Essentie (gemaakt door AI)
Tussenbeschikking waarin de echtscheiding alvast is uitgesproken en de nevenvoorzieningen worden aangehouden. Partijen dienen geen ouderschapsplan in; de rechtbank acht hen desondanks ontvankelijk omdat overleg is vastgelopen en een Raadsonderzoek loopt. Beide partijen verzoeken echtscheiding; het duurzame ontwrichtingsstandpunt staat vast. Het concrete belang van de vrouw bij vervroegde uitspraak (koop en levering woning) weegt zwaarder dan de door man gestelde “losse eindjes”.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 02-07-2026 |
| Zaaknummer | C/02/437317 / FA RK 25-3452 (es) |
| Procedure | Rekestprocedure |
| Zittingsplaats | Middelburg |
| Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
| Trefwoorden | Familieprocesrecht; Duurzame ontwrichting |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Tussenbeschikking; alvast uitspreken echtscheidingVolledige uitspraak
Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/437317 / FA RK 25-3452 (es) en C/02/44500 / FA RK 26-1053 (boedel)
Datum uitspraak: 12 mei 2026
Beschikking echtscheiding
in de zaak van
[de vrouw] ,
hierna te noemen de vrouw,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. S. Köller uit Wijk bij Duurstede,
en
[de man] ,
hierna te noemen de man,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. V. Vos uit Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift tot echtscheiding met nevenvoorzieningen van de vrouw, ontvangen op 12 juni 2025;
- het verweerschrift van de man met bijlagen, met daarin zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken), ontvangen op 9 september 2025;
- het verweerschrift van de vrouw met bijlagen op de zelfstandige verzoeken van de man;
- het bericht namens de vrouw van 6 januari 2026, met bijlage;
- het bericht namens de vrouw van 9 april 2026;
- het bericht namens de man van 15 april 2026;
- het bericht namens de vrouw van 16 april 2026.
Een zitting heeft niet plaatsgevonden.
2De feiten
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2004 in [woonplaats] .
Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2008;
- [minderjarige 2] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2010.
Tevens zijn zij de ouders van [de jongmeerderjarige].
Tussen partijen zijn voorlopige voorzieningen gewezen.
3De verzoeken en het verweer
De vrouw verzoekt de rechtbank:
1. de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
2. te bepalen dat de eenvoudige gemeenschappen worden verdeeld zoals omschreven onder
randnummers 11 tot en met 19 van het verzoekschrift;
3. te bepalen dat het nog op te stellen ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking.
De man vraagt de rechtbank de verzoeken van de vrouw om de echtscheiding uit te spreken en het nog op te stellen ouderschapsplan op te nemen in de beschikking toe te wijzen. Hij voert verweer tegen het verzoek van de vrouw tot verdeling van de eenvoudige gemeenschappen. Daarnaast verzoekt de man de rechtbank - als zelfstandige verzoeken - om:
1. de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
2. de verdeling vast te stellen op de wijze zoals omschreven onder randnummers 4 tot en met 7 van zijn verweerschrift;
3. voor het geval er geen ouderschapsplan wordt ingediend, te bepalen dat de kinderen van partijen hun hoofdverblijf bij de man zullen hebben;
4. te bepalen dat de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] bij vooruitbetaling aan de man voldoet een bedrag van € 982,-- per maand per kind;
5. te bepalen dat de vrouw als bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van [de jongmeerderjarige] aan [de jongmeerderjarige] een bedrag van € 982,-- per maand voldoet.
De vrouw voert geen verweer tegen het verzoek van de man om het hoofdverblijf van de kinderen bij hem vast te stellen. Zij voert wel verweer tegen de overige nevenverzoeken van de man (mede gedaan namens [de jongmeerderjarige] ) en vraagt de rechtbank deze verzoeken af te wijzen.
4De beoordeling
De vrouw heeft de rechtbank op 6 april jl. verzocht om bij tussenbeschikking de echtscheiding alvast uit te spreken en de beslissing op de overige verzoeken aan te houden. Zij stelt dat zij belang heeft bij een spoedige echtscheidingsbeslissing in verband met de levering van de door haar aangekochte woning.
De man heeft de rechtbank laten weten dat hij niet instemt met het verzoek van de vrouw. Volgens de man zijn er nog te veel losse eindjes, niet alleen omtrent de kinderen (een ouderschapsplan ontbreekt), maar ook op financieel vlak.
Voordat de rechtbank een inhoudelijke beslissing kan nemen over het verzoek van de vrouw om met spoed, bij tussenbeschikking, de echtscheiding tussen partijen uit te spreken, moet zij eerst toetsen of partijen ontvankelijk zijn in hun verzoeken tot echtscheiding.
Het ontbreken van het ouderschapsplan (ontvankelijkheid)
In de wet staat dat een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan moet bevatten dat beide partijen hebben ondertekend. In het ouderschapsplan staan de afspraken die partijen over hun kinderen hebben gemaakt. Deze afspraken moeten in ieder geval gaan over de manier waarop zij de zorg over hun kinderen zullen verdelen, hoe zij elkaar over hun kinderen zullen informeren en raadplegen en hoe zij de kosten van hun kinderen zullen delen.
Partijen hebben geen ouderschapsplan ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank is uit de stukken voldoende naar voren gekomen dat partijen geen ouderschapsplan hebben kunnen opstellen omdat zij geen overeenstemming hebben over de voorzieningen ten aanzien van de kinderen. Er is geprobeerd via een traject van ouderschapsbemiddeling afspraken te maken, maar dit traject is niet gestart. Inmiddels loopt er een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming en is de rechtbank in afwachting van het rapport en advies van de Raad over de voorzieningen ten aanzien van de kinderen. Onder deze omstandigheden kan van partijen niet worden verwacht dat zij alsnog samen een ouderschapsplan maken. De rechtbank vindt daarom dat partijen ontvankelijk zijn in hun verzoek tot echtscheiding ook al ontbreekt een ouderschapsplan. Dat wil zeggen dat de rechtbank het verzoek tot echtscheiding in behandeling neemt.
Verzoek van de vrouw om de echtscheiding alvast uit te spreken
Vast staat dat beide partijen de echtscheiding wensen, nu ook de man de echtscheiding heeft verzocht. De vrouw heeft haar belang bij het vervroegd uitspreken van de echtscheiding onderbouwd door aan te voeren dat zij een woning heeft gekocht met een leveringsdatum op 1 juli a.s. Dit belang is door de man op zichzelf niet bestreden. De door de man aangevoerde bezwaren wegen naar het oordeel van de rechtbank niet op tegen het belang van de vrouw bij een vervroegde uitspraak. Het ontbreken van een ouderschapsplan vormt, zoals hiervoor is overwogen, geen belemmering voor het uitspreken van de echtscheiding. Op gelijke wijze dient te worden geoordeeld over de door de man gestelde “losse eindjes” op financieel vlak. De man heeft deze “losse eindjes” niet benoemd, terwijl zonder nadere toelichting door de man, die eveneens ontbreekt, niet valt in te zien waarom dit aan het vervroegd uitspreken van de echtscheiding in de weg behoeft te staan. Al met al is de rechtbank dan ook van oordeel dat voldoende vast is komen te staan dat de vrouw een concreet en voldoende belang heeft bij het vervroegd uitspreken van de echtscheiding. De rechtbank zal daarom een beslissing nemen op het echtscheidingsverzoek.
Echtscheiding
De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit zoals door beide partijen is verzocht, omdat zij vinden dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat zij niet samen verder kunnen als echtgenoten.
Nevenvoorzieningen
De rechtbank zal de behandeling van de verzoeken ten aanzien van de nog tussen partijen in geschil zijnde nevenvoorzieningen aanhouden tot een nader te bepalen zitting.
5. De beslissing
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2004 in [woonplaats] ;
houdt de behandeling met betrekking tot de nevenvoorzieningen aan tot een nader te bepalen zitting.
Deze beschikking is gegeven door mr. Hopmans, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Knops-Pijper, griffier op 12 mei 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
