Rechtbank Amsterdam 08-07-2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7094

Essentie (gemaakt door AI)

Erfenis van erflaatster moet worden afgewikkeld volgens het concept-testament, niet het versterferfrecht, waarin is geoordeeld dat toepassing van het versterferfrecht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is gezien de ingrijpende gevolgen voor partner en kinderen. De rechtbank acht bewezen dat het concept overeenstemt met de uiterste wil en weegt het belang van de minderjarigen zwaar mee. De samenlevingsovereenkomst is geldig bij overlijden. Vordering uitvoerbaar bij voorraad wordt afgewezen. art. 3:12 BW art. 6:2 BW.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Concept-testament leidend bij afwikkeling nalatenschap
Erfenis moet worden afgewikkeld volgens het concept-testament erflaatster. Toepassing van het versterferfrecht zou "onaanvaardbaar" zijn gelet op ingrijpende gevolgen voor haar partner en kinderen. Concept stemt overeen uiterste wil.

Datum publicatie15-07-2026
Zaaknummer779893 / HA ZA 25-1790
ProcedureBodemzaak
ZittingsplaatsAmsterdam
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenErfrecht; Testamentair erfrecht; Wettelijke verdeling;
Kinderen; Bijz. curator bij belangenstrijd (art. 1:250 BW)
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

De rechtbank oordeelt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de erfenis van erflaatster moet worden afgehandeld volgens het versterferfrecht. Dat zou ingrijpende negatieve gevolgen hebben voor het dagelijks leven van de partner van erflaatster en hun kinderen. De erfenis moet daarom worden afgehandeld volgens het concept-testament. (artikel 3:12 en 6:2 BW) Omdat kinderen betrokken zijn bij de zaak, heeft de kantonrechter een bijzonder curator benoemd om hen te vertegenwoordigen. De rechter heeft hun belang meegewogen (artikel 3 en 12 internationaal verdrag voor de rechten van het kind).

Volledige uitspraak


RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/779893 / HA ZA 25-1790

Vonnis van 8 juli 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende in [woonplaats] ,

eiser,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. K.A. Boshouwers,

en

MR. IVO J. PIETERS, als bijzonder curator van de minderjarigen:

1. [minderjarige 1] en 2. [minderjarige 2] ,

wonende in [woonplaats] ,

gedaagde,

hierna te noemen de bijzonder curator of mr. Pieters,

advocaat: mr. Pieters.

1De zaak in het kort

De rechtbank oordeelt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de erfenis van erflaatster moet worden afgehandeld volgens het versterferfrecht. Dat zou ingrijpende negatieve gevolgen hebben voor het dagelijks leven van de partner van erflaatster en hun kinderen. De erfenis moet daarom worden afgehandeld volgens het concept-testament.

2De procedure

2.1.

In het dossier zitten:

- de dagvaarding van 20 november 2025 met producties,

- de conclusie van antwoord tot referte met productie,

- het tussenvonnis van 8 april 2026 waarin de rechtbank de mondelinge behandeling heeft bepaald.

2.2.

Omdat de rechtbank geen nadere vragen had over de processtukken, heeft zij partijen gevraagd of er bij hen behoefte bestond aan een mondelinge behandeling. [eiser] en de bijzonder curator hebben vervolgens afgezien van een mondelinge behandeling waarop de rechtbank heeft besloten de zaak op de stukken af te doen.

2.3.

De rechter heeft ten slotte bepaald dat zij vandaag uitspraak doet.

3. De feiten

3.1.

Op [overlijdensdatum] 2025 is overleden [erflaatster] (hierna: erflaatster). Erflaatster en [eiser] hadden sinds 2003 een relatie met elkaar. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn hun minderjarige kinderen. [minderjarige 1] is geboren op [geboortedag 1] 2010 en [minderjarige 2] op [geboortedag 2] 2012. [eiser] heeft sinds het overlijden van erflaatster het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Op het moment van overlijden had erflaatster geen testament.

3.2.

Op [datum 1] 2006 zijn erflaatster en [eiser] een samenlevingsovereenkomst aangegaan (hierna: de samenlevingsovereenkomst). Als gevolg van het overlijden van erflaatster is de samenlevingsovereenkomst ontbonden. Artikel 8 lid 1 van de samenlevingsovereenkomst bepaalt dat in dat geval alle gemeenschappelijke goederen en schulden aan de langstlevende partner verblijven. Het gaat hierbij in ieder geval

om:

a. het onverdeelde aandeel van erflaatster in de woning van partijen aan de [adres 1] (hierna ook: de woning);

b. de inboedel van de woning;

c. het saldo van de privérekening op beider naam met IBAN [IBAN-nummer 1] ;

d. het saldo van de privérekening op beider naam met IBAN [IBAN-nummer 2] ;

e. het saldo van de direct sparen-rekening op beider naam met IBAN [IBAN-nummer 3] ;

f. de schuld in verband met de hypothecaire geldlening met nummer [nummer 1] met de delen [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 6] en [nummer 7] die is aangegaan ter financiering van de aankoop van de woning.

3.3.

Op 28 februari 2014 is de woning aan erflaatster en [eiser] geleverd. Erflaatster en [eiser] zijn hier met hun kinderen gaan wonen en hun vorige woning aan de [adres 2] , hebben zij in dezelfde periode verkocht en geleverd aan een derde.

3.4.

Op 30 mei 2025 is bij erflaatster een hersentumor geconstateerd die niet behandelbaar of operabel was.

3.5.

Erflaatster en [eiser] hebben vervolgens contact opgenomen met Waterland Notariaat in Purmerend voor het opstellen van hun testamenten. Erflaatster en [eiser] hebben daarvoor op [datum 2] 2025 een bespreking gehad met mr. L. Meissen (hierna: de notaris). Erflaatster en [eiser] hebben tijdens dit gesprek hun wensen aangegeven over de inhoud van hun gelijkluidende testamenten en afgesproken dat de testamenten op 11 juli 2025 ten overstaan van notaris mr. R. Cremers in Purmerend zouden worden verleden.

3.6.

De notaris heeft naar aanleiding van het gesprek van [datum 2] 2025 de concept-testamenten opgesteld en deze met een op 4 juli 2025 gedateerde, begeleidende en verklarende brief klaargezet in het digitale dossier. Dit heeft zij per e-mail van 7 juli 2025 meegedeeld aan [eiser] en erflaatster. In haar brief van 4 juli 2025 heeft de notaris een toelichting gegeven op de inhoud van het concept-testament. Die toelichting komt – samengevat – op het volgende neer:

a. de langstlevende partner is enig erfgenaam in het geval er geen kinderen zijn. Als er wel kinderen zijn, dan zijn de langstlevende en de kinderen ieder voor een gelijk gedeelte erfgenaam;

b. de langstlevende partner krijgt de gehele erfenis. Aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt een legaat toegekend ter grootte van hun aandeel in de nalatenschap. Deze vordering is opeisbaar op het moment van overlijden van de langstlevende partner en in specifieke gevallen ook tijdens diens leven;

c. de vordering van de kinderen op de langstlevende partner is niet rentedragend, maar hierover kunnen andere afspraken worden gemaakt.

d. er is een voogdijregeling opgenomen voor het geval erflaatster en [eiser] beiden zouden komen te overlijden;

e. er is voorzien in een testamentair bewind over het legaat aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;

f. de langstlevende partner is benoemd tot executeur;

g. er is voorzien in een nadere erfstelling.

3.7.

De notaris heeft op verzoek van [eiser] de foute spelling van de tweede naam van [minderjarige 1] aangepast. Verder zijn er geen veranderingen in het concept-aangebracht.

3.8.

De notaris heeft in haar e-mail van 7 juli 2025 [eiser] en erflaatster geadviseerd om ook een aanvulling op hun samenlevingsovereenkomst op te stellen. Bij het controleren van de basisregistratie natuurlijke personen was haar gebleken dat [eiser] en erflaatster zich niet op dezelfde dag hadden ingeschreven op het adres [adres 1] . Zij wees hen er op dat de samenlevingsovereenkomst daardoor als beëindigd zou kunnen worden beschouwd en dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aanspraak zouden kunnen maken op de hen toekomende legitieme portie.

3.9.

Op 8 juli 2025 heeft [eiser] de notaris verzocht om naar het huis van [eiser] en erflaatster te komen om het testament daar te tekenen. Erflaatster kon niet naar het notariskantoor komen door de plotselinge verslechtering van haar gezondheid. Zij hebben afgesproken dat de volgende dag iemand van het notarissenkantoor langs zou komen voor de handtekeningen zodat het testament op tijd kon worden gepasseerd.

3.10.

De notaris heeft op 8 juli 2025 meegedeeld dat zij een gecorrigeerde versie van de testamenten en een aanvulling op de samenlevingsovereenkomst in het digitale dossier had klaargezet. In de gecorrigeerde versie van het concept-testament was een aanvullend legaat voor de langstlevende opgenomen met als doel om in fiscaal opzicht tot een gunstigere afwikkeling van de nalatenschap na het overlijden van de eerste partner te komen.

3.11.

Erflaatster is een uur voor de geplande afspraak op 9 juli 2025 met spoed opgenomen in het ziekenhuis in verband met een epileptische aanval. Zij heeft toen het bewustzijn verloren en is voor haar overlijden niet meer bij bewustzijn gekomen. Erflaatster heeft hierdoor het concept-testament niet kunnen tekenen.

3.12.

De kantonrechter heeft in zijn beschikking van 21 oktober 2025 mr. Pieters benoemd tot bijzonder curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

4De vordering

4.1.

[eiser] vordert dat de rechtbank:

1. voor recht verklaart dat de erfopvolging van de nalatenschap van erflaatster niet op grond van het wettelijk versterferfrecht dient plaats te vinden maar op grond van het concept-testament dat [eiser] als productie 21 in het geding heeft gebracht;

2. voor recht verklaart dat het notarieel verleden samenlevingscontract dat erflaatster en [eiser] op [datum 1] 2006 afgesloten hebben, rechtsgeldig was op het moment van overlijden van erflaatster, zodat [eiser] hier rechten aan kan ontlenen;

3. de proceskosten tussen partijen compenseert.

[eiser] verzoekt de rechtbank hierbij, als dat kan, te bepalen dat hij het vonnis meteen kan uitvoeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad).

4.2.

[eiser] stelt dat het versterferfrecht op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid in dit geval niet geldt, omdat toepassing daarvan in de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar is. Het concept-testament is een goede weergave van de wil van erflaatster op het moment van haar overlijden en zij had de uitdrukkelijke wens dat het versterferfrecht niet op haar erfenis van toepassing zou zijn. Dat zou ingrijpende negatieve gevolgen hebben voor [eiser] en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Zij hebben er daarom belang bij dat de rechter verklaart dat de erfenis moet worden afgehandeld volgens het concept-testament. Ook hebben zij er belang bij dat de rechter verklaart dat de samenlevingsovereenkomst geldig was op het moment van overlijden zodat [eiser] kan beschikken over de gemeenschappelijke goederen en schulden genoemd in alinea 3.2 van dit vonnis.

4.3.

De bijzonder curator voert geen verweer tegen de vordering. Hij is van mening dat het toepassen van het concept-testament meer in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is dan het versterferfrecht.

5De beoordeling

Het concept-testament is van toepassing

5.1.

Deze zaak draait in de eerste plaats om de vraag of de erfenis van erflaatster moet worden afgehandeld volgens de regels van het versterferfrecht of volgens het concept-testament. De rechtbank is van oordeel dat uit de redelijkheid en billijkheid volgt dat het concept-testament van toepassing is. Dit zijn daarvoor de redenen.

De norm

5.2.

Het uitgangspunt van het erfrecht is dat erfopvolging via het wettelijke stelsel van versterf plaatsvindt. Hiervan kan men alleen bij testament afwijken. Er gelden wettelijke eisen voor het opmaken van een testament. Op enkele uitzonderingen na (die hier niet van toepassing zijn) moet het testament worden opgemaakt door een notaris. De notaris heeft onder andere als taak te controleren of de inhoud van het testament klopt met de wil van de erflater. De notariële akte is daarmee de waarborg dat het testament de wil van de erflater goed weergeeft. Een testament is niet geldig als de erflater dit niet heeft ondertekend.

5.3.

In uitzonderlijke situaties kan de rechter een bepaalde rechtsregel, in dit geval dat er een testament moet worden opgemaakt door middel van een notariële akte, buiten toepassing laten en bepalen dat een erfenis toch moet worden afgehandeld volgens het concept-testament. Van belang is dat ‘de maatstaven van de redelijkheid en de billijkheid dat eisen’ (artikel 3:12 en 6:2 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). Bij de vaststelling van wat de redelijkheid en billijkheid eisen, moet de rechtbank rekening houden met algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in Nederland levende rechtsovertuigingen en met de maatschappelijke en persoonlijke belangen die bij het gegeven geval zijn betrokken.

5.4.

Een rechter moet terughoudend zijn met het buiten toepassing laten van een rechtsregel; zij zal deze regel alleen buiten toepassing kunnen laten als toepassing daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare gevolgen zou hebben. Daarvoor moet er sprake zijn van uitzonderlijke bijkomende omstandigheden, omdat het wettelijk stelsel de gerechtigdheid van de erfgenamen die door de wet zijn aangewezen tot uitgangspunt neemt en het beginsel van rechtszekerheid daarin een belangrijke rol speelt. 1

5.5.

De rechtbank oordeelt dat in dit geval sprake is van dergelijke uitzonderlijke bijkomende omstandigheden. Zij licht dat hierna toe.

De omstandigheden

5.6.

De rechtbank stelt voorop dat het concept-testament van erflaatster dat de notaris het laatst heeft toegestuurd en dat als productie 21 bij dagvaarding is ingediend geen notariële akte is. Het voldoet dus niet aan de wettelijke eisen van een testament. Het gevolg hiervan zou zijn dat de erfenis volgens het versterferfrecht moet worden afgehandeld. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in dat geval de wettelijke erfgenamen van erflaatster, ieder voor de onverdeelde helft..

5.7.

Een van de gevolgen hiervan is dat zij een hogere erfbelasting moeten betalen door het verschil in de hoogte van de belastingvrijstelling tussen de langstlevende partner (€ 804.698,-) en de kinderen (elk € 25.490,-). Als [eiser] erfgenaam is van erflaatster en niet de kinderen zou dat dus een aanzienlijk voordeel opleveren ten opzichte van de situatie dat op grond van het versterferfrecht [minderjarige 1] en [minderjarige 2] enig erfgenaam zijn. De financiële consequenties van het versterferfrecht maken dat het onzeker is of [eiser] met de kinderen in de woning zou kunnen blijven wonen.

5.8.

Gezien de hiervoor onder 3 genoemde feiten staat vast dat erflaatster van plan was haar uiterste wil vast te leggen in een testament en dat haar onverwachte overlijden de enige reden is dat het concept-testament niet is gepasseerd. Tijdens het eerste gesprek met de notaris op [datum 2] 2025 heeft erflaatster haar wensen voor het testament met de notaris besproken. De notaris heeft die verwerkt in het concept-testament. De volgende dag heeft zij het concept-testament aan erflaatster digitaal beschikbaar gesteld. Erflaatster heeft geen wijzigingen laten aanbrengen ten aanzien van de afhandeling van haar erfenis. Het concept-testament is alleen aangepast ten aanzien van de voogdijvoorziening voor de kinderen in het geval erflaatster en [eiser] allebei zouden overlijden terwijl de kinderen nog minderjarig waren. Verder heeft de notaris een verschrijving verbeterd en een aanvulling opgenomen om de belastingdruk te verminderen. Er is geen enkele aanwijzing dat erflaatster niet akkoord was met de inhoud van het concept-testament en er is met de notaris een afspraak gemaakt voor het tekenen van het testament. Kort voor de datum waarop erflaatster het testament zou tekenen is zij buiten bewustzijn geraakt en daarna overleden waardoor het testament niet kon worden gepasseerd door de notaris.

5.9.

[eiser] heeft een schriftelijke verklaring van de notaris overgelegd waarin zij deze gang van zaken bevestigt. Ook heeft hij verklaringen van vrienden en familie overgelegd met wie erflaatster in de periode tussen het bezoek aan de notaris en haar overlijden heeft gesproken over het opstellen van een testament. Kort gezegd verklaren zij dat erflaatster aan hen heeft verteld dat zij de zaken vooral goed wilde regelen voor de kinderen en ook voor [eiser] , dat [eiser] met de kinderen in het huis kon blijven wonen zonder financiële zorgen en dat haar erfenis naar [eiser] zou gaan omdat dit een groot belastingvoordeel zou opleveren. Ten slotte verklaren zij ook dat erflaatster blij was dat ze met het testament de zaken voor [eiser] en de kinderen goed had geregeld.

5.10.

De rechtbank constateert dat er in het concept-testament geen sprake is van nog in te vullen wilsbepalingen of doorhalingen.

5.11.

De rechtbank komt op basis hiervan tot de conclusie dat alles wat erflaatster wilde regelen in de laatste versie van het concept-testament staat en dat wat daarin staat overeenstemt met de uiterste wil van erflaatster op het moment van haar overlijden. Ook is de rechtbank ervan overtuigd dat erflaatster een notariële akte bevattende de bepalingen van het concept-testament zou hebben laten passeren als zij niet was overleden.

Het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

5.12.

Bij alle beslissingen die kinderen raken, zoals deze, moet de rechtbank hun belangen zwaar laten meewegen. Naast de beoordeling van de vraag of de wil van erflaatster overeenkomt met het concept-testament, dient de rechtbank dus ook na te gaan of de toepassing van het concept-testament in het belang is van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

5.13.

Verder moeten kinderen de gelegenheid krijgen hun mening te geven in iedere gerechtelijke procedure die hen betreft. Dat kan onder andere door tussenkomst van een vertegenwoordiger. 2 Daarvoor heeft de kantonrechter mr. Pieters benoemd tot bijzonder curator.

5.14.

De bijzonder curator heeft verklaard dat hij met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] heeft gesproken. In dat gesprek hebben [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verteld dat zij wisten dat hun ouders met een testament bezig waren, maar dat dit niet is gelukt. Zij hebben verder verteld dat zij willen dat het goed geregeld is en als dat betekent dat het concept-testament geldig wordt verklaard, zij daarmee kunnen instemmen.

5.15.

De bijzonder curator heeft verder te kennen gegeven dat hij de feiten zoals gepresenteerd door [eiser] niet betwist. Het is voor hem duidelijk dat erflaatster (en [eiser] ) het erfbelasting-technisch goed wilden regelen voor wanneer erflaatster zou komen te overlijden. Het ligt volgens hem niet in de rede dat de ouders van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de juridische situatie zoals die nu is beoogd hadden. Duidelijk is dat de acute verslechtering van de gezondheidssituatie van erflaatster en vervolgens haar overlijden heeft meegebracht dat de beoogde situatie niet meer kon worden gerealiseerd. Om deze situatie alsnog te bereiken is noodzakelijk dat de vordering van [eiser] wordt toegewezen. De bijzonder curator acht dit in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

5.16.

Hij ligt dit verder als volgt toe. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeiden op binnen de vaste relatie van hun ouders. In zo’n situatie is het gebruikelijk dat als een van beide ouders overlijdt, de andere ouder eerst erft voordat de kinderen erven. Bovendien zal er bij instandhouding van de huidige situatie een aanzienlijk bedrag aan erfbelasting door de kinderen betaald moeten worden. Voor hen is het belangrijk dat zij kunnen blijven wonen waar zij nu wonen. Zij worden verzorgd en opgevoed door hun vader en zijn voor hun kosten van verzorging en opvoeding financieel van hem afhankelijk. Die financiële situatie zal al iets meer onder druk komen te staan door het wegvallen van het inkomen van erflaatster en het is niet in hun belang dat dit nog meer zou gebeuren door een veel hogere aanslag van de erfbelasting, waardoor wellicht verkoop van hun woning noodzakelijk is.

5.17.

Ook merkt de bijzonder curator op dat volgens het concept-testament aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een legaat toekomt van een derde aandeel van de erfenis en uit de voorwaarden voor opeisbaarheid blijkt dat dit legaat opeisbaar is als er belangrijke veranderingen zijn in het leven van [eiser] . Daarenboven blijkt uit het huidige testament van [eiser] dat de kinderen zijn enige erfgenamen zijn. Dat betekent dat uiteindelijk hun rechten op de erfenis van erflaatster via hun rechten in de erfenis van [eiser] zijn veiliggesteld. Hoewel [eiser] op ieder later moment zijn testament kan veranderen, voorziet het concept-testament van erflaatster in een veiligstelling van de rechten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

5.18.

Ten slotte vermeldt de bijzonder curator dat hij ervan overtuigd is dat [eiser] als vader van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het belang van de kinderen denkt en handelt. Hij zou anders adviseren als hij een begin van vermoeden zou hebben dat de vader zijn eigen financiële belang boven dat van de kinderen zou stellen. De bijzonder curator heeft afzonderlijk van de kinderen met [eiser] gepraat en een dergelijk begin van vermoeden van benadeling heeft hij niet kunnen ontdekken. Handhaving van de huidige situatie betekent dat de kinderen een hoge aanslag voor de erfbelasting ontvangen, terwijl toewijzing van de vordering leidt tot een besparing, welke besparing de kinderen uiteindelijk ook ten goede zal komen, aldus de bijzonder curator. Hij is daarom van mening dat de rechtbank de vordering moet toewijzen.

Conclusie over de vordering onder 1

5.19.

De rechtbank komt tot de conclusie dat onder deze uitzonderlijke omstandigheden het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat erfopvolging van de erfenis plaatsvindt volgens het versterferfrecht. Het belang van de rechtszekerheid die wordt gediend met de formele vereisten van een testament weegt niet op tegen de persoonlijke belangen, met name die van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , en de wens van erflaatster om de (financiële) gevolgen van haar overlijden zo goed mogelijk te regelen voor [eiser] en de kinderen. De regeling in het concept-testament komt bovendien overeen met de in Nederland levende rechtsovertuiging dat als een van beide ouders overlijdt, de andere ouder eerst erft voordat de kinderen erven zodat de langstlevende ouder en de kinderen zoveel mogelijk kunnen doorgaan met hun leven zonder verdere ingrijpende veranderingen zoals een gedwongen verhuizing. De afhandeling van de erfenis moet daarom plaatsvinden volgens het concept-testament. De rechtbank wijst dus de vordering onder 1 toe.

De samenlevingsovereenkomst was geldig op het moment van overlijden

5.20.

In de tweede plaats is de geldigheid van de samenlevingsovereenkomst aan de orde.

5.21.

[eiser] is op basis van de uitlatingen van de notaris beducht voor het risico dat de samenlevingsovereenkomst mogelijk is ontbonden doordat hij en erflaatster zich niet op hetzelfde moment hebben ingeschreven op het adres [adres 1] . Om discussie hierover te voorkomen heeft de notaris een aanvulling op de samenlevingsovereenkomst opgesteld. Deze is door het overlijden van erflaatster niet meer getekend. [eiser] stelt dat omdat hij en erflaatster sinds het sluiten van de samenlevingscontract tot aan haar overlijden onafgebroken hebben samengewoond, de samenlevingsovereenkomst niet was ontbonden op het moment van overlijden. Hij heeft dit onderbouwd met aktes van levering aan hun beiden van de woningen waar zij hebben samengewoond.

5.22.

Een erflater kan in een testament ten behoeve van zijn samenlevende partner bepalen, dat het beroep van een afstammeling op diens legitieme portie pas opeisbaar is na het overlijden van de langstlevende partner (artikel 4:82 BW) . Daarvoor is vereist dat zij samenwonen en een samenlevingsovereenkomst hebben gesloten. Gelet hierop heeft [eiser] belang bij de onder 2 gevorderde verklaring voor recht. De rechtbank stelt immers vast dat het concept-testament van toepassing is en daarin is een dergelijke bepaling opgenomen.

Conclusie over de vordering onder 2

5.23.

Gelet op de onderbouwde stelling van [eiser] en het feit dat de bijzonder curator geen verweer voert, staat voldoende vast dat [eiser] en erflaatster ononderbroken een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd en de samenlevingsovereenkomst pas is ontbonden door het overlijden van erflaatster. De rechtbank wijst daarom de vordering onder 2 ook toe.

Geen uitvoerbaar bij voorraad verklaring

5.24.

De rechtbank verklaart het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad, omdat met de verklaringen voor recht een rechtstoestand wordt vastgesteld. Een rechtstoestand kan op zichzelf niet worden uitgevoerd of afgedwongen. Op dit punt wordt de vordering daarom afgewezen.

De kosten van de rechtszaak (proceskosten)

5.25.

Omdat [eiser] en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] familie van elkaar zijn, bepaalt de rechtbank dat zij ieder de eigen kosten van deze rechtszaak voor hun rekening moeten nemen.

6De beslissing

De rechtbank

6.1.

verklaart voor recht dat:

6.1.1.

de erfopvolging van de nalatenschap van erflaatster moet plaatsvinden op grond van het concept-testament dat [eiser] als productie 21 in het geding heeft gebracht en niet op grond van het wettelijk versterferfrecht;

6.1.2.

de notarieel verleden samenlevingsovereenkomst, gesloten door erflaatster en [eiser] op [datum 1] 2006, rechtsgeldig was op het moment van overlijden van erflaatster, zodat [eiser] hier rechten aan kan ontlenen;

6.2.

compenseert de proceskosten tussen partijen zodat ieder de eigen kosten draagt,

6.3.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, rechter, bijgestaan door mr. D.K.W. Collins, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.

1

Zie ECLI:NL:GHAMS:2024:3326 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/).

2

Zie respectievelijk artikel 3 en 12 van het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733