Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 02-06-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3543

Essentie (gemaakt door AI)

Zorgregeling vader met minderjarige, art. 1:265g lid 1 BW. GI verzoekt wijziging naar wekelijks één uur begeleid contact; kinderrechter wijzigt en laat uitbreiding aan GI. Vader gaat in hoger beroep en vraagt afwijzing of ruimere (opbouwende) omgang. Hof bekrachtigt: verkorting is noodzakelijk gelet op beperkte belastbaarheid minderjarige en zorgen over aansluiting vader; positieve ontwikkelingen zijn pril. Start VIB is noodzakelijk; GI heeft beoordelingsruimte om uit te breiden. Verdere verzoeken worden afgewezen.

Nieuwsitem uit Focus op Familierecht

"Van groot belang dat gemeente toestemming geeft voor de financiering van VIB"
GI wil verkorting omgang vader/kwetsbaar kind. Vader wil juist uitbreiding (langere omgang). Video-interactiebegeleiding laat op zich wachten (financiering gemeente). Korte, betere omgang draagt volgens Hof juist bij aan band met vader.

Datum publicatie30-06-2026
Zaaknummer200.363.845
ProcedureHoger beroep
ZittingsplaatsArnhem
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenJeugdbescherming / Jeugdwet; 1:265g BW GI-besluit omgang bij OTS
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Zorgregeling vader met minderjarige, artikel 1:265g lid 1 BW.

Volledige uitspraak


GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.363.845

zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 59922

beschikking van 2 juni 2026

over de omgang van de vader met [de minderjarige]

in de zaak van

[verzoeker] (de vader)

die woont in [woonplaats1]

advocaat: mr. J.B. de Jong

en

de gecertificeerde instelling

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (de GI)

gevestigd te Amsterdam

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

[belanghebbende] (de moeder)

die woont in [woonplaats2]

en


[de belanghebbenden] (pleegouders)

die wonen in [woonplaats2]

In zijn adviserende en/of toetsende taak is gekend:

de raad voor de kinderbescherming (de raad)

regio Midden-Nederland, locatie Lelystad

1Samenvatting

De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, heeft het verzoek van de GI om de zorgregeling van de vader met [de minderjarige] te wijzigen toegewezen. Als zorgregeling is bepaald dat de vader [de minderjarige] één keer per week één uur ziet onder begeleiding van [naam1] of een soortgelijke organisatie voor zolang als de GI dit noodzakelijk acht. De dag en tijd worden afgestemd met de ouders en de begeleiding. De GI kan de zorgregeling uitbreiden, als de GI dit in het belang van [de minderjarige] acht. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2. De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn de ouders van: [de minderjarige] , geboren [in] 2019. De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige] .

2.2.

[de minderjarige] is sinds 20 mei 2021 onder toezicht gesteld. Op 24 december 2024 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing in een (netwerk)pleeggezin verleend. Deze maatregelen gelden tot 20 mei 2026 en de GI heeft een verzoek tot verlenging van de maatregelen ingediend bij de rechtbank. [de minderjarige] woont sinds eind 2024 bij zijn opa en oma moederszijde (de pleegouders).

2.3.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 2 augustus 2022 als zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige] bepaald dat [de minderjarige] één keer per twee weken tweeënhalf uur omgang met de vader heeft onder professionele begeleiding voor zolang als de GI dit noodzakelijk acht. De GI kan de zorgregeling uitbreiden als de GI dit in het belang van [de minderjarige] acht.

2.4.

De zorgregeling die in de beschikking van 2 augustus 2022 is vastgesteld werd in de periode voorafgaand aan de beslissing van de kinderrechter niet meer uitgevoerd. [de minderjarige] had wekelijks gedurende anderhalf uur contact met zijn vader. Dit contact werd begeleid door [naam1] .

3De procedure bij de rechtbank

3.1.

De GI heeft aan de kinderrechter verzocht de zorg- en contactregeling van de vader met [de minderjarige] te wijzigen en te bepalen dat [de minderjarige] één uur per week begeleid contact met de vader heeft.

3.2.

De kinderrechter heeft dit verzoek van de GI toegewezen en daarbij bepaald dat de GI de zorgregeling kan uitbreiden als dat in het belang is van [de minderjarige] .

3.3.

Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 15 oktober 2025.

4De procedure bij het hof

4.1.

De vader is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Hij komt daarom in hoger beroep. De vader wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en het verzoek van de GI alsnog afwijst, of anders de omgang vaststelt op minimaal anderhalf uur per week onder begeleiding, met opbouw naar onbegeleide omgang van [de minderjarige] bij de vader thuis in aanwezigheid van opa/oma vaderszijde gedurende één weekend per twee weken en de helft van de reguliere vakanties. Als dat niet wordt beslist wil de vader dat het hof een zorgregeling bepaalt die het hof in het belang van [de minderjarige] acht.

4.2.

De GI is het niet eens met het verzoek van de vader. De GI vraagt het hof de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek, dan wel zijn verzoek af te wijzen en de beslissing van de kinderrechter in stand te laten.

De informatie die het hof heeft ontvangen

4.3.

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het beroepschrift (ontvangen op 15 januari 2026)

  • het verweerschrift van de GI

  • de brief van de raad van 9 april 2026, waarin de raad zich afmeldt voor de zitting

  • de stukken van de vader ingediend op 18 april 2026.

4.4.

De zitting bij het hof was op 29 april 2026. Aanwezig waren:

  • de vader met zijn advocaat

  • twee vertegenwoordigers van de GI

  • de moeder

  • de heer [naam2] (opa).

5Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?

5.1.

De kinderrechter kan voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of een regeling over de uitoefening van het recht op omgang vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. 1

Hoe oordeelt het hof?

5.2.

Het hof is van oordeel dat de kinderrechter een goede beslissing heeft gegeven over de zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige] . De kinderrechter heeft overwogen dat er al lange tijd zorgen zijn of de vader voldoende kan aansluiten bij de behoefte van [de minderjarige] . De vader pakt de adviezen hierover van de begeleider onvoldoende op en lijkt moeilijk leerbaar te zijn. Tijdens het contact met de vader geeft [de minderjarige] regelmatig aan dat hij naar huis wil. De zorgen over het effect van de contactregeling op [de minderjarige] zijn zo groot dat het noodzakelijk is om het contact met een half uur te verkorten. Het contact kan weer uitgebreid worden door de GI wanneer dit in het belang van [de minderjarige] mogelijk is. Het hof kan zich vinden in de door de kinderrechter gegeven motivering en neemt deze na eigen onderzoek over. Het hof voegt hieraan het volgende toe.

5.3.

Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft de vader verklaard dat de bezoeken op dit moment beter verlopen. De GI heeft dit niet weersproken. De vader had veel weerstand tegen de wijze waarop de vorige omgangsbegeleider invulling gaf aan zijn rol. De samenwerking met de nieuwe begeleider gaat beter, aldus de vader. Het bezoekverslag van 14 april 2026 laat ook zien dat het contact tussen de vader en [de minderjarige] goed is verlopen en dat de vader adequaat reageerde op uitingen en wensen van [de minderjarige] . Deze ontwikkeling is nog heel pril. Lange tijd was er geen sprake van een stijgende lijn. Het hof hoopt dat de vader goed in samenwerking blijft met de begeleider en er in het vervolg ook structureel een terugkoppeling wordt uitgevoerd.

5.5.

De samenwerking tussen de vader en vorige jeugdbeschermer vanuit de GI verliep ook niet goed. Kort geleden is een vervangster aangesteld. De nieuwe jeugdbeschermer heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep meegedeeld dat zij een aantal zaken anders wil aanpakken. Bij de overdracht is met haar gecommuniceerd dat de video-interactiebegeleiding (VIB) moet gaan starten. Zij wil verder een andere organisatie inschakelen om de bezoeken te begeleiden. Een organisatie die meer expertise heeft op het gebied van gedrag van kinderen, zodat [de minderjarige] tijdens de omgang meer bescherming kan worden geboden. De huidige organisatie is namelijk meer gespecialiseerd in het begeleiden van volwassen. De jeugdbeschermer wil zich er voor inspannen dat er zo min mogelijk hulpverleners bij de situatie worden betrokken om de lijnen kort te houden.

De start van VIB laat al lang op zich wachten. Het hof is van oordeel dat het van groot belang is dat de gemeente toestemming gaat geven voor de financiering van VIB. Deze is noodzakelijk om het contact tussen de vader en [de minderjarige] te versterken en de mogelijkheden om tot een goede contactregeling te komen te analyseren. Het doel is dat de vader signalen die [de minderjarige] laat zien beter leert herkennen en daar goed op kan inspelen. Daarbij moet de vader leren dat hij niet de rol van opvoeder heeft, omdat [de minderjarige] niet bij hem woont. Van de vader wordt verlangd dat hij met de begeleiders kritisch naar zijn eigen functioneren kan kijken.

5.6.

De GI heeft naar het oordeel van het hof goed kunnen uitleggen dat een bezoek van anderhalf uur op dit moment vaak teveel is voor [de minderjarige] , ook al lijkt een half uur maar een klein verschil. [de minderjarige] heeft een taalontwikkelingsachterstand; hij ontvangt daarvoor ondersteuning vanuit [naam3] . Hij heeft veel energie en fantasie en kan ongeremd zijn. Kort geleden is er een diagnostisch onderzoek bij hem uitgevoerd. De uitkomsten zullen binnenkort worden besproken. Duidelijk is dat [de minderjarige] een omgeving nodig heeft met opvoeders die hem veel structuur, regels, voorspelbaarheid en rust bieden om voldoende aan zijn eigen ontwikkeling toe te kunnen komen. Voor het bezoek met zijn vader heeft [de minderjarige] op school vaak al een drukke dag achter de rug. Omdat [de minderjarige] beperkt belastbaar is, kan het hof de stelling van de GI goed volgen dat een frequente korte en gezellige omgang belangrijker is voor een goede hechting van [de minderjarige] met zijn vader dan een langere omgang die eigenlijk te vermoeiend is en niet prettig wordt afgerond. [de minderjarige] is ook na een korter omgangsmoment met zijn vader nog steeds ontregeld. Dat alleen is nog geen reden om te concluderen dat het dan voor [de minderjarige] ook niet uitmaakt dat het bezoek een half uur langer duurt.

5.7.

Als blijkt dat de bezoeken zodanig goed blijven verlopen dat de omgang op korte termijn al kan worden uitgebreid dan biedt de beslissing van de kinderrechter daar de mogelijkheid voor. De GI kan in dat kader ook de verzoeken van de vader tot uitbreiding van de omgang tijdens bijvoorbeeld de feestdagen in overweging nemen. De GI is deskundig en heeft het beste zicht op wat goed is voor [de minderjarige] .

5.8.

De beslissing van de rechtbank zal daarom in stand blijven (worden bekrachtigd).

Proceskosten

5.9.

Vanwege de aard van deze procedure bepaalt het hof, zoals ook door de vader gevraagd, dat iedere partij de eigen kosten moet dragen (compensatie van proceskosten).

6De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 15 oktober 2025;

compenseert de proceskosten zoals weergegeven in 5.9;

wijst af wat verder is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.U.M. van der Werff, E.B.E.M. Rikaart-Gerard en E. Leentjes, en is in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026.

1

Artikel 1:265g lid 1 BW



© Copyright 2009 - 2026 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733