Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10-06-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5509

Essentie (gemaakt door AI)

Eindvonnis na bewijsopdracht waarin de man bewijst dat hij de aan hem geschonken trouwring heeft verkocht aan een inkoper van sloopgoud. Het WhatsApp-bericht over mogelijke teruggave weegt niet, omdat datum en context ontbreken. De vordering tot afgifte van de ring wordt afgewezen nu de man niet meer over de ring beschikt. Voorts wordt voor recht verklaard dat toeslagschulden tot de beperkte gemeenschap behoren en ieder voor de helft draagplichtig is. De man wordt veroordeeld € 1.600,- aan de vrouw te betalen met wettelijke rente art. 6:119 BW.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Trouwring verkocht als sloopgoud: man hoeft ring niet af te geven aan vrouw
Man heeft bewijsopdracht gekregen van zijn stelling dat hij de aan hem geschonken trouwring heeft verkocht aan een inkoper van sloopgoud. App-bericht levert geen overtuigend bewijs op; een inkoopformulier wel. Afwijzing afgifte-eis vrouw.

Datum publicatie10-07-2026
Zaaknummer11543488 \ CV EXPL 25-495 (E)
ProcedureBodemzaak
ZittingsplaatsMiddelburg
RechtsgebiedenCiviel recht; Verbintenissenrecht
TrefwoordenFamilievermogensrecht
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Eindvonnis na bewijsopdracht. De man heeft bewezen dat hij de trouwring heeft verkocht. Omdat de man niet langer over de ring beschikt, kan hij deze niet meer aan de vrouw afgeven. Compensatie van proceskosten gelet op de voormalige relatie tussen partijen.

Volledige uitspraak


RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Middelburg

Zaaknummer: 11543488 \ CV EXPL 25-495

Vonnis van 10 juni 2026

in de zaak van

[eisende partij] ,

te [woonplaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: de vrouw,

gemachtigde: mr. H. Durdu,

tegen

[gedaagde partij] ,

te [woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de man,

gemachtigde: mr. J.C. van den Doel.

1De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 10 december 2025 en de daarin genoemde stukken,

- de akte overlegging bewijsstukken van de man, met productie 3,

- de antwoordakte van de vrouw, met bijlage.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 10 december 2025 de man opgedragen te bewijzen dat hij de aan hem geschonken trouwring heeft verkocht.

2.2.

De man heeft als bewijs een inkoopformulier van 30 november 2024 overgelegd, waarin staat dat de man een ring voor € 845,- heeft verkocht als zijnde sloopgoud.

2.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de man hiermee bewezen dat hij de onderhavige trouwring heeft verkocht, ondanks dat in het inkoopformulier geen omschrijving van de ring staat. Hoewel bij de antwoordakte nog een afschrift is overgelegd van een Whatsapp-bericht waarin staat dat de man “als hij in de buurt is de ring en een sleutel door de bus zal gooien”, blijkt uit het afschrift niet op welke datum dit is verstuurd en of dit dus is verstuurd voor of na de verkoop van de ring. De kantonrechter zal daarom aan de inhoud van dit bericht voorbij gaan.

2.4.

Het voornoemde houdt in dat de gevorderde afgifte van de trouwring zal worden afgewezen, nu de man niet langer over de ring beschikt.

2.5.

Gelet op de voormalige relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verklaart voor recht dat de schulden aan de Belastingdienst wegens teveel ontvangen zorg- en huurtoeslag tot de beperkte gemeenschap behoren, dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor deze schulden en dat ieder het eigen deel van die schulden zelf aan de Belastingdienst betaalt,

3.2.

veroordeelt de man tot het betalen van € 1.600,- aan de vrouw, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 4 februari 2025 tot aan het moment van volledige voldoening,

3.3.

verklaart de veroordeling onder 3.2 uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Lende-Mulder Smit, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733