Rechtbank Noord-Holland 03-07-2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:8092

Essentie (gemaakt door AI)

1:253a BW, vervangende toestemming vakantie i.v.m. religieus congres. Kort geding waarin moeder vervangende toestemming voor reis met minderjarige vraagt. Partijen bereiken ter zitting overeenstemming over één reis. Ten aanzien van reis naar [land] voor driedaags congres van Jehovah’s Getuigen oordeelt de voorzieningenrechter dat moeder haar geloofsvrijheid in de opvoeding mag uitoefenen en dat geen strijd met het kindbelang aannemelijk is. Vervangende toestemming wordt verleend. Overige vorderingen worden afgewezen.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Moeder mag met kind naar religieus congres in het buitenland: niet in strijd met belang kind
Moeder wil met kind van partijen naar een driedaags congres van Jehovah’s Getuigen in het buitenland en eist daarvoor vervangende toestemming. Moeder mag geloofsvrijheid in opvoeding uitoefenen; geen strijd met kindbelang. Toewijzing.

Datum publicatie09-07-2026
ZaaknummerC/15/379324
ProcedureKort geding
ZittingsplaatsHaarlem
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenKinderen; Gezagsgeschil 1:253a BW
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

1:253a BW, vervangende toestemming vakantie i.v.m. religieus congres

Volledige uitspraak


RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/379324 / KG ZA 26-356

Vonnis in kort geding van 3 juli 2026

in de zaak van

[de moeder] ,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. D. Abd Rabou,

tegen

[de vader] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de vader,

verschenen in persoon.

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 7
- de stukken van de vader

- de nader door de moeder overgelegde productie 8
- de mondelinge behandeling van 29 juni 2026, waarvan de griffier zittingsaantekeningen heeft gemaakt.

1.2.

Tenslotte is een datum voor vonnis in kort geding bepaald.

2De feiten

2.1.

Partijen hebben in het verleden een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie is geboren het minderjarige kind:

- [de minderjarige] , op [geboortedatum] te [plaats] .

2.2.

Partijen oefenen samen het gezag uit over [de minderjarige] . Zij heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder.

2.3.

De moeder wenst in de zomer van 2026 met [de minderjarige] op vakantie te gaan naar [land] in de periode van 9 tot en met 12 juli 2026 en naar [land] in de periode van 17 juli 2026 tot en met 2 augustus 2026.

2.4.

De moeder heeft de vader om toestemming gevraagd om [de minderjarige] mee te nemen op deze vakanties. De vader heeft tot op heden zijn toestemming voor de reis naar [land] geweigerd.

3Het geschil

3.1.

De moeder vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

I. aan de moeder vervangende toestemming verleent, welke toestemming in de plaats treedt van de vereiste toestemming van de vader, om met de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , in de periode van donderdag 9 juli tot en met zondag 12 juli 2026 naar [land] te reizen en aldaar te verblijven;

II. aan de moeder vervangende toestemming verleent, welke toestemming in de plaats treedt van de vereiste toestemming van de vader, om met de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , in de periode van 17 juli tot en met 2 augustus 2026 naar [land] te reizen en aldaar met haar te verblijven;

III. althans een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie juist acht.

3.2.

De vader voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal de voorzieningenrechter hierna, voor zover van belang, nader ingaan.

4De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vorderingen.

4.2.

Het gaat hier om een geschil omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag over minderjarige kinderen. Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) neemt de voorzieningenrechter in dergelijke gevallen een beslissing die hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Partijen hebben overeenstemming bereikt over de reis naar [land]

4.3.

Ter zitting hebben partijen overeenstemming bereikt over de voorgenomen reis van de moeder met [de minderjarige] naar [land] . Zij hebben afgesproken dat [de minderjarige] met haar moeder naar [land] op vakantie gaat in de periode van 19 juli 2026 vanaf 19.00 uur tot en met 1 augustus 2026 10.00 uur. [de minderjarige] verblijft vervolgens aaneensluitend vanaf 1 augustus 2026 vanaf 10.00 uur tot 3 augustus 2026 19.00 uur bij de vader. Partijen hebben ook ter zitting afgesproken dat [de minderjarige] in de periode van de zomervakantie dat zij bij de vader verblijft, vanaf 21 augustus 2026 vanaf 10.00 uur tot 23 augustus 2026 19.00 uur bij de moeder zal zijn.

4.4.

Omdat partijen overeenstemming over de reis naar [land] hebben bereikt, heeft de moeder geen belang meer bij de gevorderde vervangende toestemming voor deze reis.

De voorzieningenrechter zal de moeder vervangende toestemming verlenen voor de reis naar [land]

4.5.

De moeder wenst met [de minderjarige] in de door haar gevorderde periode naar [land] te reizen om samen met haar een driedaags congres voor Jehovah’s Getuigen bij te wonen. Zo wil de moeder graag tijd met haar buiten de dagelijkse verplichtingen van school besteden en dat [de minderjarige] kennis kan nemen van hetgeen haar moeder persoonlijk van betekenis vindt. De moeder staat het ook vrij om [de minderjarige] op te voeden volgens haar geloofsovertuiging. Daarnaast is het congres niet zo intensief als de vader aanvoert. Er zijn ook andere kinderen op het congres aanwezig en er zijn activiteiten speciaal voor hen georganiseerd. Verder heeft [de minderjarige] al eens eerder een dergelijk congres bijgewoond en gaat zij in Nederland naar kleinere bijeenkomsten voor Jehovah’s Getuigen wanneer zij bij de moeder is. De moeder heeft ook een brief overgelegd van Veilig Thuis van 12 juli 2025 naar aanleiding van een zorgmelding van de vader waaruit blijkt dat er geen zorgen zijn omtrent het geloof in de opvoeding van [de minderjarige] .

4.6.

De vader maakt geen bezwaar tegen de reis naar [land] als zodanig, maar wel tegen het feit dat [de minderjarige] als zevenjarig kind drie dagen lang een congres voor Jehovah’s Getuigen zal bijwonen. Hij weet uit eigen ervaringen dat een dergelijk congres heel intensief voor kinderen is. [de minderjarige] heeft ook eerder eenzelfde congres bijgewoond en sprak toen na afloop daarvan meerdere dagen over Armageddon en een naderend einde van de wereld. Verder voert de vader over de brief van Veilig Thuis aan dat Veilig Thuis schrijft dat de betrouwbaarheid van het met [de minderjarige] gevoerde gesprek mogelijk is beïnvloed.

4.7.

De voorzieningenrechter zal de door de moeder gevorderde vervangende toestemming verlenen en zal dat toelichten.

4.8.

Uitgangspunt is dat de moeder bij de opvoeding van [de minderjarige] niet onnodig mag worden belemmerd in het uitoefenen van haar vrijheid van godsdienst. Dit houdt in beginsel ook in dat de moeder [de minderjarige] mag meenemen naar religieuze bijeenkomsten voor Jehovah’s Getuigen, zoals het congres in [land] . Dat zou anders kunnen zijn, als voldoende aannemelijk is dat het bijwonen van het congres in strijd is met het belang van [de minderjarige] . De vader heeft echter onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die die conclusie rechtvaardigen. Gebaseerd op zijn eigen ervaringen heeft hij aangevoerd dat dit soort congressen intensief zijn en dat het gedachtegoed van Jehova’s Getuigen over Armageddon en het naderend einde van de wereld niet goed is voor een kind van 7 jaar. Dit betoog treft geen doel, omdat het congres in [land] , zoals de moeder lezend uit de folder ter zitting heeft verklaard, over ‘Geluk zonder einde’ gaat. Bovendien heeft de moeder gesteld dat de kinderen op het congres ook spelen, knutselen en elkaar cadeautjes geven en dat het congresprogramma ook vrije tijd biedt. De vader heeft dat niet weersproken. Ook staat vast dat [de minderjarige] al eerder een congres en andere (kortere) bijeenkomsten van Jehovah’s Getuigen heeft bijgewoond. Uit de door de moeder overgelegde brief van Veilig Thuis blijkt niet dat dit tot zorgen over [de minderjarige] heeft geleid.

De voorzieningenrechter zal de proceskosten tussen partijen compenseren

4.9.

Gelet op de relatie tussen partijen zal de voorzieningenrechter de proceskosten tussen hen compenseren, zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De voorzieningenrechter zal de verlening van de vervangende toestemming uitvoerbaar bij voorraad verklaren

4.10.

De voorzieningenrechter zal dit vonnis voor wat betreft de verlening van de vervangende toestemming uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing van de voorzieningenrechter op dit punt moet worden gevolgd, ook als een van de partijen daartegen in hoger beroep gaat. De beslissing van de voorzieningenrechter geldt in dat geval in beginsel totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

5De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verleent aan de moeder vervangende toestemming, welke toestemming in de plaats treedt van de vereiste toestemming van de vader, om met de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , in de periode van donderdag 9 juli tot en met zondag 12 juli 2026 naar [land] te reizen en aldaar te verblijven,

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3.

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zo dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.

1835



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733