Rechtbank Midden-Nederland 03-06-2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3855

Essentie (gemaakt door AI)

Moeder bevalt anoniem met hulp van De Beschermde Wieg. Op de geboorteakte ontbreken oudergegevens; vader is onbekend. Minderjarige verblijft in een pleeggezin. De Raad verzoekt benoeming van de GI (SAVE) tot voogd. Na moreel beraad besluit de GI de identiteit van moeder thans niet te openbaren wegens veiligheidsrisico’s. Rechtbank acht een neutrale voogd noodzakelijk en belast SAVE met de voogdij. Het kind kan later via Raad en GI dossierinzage krijgen; notariële vastlegging wordt besproken. Beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Na "moreel beraad" GI en RvdK beslist rechter: anonieme moeder blijft anoniem - GI belast met voogdij
Moeder bevalt anoniem met hulp van De Beschermde Wieg. Op de geboorteakte ontbreken oudergegevens; vader is onbekend; kind verblijft in pleeggezin. Veiligheidsrisico's maken anonimiteit belangrijk. Rb belast GI met voogdij.

Datum publicatie06-07-2026
ZaaknummerC/16/590851 / FO RK 25-347
ProcedureBeschikking
ZittingsplaatsUtrecht
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenJeugdbescherming / Jeugdwet; Voogdij GI art. 1:302 e.v. BW
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

De moeder is anoniem bevallen. De rechtbank benoemt SAVE als voogd. Er zijn geen gegevens van de moeder bekend bij de rechtbank. Zij staat niet op de geboorteakte. Het kind kan later bij Raad en SAVE de identiteit van de moeder opvragen.

Volledige uitspraak


RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/590851 / FO RK 25-347

Beschikking van 3 juni 2026

in de zaak van:

de Raad voor de Kinderbescherming Regio Noord-Holland,

gevestigd in Haarlem,

hierna te noemen: de Raad

met als belanghebbende

Samen Veilig Midden-Nederland,

gevestigd in Utrecht,

gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI.

1De procedure

1.1

De rechtbank heeft eerder in deze zaak een beschikking gegeven op 15 oktober 2025. Voor het verloop van de procedure tot die datum verwijst de rechtbank naar de vorige beschikking.

1.2

Daarna heeft de rechtbank nog de volgende stukken ontvangen:

  • het SAVE Evaluatie & Vervolgplan van de GI van 12 maart 2026;

  • de brief van de GI van 13 april 2026;

  • het rapport van de Raad van 16 april 2026.

1.3

Het verzoek is verder behandeld tijdens de mondelinge behandeling van 6 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • mevrouw [A.] namens de Raad;

  • mevrouw [B.] namens de GI (die digitaal bij de zitting aanwezig was).

2Waar gaat deze procedure over?

2.1

Met behulp van Stichting De Beschermde Wieg is geboren:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] .

2.2

Bij de rechtbank zijn geen gegevens bekend over de moeder. Op de geboorteakte van [minderjarige] staan ook geen persoonsgegevens van de moeder. De burgemeester heeft de geboorte aangegeven.

2.3

Uit de informatie van de melder van de geboorte bij de Raad blijkt dat de moeder minderjarig is en onder toezicht staat van de GI.

2.4

De biologische vader van [minderjarige] is onbekend.

2.5

[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.

2.6

In de beschikking van [datum] 2025 heeft de rechtbank de GI belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige] .

2.7

De Raad verzoekt om de GI te belasten met de voogdij over [minderjarige] en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

2.8

De GI heeft zich bereid verklaard om de voogdij over [minderjarige] op zich te nemen.

3De verdere beoordeling

Conclusie

3.1

De rechtbank wijst het verzoek toe en belast de GI met de voogdij over [minderjarige] . De beslissing wordt hierna toegelicht.

Wettelijk kader

3.2

Zoals vermeld zijn er geen gegevens van de moeder vermeld op de geboorteakte. Er is dus geen ouder bekend die het gezag kan uitoefenen.

Toelichting

3.3

De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat de GI wordt belast met de voogdij over hem. Er moet namelijk iemand zijn die de belangrijke beslissingen over [minderjarige] kan nemen omdat hij minderjarig is. De Raad adviseert de rechtbank om de GI met de voogdij te belasten. Evenals de Raad vindt ook de rechtbank het belangrijk dat de GI als neutrale partij wordt belast met de voogdij. Een neutrale partij zal in het belang van [minderjarige] handelen en niet met conflicterende belangen te maken hebben. De Raad heeft ook een bereidverklaring van de GI overgelegd.

Gegevens van de moeder

3.4

De rechtbank heeft in de vorige beschikking aan de GI de opdracht gegeven om te onderzoeken of het mogelijk is om de naam van de biologische moeder op te nemen op de geboorteakte van [minderjarige] . Vervolgens heeft de GI in samenwerking met de Raad een moreel beraad georganiseerd onder begeleiding van een externe ethicus. Bij het moreel beraad waren aanwezig twee juristen (één van de GI en één van de Raad), drie gedragswetenschappers (van verschillende SAVE-locaties, waaronder één onafhankelijk deelnemer), de voogd, twee gezinsvoogden van de moeder, de betrokken medewerker van de Raad en een vertegenwoordiger van pleegzorg. Tijdens het moreel beraad zijn risico’s en zorgen naar voren gekomen waardoor de GI heeft besloten om de naam van de biologische moeder op dit moment niet bekend te maken en deze niet in de geboorteakte van [minderjarige] op te laten nemen. De reden hiervoor is dat openbaarmaking van deze informatie niet in het belang van [minderjarige] wordt geacht. Integendeel, het delen van deze informatie kan ernstige negatieve gevolgen hebben voor het welzijn en de veiligheid van de biologische moeder, hetgeen indirect ook het belang van [minderjarige] schaadt.

3.5

De rechtbank begrijpt dat niet op korte termijn gegevens van de moeder op de akte van geboorte vermeld zullen worden en dat het gezagsvacuüm zal blijven bestaan. De rechtbank acht het daarom in het belang dat de voorlopige maatregel wordt vervangen door benoeming van SAVE als voogd. Tijdens de zitting is besproken dat de GI het besluit rondom het ontbreken van oudergegevens regelmatig zal herzien en evalueren. Mocht het op termijn wel mogelijk zijn om de gegevens van de moeder op te nemen op de geboorteakte, is de GI op de hoogte hoe een dergelijk verzoek ingediend moet worden. De rechtbank heeft er dan ook voldoende vertrouwen in dat de GI haar taak serieus neemt en zorgvuldig uitvoert.

Achterhalen identiteit moeder op latere leeftijd [minderjarige]

3.6

Tijdens de zitting zijn ook de mogelijkheden besproken over hoe [minderjarige] op een latere leeftijd informatie kan krijgen over zijn afkomst en de identiteit van de moeder. Zowel de Raad als de GI hebben de gegevens van de moeder in het dossier van [minderjarige] opgeslagen en hebben verklaard dat [minderjarige] later zijn dossier kan opvragen. De rechter heeft de GI ook gewezen op de mogelijkheid om de persoonsgegevens van de moeder op te laten nemen in een akte bij de notaris.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

3.7

De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dit betekent dat de beslissing meteen geldt, ook als er hoger beroep tegen de beslissing wordt ingesteld.

4De beslissing

De rechtbank:

4.1

belast stichting Samen Veilig Midden-Nederland, locatie Utrecht, met de voogdij over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ;

4.2

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733