Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15-05-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5219

Essentie (gemaakt door AI)

Verwijzing van zaak over zorg- en omgangsregeling en nevenverzoeken naar ander gerecht op grond van art. 46b Wet op de Rechterlijke Organisatie. Aanleiding is betrokkenheid van de eigen rechtbank: café van man fungeert regelmatig als locatie voor personeelsevenementen van het team Familie & Jeugd waarin de zaak is ondergebracht. In die omstandigheden is behandeling door een andere rechtbank gewenst. Zaak wordt verwezen naar rechtbank Oost‑Brabant, locatie ’s‑Hertogenbosch.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

Personeelsuitjes rechtbank leiden tot verwijzing omgangszaak
in de afgelopen periode diende het café van man met regelmaat als locatie voor personeelsevenementen van het team Familie & Jeugd van Rb Zeeland-West-Brabant. Daarom verwijst Rb de zaak door naar ander gerecht (art. 46b WRO).

Datum publicatie02-07-2026
ZaaknummerC/02/446116 / FA RK 26-1374
ProcedureRekestprocedure
ZittingsplaatsBreda
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenJeugdbescherming / Jeugdwet;
Familieprocesrecht
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Verwijzing van de zaak naar een ander gerecht - 46b Wet op de Rechterlijke Organisatie

Volledige uitspraak


beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/446116 / FA RK 26-1374

Datum uitspraak: 15 mei 2026

beschikking


in de zaak van

[de man] ,

hierna: de man,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. A.J.C. Odekerken in Breda,

tegen

[de vrouw] ,

hierna: de vrouw,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. N. Schuerman in Rotterdam,

over de minderjarige:

- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] (Verenigde Staten van Amerika) op [geboortedag] 2018, hierna: [minderjarige] .

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over de verzoeken geadviseerd.

1Het procesverloop

1.1

Het procesverloop bestaat uit de volgende stukken:

- het op 17 maart 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;

- het stelbericht van mr. Schuerman van 18 maart 2026;

- het F9-formulier van 19 maart 2026 van mr. Schuerman;

- het op 4 mei 2026 ontvangen verweerschrift met bijlagen;

- de brief van de griffier aan partijen van 11 mei 2026.

2De verzoeken

2.1

De man verzoekt om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. De beschikking van uw rechtbank van 13 oktober 2021 te wijzigen voor zover daarin de wijze van verdeling van de zorg- en opvoedingstaken is vastgelegd en met ingang van de in deze procedure af te geven beschikking:

▪ te bepalen dat de man en de minderjarige recht hebben op contact hebben met elkaar:

- in de even weken:

o op maandag van 08:00 uur tot 18:30 uur,

o op woensdag van 12:30 uur (uit school) tot 18:30 uur,

o vanaf zaterdag 11:15 uur;

- in de oneven weken:

o tot en met woensdag 08:30 uur (naar school),

o op vrijdag van 14:30 uur (uit school) tot 18:30 uur;

- en gedurende een deel van de vakanties, nader in onderling overleg door

partijen te regelen;

▪ te bepalen dat de vrouw [minderjarige] naar de man brengt en de man [minderjarige] naar de vrouw

terugbrengt.

2.2

De vrouw is het niet eens met het verzoek van de man en verzoekt dit verzoek af te wijzen (I.).

2.3

Bij wijze van zelfstandige verzoeken verzoekt de vrouw de rechtbank om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

II. de beschikking deze rechtbank van 13 oktober 2021 te wijzigen voor zover daarin de

wijze van verdeling van de zorg- en opvoedingstaken is vastgelegd, en met ingang van de in deze procedure af te geven beschikking te bepalen dat de man en de minderjarige [minderjarige] recht hebben op contact met elkaar als volgt:

- eenmaal per twee weken een aaneengesloten weekendverblijf, te weten van

vrijdagmiddag na school tot maandag 18:00 uur (drie overnachtingen);

- feestdagen en vakanties te verdelen conform het door de vrouw voorgestelde

vaste jaarlijkse feestdagen- en vakantieschema (Productie 12), dan wel conform een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen schema;

III. te bepalen dat overdrachten plaatsvinden bij de woning van de vrouw in die zin dat

de vader [minderjarige] aan het einde van ieder verblijf thuisbrengt bij de woning van de

vrouw, danwel — op schooldagen — [minderjarige] rechtstreeks van school haalt;

IV. te bepalen dat de man op de dagen dat [minderjarige] bij hem verblijft verantwoordelijk is voor het brengen van [minderjarige] naar diens sport, hobby's en activiteiten;

V. de man te veroordelen in de kosten van deze procedure, gelet op het feit dat de man door zijn structurele weigering tot overleg deze en eerdere juridische procedures noodzakelijk heeft gemaakt en gelet op het patroon waarbij de mande rechterlijke macht stelselmatig inzet als middel om zijn wensen door te drukken zonder daartoe eerst serieuze pogingen tot onderling overleg te ondernemen, hetgeen het karakter heeft van misbruik van procesrecht;

VI. te bepalen dat de communicatie tussen partijen zich beperkt tot schriftelijke, noodzakelijke en kindgerelateerde aangelegenheden, en plaatsvindt op een zakelijke en respectvolle wijze, zonder beledigende, denigrerende of intimiderende uitlatingen,

waarbij partijen hun berichten beperken tot korte, feitelijke informatie gericht op

praktische afstemming in het belang van [minderjarige] .

3. De beoordeling

3.1

De rechtbank zal de zaak ambtshalve verwijzen in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch.

3.2

Op grond van artikel 46b Wet op de Rechterlijke Organisatie (hierna: WRO) kan de rechtbank een zaak ter verdere behandeling naar een andere rechtbank verwijzen, indien naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is.

3.3

In dit geval zit de “betrokkenheid” van de rechtbank Zeeland-West-Brabant in het feit dat [café], waarvan de man eigenaar is, in de afgelopen periode met regelmaat en voor het laatst in mei 2026, diende als locatie voor personeelsevenementen van het team Familie & Jeugd. In dit team is deze zaak voor behandeling ondergebracht.

3.4

De rechtbank ziet in de hiervoor beschreven omstandigheden aanleiding om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 46b WRO en de zaak te verwijzen naar een ander gerecht voor verdere behandeling.

4De beslissing

De rechtbank:

4.1

verwijst deze zaak ter verdere behandeling naar de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, in de stand waarin deze zich bevindt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Sumner, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026 in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733