Essentie (gemaakt door AI)
Verzoek bijzondere curator afgewezen. GI vraagt benoeming op grond van art. 1:250 BW wegens verstoord netwerk en behoefte aan stem van het kind. Kinderrechter overweegt dat geen belangenstrijd bestaat tussen ouders met gezag en minderjarige, zodat niet aan wettelijke vereisten is voldaan. Inzet bijzondere curator is niet bedoeld om netwerk te harmoniseren. Kind vraagt om vertrouwenspersoon; GI zegt dit te regelen. GI moet perspectief bepalen en ter toetsing aan de Raad voorleggen. Verzoek wordt afgewezen.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 22-07-2026 |
| Zaaknummer | C/02/447014 / JE RK 26-633 |
| Procedure | Rekestprocedure |
| Zittingsplaats | Breda |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Kinderen |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Verzoek bijzondere curator afgewezen.Volledige uitspraak
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447014 / JE RK 26-633
Datum uitspraak: 27 mei 2026
beschikking over de benoeming van een bijzondere curator
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over de minderjarige:
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat mr. M.A. Stoffijn uit Waalwijk,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. J.A.M. van Weely uit Waalwijk,
Familie [de pleegouders],
hierna te noemen de pleegouders,
wonende in [plaats 2] ,
advocaat mr. D.P.F. Arens uit ’s-Hertogenbosch.
1Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 april 2026;
-
de brief van mr. Van Weely van 12 mei 2026 met bijlagen.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de advocaat van moeder;
-
de pleegouders met hun advocaat.
-
Een vertegenwoordigster van de GI;
-
Een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De moeder was niet aanwezig ter zitting vanwege persoonlijke omstandigheden.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] staat sinds 10 augustus 2022 onder toezicht. De huidige ondertoezichtstelling is geldig tot 10 augustus 2026. Ook is [minderjarige] uit huis geplaatst. De huidige machtiging tot uithuisplaatsing is geldig tot 10 augustus 2026.
Op basis van voormelde machtiging tot uithuisplaatsing verblijft [minderjarige] in een netwerkpleeggezin, te weten de grootouders vaderzijde, zijnde de pleegouders. [minderjarige] verblijft feitelijk al sinds september 2018 bij deze pleegouders.
3Het verzoek
De GI verzoekt een bijzondere curator op grond van artikel 1:250 BW te benoemen over [minderjarige] en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
De GI legt het volgende aan het verzoek ten grondslag. Hoewel [minderjarige] een veerkrachtig en open meisje is, is zij ook kwetsbaar. Ze heeft onder andere een achterstand op cognitief en sociaal-emotioneel gebied. [minderjarige] probeert zich staande te houden in een systeem waarin ze zich loyaal uit naar haar opa en oma als pleegouders, en naar haar ouders. Het is voor [minderjarige] heel ingewikkeld dat de systemische dynamiek zo complex is. Ze is gevoelig voor sfeer en met name de relatie tussen opa en oma en haar vader kenmerkt zich door wantrouwen en spanning in de samenwerking. Daar heeft ze last van. Ze heeft laatst aangegeven dat ze niet wil dat de volwassenen ruzie om haar maken (op school) en dat ze het moeilijk vindt dat de volwassenen om haar heen niet hetzelfde zeggen (tegen de pleegzorgwerker). Er lopen onderzoeken naar het perspectief van [minderjarige] . De komende maanden zal een besluit genomen worden bij wie [minderjarige] zal gaan wonen en de rol die de belangrijke mensen om haar heen krijgen in haar leven. Vanuit diverse betrokkenen is er ook wantrouwen richting de GI. Dat maakt dat de GI lastig de rol kan pakken om de belangen van [minderjarige] te behartigen. [minderjarige] heeft het recht een stem te krijgen in het proces de komende maanden om te komen tot een passend perspectief. Het is belangrijk dat aangesloten wordt bij de mogelijkheden van [minderjarige] . De GI acht het in het belang van [minderjarige] om een bijzondere curator te benoemen om te voorkomen dat het belang van [minderjarige] ondergeschikt raakt aan de strijd tussen het systeem om haar heen. Een door de rechtbank benoemde bijzondere curator is onafhankelijk. Het is belangrijk dat er vanuit die rol onderzocht wordt wat [minderjarige] wil én wat het beste is voor haar. Daarbij kunnen de overige betrokken ook betrokken worden bij het onderzoek.
De moeder heeft geen vertrouwen in het benoemen van een bijzondere curator en dat deze het belang van [minderjarige] serieus neemt. De moeder zet ook vraagtekens bij de onafhankelijkheid van een bijzondere curator. Namens moeder is ter zitting aangegeven dat er voor [minderjarige] een vertrouwenspersoon ingeschakeld moet worden, aangezien zij bij de kinderrechter ondubbelzinnig aangegeven heeft hier behoefte aan te hebben.
Hoewel de vader eerst achter het verzoek van de GI stond om een bijzondere curator te benoemen, heeft hij ter zitting aangegeven daar niet meer achter te staan. [minderjarige] heeft namelijk bij de kinderrechter aangegeven behoefte te hebben aan een vertrouwenspersoon. De GI dient dat te regelen voor [minderjarige] .
De pleegouders zijn in beginsel niet tegen het benoemen van een bijzondere curator zodat [minderjarige] ook een stem heeft. Belangrijk is wel dat de bijzondere curator onafhankelijk is en niet door de GI of ouders wordt aangewezen. Daarnaast zetten pleegouders vraagtekens of [minderjarige] in staat zal zijn om in een kort tijdsbestek een vertrouwensband op te bouwen met een voor haar onbekend iemand en of zij hiermee niet wordt overbelast. Ze vinden het daarom lastig om toestemming te geven.
5De beoordeling
De kinderrechter overweegt het volgende.
Ter beoordeling ligt voor het verzoek van de GI om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) (ambtshalve) een bijzondere curator over [minderjarige] te benoemen.
Ingevolge artikel 1:250 van het BW kan de kinderrechter een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De kinderrechter kan dit doen als - in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van de minderjarige - de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouder(s) of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De kinderrechter moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen. Het benoemen van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
Er is sprake van een complexe situatie. De GI is in kaart aan het brengen bij wie het perspectief van [minderjarige] bepaald moet worden en welke rol de belangrijke mensen in haar leven in zullen nemen. De GI is hierin zoekende, aangezien het netwerk dat om [minderjarige] heen staat ernstig is verstoord. Er bestaat een enorm wantrouwen binnen het netwerk en ook richting de GI. [minderjarige] zit hier middenin en heeft bij de kinderrechter aangegeven hier enorm last van te hebben. Iedereen in het netwerk zegt wat anders tegen haar en ook dat de anderen in het netwerk liegen. Ze heeft enorm behoefte aan een vertrouwenspersoon bij wie ze alles in vertrouwelijkheid kwijt kan en die niets zal doorvertellen richting haar netwerk. De pleegzorgwerker waar ze nu weleens mee praat, vertelt dingen door en daardoor kan ze ook tegen haar niet vrijuit praten. [minderjarige] heeft bij de kinderrechter ook ondubbelzinnig aangegeven dat ze bij pleegouders wil blijven wonen. Bovendien heeft zij te kennen gegeven dat zij dit al meerdere keren heeft gezegd, maar niemand lijkt naar haar te luisteren. De kinderrechter heeft zich daarom ook hardop tijdens de zitting afgevraagd waarom er geen perspectief wordt bepaald door de GI dat vervolgens getoetst wordt door de Raad. [minderjarige] lijkt nu ingezet te worden om het netwerk op één lijn te krijgen in het perspectief dat de GI voornemens is te bepalen, zodat het perspectief door het netwerk kan worden gedragen. Daar is de inzet van een bijzondere curator echter niet voor bedoeld. Bovendien heeft [minderjarige] haar stem al laten horen en duidelijk aangegeven waar zij behoefte aan heeft. Aan de wettelijke vereisten voor het inschakelen van een bijzondere curator wordt ook niet voldaan, nu er geen sprake is van een strijd tussen de belangen van de met het gezag belaste ouders en de belangen van de minderjarige. De crux zit hem in het netwerk van [minderjarige] . Zoals gezegd is er sprake van een enorm wantrouwen en onderlinge strijd, waarbij is gebleken is dat pleegouders ook een aandeel hebben in de omstandigheid dat het netwerk niet in staat is coherent te functioneren. De kinderrechter benadrukt, zoals zij ook ter zitting heeft gedaan, dat het netwerk zich heeft te houden aan de beslissingen die de GI neemt. De GI is middels de ondertoezichtstelling aangewezen om de belangen van [minderjarige] te behartigen. In het belang van [minderjarige] is op dit moment het inschakelen van een vertrouwenspersoon voor haar. De GI heeft tijdens de zitting toegezegd dit te zullen gaan regelen. Verder is de kinderrechter van mening dat de GI het perspectief van [minderjarige] in kaart zal moeten brengen en dit ter toetsing voor moet leggen aan de Raad. Duidelijkheid op dit punt is noodzakelijk voor [minderjarige] en voor haar netwerk. Gelet op al het voorgaande wijst de kinderrechter het verzoek van de GI af.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
6De beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026, in aanwezigheid van mr. Mandemakers als griffier. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
