Essentie (gemaakt door AI)
Personen- en familierecht. Beschermingsbewind. Vraag of bewindvoerder recht heeft op de forfaitaire extra beloning bij verhuizing van rechthebbende als er geen mentor is art. 3 lid 5, aanhef en onder b, Regeling beloning. Hoge Raad vernietigt en beslist dat de bewindvoerder in dat geval steeds aanspraak heeft op deze beloning, ongeacht of slechts administratieve werkzaamheden zijn verricht; het forfaitaire systeem vergt geen nadere onderbouwing. Afwijking wegens uitzonderlijke omstandigheden art. 3 lid 6 is hier niet aan de orde.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 17-07-2026 |
| Zaaknummer | 25/04267 |
| Procedure | Cassatie |
| Formele relaties | Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:419; In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2025:2330 |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Meerderjarigenbescherming; Bewind |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Personen- en familierecht. Beschermingsbewind. Art. 3 lid 5, aanhef en onder b, Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Heeft bewindvoerder recht op vergoeding voor werkzaamheden in verband met verhuizing van rechthebbende?Volledige uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/04267
Datum 17 juli 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
STICHTING VERITAS VERTEGENWOORDIGING,
gevestigd te Rotterdam,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: Veritas,
advocaat: M.S. van der Keur,
tegen
[de rechthebbende],
wonende te [plaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de rechthebbende,
niet verschenen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak NL:TZ:0000288564:B001 van de rechtbank Oost-Brabant van 3 december 2024;
b. de beschikking in de zaak 200.351.648/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 augustus 2025.
Veritas heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De rechthebbende heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Veritas heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Uitgangspunten en feiten
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Bij beschikking van 2 mei 2017 heeft de kantonrechter op de voet van art. 1:431 BW bewind ingesteld over de goederen van de rechthebbende met ingang van 4 mei 2017.
(ii) Met ingang van 1 april 2018 is Veritas benoemd tot opvolgend bewindvoerder.
(iii) De rechthebbende is in november 2024 verhuisd. Er is geen mentor die de rechthebbende bij de verhuizing heeft kunnen ondersteunen.
Veritas verzoekt in deze procedure, voor zover in cassatie van belang, toekenning van een extra beloning van € 388,-- exclusief btw voor ondersteunende werkzaamheden bij de verhuizing van de rechthebbende, op grond van art. 3 lid 5, aanhef en onder b, Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: de Regeling beloning).
De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen.
Het hof
1 heeft de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd, en aan zijn oordeel, voor zover in cassatie relevant, het volgende ten grondslag gelegd:
“3.7.9. Vast staat dat [de rechthebbende] verhuisd is. Ook staat vast dat er geen mentor aanwezig is die [de rechthebbende] bij de verhuizing heeft kunnen ondersteunen. Het hof is echter van oordeel dat Veritas het verzoek om een extra beloning ter zake van de verhuizing van [de rechthebbende] niet voldoende noch met stukken heeft onderbouwd. Zo heeft Veritas op geen enkele wijze onderbouwd waaruit de door haar verrichte werkzaamheden (administratieve werkzaamheden of andere werkzaamheden) ten behoeve van de verhuizing van [de rechthebbende] hebben bestaan. In de inleidende verzoeken heeft Veritas slechts aangegeven dat zij administratieve werkzaamheden rondom de verhuizing van [de rechthebbende] heeft uitgevoerd en dat er geen meerdere werkzaamheden zijn verricht. Uit de toelichting op art. 3, vijfde lid, onder b van de Regeling en uit de Aanbevelingen [meerderjarigenbewind] volgt dat genoemde administratieve werkzaamheden in beginsel tot de normale taak van de bewindvoerder behoren. Derhalve is niet gesteld of gebleken dat Veritas naast administratieve werkzaamheden nog andere werkzaamheden ten behoeve van de verhuizing van [de rechthebbende] heeft verricht. Genoemde feiten en omstandigheden maken dat – naar het oordeel van het hof – geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die een extra beloning van Veritas in verband met de verhuizing van [de rechthebbende] rechtvaardigen (…)”
3Beoordeling van het middel
Het middel klaagt onder meer dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat, in het geval dat de rechthebbende verhuist en er geen mentor is, een professionele bewindvoerder die uitsluitend administratieve werkzaamheden rondom de verhuizing heeft verricht, geen aanspraak kan maken op de forfaitaire beloning van art. 3 lid 5, aanhef en onder b, Regeling beloning. Het voert daartoe onder meer aan dat (i) uit de wet, de Regeling beloning en de toelichting daarop niet volgt dat administratieve werkzaamheden die een bewindvoerder verricht bij een verhuizing, behoren tot diens standaardwerkzaamheden, (ii) een verhuizing het nodige extra (administratieve) werk met zich brengt voor de bewindvoerder en (iii) het feit dat een bewindvoerder geen aanspraak heeft op de beloning wanneer er een mentor is, niet betekent dat alle administratieve werkzaamheden die een bewindvoerder verricht bij een verhuizing dus vallen onder diens standaardwerkzaamheden.
Art. 1:447 lid 1 BW bepaalt dat de bewindvoerder aanspraak heeft op beloning overeenkomstig de regels die daaromtrent bij regeling van de minister van Veiligheid en Justitie zijn vastgesteld. Die regels zijn opgenomen in de Regeling beloning. Voor zover in cassatie van belang luidde art. 3 van die regeling ten tijde van de verhuizing van de rechthebbende als volgt:
“1. De kantonrechter die de bewindvoerder (…) benoemt, stelt diens beloning vast overeenkomstig het bepaalde in het tweede tot en met vijfde lid.
(…)
5. Naast de jaarbeloning kent de kantonrechter in voorkomende gevallen de volgende beloningen toe:
(…)
b. voor de verkoop of ontruiming van een woning, of in geval er geen mentor is, een verhuizing € 388;
(…)
6. In afwijking van het eerste lid kan de kantonrechter in geval een bewind niet alle goederen betreft of wegens uitzonderlijke omstandigheden de beloning van de bewindvoerder op andere wijze vaststellen.”
Uit de toelichting op de Regeling beloning blijkt (a) dat de regeling als bindend instrument is ingevoerd om de rechtsverscheidenheid terug te dringen die tot dan toe gold; (b) dat uitgangspunt van de regeling is dat de bewindvoerder adequaat wordt beloond voor de uitoefening van zijn taken; (c) dat aan de regeling een forfaitair systeem ten grondslag ligt, waarbij de beloning geldt als een gemiddelde, met als doel de administratieve afhandeling te vereenvoudigen en de regeldruk voor bewindvoerders en de rechterlijke macht te verminderen.
2 In de toelichting is over art. 3 lid 5, aanhef en onder b, Regeling beloning opgemerkt dat de werkzaamheden in het kader van een verhuizing in beginsel vallen onder de taak van de mentor en dat een beloning voor de werkzaamheden in het kader van een verhuizing alleen aan de bewindvoerder moet worden toegekend indien de rechthebbende daartoe zelf niet in staat is en er geen mentor is die de verhuizing kan regelen.
3
Hieruit volgt dat een bewindvoerder recht heeft op een adequate beloning voor werkzaamheden die hij moet verrichten met betrekking tot een verhuizing van de rechthebbende als er geen mentor is die de verhuizing kan regelen. Met de hiervoor genoemde uitgangspunten die aan de Regeling beloning ten grondslag liggen, strookt dat de bewindvoerder steeds recht heeft op de beloning van art. 3 lid 5, aanhef en onder b, Regeling beloning, als de rechthebbende verhuist en er geen mentor is om de verhuizing voor de rechthebbende te regelen. Gelet op de keuze van de wetgever voor een forfaitair systeem dat eenvoudig is te hanteren, is daarbij niet van belang of de rechthebbende zelf in staat is de verhuizing te regelen. De hiervoor in 3.1 weergeven klacht slaagt dus.
De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.
De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door te bepalen dat Veritas aanspraak heeft op de in art. 3 lid 5, aanhef en onder b, Regeling beloning genoemde beloning van € 388,--, vermeerderd met btw.
Uit art. 3 lid 6 Regeling beloning, inhoudende dat de kantonrechter wegens uitzonderlijke omstandigheden de beloning van de bewindvoerder op andere wijze kan vaststellen, volgt niet iets anders. Uit de toelichting op de Regeling beloning blijkt dat de woorden ‘uitzonderlijke omstandigheden’ tot uitdrukking brengen dat niet te snel mag worden aangenomen dat van de regeling kan worden afgeweken en dat de afwijkingsmogelijkheid een ‘noodklep’ is.
4 De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat zich in het onderhavige geval niet zodanige omstandigheden voordoen.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 28 augustus 2025;
- bepaalt dat Veritas aanspraak heeft op de in art. 3 lid 5, aanhef en onder b, Regeling beloning genoemde beloning voor een verhuizing van € 388,--, vermeerderd met btw, ten laste van het vermogen van de rechthebbende.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 17 juli 2026.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 28 augustus 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2330.
Stcrt. 10 november 2014, nr. 32149, p. 6. Vgl. HR 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:964, rov. 3.3.
Stcrt. 10 november 2014, nr. 32149, p. 14.
Stcrt. 10 november 2014, nr. 32149, p. 7.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
