Essentie (gemaakt door AI)
Klacht tegen notaris over verkoop nalatenschapswoning waarbij een failliete erfgenaam is betrokken. Erflater benoemt broer tot executeur; levering vindt plaats door erfgenamen, waarbij klager wordt vertegenwoordigd door zijn curator. Kern: informatieplicht notaris en noodzaak van instemming van klager. Het hof oordeelt dat klager beschikkingsonbevoegd is door faillissement, instemming niet vereist is en communicatie via de curator dient te verlopen. Notaris handelt conform rolverdeling curator–executeur–notaris. Klacht ongegrond, beslissing bevestigd.Nieuwsitem uit Focus op Familierecht
| Datum publicatie | 01-07-2026 |
| Zaaknummer | 200.362.856 |
| Procedure | Hoger beroep |
| Zittingsplaats | Amsterdam |
| Rechtsgebieden | Civiel recht |
| Trefwoorden | Tuchtrecht / aansprakelijkheid; Tuchtrecht/aansprakelijkheid notaris; Erfrecht |
| Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Klacht tegen notaris. Failliete erfgenaam. Informatieplicht notaris in geval van faillissement. Beschikkingsonbevoegde erfgenaam. Communicatie in geval van faillissement erfgenaam. Rolverdeling curator, notaris en executeur. Klacht ongegrond.Volledige uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.362.856/01 NOT
nummer eerste aanleg : C/05/453530 / KL RK 25-101
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 30 juni 2026
inzake
[appellant] ,
wonend te ' [plaats 1] ,
appellant,
tegen
[geïntimeerde] ,
notaris te [plaats 2] ,
geïntimeerde,
gemachtigde: mr. J.L.J.J. Nelissen, advocaat te Druten.
Partijen worden hierna klager en de notaris genoemd.
1De zaak in het kort
Klager is de zoon van erflater en een van diens erfgenamen. Klager is sinds 2018 failliet verklaard en dit faillissement duurt tot op heden voort. Erflater is in april 2024 overleden. Tot de nalatenschap van erflater behoorde het woonhuis van erflater, dat in augustus 2024 is verkocht aan derden. Klager werd daarbij vertegenwoordigd door zijn curator. Klager verwijt de notaris dat hij heeft nagelaten om a) de toestemming van klager te verkrijgen om de woning te verkopen en b) hem te informeren over de verdere details rondom de verkoop van de woning. Voorts verwijt klager de notaris dat hij klager onterecht heeft doorverwezen naar de curator en dat hij geen rekening heeft gehouden met de (persoonlijke) belangen van klager. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bevestigt deze beslissing.
2Het geding in hoger beroep
Klager heeft op 20 december 2025 een beroepschrift – met een bijlage – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 20 november 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemd nummer (ECLI:NL:TNORARL:2025:44).
De notaris heeft op 20 februari 2026 een verweerschrift bij het hof ingediend.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 15 april 2026. Klager is per videoverbinding verschenen. De gemachtigde van de notaris is eveneens verschenen. Beiden hebben het woord gevoerd aan de hand van aan het hof (op voorhand per e-mail) overgelegde pleitnota’s. De notaris is niet verschenen.
3Feiten
Het hof gaat uit van de volgende feiten, die tussen partijen niet in geschil zijn.
Op 20 maart 2018 is klager bij vonnis van de rechtbank failliet verklaard. In het faillissement van klager is een curator benoemd. Deze situatie was ongewijzigd ten tijde van de afwikkeling van de nalatenschap.
Op 27 april 2024 is de vader van klager (hierna: erflater) overleden. Klager is de zoon en een van de erfgenamen van erflater.
Door [naam 1] , notaris te [plaats 2] , is een verklaring van erfrecht opgesteld in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van erflater.
De broer van klager is door erflater benoemd tot executeur in zijn nalatenschap (hierna: de executeur).
De nalatenschap van erflater omvatte onder meer de woning van erflater in [plaats 2] ( hierna: de woning).
Op 25 augustus 2024 is door de toegevoegd notaris verbonden aan het protocol van de notaris de leveringsakte gepasseerd waarbij de woning is overgedragen door de erfgenamen aan derden. Klager werd daarbij vertegenwoordigd door de curator.
Het saldo van de verkoop van de woning is na de levering door het kantoor van de notaris overgemaakt naar de kwaliteitsrekening van het kantoor van notaris Kok.
De notaris heeft op 7 oktober 2024 aan klager een e-mailbericht gestuurd waarin staat, voor zover van belang:
“ Het staat mij niet vrij om aan u (integraal) documenten vrij te geven (AVG regels) gericht aan derden. Om u toch van informatie te voorzien, kan ik het volgende melden:
Ik citeer uit een e-mailbericht d.d. 15 augustus aan [naam 2] [hof: curator] “Ik ga ervan uit dat u de heer [hof: naam klager] informeert over de inhoud van de gezonden stukken (..)”.
De curator heeft op 20 november 2024 een e-mailbericht naar de notaris gestuurd waarin staat, voor zover van belang: “ (..) In mijn hoedanigheid van curator van [hof: naam klager] hecht ik er in dat verband aan de gang van zaken rondom de verwerving en afhandeling van de nalatenschap, en de levering o.g. uiteen te zetten. Van het overlijden van [hof: naam erflater] was ik aanvankelijk niet op de hoogte (..). Hierover werd ik ingelicht door de heer [hof: naam executeur], de broer van [hof: naam klager], door [hof: naam erflater] aangesteld als executeur testamentair. De van hem verkregen informatie wees uit dat [hof: naam klager] de nalatenschap reeds had aanvaard en ook dat hij al had ingestemd met de verkoop o.g en de daarvoor door de huidige eigenaren geboden koopprijs (..)
En verder:
(..)Ik heb u destijds laten weten dat de communicatie richting [hof: naam klager] via ondergetekende diende te lopen”.
4De klacht
Klager verwijt de notaris in strijd met zijn wettelijke informatie- en zorgplicht te hebben gehandeld. Zijn klacht, door klager nader uitgewerkt in zijn beroepschrift, valt uiteen in de volgende klachtonderdelen:
1. de notaris heeft nagelaten om instemming van klager als erfgenaam te verkrijgen bij de verkoop van de woning;
2. de notaris heeft klager niet (althans niet tijdig en volledig) op de hoogte gesteld van cruciale ontwikkelingen in de afwikkeling van de nalatenschap, zoals ontwikkelingen rondom de verkoop van de woning;
3. de notaris heeft de informatieplicht ten opzichte van klager ten onrechte overgedragen aan de curator, terwijl de notaris zelf verantwoordelijk was voor de directe communicatie met klager en de andere erfgenamen. De notaris heeft daarbij niet adequaat rekening gehouden met de tegenstrijdigheid tussen de persoonlijke rechten en belangen van klager en de vermogensrechtelijke belangen die de curator behartigt;
4. de notaris heeft, door klager niet adequaat te informeren en te handelen zonder zijn instemming, in strijd gehandeld met artikel 21 Wet op het notarisambt (hierna: Wna).
5Beoordeling
De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen de notaris ongegrond verklaard.
Klachtonderdelen 1 tot en met 4: informatievoorziening richting klager.
Gelet op de onderlinge samenhang ziet het hof, evenals de kamer, aanleiding om de klachtonderdelen gezamenlijk te behandelen.
De notaris heeft naar voren gebracht dat als gevolg van het faillissement klager niet langer beschikkingsbevoegd is. De instemming van klager voor de verkoop van de woning was daarom niet nodig. De curator is in de plaats getreden van klager en hij was namens klager beschikkingsbevoegd. Het is ook de curator die formeel fungeert als informatiekanaal. De curator had daar in dit geval ook expliciet om verzocht. Uit een e-mailbericht van de curator van 20 november 2024 aan de notaris blijkt dat klager niet alleen wist van de verkoop maar dat klager daar ook expliciet mee heeft ingestemd, aldus de notaris.
Het hof is, evenals de kamer, van oordeel dat de klachten ongegrond zijn. De notaris is slechts betrokken geweest bij het opstellen van de leveringsakte ten behoeve van de overdracht van de woning. Uit het dossier blijkt dat de woning is overgedragen door de executeur en alle erfgenamen, waarbij klager werd vertegenwoordigd door zijn curator. Als gevolg van het faillissement van klager was hij zelf niet langer beschikkingsbevoegd. De instemming van klager was daarom niet vereist. Of de klager met de verkoop had ingestemd (zie 3.9), welke instemming hij later blijkens zijn verklaring ter zitting in hoger beroep heeft ingetrokken, is dan ook niet relevant. Ook de overige klachten van klager over de vermeende informatieplicht van de notaris treffen geen doel. Uit de Faillissementswet volgt dat alle communicatie in beginsel via de curator dient te verlopen zoals door de curator ook expliciet is verzocht. Het kan de notaris niet worden verweten dat hij aan dit verzoek gehoor heeft gegeven. Daarbij komt dat uit de onder 3.8. genoemde e-mail van de notaris aan de curator blijkt dat de notaris de curator heeft verzocht om aan zijn informatieplicht tegenover klager te voldoen.
De door klager in zijn beroepschrift genoemde jurisprudentie waarmee klager wijst op de zelfstandige zorgplicht van de notaris om erfgenamen tijdig te informeren, behoeft geen bespreking omdat deze jurisprudentie niet ziet op failliete erfgenamen.
Ook het niet nader onderbouwde verwijt van klager dat de notaris had moeten weten dat het de wens van erflater was om geen zaken meer te willen doen met de notaris is niet relevant. Het waren de kopers van de woning die daartoe opdracht hadden gegeven aan de notaris en de kopers waren (in verband met deze kosten koper-transactie) ook gerechtigd om dit te doen
Het hof overweegt ten slotte dat voor zover de informatieverzoeken van klager betrekking hadden op de afwikkeling van de nalatenschap de klacht ongegrond is in verband met het ontbreken van feitelijke grondslag. Uit de overgelegde stukken blijkt dat (het kantoor van) de notaris niet betrokken was bij de afwikkeling van de nalatenschap, doch slechts de levering van de woning op verzoek van kopers heeft voorbereid en afgewikkeld.
Van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de notaris is het hof niet gebleken. De beslissing van de kamer zal dan ook worden bevestigd.
6Beslissing
Het hof:
- bevestigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.W.M. Tromp, H.T. van der Meer en A.M.J.M. Ploumen en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 door de rolraadsheer.
© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733
