inzage in de gegevens die in beslag zijn genomen. Daarom is van belang wat de reikwijdte is van dat beslag, zoals dat volgt uit het beslagrekest en de beschikking van de voorzieningenrechter waarbij verlof is verleend. Daaruit volgt dat het gaat om mailcorrespondentie tussen [gedaagden] onderling en met expliciet genoemde notarissen ( [naam notaris 2] van Nauta Dutilh en [naam notaris 1] ) met als onderwerp “ [bedrijf 2] /herstructurering”, “levenstestament”, “testament” en/of “ [afkorting] ” (de afkorting van de namen van [persoon A] ) en voorts om fysieke stukken over dezelfde onderwerpen. Het verleende verlof tot beslaglegging in deze gegevens is beperkt tot de periode van maart 2021 tot en met september 2022.
Aan de vier hierboven genoemde vereisten (i-iv) is voldaan, zij het wel met enige beperkingen. De rechtsbetrekking is hier onrechtmatig handelen. [eiseres] heeft dat onrechtmatig handelen op zichzelf voldoende onderbouwd. Dat dit onrechtmatig handelen nog niet vast staat, staat niet aan inzage in de weg. De gegevens waarvan inzage wordt gevraagd dienen nu juist ertoe om dat onrechtmatig handelen nader te onderbouwen. [eiseres] heeft voldoende belang voor zover het gaat om correspondentie met als onderwerp het (levens)testament en/of [persoon A] (“ [afkorting] ”), omdat het verweten onrechtmatig handelen specifiek betrekking heeft op het onder druk zetten van [persoon A] om hem te bewegen een levenstestament te laten opmaken. Geen voldoende belang heeft [eiseres] echter bij inzage in stukken die betrekking hebben op “IndianaFinance/herstructurering.” Het vraagstuk van die herstructurering als zodanig is namelijk veel breder dan waarop het verweten handelen betrekking heeft. Ook valt correspondentie met notaris [naam notaris 2] en/of Nauta Dutilh buiten het kader van het vereiste belang: notaris [naam notaris 2] was eerder betrokken bij overleg met alle betrokkenen over de structuur van de ondernemingen van [persoon A] , maar heeft geen rol gespeeld bij het verweten onrechtmatige handelen van [gedaagden] , althans dat heeft [eiseres] niet gesteld.
Met inachtneming van deze beperkingen is de vordering tot inzage in beginsel toewijsbaar.
Geen recht op inzage bestaat echter voor zover sprake is van een verschoningsrecht (artikel 194 lid 2 Rv) . Gelet op wat er in deze zaak in beslag is genomen, is aannemelijk dat zich onder de beslagen gegevens stukken bevinden die (kunnen) vallen onder het verschoningsrecht van [naam notaris 1] . Daarom behoren die gegevens van inzage door [eiseres] te worden uitgesloten. Met het oog daarop overweegt de rechtbank verder het volgende.
Artikel 22 van de Wet op het notarisambt bepaalt dat de notaris ten aanzien van al hetgeen waarvan hij uit hoofde van zijn beroep als zodanig kennis neemt tot geheimhouding verplicht is. Uit dit artikel vloeit voort dat de notaris een verschoningsrecht toekomt als bedoeld in artikel 165 lid 2 onder b Rv. De grondslag van dit verschoningsrecht ligt in een in Nederland geldend algemeen rechtsbeginsel dat meebrengt dat het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene tot de notaris als vertrouwenspersoon mag wenden. Het verschoningsrecht beperkt zich tot datgene waarvan de wetenschap aan de notaris in zijn hoedanigheid van notaris is toevertrouwd, waarbij hetgeen hem als notaris is meegedeeld in beginsel ook als aan hem toevertrouwd heeft te gelden. Het verschoningsrecht heeft tot doel cliënten en andere belanghebbenden zekerheid te geven dat zij vrijelijk met de notaris kunnen spreken, zonder vrees voor openbaarmaking van hetgeen zij de notaris hebben toevertrouwd. Bij de bepaling van de reikwijdte van het verschoningsrecht wordt dan ook geen onderscheid gemaakt naar de mate van vertrouwelijkheid van de gegevens. Beslissend is of het gaat om informatie die aan de notaris in zijn hoedanigheid als notaris is toevertrouwd. De aard van het verschoningsrecht brengt mee dat het oordeel over de vraag of bepaalde gegevens onder het verschoningsrecht vallen, in beginsel toekomt aan de notaris. Indien deze zich op het standpunt stelt dat het gaat om informatie waarvan kennisneming zou leiden tot schending van zijn beroepsgeheim, dient de rechter dat standpunt te eerbiedigen tenzij er redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat dit standpunt onjuist is. De rechter kan slechts marginaal toetsen en dient daarbij terughoudend te zijn. Als moet worden aangenomen dat hetgeen is toevertrouwd aan de notaris geen vertrouwelijk karakter heeft, valt dit buiten de reikwijdte van het verschoningsrecht.
Tegen deze achtergrond moet [naam notaris 1] in de gelegenheid worden gesteld een relevante selectie van de in beslag genomen gegevens te beoordelen op de vraag of die gegevens onder het verschoningsrecht vallen. Het gaat hierbij om die gegevens die bestaan uit correspondentie met [naam notaris 1] of correspondentie tussen [gedaagden] waarvan correspondentie met [naam notaris 1] onderdeel is (bijvoorbeeld als bijlage of als deel van een e-mailwisseling) én waarin de zoektermen “testament”, “levenstestament” en/of “ [afkorting] ” voorkomen. Deze selectie uit de beslagen gegevens moet door de bewaarder aan de notaris worden verstrekt. Indien en voor zover de notaris tot het oordeel komt dat de gegevens onder het verschoningsrecht vallen, heeft [eiseres] in beginsel geen recht op inzage van die gegevens. Indien en voor zover de notaris tot het oordeel komt dat de gegevens niet onder het verschoningsrecht vallen, heeft [eiseres] wel recht op inzage.
Om deze exercitie mogelijk te maken, moet afstemming tussen de betrokkenen plaatsvinden. Zo moet worden geregeld dat de bewaarder de hiervoor bedoelde selectie uit de in beslag genomen gegevens maakt en aan [naam notaris 1] ter beschikking stelt, op zodanige wijze dat kennisneming van die stukken door een ander dan [naam notaris 1] wordt voorkomen. Ook moet worden afgestemd dat [naam notaris 1] die stukken vervolgens beoordeelt op de vraag of en in hoeverre deze onder het verschoningsrecht vallen, daarover de rechtbank informeert en partijen gelegenheid krijgen zich over die beoordeling uit te laten. De rechtbank zal een regiezitting gelasten, zodat de advocaten van partijen zich over de modaliteiten van deze exercitie kunnen uitlaten. Partijen zelf hoeven niet tijdens deze zitting te verschijnen. Wel zal de rechtbank de notaris en de bewaarder uitnodigen tijdens deze zitting aanwezig te zijn. Zo mogelijk worden tijdens deze zitting afspraken gemaakt. Indien nodig zal de rechtbank een beslissing over de modaliteiten nemen.
Voor de goede orde wijst de rechtbank erop dat de kosten van een en ander, zowel die van de bewaarder als die van [naam notaris 1] , voor rekening van [eiseres] komen.
Omdat dus zowel de bewaarder als [naam notaris 1] bij het vervolg van deze procedure een rol spelen, zal de rechtbank aan hen beiden ter informatie kopie van dit vonnis sturen.
Het vervolg van de procedure
De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rol over vier weken om opgave te doen van hun verhinderdata in de maanden september en november 2026. De rechtbank zal ook [naam notaris 1] en de bewaarder vragen opgave te doen. De zitting kan desgewenst via een Teams-verbinding worden gehouden, zodat reistijd bespaard kan worden en er wellicht meer mogelijkheden zijn om de zitting op redelijke termijn te kunnen plannen. Voor de zitting wordt 1,5 uur gereserveerd.
Na afronding van het onderzoek naar de geheim te houden stukken en de uitlating van partijen daarover, zal de rechtbank een definitieve beslissing nemen over de stukken waarin [eiseres] inzage dient te krijgen. Dat geldt ook voor de stukken die geen betrekking hebben op correspondentie met [naam notaris 1] (zoals bedoeld in 6.16) en overigens voldoen aan de voorwaarden voor inzage (zoals bedoeld in 6.12).
Iedere verdere beslissing, zowel in de hoofdzaak als in het incident, wordt aangehouden.
7De beslissing
De rechtbank
in het incident
gelast een mondelinge behandeling als bedoeld in 6.17, waarbij de advocaten van partijen aanwezig dienen te zijn en waarvoor ook de bewaarder van de in beslag genomen stukken en [naam notaris 1] zullen worden uitgenodigd;
verwijst de zaak naar de rol van 19 augustus 2026 voor opgave van de verhinderdata van de advocaten van partijen in de maanden september en november 2026;
gelast de griffier kopie van dit vonnis te sturen aan de bewaarder en aan [naam notaris 1] en hen uit te nodigen om aanwezig te zijn bij de in 6.17 bedoelde zitting en daartoe uiterlijk 19 augustus 2026 opgave te doen van hun verhinderdata in de maanden september en november 2026;
houdt iedere verdere beslissing aan;
in de hoofdzaak
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling. Het vonnis ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.
901/1980/106
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
